Bid het Woord

Bid het Woord

David Platt · 365 overdenkingen

Voortgang in deze serie 25%

Overdenkingen van David Platt die je verlangen om Jezus te volgen aanwakkeren en je aansporen om te bidden.

Lees overdenking van vandaag

Alle overdenkingen

1. Eeuwige blijdschap (Jesaja 35:10) 2. De lege beloften van de wereld (Jesaja 36:16) 3. Zodat God bekend wordt (Jesaja 37:20) 4. God hoort het gebed (Jesaja 38:4-5) 5. Gods heerlijkheid door Zijn genade (Jesaja 48:9-11) 6. Gods Woord bestaat voor eeuwig (Jesaja 40:8) 7. Oneindige kracht (Jesaja 40:28-31) 8. Geen reden voor vrees (Jesaja 41:10) 9. Bewaar ons voor afgoderij (Jesaja 42:8) 10. Vrees niet, Ik ben bij je (Jesaja 43:1-3) 11. Keer tot Mij terug (Jesaja 44:22) 12. Gods genadige oproep voor de volken (Jesaja 45:22) 13. God heeft geen gelijke (Jesaja 46:5) 14. Het juiste perspectief (Jesaja 47:9) 15. Gods heerlijkheid door Zijn genade (Jesaja 48:9-11) 16. Gegraveerd in Zijn handpalmen (Jesaja 49:16) 17. Kracht om te redden (Jesaja 50:2) 18. God, onze Trooster (Jesaja 51:12) 19. Liefelijke voeten (Jesaja 52:7) 20. Geneigd om af te dwalen (Jesaja 53:6) 21. Een liefdesrelatie (Jesaja 54:5) 22. Verander onze gedachten (Jesaja 55:8—9) 23. Een gebedshuis (Jesaja 56:7) 24. Gods heiligheid, onze nederigheid (Jesaja 57:15) 25. De weg naar vrede (Jesaja 57:21) 26. Dode rituelen en ware gerechtigheid (Jesaja 58:6—8) 27. Wanneer de waarheid struikelt (Jesaja 59:14) 28. Laat die dag spoedig aanbreken (Jesaja 60:22) 29. Jezus, gezalfd met de Geest (Jesaja 61:1-3) 30. Blijf bidden om Gods verlossing (Jesaja 62:6-7) 31. Herinner Gods onveranderlijke liefde (Jesaja 63:7) 32. De Pottenbakker en het leem (Jesaja 64:8) 33. Een waarschuwing tegen ongehoorzaamheid (Jesaja 65:12) 34. Wat ons moet kenmerken (Jesaja 66:2) 35. Onder alle volken (Jesaja 66:18) 36. Er komt een dag (Openbaring 1:7—8) 37. Gevangen voor het Evangelie (Openbaring 2:10) 38. Terechtgewezen door Jezus (Openbaring 3:19) 39. Heilig, heilig, heilig (Openbaring 4:8) 40. Een nieuw lied voor het Lam (Openbaring 5:9) 41. De roep van de martelaren (Openbaring 6:9-11) 42. Een grote menigte (Openbaring 7:9-10) 43. De kracht van gebed (Openbaring 8:3-5) 44. Het gevaar van onbekeerd leven (Openbaring 9:20-21) 45. Bitterzoet (Openbaring 10:10) 46. Onze God wint (Openbaring 11:15) 47. Christus’ bloed bedekt ons (Openbaring 12:10-11) 48. Volharding in het geloof (Openbaring 13:10) 49. De eeuwigheid van de hel (Openbaring 14:11) 50. Niet meer bang voor de dood (Openbaring 14:13) 51. Een lied van alle tijden (Openbaring 15:3) 52. Als een dief in de nacht (Openbaring 16:15) 53. De verleiding van immoraliteit en afgoderij (Openbaring 17:6) 54. De koninkrijken van deze wereld vergaan (Openbaring 18:10) 55. Christus, onze overwinnende Koning (Openbaring 19:11-16) 56. Het levensboek en de vuurpoel (Openbaring 20:15) 57. Het heerlijkste aspect van de hemel (Openbaring 21:3) 58. Kom, Heere Jezus! (Openbaring 22:20) 59. Bidden en vasten, onze eerste reactie (Nehemia 1:4) 61. In staat gesteld voor gehoorzaamheid (Nehemia 2:19–20) 62. Volharden in het alledaagse (Nehemia 3:3) 63. Wees altijd waakzaam (Nehemia 4:17-18) 64. De strijd tegen zelfzucht (Nehemia 5:7) 65. Maak mijn handen sterk (Nehemia 6:9) 66. Weersta de verleiding (Nehemia 6:13) 67. Gebed 68. Ontzag en eerbied voor Gods Woord (Nehemia 8:6-7) 69. Gemeenschappelijk belijden (Nehemia 9:33-34) 70. Een verbondsgemeenschap (Nehemia 10:28-29) 71. Elk lid doet er toe (Nehemia 11:19) 72. Verblijd met grote blijdschap (Nehemia 12:42) 73. Verkondiging verschuldigd (Romeinen 1:14-16) 74. Goedertierenheid die tot bekering leidt (Romeinen 2:4) 75. De essentie van het Evangelie (Romeinen 3:23-25) 76. Geloof (Romeinen 4:3) 77. Vrede met God (Romeinen 5:1) 78. Instrumenten van gerechtigheid (Romeinen 6:12-14) 79. Ik ellendig mens, ik dank God (Romeinen 7:24-25) 80. Alles werkt mee ten goede (Romeinen 8:28-30) 81. We hebben ontferming nodig (Romeinen 9:16) 82. Hoe zullen zij horen? (Romeinen 10:14-15) 83. Verlies Gods heerlijkheid niet uit het oog (Romeinen 11:33) 84. Een levend offer (Romeinen 12:1) 85. Ingesteld door God (Romeinen 13:1) 86. Jaag de vrede na (Romeinen 14:19) 87. Waar Christus nog niet genoemd is (Romeinen 15:20-21) 88. Vervul trouw je rol (Romeinen 16:6-15) 89. In het begin (Genesis 1:1) 90. Werken en rusten (Genesis 2:2-3) 91. Zij zullen tot één vlees zijn (Genesis 2:24) 92. Gemaakt om bij Hem te zijn (Genesis 3:10) 93. Het eerste Evangelie (Genesis 3:15) 94. Onderzoek je hart (Genesis 4:8) 95. Wandel met God (Genesis 5:24) 96. Het verdriet van God (Genesis 6:5-6) 97. Alles wat God geboden heeft (Genesis 7:5) 98. Groot is Uw trouw (Genesis 8:21-22) 99. De zonde is doordringend (Genesis 9:20-21) 100. Bid voor bevolkingsgroepen (Genesis 10:5) 101. Het gevaar van ongehoorzaamheid (Genesis 11:2-4) 102. Gods zegen is niet alleen voor jou (Genesis 12:3) 103. Speel niet met de zonde (Genesis 13:12-13) 104. Priester en Koning (Genesis 14:18-20) 105. Gerekend tot gerechtigheid (Genesis 15:6) 106. Hij ziet naar je om (Genesis 16:13) 107. Goed nieuws voor de volken (Genesis 17:6) 108. Is er iets te moeilijk voor God? (Genesis 18:14) 109. Beroep je op Gods gerechtigheid (Genesis 18:25) 110. Luister naar waarschuwingen (Genesis 19:14) 111. Onze neiging om te liegen (Genesis 20:12-13) 112. God vervult al Zijn beloften (Genesis 21:1) 113. Houd niets voor God achter (Genesis 22:15-18) 114. Rouwen met hoop (Genesis 23:2) 115. Trouwen, of niet, en Gods voorzienigheid (Genesis 24:67) 116. Onvruchtbaarheid en Gods trouw (Genesis 25:21) 117. Hij zal je paden rechtmaken (Genesis 26:1-2) 118. Soevereine raadsels (Genesis 27:24) 119. Toegang tot de hemel (Genesis 28:12-14) 120. Een groeiende liefde (Genesis 29:20) 121. Reageer niet op zonde met zonde (Genesis 31:19-20) 122. Gods onveranderlijke liefde en trouw (Genesis 32:9-12) 123. Te kort geschoten (Genesis 33:18-20) 124. Vertrouw God als rechter (Genesis 34:25) 125. Een tweede kans (Genesis 35:1–3) 126. Alles is onder controle (Genesis 37:28) 127. We kunnen zonde niet verbergen (Genesis 38:24) 128. We kunnen zonde niet verbergen (Genesis 38:24) 129. God was met hem (Genesis 39:2-3) 130. Vertrouwen in beproeving (Genesis 40:8) 131. Vruchtbaar in verdrukking (Genesis 41:52) 132. Wat God zegt, gebeurt (Genesis 42:9) 133. Onverdiende goedheid (Genesis 43:33) 134. Een algenoegzame Plaatvervanger (Genesis 44:33-34) 135. Altijd aan het werk (Genesis 45:5) 136. De leidende aanwezigheid van God (Genesis 46:3-4) 137. Geen reden voor zorgen (Genesis 47:27) 138. Een gelovig nageslacht (Genesis 48:14-16) 139. Waar het naar toe gaat (Genesis 49:9-10) 140. God werkt voor het goede (Genesis 50:19-20) 141. Vergeet nooit Gods trouw (Exodus 1:8) 142. De God die hoort en helpt (Exodus 2:23) 143. Ik zal met je zijn (Exodus 3:11-12) 144. Geloof niet in jezelf (Exodus 4:10-12) 145. Heerlijkheid op de lange termijn (Exodus 5:22-23) 146. De beloften van God (Exodus 6:5-7) 147. God is het middelpunt (Exodus 7:5) 148. Pleiten in gebed (Exodus 8:13) 149. IJverig voor de bekendheid van Zijn naam (Exodus 9:16) 150. Verleiding tot compromissen (Exodus 10:24) 151. God gaf het volk genade (Exodus 11:3) 152. Christus, ons Paaslam (Exodus 12:13) 153. Geef het geloof trouw door (Exodus 13:8) 154. Gods liefdevolle leiding (Exodus 13:21- 22) 155. God zal voor je strijden (Exodus 14:14) 156. God is mijn kracht en mijn lied (Exodus 15:2) 157. Gods genadige zorg (Exodus 16:19-20) 158. We moeten samen zijn (Exodus 17:12) 159. Leiders in de gemeente (Exodus 18:23) 160. Gods eigendom (Exodus 19:5-6) 161. De vrees die ons leven moet kenmerken (Exodus 20:20) 162. De wet die naar het leven leidt (Exodus 21:1) 163. Wezen, weduwen en vreemdelingen (Exodus 22:21-22) 164. Bid om geduld (Exodus 23:29-30) 165. Gemeenschap met een verterend vuur (Exodus 24:17-18) 166. Ga naar de genadetroon (Exodus 25:22) 167. Gods genade voor je omgeving (Exodus 26:33–34) 168. Specifieke instructies (Exodus 27:1) 169. Leid ons hart (Exodus 28:30) 170. Apart gezet voor Gods doel (Exodus 29:21) 171. Maak mij rein (Exodus 30:21) 172. Gaven door Gods genade (Exodus 31:1-6) 173. Gebed en Gods berouw (Exodus 32:14) 174. God gaat mee (Exodus 33:14-16) 175. God, barmhartig en genadig (Exodus 34:6-8) 176. Een vrijgevig hart (Exodus 35:5) 177. Vrijgevigheid in de gemeente (Exodus 36:3-7) 178. Nieuwe genade (Exodus 37:9) 179. Gekend en geliefd door God (Exodus 38:25-26) 180. Zoals God het geboden heeft (Exodus 39:42-43) 181. Vrij om naar binnen te gaan (Exodus 40:34-35) 182. Kinderen van God (Johannes 1:12) 183. Zijn heerlijkheid geopenbaard (Johannes 2:11) 184. Hij moet meer worden (Johannes 3:30) 185. Sla je ogen op (Johannes 4:34-35) 186. Zoek niet de eer van mensen (Johannes 5:44) 187. Het Brood des levens (Johannes 6:35) 188. Stromen van levend water (Johannes 7:37-39) 189. Hij laat je niet alleen (Johannes 8:29) 190. Ogen om te zien (Johannes 9:39–41) 191. De Goede Herder (Johannes 10:10-11) 192. Geloof je dit? (Johannes 11:25-26) 193. Aanbid Christus (Johannes 12:3) 194. Als jullie elkaar liefhebben (Johannes 13:34-35) 195. De exclusiviteit van Christus (Johannes 14:6) 196. Dag en nacht (Psalm 1:1-2) 197. De volken zijn van Hem (Psalm 2:8) 198. God ondersteunde mij (Psalm 3:5) 199. In vrede (Psalm 4:8) 200. U hoort mijn stem (Psalm 5:4) 201. Mijn beenderen zijn verschrikt (Psalm 6:3) 202. Een rechtvaardige Rechter (Psalm 7:12) 203. Gemaakt naar Zijn beeld (Psalm 8:4-5) 204. Hij is God, wij maar mensen (Psalm 9:21) 205. Koning van gerechtigheid (Psalm 10:17-18) 206. Transcendent en immanent (Psalm 11:4) 207. Het gevaar van onze lippen (Psalm 12:4) 208. God is goed voor ons geweest (Psalm 13:6) 209. Er is niemand die goeddoet (Psalm 14:1-3) 210. Alleen door Christus (Psalm 15:1) 211. Onze Raadgever (Psalm 16:7) 212. Overvloed van blijdschap (Psalm 16:11) 213. We zullen Hem zien (Psalm 17:15) 214. Ik heb U hartelijk lief (Psalm 18:1) 215. Gods Woord bekeert de ziel (Psalm 19:8) 216. Ons vertrouwen waard (Psalm 20:8) 217. Vreugde bij Hem (Psalm 21:7) 218. Verlaten voor onze verlossing (Psalm 22:2) 219. Mij ontbreekt niets (Psalm 23:1) 220. Rein van handen en zuiver van hart (Psalm 24:3-4) 221. Maak ons nederig (Psalm 25:9) 222. Het belang van oprechtheid (Psalm 26:11) 223. We willen God (Psalm 27:4) 224. Tot U roep ik (Psalm 28:1) 225. De stem van God (Psalm 29:4) 226. In de morgen is er gejuich (Psalm 30:6) 227. Het laatste Offer (Leviticus 1:4) 228. Een aangename geur (Leviticus 2:9) 229. Geef het beste aan God (Leviticus 3:1) 230. Geneigd tot zonde (Leviticus 4:27-28) 231. De zonde van het zwijgen (Leviticus 5:1) 232. Zonde tegen anderen is zonde tegen God (Leviticus 6:2) 233. Dankbaarheid en dankzegging (Leviticus 7:11-12) 234. Een koninklijk priesterschap (Leviticus 8:30) 235. Een glimp van Gods heerlijkheid (Leviticus 9:6) 236. De ernst van de zonde (Leviticus 10:1-3) 237. Wees heilig (Leviticus 11:44-45) 238. De volgende generatie (Leviticus 12:3) 239. Gereinigd door Jezus (Leviticus 13:45-46) 240. Instrumenten van God (Leviticus 14:1-3) 241. Leef rein in Christus (Leviticus 15:31) 242. Hij denkt niet maar aan onze zonden (Leviticus 16:21-22) 243. Alleen het bloed van Jezus (Leviticus 17:11) 244. Niet van de wereld (Leviticus 18:3-4) 245. Heb je naaste lief als jezelf (Leviticus 19:18) 246. Ik heilig je (Leviticus 20:8) 247. Heilig Gods naam in de wereld (Leviticus 21:6) 248. Vertrouw en gehoorzaam (Leviticus 22:20) 249. Werk hard en rust goed (Leviticus 23:3) 250. Laat Uw naam geheiligd worden (Leviticus 24:16) 251. Jezus, ons jubeljaar (Leviticus 25:9-10) 252. Het leven met God (Leviticus 26:12) 253. Gods goedheid (Leviticus 27:34) 254. Jezus, God en mens (Hebreeën 1:3) 255. De dood is overwonnen (Hebreeën 2:14-15) 256. Kom mijn ongeloof te hulp (Hebreeën 3:19) 257. Sympathische resonantie (Hebreeën 4:14-16) 258. Volwassen in het geloof (Hebreeën 5:12-14) 259. Volharden in het geloof (Hebreeën 6:11-12) 260. Jezus, onze Middelaar (Hebreeën 7:25) 261. Zij zullen Mij allemaal kennen (Hebreeën 8:11) 262. Verwacht Hem (Hebreeën 9:27-28) 263. Vuur elkaar aan (Hebreeën 10:24-25) 264. Hij beloont wie Hem zoeken (Hebreeën 11:6) 265. Richt je ogen op Jezus (Hebreeën 12:1-2) 266. Toerusting tot elk goed werk (Hebreeën 13:20-21) 267. Alle geestelijke zegen in Christus (Efeze 1:3-6) 268. Het Evangelie (Efeze 2:8) 269. Een gebed, geïnspireerd door de Geest (Efeze 3:14-21) 270. De juiste manier van spreken (Efeze 4:29) 271. Het geheim van het huwelijk (Efeze 5:32-33) 272. Volharden in gebed (Efeze 6:18-19) 273. Een gebed voor anderen (Filippenzen 1:9-11) 274. Een onzelfzuchtig verlangen (Filippenzen 2:3) 275. Burgers van de hemel (Filippenzen 3:20-21) 276. Volg mij als ik Jezus volg (Filippenzen 4:9) 277. Bid voor je gemeente (Kolossenzen 1:9-12) 278. Laat je niet meeslepen (Kolossenzen 2:8) 279. Laat het Woord in je wonen (Kolossenzen 3:16) 280. Bid voor open deuren (Kolossenzen 4:2) 281. Ik ben bij je (Jeremia 1:4-8) 282. De Bron van levend water (Jeremia 2:11-13) 283. Herders naar Gods hart (Jeremia 3:15-18) 284. Het zware oordeel dat komt (Jeremia 4:19) 285. Iets verschrikkelijks en afschuwelijks (Jeremia 5:30-31) 286. Vreugde in heel Gods Woord (Jeremia 6:10) 287. Het goede leven (Jeremia 7:23) 288. Mijn hart is ziek (Jeremia 8:18) 289. Het kennen van God (Jeremia 9:23-24) 290. Niemand is U gelijk (Jeremia 10:6-7) 291. Bid voor vervolgde Christenen (Jeremia 11:21) 292. Getrouw om ons te vergeven (Jeremia 12:16) 293. De wortel van alle zonden (Jeremia 13:9) 294. We erkennen onze goddeloosheid (Jeremia 14:20) 295. Voed je met Gods Woord (Jeremia 15:16) 296. Mijn kracht, burcht en toevlucht (Jeremia 16:19) 297. Arglistig en ongeneeslijk ziek (Jeremia 17:9) 298. Klei en de pottenbakker (Jeremia 18:5-6) 299. Keer je af van de zonde (Jeremia 19:15) 300. Vervolgt om Gods Woord (Jeremia 20:1–2) 301. De weg naar het leven (Jeremia 21:8) 302. Gebouwd op gerechtigheid (Jeremia 22:13) 303. Jezus is onze gerechtigheid (Jeremia 23:5–6) 304. Verheug je in Hem (Jeremia 24:7) 305. Jezus dronk de beker (Jeremia 25:15) 306. Doe er geen woord van af (Jeremia 26:2) 307. Buitengewone zekerheid (Jeremia 27:5) 308. Verzacht waarschuwingen niet (Jeremia 28:8–9) 309. Onze toekomst en hoop in Christus (Jeremia 29:11–13) 310. Niet langer slaaf van zonde (Jeremia 30:8–9) 311. Een nieuw verbond in Christus (Jeremia 31:34) 312. Niets is voor U te wonderlijk (Jeremia 32:17) 313. Eeuwige zekerheid in Christus (Jeremia 33:20–22) 314. Bekeer je en vlucht voor de zonde (Jeremia 34:11) 315. God, onze Vader (Jeremia 35:14) 316. Luister naar God (Jeremia 36:11–12) 317. Gebed voor vervolgde Christenen (Jeremia 37:15) 318. Je kunt Hem vertrouwen (Jeremia 38:6) 319. Een eenvoudige waarheid (Jeremia 39:18) 320. Gods onfeilbaar Woord (Jeremia 40:2) 321. De ernst van egoïsme (Jeremia 41:2) 322. Zijn wegen zijn beter (Jeremia 42:20–21) 323. Onderzoek je leven (Jeremia 43:4) 324. Nederigheid, vrees en gehoorzaamheid (Jeremia 44:10) 325. Verlos ons van de focus op onszelf (Jeremia 45:5) 326. Gods genadige bestraffing (Jeremia 46:28) 327. Smeken voor zondaren (Jeremia 47:6) 328. Kinderen in een zondige wereld (Jeremia 48:4) 329. Vertrouw niet op je bezittingen en positie (Jeremia 49:4) 330. Gods toorn is echt (Jeremia 50:25) 331. Aanbid Hem alleen (Jeremia 51:15–17) 332. Het zal waar blijken te zijn (Jeremia 52:4) 333. Bekeer je van zonde (Jesaja 1:18-20) 334. Vertrouw niet op mensen (Jesaja 2:22) 335. Openlijk verzet (Jesaja 3:9) 336. Volkomen en heerlijk herstel (Jesaja 4:4-6) 337. Ben je te herkennen aan gerechtigheid? (Jesaja 5:7) 338. Mijn leven is van U (Jesaja 6:8) 339. God met ons (Jesaja 7:14) 340. Vrees God (Jesaja 8:13) 341. Een Kind is ons geboren (Jesaja 9:5-6) 342. Vlucht voor de zonde (Jesaja 10:4) 343. Een banier voor de volken (Jesaja 11:10) 344. Met vreugde water scheppen (Jesaja 12:3) 345. Klaag en huil (Jesaja 13:6) 346. Gods beloften houden stand (Jesaja 14:24) 347. Genade in het oordeel (Jesaja 15:5) 348. Gods medelijden (Jesaja 16:9) 349. De nutteloosheid van onze afgoden (Jesaja 17:7) 350. Waar het allemaal naar toe gaat (Jesaja 18:7) 351. De genade van bestraffing (Jesaja 19:22) 352. Leef je belijdenis (Jesaja 20:2) 353. Een vast fundament (Jesaja 21:16-17) 354. De grootste voldoening (Jesaja 22:12-13) 355. Een waarschuwing voor de welvarenden (Jesaja 23:9) 356. De gevolgen van de zonde (Jesaja 24:5-6) 357. De dood verslonden (Jesaja 25:7-9) 358. Volkomen vrede (Jesaja 26:3-4) 359. Het kwaad zal er niet meer zijn (Jesaja 27:1) 360. De wijsheid en raad van God (Jesaja 28:29) 361. Verberg je niet voor God (Jesaja 29:15) 362. De Heere wacht om je genadig te zijn (Jesaja 30:18) 363. Vertrouw niet op de dingen van deze wereld (Jesaja 31:1) 364. Een schuilplaats tegen de vloed (Jesaja 32:1-2) 365. O God, wees mijn kracht (Jesaja 33:2) 366. Een ernstig beeld van het oordeel (Jesaja 34:10)