‘Maar mijn God zal u, overeenkomstig Zijn rijkdom, voorzien van alles wat u nodig hebt, in heerlijkheid, door Christus Jezus’ (Filippenzen 4:19).
In Filippenzen 4:6 zegt Paulus: ‘Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God.’ En dan in Filippenzen 4:19 (slechts dertien verzen later) geeft hij de bevrijdende belofte van toekomstige genade, zoals Jezus die ook gaf: ‘Maar mijn God zal u, overeenkomstig Zijn rijkdom, voorzien van alles wat u nodig hebt, in heerlijkheid, door Christus Jezus.’
Als we leven door geloof in deze belofte van toekomstige genade, maakt angst bijna geen kans. Gods ‘rijkdom in heerlijkheid’ is onuitputtelijk. Het is Zijn bedoeling dat we niet bezorgd zijn over de toekomst.
We moeten doen wat Jezus en Paulus ons voorhouden: we moeten het ongeloof van de angst bestrijden met de beloften van toekomstige genade.
Als ik bezorgd ben over een of andere gewaagde onderneming of een ontmoeting waar veel van afhangt, bestrijd ik mijn ongeloof met Jesaja 41:10, de belofte die ik in mijn leven misschien wel het meest heb gebruikt. Op de dag dat ik voor drie jaar naar Duitsland vertrok, belde mijn vader me op en gaf me deze belofte mee. In de drie jaar die volgden heb ik deze woorden voor mezelf misschien wel 500 keer aangehaald, om mezelf moed te geven in tijden dat ik gebukt ging onder grote spanningen. ‘Wees niet bevreesd, want Ik ben met u, wees niet verschrikt, want Ik ben uw God. Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met Mijn rechterhand, die gerechtigheid werkt’ (Jesaja 41:10).
Als de motor van mijn hoofd staat te draaien, is het geronk dat je hoort het geluid van Jesaja 41:10.
Beschikbaar gesteld door DesiringGod.org