Door John Piper
In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. (Johannes 1:1)
Er zijn altijd sektarische groepen geweest die zich verzetten tegen het mysterie dat ligt in de twee uitdrukkingen ‘het Woord was bij God’ en ‘het Woord was God’. Ze weten zich gebonden aan wat voor mensen voorstelbaar is en daarom zeggen ze: dit kan niet allebei tegelijk waar zijn. Of Hij was God, of Hij was bij God. Als Hij bij God was, was Hij geen God. En als Hij God was, was Hij niet bij God.
Om aan de waarheid van deze twee zinnen te ontkomen, veranderen ze soms de vertaling ervan. Maar wat dit vers ons leert, is dat Hij Die we als Jezus Christus kennen, voordat Hij vlees werd, God was en dat ook de Vader God was. Er zijn dus meerdere personen en één God. Dit maakt deel uit van de waarheid die we kennen als de Drie-eenheid. Daarom aanbidden we Jezus Christus en zeggen we met Thomas in Johannes 20:28: ‘Mijn Heere en mijn God!’ Johannes 1:1: ’In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God.’
Waarom werd Hij ‘het Woord’ genoemd? We kunnen op deze vraag bijvoorbeeld ingaan door na te denken over hoe Hij anders had kunnen heten en waarom die naam in vergelijking met ‘het Woord’ ontoereikend zou zijn geweest.
Hij had bijvoorbeeld ook ‘de Daad’ kunnen heten. Een van de verschillen tussen een daad en een woord is dat een daad niet zo eenduidig is. We vinden onze woorden soms onduidelijk en voor meerderlei uitleg vatbaar. Dat geldt nog sterker voor onze daden. Daarom leggen we die zo vaak uit door middel van woorden. Woorden kunnen nu eenmaal duidelijker uitleggen wat de betekenis is van wat we doen dan de daden zelf. God heeft in de geschiedenis veel machtige daden verricht. Toch gaf Hij een zekere voorrang aan het Woord. Ik denk dat een van de redenen daarvoor is dat Hij veel waarde hecht aan duidelijkheid en communicatie.
Johannes had Hem ook ‘de Gedachte’ kunnen noemen. In het begin was de Gedachte. Maar een van de verschillen tussen een gedachte en een woord is dat we ons een woord doorgaans voorstellen als iets wat voortkomt uit iemand die nadenkt om zo tot communicatie te komen. Ik denk dat Johannes wilde dat we ons de Zoon van God op twee manieren voorstellen: Hij bestaat omwille van de communicatie tussen Hem en de Vader, maar ook omwille van Zijn verschijning in de geschiedenis als Gods communicatie met ons.
Een derde voorbeeld is dat Johannes Hem ook ‘het Gevoel’ had kunnen noemen. In het begin was het Gevoel. Dan zeg ik opnieuw dat een gevoel niet een duidelijke opvatting, bedoeling of betekenis kan over- dragen. Net als daden zijn ook gevoelens meerduidig. Ze hebben uitleg nodig en daarvoor gebruik je woorden.
Als Johannes Jezus ‘het Woord’ noemt, lijkt het me dus dat hij daarmee wil benadrukken dat de Zoon van God volledig bestaat omwille van deze communicatie. In de allereerste plaats bestaat Hij en heeft Hij van alle eeuwigheid af bestaan omwille van de communicatie met de Vader. Van oneindig groot belang voor ons is dat de Zoon van God in de tweede plaats de goddelijke communicatie met ons is geworden. Kortom, Jezus ‘het Woord’ noemen, wil zoveel zeggen als Hem zien als ‘God-die-Zichzelf-onder-woorden-brengt’. Voor ons.