‘Wees niet bevreesd, want God is gekomen om u op de proef te stellen en opdat de vreze voor Hem u voor ogen staat, opdat u niet zondigt.’ (Exodus 20:20)
Er is een slaafse vrees die ons bij God vandaan jaagt. Er is ook een zoete vrees die ons naar God toe trekt. Mozes waarschuwt voor het eerste en roept in hetzelfde vers op tot het tweede: ‘Wees niet bevreesd, want God is gekomen om u op de proef te stellen en opdat de vreze voor Hem u voor ogen staat, opdat u niet zondigt.’
Een mooi beeld is in dit verband de kennismaking van mijn zoon Karsten met een Duitse herder. We waren op bezoek bij een gezin uit onze gemeente. Mijn zoon Karsten zal een jaar of zeven geweest zijn. Er was daar een enorme hond. Het was een vriendelijk dier en Karsten was al snel met hem bevriend. Maar toen stuurden we Karsten even naar de auto om iets te halen. Hij rende richting de auto – en de hond kwam grommend achter hem aangerend. Karsten werd natuurlijk bang. Maar het baasje van de hond riep: ‘Karsten, je kunt beter gewoon lopen, dan is er niets aan de hand. De hond houdt er niet van als mensen bij hem wegrennen.’
Zo lang Karsten de hond knuffelde, was hij vriendelijk en likte hij zelfs zijn gezicht. Maar zodra hij bij de hond vandaan rende, gromde het beest en jaagde hij Karsten de stuipen op het lijf.
Dat is nu precies wat het betekent om de Heere te vrezen. Met Zijn kracht en heiligheid wil God vrees in ons aanwakkeren, niet met het doel om ons bij Hem vandaan te jagen, maar om ons naar Zich toe te trekken.
Beschikbaar gesteld door DesiringGod.org