Advent met John Piper

Maria’s grote God

Dag 339 van 48 · 4 december 2026
706%

Door John Piper

Mijn ziel maakt de Heere groot, en mijn geest verheugt zich in God, mijn Zaligmaker, omdat Hij heeft omgezien naar de nederige staat van Zijn dienares. Want zie, van nu aan zullen alle geslachten mij zalig spreken, want Hij Die machtig is, heeft grote dingen aan mij gedaan en heilig is Zijn naam. En Zijn barmhartigheid is van geslacht tot geslacht over hen die Hem vrezen. Hij heeft een krachtig werk gedaan door Zijn arm. Hij heeft hen die hoogmoedig zijn in de gedachten van hun hart, uiteengedreven. Hij heeft machtigen van de troon gestoten en nederigen heeft Hij verhoogd. Hongerigen heeft Hij met goede gaven verzadigd en rijken heeft Hij met lege handen weggezonden. Hij heeft het opgenomen voor Israël, Zijn knecht, door aan Zijn barmhartigheid te denken, zoals Hij gesproken heeft tot onze vaderen, tot Abraham en zijn nageslacht, tot in eeuwigheid. (Lukas 1:46-55)


Maria heeft helder zicht gekregen op iets heel bijzonders: God staat op punt om in te grijpen in de wereldgeschiedenis. Over niet al te lange tijd breken de belangrijkste dertig jaar van de geschiedenis aan.


Waar is God mee bezig? Hij is aan het werk in het leven van twee onbekende, heel gewone vrouwen: een vrouw die oud en onvruchtbaar is (Elizabeth) en een vrouw die nog jong is, een maagd (Maria). Maria is zo geraakt door Gods liefde voor het nederige en onaanzienlijke, dat ze ervan begint te zingen. Het lied dat ze zingt, wordt ook wel het ‘Magnificat’ genoemd (Lukas 1:46-55). Lukas zet Maria en Elizabeth neer als echte helden. Hij heeft bewondering voor het geloof van deze twee vrouwen. Vooral de onaanzienlijkheid en de vreugdevolle nederigheid van Elizabeth en Maria lijken veel indruk op hem te maken. Dat wil hij dan ook laten zien aan de hooggeachte Theofilus, de eerste lezer van zijn evangelie.


Elizabeth zegt: ’En waaraan heb ik dit te danken dat de moeder van mijn Heere naar mij toe komt?’ (Lukas 1:43). Maria zegt: ’Hij heeft omgezien naar de nederige staat van Zijn dienares’ (Lukas 1:48).


Onze ziel kan de Heere pas echt groot maken als we zijn zoals Elizabeth en Maria. Als we onze nederige staat erkennen en overweldigd worden doordat de grote God naar ons wil omzien.


Dat is Zijn uitnodiging in deze adventsoverdenkingen: ’Kom naar Mij toe door jouw Hogepriester. Kom naar Mij toe in schuldbelijdenis, gebed, meditatie, vertrouwen en lofprijzing. Kom. Ik zal je niet wegstu- ren.’ Want Christus kan ’volkomen zalig maken wie door Hem tot God gaan, omdat Hij altijd leeft om voor hen te pleiten’ (Hebreeën 7:25).

Gerelateerde artikelen

Alle