‘Want niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat, maar hij voedt en koestert het, zoals ook de Heere de gemeente. Want wij zijn leden van Zijn lichaam, van Zijn vlees en van Zijn gebeente’ (Efeze 5:29-30).
De band tussen Christus en Zijn bruid is heel hecht (ze zijn ‘één vlees’); als iemand iets goeds voor de bruid doet, doet hij dat net zo goed voor Christus Zelf. De onverholen waarheid van deze verzen is dat juist dit feit de Heere ertoe aanzet om Zijn bruid te voeden, te koesteren, te heiligen en te reinigen.
Volgens sommige definities kan dit geen liefde zijn. Liefde moet volgens veel mensen vrij zijn van eigen belang — zeker christelijke liefde, de liefde van Christus. Ik heb zo’n opvatting over liefde nooit kunnen rijmen met dit Schriftgedeelte.
Toch noemt deze tekst dat wat Jezus deed voor Zijn bruid duidelijk liefde: ‘Mannen, heb uw eigen vrouw lief, zoals ook Christus de gemeente liefgehad heeft’ (Efeze 5:25). Waarom laten we deze tekst de liefde niet definiëren, in plaats dat we onze eigen ethiek en filosofie in een definitie verwerken? Volgens deze tekst is het liefde als we onze vreugde vinden in de heilige vreugde van degene die we liefhebben.
Je kunt liefde en eigenbelang niet van elkaar scheiden, want eigenbelang is niet hetzelfde als egoïsme. Egoïsme zoekt het eigen geluk ten koste van anderen.
Liefde zoekt zijn geluk in het geluk van de geliefde. Wie echt liefheeft, is zelfs bereid om te lijden en sterven voor zijn geliefde, want zijn blijdschap wordt vervuld in het leven en de smetteloosheid van degene die hij liefheeft.
Zo heeft Christus ons liefgehad, en Hij roept ons op om elkaar ook op deze manier lief te hebben.
Beschikbaar gesteld door DesiringGod.org