‘Christus echter is getrouw over Zijn huis als Zoon. Zijn huis zijn wij, als wij tenminste de vrijmoedigheid en de roem van de hoop tot het einde toe onwrikbaar vasthouden’ (Hebreeën 3:6).
De gemeente van Jezus Christus is het huis van God in deze tijd. Dat betekent dat Jezus vanmorgen — niet alleen in de dagen van Mozes of in de tijd dat Hij Zelf op aarde was — maar ook vanmorgen onze Maker, onze Eigenaar, onze Vorst en onze Verzorger is.
Hij is de Zoon; wij zijn de dienaren. We vormen het huisgezin van God. Mozes is één van ons in dit huisgezin; hij is onze mede-dienaar door het werk dat hij als profeet gedaan heeft. Maar Jezus is onze Maker, onze Eigenaar, onze Vorst en onze Verzorger.
De tekst sluit af met de conclusie dat we Zijn huis zijn — we zijn Zijn volk, een volk met een hemelse roeping — als we ‘de roem van de hoop tot het einde toe onwrikbaar vasthouden.’ Het bewijs dat we bij het huisgezin van God horen, is dat we niet afdwalen en verzanden in onverschilligheid en ongeloof en dat we onze hoop niet wegwerpen, zoals in Hebreeën 10:35 staat: ‘Werp dan uw vrijmoedigheid niet weg, die een grote beloning met zich meebrengt.’
Christen zijn doe je op dezelfde manier als christen worden: door op Christus te hopen — met een hoop die vrijmoedigheid en roem in Jezus teweeg brengt.
Waar vind jij vandaag hoop in? Waar zoek je vrijmoedigheid? In jezelf? In een slimme investering? In fitnessoefeningen? In hard werken? In succes?
Vandaag komt dit Woord van God tot je: ‘Let op Jezus’ (Hebreeën 3:1). En hoop op Hem. Dan hoor je bij Zijn huis en zal Hij je Maker, je Eigenaar, je Vorst en je Verzorger zijn.
Beschikbaar gesteld door DesiringGod.org