Overdenkingen van David Platt die je verlangen om Jezus te volgen aanwakkeren en je aansporen om te bidden.
Bid het Woord
Voortgang in deze serie
Alle overdenkingen
1. Eeuwige blijdschap (Jesaja 35:10)
2. De lege beloften van de wereld (Jesaja 36:16)
3. Zodat God bekend wordt (Jesaja 37:20)
4. God hoort het gebed (Jesaja 38:4-5)
5. Gods heerlijkheid door Zijn genade (Jesaja 48:9-11)
6. Gods Woord bestaat voor eeuwig (Jesaja 40:8)
7. Oneindige kracht (Jesaja 40:28-31)
8. Geen reden voor vrees (Jesaja 41:10)
9. Bewaar ons voor afgoderij (Jesaja 42:8)
10. Vrees niet, Ik ben bij je (Jesaja 43:1-3)
11. Keer tot Mij terug (Jesaja 44:22)
12. Gods genadige oproep voor de volken (Jesaja 45:22)
13. God heeft geen gelijke (Jesaja 46:5)
14. Het juiste perspectief (Jesaja 47:9)
15. Gods heerlijkheid door Zijn genade (Jesaja 48:9-11)
16. Gegraveerd in Zijn handpalmen (Jesaja 49:16)
17. Kracht om te redden (Jesaja 50:2)
18. God, onze Trooster (Jesaja 51:12)
19. Liefelijke voeten (Jesaja 52:7)
20. Geneigd om af te dwalen (Jesaja 53:6)
21. Een liefdesrelatie (Jesaja 54:5)
22. Verander onze gedachten (Jesaja 55:8—9)
23. Een gebedshuis (Jesaja 56:7)
24. Gods heiligheid, onze nederigheid (Jesaja 57:15)
25. De weg naar vrede (Jesaja 57:21)
26. Dode rituelen en ware gerechtigheid (Jesaja 58:6—8)
27. Wanneer de waarheid struikelt (Jesaja 59:14)
28. Laat die dag spoedig aanbreken (Jesaja 60:22)
29. Jezus, gezalfd met de Geest (Jesaja 61:1-3)
30. Blijf bidden om Gods verlossing (Jesaja 62:6-7)
31. Herinner Gods onveranderlijke liefde (Jesaja 63:7)
32. De Pottenbakker en het leem (Jesaja 64:8)
33. Een waarschuwing tegen ongehoorzaamheid (Jesaja 65:12)
34. Wat ons moet kenmerken (Jesaja 66:2)
35. Onder alle volken (Jesaja 66:18)
36. Er komt een dag (Openbaring 1:7—8)
37. Gevangen voor het Evangelie (Openbaring 2:10)
38. Terechtgewezen door Jezus (Openbaring 3:19)
39. Heilig, heilig, heilig (Openbaring 4:8)
40. Een nieuw lied voor het Lam (Openbaring 5:9)
41. De roep van de martelaren (Openbaring 6:9-11)
42. Een grote menigte (Openbaring 7:9-10)
43. De kracht van gebed (Openbaring 8:3-5)
44. Het gevaar van onbekeerd leven (Openbaring 9:20-21)
45. Bitterzoet (Openbaring 10:10)
46. Onze God wint (Openbaring 11:15)
47. Christus’ bloed bedekt ons (Openbaring 12:10-11)
48. Volharding in het geloof (Openbaring 13:10)
49. De eeuwigheid van de hel (Openbaring 14:11)
50. Niet meer bang voor de dood (Openbaring 14:13)
51. Een lied van alle tijden (Openbaring 15:3)
52. Als een dief in de nacht (Openbaring 16:15)
53. De verleiding van immoraliteit en afgoderij (Openbaring 17:6)
54. De koninkrijken van deze wereld vergaan (Openbaring 18:10)
55. Christus, onze overwinnende Koning (Openbaring 19:11-16)
56. Het levensboek en de vuurpoel (Openbaring 20:15)
57. Het heerlijkste aspect van de hemel (Openbaring 21:3)
58. Kom, Heere Jezus! (Openbaring 22:20)
59. Bidden en vasten, onze eerste reactie (Nehemia 1:4)
61. In staat gesteld voor gehoorzaamheid (Nehemia 2:19–20)
62. Volharden in het alledaagse (Nehemia 3:3)
63. Wees altijd waakzaam (Nehemia 4:17-18)
64. De strijd tegen zelfzucht (Nehemia 5:7)
65. Maak mijn handen sterk (Nehemia 6:9)
66. Weersta de verleiding (Nehemia 6:13)
67. Gebed
68. Ontzag en eerbied voor Gods Woord (Nehemia 8:6-7)
69. Gemeenschappelijk belijden (Nehemia 9:33-34)
70. Een verbondsgemeenschap (Nehemia 10:28-29)
71. Elk lid doet er toe (Nehemia 11:19)
72. Verblijd met grote blijdschap (Nehemia 12:42)
73. Verkondiging verschuldigd (Romeinen 1:14-16)
74. Goedertierenheid die tot bekering leidt (Romeinen 2:4)
75. De essentie van het Evangelie (Romeinen 3:23-25)
76. Geloof (Romeinen 4:3)
77. Vrede met God (Romeinen 5:1)
78. Instrumenten van gerechtigheid (Romeinen 6:12-14)
79. Ik ellendig mens, ik dank God (Romeinen 7:24-25)
80. Alles werkt mee ten goede (Romeinen 8:28-30)
81. We hebben ontferming nodig (Romeinen 9:16)
82. Hoe zullen zij horen? (Romeinen 10:14-15)
83. Verlies Gods heerlijkheid niet uit het oog (Romeinen 11:33)
84. Een levend offer (Romeinen 12:1)
85. Ingesteld door God (Romeinen 13:1)
86. Jaag de vrede na (Romeinen 14:19)
87. Waar Christus nog niet genoemd is (Romeinen 15:20-21)
88. Vervul trouw je rol (Romeinen 16:6-15)
89. In het begin (Genesis 1:1)
90. Werken en rusten (Genesis 2:2-3)
91. Zij zullen tot één vlees zijn (Genesis 2:24)
92. Gemaakt om bij Hem te zijn (Genesis 3:10)
93. Het eerste Evangelie (Genesis 3:15)
94. Onderzoek je hart (Genesis 4:8)
95. Wandel met God (Genesis 5:24)
96. Het verdriet van God (Genesis 6:5-6)
97. Alles wat God geboden heeft (Genesis 7:5)
98. Groot is Uw trouw (Genesis 8:21-22)
99. De zonde is doordringend (Genesis 9:20-21)
100. Bid voor bevolkingsgroepen (Genesis 10:5)
101. Het gevaar van ongehoorzaamheid (Genesis 11:2-4)
102. Gods zegen is niet alleen voor jou (Genesis 12:3)
103. Speel niet met de zonde (Genesis 13:12-13)
104. Priester en Koning (Genesis 14:18-20)
105. Gerekend tot gerechtigheid (Genesis 15:6)
106. Hij ziet naar je om (Genesis 16:13)
107. Goed nieuws voor de volken (Genesis 17:6)
108. Is er iets te moeilijk voor God? (Genesis 18:14)
109. Beroep je op Gods gerechtigheid (Genesis 18:25)
110. Luister naar waarschuwingen (Genesis 19:14)
111. Onze neiging om te liegen (Genesis 20:12-13)
112. God vervult al Zijn beloften (Genesis 21:1)
113. Houd niets voor God achter (Genesis 22:15-18)
114. Rouwen met hoop (Genesis 23:2)
115. Trouwen, of niet, en Gods voorzienigheid (Genesis 24:67)
116. Onvruchtbaarheid en Gods trouw (Genesis 25:21)
117. Hij zal je paden rechtmaken (Genesis 26:1-2)
118. Soevereine raadsels (Genesis 27:24)
119. Toegang tot de hemel (Genesis 28:12-14)
120. Een groeiende liefde (Genesis 29:20)
121. Reageer niet op zonde met zonde (Genesis 31:19-20)
122. Gods onveranderlijke liefde en trouw (Genesis 32:9-12)
123. Te kort geschoten (Genesis 33:18-20)
124. Vertrouw God als rechter (Genesis 34:25)
125. Een tweede kans (Genesis 35:1–3)
126. Alles is onder controle (Genesis 37:28)
127. We kunnen zonde niet verbergen (Genesis 38:24)
128. We kunnen zonde niet verbergen (Genesis 38:24)
129. God was met hem (Genesis 39:2-3)
130. Vertrouwen in beproeving (Genesis 40:8)
131. Vruchtbaar in verdrukking (Genesis 41:52)
132. Wat God zegt, gebeurt (Genesis 42:9)
133. Onverdiende goedheid (Genesis 43:33)
134. Een algenoegzame Plaatvervanger (Genesis 44:33-34)
135. Altijd aan het werk (Genesis 45:5)
136. De leidende aanwezigheid van God (Genesis 46:3-4)
137. Geen reden voor zorgen (Genesis 47:27)
138. Een gelovig nageslacht (Genesis 48:14-16)
139. Waar het naar toe gaat (Genesis 49:9-10)
140. God werkt voor het goede (Genesis 50:19-20)
141. Vergeet nooit Gods trouw (Exodus 1:8)
142. De God die hoort en helpt (Exodus 2:23)
143. Ik zal met je zijn (Exodus 3:11-12)
144. Geloof niet in jezelf (Exodus 4:10-12)
145. Heerlijkheid op de lange termijn (Exodus 5:22-23)
146. De beloften van God (Exodus 6:5-7)
147. God is het middelpunt (Exodus 7:5)
148. Pleiten in gebed (Exodus 8:13)
149. IJverig voor de bekendheid van Zijn naam (Exodus 9:16)
150. Verleiding tot compromissen (Exodus 10:24)
151. God gaf het volk genade (Exodus 11:3)
152. Christus, ons Paaslam (Exodus 12:13)
153. Geef het geloof trouw door (Exodus 13:8)
154. Gods liefdevolle leiding (Exodus 13:21- 22)
155. God zal voor je strijden (Exodus 14:14)
156. God is mijn kracht en mijn lied (Exodus 15:2)
157. Gods genadige zorg (Exodus 16:19-20)
158. We moeten samen zijn (Exodus 17:12)
159. Leiders in de gemeente (Exodus 18:23)
160. Gods eigendom (Exodus 19:5-6)
161. De vrees die ons leven moet kenmerken (Exodus 20:20)
162. De wet die naar het leven leidt (Exodus 21:1)
163. Wezen, weduwen en vreemdelingen (Exodus 22:21-22)
164. Bid om geduld (Exodus 23:29-30)
165. Gemeenschap met een verterend vuur (Exodus 24:17-18)
166. Ga naar de genadetroon (Exodus 25:22)
167. Gods genade voor je omgeving (Exodus 26:33–34)
168. Specifieke instructies (Exodus 27:1)
169. Leid ons hart (Exodus 28:30)
170. Apart gezet voor Gods doel (Exodus 29:21)
171. Maak mij rein (Exodus 30:21)
172. Gaven door Gods genade (Exodus 31:1-6)
173. Gebed en Gods berouw (Exodus 32:14)
174. God gaat mee (Exodus 33:14-16)
175. God, barmhartig en genadig (Exodus 34:6-8)
176. Een vrijgevig hart (Exodus 35:5)
177. Vrijgevigheid in de gemeente (Exodus 36:3-7)
178. Nieuwe genade (Exodus 37:9)
179. Gekend en geliefd door God (Exodus 38:25-26)
180. Zoals God het geboden heeft (Exodus 39:42-43)
181. Vrij om naar binnen te gaan (Exodus 40:34-35)
182. Kinderen van God (Johannes 1:12)
183. Zijn heerlijkheid geopenbaard (Johannes 2:11)
184. Hij moet meer worden (Johannes 3:30)
185. Sla je ogen op (Johannes 4:34-35)
186. Zoek niet de eer van mensen (Johannes 5:44)
187. Het Brood des levens (Johannes 6:35)
188. Stromen van levend water (Johannes 7:37-39)
189. Hij laat je niet alleen (Johannes 8:29)
190. Ogen om te zien (Johannes 9:39–41)
191. De Goede Herder (Johannes 10:10-11)
192. Geloof je dit? (Johannes 11:25-26)
193. Aanbid Christus (Johannes 12:3)
194. Als jullie elkaar liefhebben (Johannes 13:34-35)
195. De exclusiviteit van Christus (Johannes 14:6)
196. Dag en nacht (Psalm 1:1-2)
197. De volken zijn van Hem (Psalm 2:8)
198. God ondersteunde mij (Psalm 3:5)
199. In vrede (Psalm 4:8)
200. U hoort mijn stem (Psalm 5:4)
201. Mijn beenderen zijn verschrikt (Psalm 6:3)
202. Een rechtvaardige Rechter (Psalm 7:12)
203. Gemaakt naar Zijn beeld (Psalm 8:4-5)
204. Hij is God, wij maar mensen (Psalm 9:21)
205. Koning van gerechtigheid (Psalm 10:17-18)
206. Transcendent en immanent (Psalm 11:4)
207. Het gevaar van onze lippen (Psalm 12:4)
208. God is goed voor ons geweest (Psalm 13:6)
209. Er is niemand die goeddoet (Psalm 14:1-3)
210. Alleen door Christus (Psalm 15:1)
211. Onze Raadgever (Psalm 16:7)
212. Overvloed van blijdschap (Psalm 16:11)
213. We zullen Hem zien (Psalm 17:15)
214. Ik heb U hartelijk lief (Psalm 18:1)
215. Gods Woord bekeert de ziel (Psalm 19:8)
216. Ons vertrouwen waard (Psalm 20:8)
217. Vreugde bij Hem (Psalm 21:7)
218. Verlaten voor onze verlossing (Psalm 22:2)
219. Mij ontbreekt niets (Psalm 23:1)
220. Rein van handen en zuiver van hart (Psalm 24:3-4)
221. Maak ons nederig (Psalm 25:9)
222. Het belang van oprechtheid (Psalm 26:11)
223. We willen God (Psalm 27:4)
224. Tot U roep ik (Psalm 28:1)
225. De stem van God (Psalm 29:4)
226. In de morgen is er gejuich (Psalm 30:6)
227. Het laatste Offer (Leviticus 1:4)
228. Een aangename geur (Leviticus 2:9)
229. Geef het beste aan God (Leviticus 3:1)
230. Geneigd tot zonde (Leviticus 4:27-28)
231. De zonde van het zwijgen (Leviticus 5:1)
232. Zonde tegen anderen is zonde tegen God (Leviticus 6:2)
233. Dankbaarheid en dankzegging (Leviticus 7:11-12)
234. Een koninklijk priesterschap (Leviticus 8:30)
235. Een glimp van Gods heerlijkheid (Leviticus 9:6)
236. De ernst van de zonde (Leviticus 10:1-3)
237. Wees heilig (Leviticus 11:44-45)
238. De volgende generatie (Leviticus 12:3)
239. Gereinigd door Jezus (Leviticus 13:45-46)
240. Instrumenten van God (Leviticus 14:1-3)
241. Leef rein in Christus (Leviticus 15:31)
242. Hij denkt niet maar aan onze zonden (Leviticus 16:21-22)
243. Alleen het bloed van Jezus (Leviticus 17:11)
244. Niet van de wereld (Leviticus 18:3-4)
245. Heb je naaste lief als jezelf (Leviticus 19:18)
246. Ik heilig je (Leviticus 20:8)
247. Heilig Gods naam in de wereld (Leviticus 21:6)
248. Vertrouw en gehoorzaam (Leviticus 22:20)
249. Werk hard en rust goed (Leviticus 23:3)
250. Laat Uw naam geheiligd worden (Leviticus 24:16)
251. Jezus, ons jubeljaar (Leviticus 25:9-10)
252. Het leven met God (Leviticus 26:12)
253. Gods goedheid (Leviticus 27:34)
254. Jezus, God en mens (Hebreeën 1:3)
255. De dood is overwonnen (Hebreeën 2:14-15)
256. Kom mijn ongeloof te hulp (Hebreeën 3:19)
257. Sympathische resonantie (Hebreeën 4:14-16)
258. Volwassen in het geloof (Hebreeën 5:12-14)
259. Volharden in het geloof (Hebreeën 6:11-12)
260. Jezus, onze Middelaar (Hebreeën 7:25)
261. Zij zullen Mij allemaal kennen (Hebreeën 8:11)
262. Verwacht Hem (Hebreeën 9:27-28)
263. Vuur elkaar aan (Hebreeën 10:24-25)
264. Hij beloont wie Hem zoeken (Hebreeën 11:6)
265. Richt je ogen op Jezus (Hebreeën 12:1-2)
266. Toerusting tot elk goed werk (Hebreeën 13:20-21)
267. Alle geestelijke zegen in Christus (Efeze 1:3-6)
268. Het Evangelie (Efeze 2:8)
269. Een gebed, geïnspireerd door de Geest (Efeze 3:14-21)
270. De juiste manier van spreken (Efeze 4:29)
271. Het geheim van het huwelijk (Efeze 5:32-33)
272. Volharden in gebed (Efeze 6:18-19)
273. Een gebed voor anderen (Filippenzen 1:9-11)
274. Een onzelfzuchtig verlangen (Filippenzen 2:3)
275. Burgers van de hemel (Filippenzen 3:20-21)
276. Volg mij als ik Jezus volg (Filippenzen 4:9)
277. Bid voor je gemeente (Kolossenzen 1:9-12)
278. Laat je niet meeslepen (Kolossenzen 2:8)
279. Laat het Woord in je wonen (Kolossenzen 3:16)
280. Bid voor open deuren (Kolossenzen 4:2)
281. Ik ben bij je (Jeremia 1:4-8)
282. De Bron van levend water (Jeremia 2:11-13)
283. Herders naar Gods hart (Jeremia 3:15-18)
284. Het zware oordeel dat komt (Jeremia 4:19)
285. Iets verschrikkelijks en afschuwelijks (Jeremia 5:30-31)
286. Vreugde in heel Gods Woord (Jeremia 6:10)
287. Het goede leven (Jeremia 7:23)
288. Mijn hart is ziek (Jeremia 8:18)
289. Het kennen van God (Jeremia 9:23-24)
290. Niemand is U gelijk (Jeremia 10:6-7)
291. Bid voor vervolgde Christenen (Jeremia 11:21)
292. Getrouw om ons te vergeven (Jeremia 12:16)
293. De wortel van alle zonden (Jeremia 13:9)
294. We erkennen onze goddeloosheid (Jeremia 14:20)
295. Voed je met Gods Woord (Jeremia 15:16)
296. Mijn kracht, burcht en toevlucht (Jeremia 16:19)
297. Arglistig en ongeneeslijk ziek (Jeremia 17:9)
298. Klei en de pottenbakker (Jeremia 18:5-6)
299. Keer je af van de zonde (Jeremia 19:15)
300. Vervolgt om Gods Woord (Jeremia 20:1–2)
301. De weg naar het leven (Jeremia 21:8)
302. Gebouwd op gerechtigheid (Jeremia 22:13)
303. Jezus is onze gerechtigheid (Jeremia 23:5–6)
304. Verheug je in Hem (Jeremia 24:7)
305. Jezus dronk de beker (Jeremia 25:15)
306. Doe er geen woord van af (Jeremia 26:2)
307. Buitengewone zekerheid (Jeremia 27:5)
308. Verzacht waarschuwingen niet (Jeremia 28:8–9)
309. Onze toekomst en hoop in Christus (Jeremia 29:11–13)
310. Niet langer slaaf van zonde (Jeremia 30:8–9)
311. Een nieuw verbond in Christus (Jeremia 31:34)
312. Niets is voor U te wonderlijk (Jeremia 32:17)
313. Eeuwige zekerheid in Christus (Jeremia 33:20–22)
314. Bekeer je en vlucht voor de zonde (Jeremia 34:11)
315. God, onze Vader (Jeremia 35:14)
316. Luister naar God (Jeremia 36:11–12)
317. Gebed voor vervolgde Christenen (Jeremia 37:15)
318. Je kunt Hem vertrouwen (Jeremia 38:6)
319. Een eenvoudige waarheid (Jeremia 39:18)
320. Gods onfeilbaar Woord (Jeremia 40:2)
321. De ernst van egoïsme (Jeremia 41:2)
322. Zijn wegen zijn beter (Jeremia 42:20–21)
323. Onderzoek je leven (Jeremia 43:4)
324. Nederigheid, vrees en gehoorzaamheid (Jeremia 44:10)
325. Verlos ons van de focus op onszelf (Jeremia 45:5)
326. Gods genadige bestraffing (Jeremia 46:28)
327. Smeken voor zondaren (Jeremia 47:6)
328. Kinderen in een zondige wereld (Jeremia 48:4)
329. Vertrouw niet op je bezittingen en positie (Jeremia 49:4)
330. Gods toorn is echt (Jeremia 50:25)
331. Aanbid Hem alleen (Jeremia 51:15–17)
332. Het zal waar blijken te zijn (Jeremia 52:4)
333. Bekeer je van zonde (Jesaja 1:18-20)
334. Vertrouw niet op mensen (Jesaja 2:22)
335. Openlijk verzet (Jesaja 3:9)
336. Volkomen en heerlijk herstel (Jesaja 4:4-6)
337. Ben je te herkennen aan gerechtigheid? (Jesaja 5:7)
338. Mijn leven is van U (Jesaja 6:8)
339. God met ons (Jesaja 7:14)
340. Vrees God (Jesaja 8:13)
341. Een Kind is ons geboren (Jesaja 9:5-6)
342. Vlucht voor de zonde (Jesaja 10:4)
343. Een banier voor de volken (Jesaja 11:10)
344. Met vreugde water scheppen (Jesaja 12:3)
345. Klaag en huil (Jesaja 13:6)
346. Gods beloften houden stand (Jesaja 14:24)
347. Genade in het oordeel (Jesaja 15:5)
348. Gods medelijden (Jesaja 16:9)
349. De nutteloosheid van onze afgoden (Jesaja 17:7)
350. Waar het allemaal naar toe gaat (Jesaja 18:7)
351. De genade van bestraffing (Jesaja 19:22)
352. Leef je belijdenis (Jesaja 20:2)
353. Een vast fundament (Jesaja 21:16-17)
354. De grootste voldoening (Jesaja 22:12-13)
355. Een waarschuwing voor de welvarenden (Jesaja 23:9)
356. De gevolgen van de zonde (Jesaja 24:5-6)
357. De dood verslonden (Jesaja 25:7-9)
358. Volkomen vrede (Jesaja 26:3-4)
359. Het kwaad zal er niet meer zijn (Jesaja 27:1)
360. De wijsheid en raad van God (Jesaja 28:29)
361. Verberg je niet voor God (Jesaja 29:15)
362. De Heere wacht om je genadig te zijn (Jesaja 30:18)
363. Vertrouw niet op de dingen van deze wereld (Jesaja 31:1)
364. Een schuilplaats tegen de vloed (Jesaja 32:1-2)
365. O God, wees mijn kracht (Jesaja 33:2)
366. Een ernstig beeld van het oordeel (Jesaja 34:10)