‘Hij heeft ons voorbestemd om als Zijn kinderen aangenomen te worden, door Jezus Christus, in Zichzelf, overeenkomstig het welbehagen van Zijn wil’ (Efeze 1:5).
De ervaring die Spurgeon had ligt niet buiten bereik van gewone christenen.
Charles Haddon Spurgeon (1834-1892) diende de Metropolitan Tabernacle in London meer dan dertig jaar lang. Hij was in zijn tijd een beroemde predikant.
Zijn prediking was zo krachtig dat er iedere week mensen tot geloof in Christus kwamen. Zijn preken worden nog steeds uitgegeven en hij wordt wel gezien als een schoolvoorbeeld van een Evangelieverkondiger.
Hij vertelt over iets wat gebeurde toen hij zestien was. Deze ervaring heeft zijn leven en werk voor altijd gestempeld.
‘Toen ik tot Christus kwam, dacht ik dat ik dat helemaal zelf had gedaan. Ik had de Heere ernstig gezocht, maar ik had er geen idee van dat de Heere mij ook zocht. Ik denk niet dat iemand die tot geloof komt zich daar in eerste instantie bewust van is.
Ik herinner me de dag en het uur dat de leer van uitverkiezing voor het eerst tot in het diepst van mijn ziel tot me doordrong – ze werd toen, zoals John Bunyan het zegt, als het ware in mijn hart gebrand met een heet brandijzer. Ik herinner me dat ik voor mijn gevoel opeens van een baby veranderd was in een volwassen man – dat mijn kennis van de Schrift ineens sterk was toegenomen, omdat ik, voor eens en voor altijd, de sleutel had gevonden om de waarheid van God te verstaan.
Toen ik op die bewuste doordeweekse avond in Gods huis zat, dacht ik amper na over de inhoud van de preek, want ik geloofde het niet.
Eén vraag trof mij: hoe ben je eigenlijk christen geworden? Ja, ik had de Heere gezocht. Maar hoe kwam het dat ik de Heere ging zoeken? De waarheid drong plotseling tot me door: ik zou Hem niet gezocht hebben als er daarvoor niet een aantal dingen waren gebeurd die mij hadden beïnvloed en ervoor zorgden dat ik Hem ging zoeken. Ik had gebeden, bedacht ik, maar toen vroeg ik mezelf af: hoe kwam het eigenlijk dat ik ging bidden? Ik werd tot bidden gedrongen door het lezen van de Bijbel. Maar hoe kwam het dat ik de Schriften ging lezen?
Toen besefte ik plotseling dat God aan het begin van dit alles stond en dat Hij het geloof in mij had gewerkt. Zo ging het hele leerstuk van de genade voor mij leven, en van die leer ben ik tot op de dag van vandaag niet afgeweken. Het is mijn verlangen dat dit altijd mijn belijdenis zal zijn: mijn bekering heb ik van begin tot eind aan God te danken.’
Beschikbaar gesteld door DesiringGod.org