Onwankelbare Vreugde

Bang om te dwalen

Dag 111 van 366 · 20 april 2026
30%

’Hoe groot is Uw goed, dat U weggelegd hebt voor wie U vrezen, dat U bereid hebt voor wie tot U de toevlucht nemen ten aanschouwen van de mensenkinderen’ (Psalm 31:20).

Overdenk twee belangrijke waarheden uit Psalm 31:20.


1. De goedheid van de Heere
Er is een bijzondere goedheid van God. Dat wil zeggen dat er niet alleen Gods algemene goedheid is die Hij toont aan alle mensen, zoals het opgaan van de zon over slechte en goede mensen (Mattheüs 5:45), maar ook een bijzondere goedheid voor degenen die Hem vrezen.


Deze goedheid is onmetelijk groot. Ze is grenzeloos. Ze is eeuwig. Ze is allesomvattend. Er is enkel goedheid voor degenen die Hem vrezen. Alles werkt samen voor hun goed. Zelfs hun pijn wordt gevuld met winst (Romeinen 5:3-5).


Maar degenen die Hem niet vrezen ontvangen een tijdelijke goedheid – een goedheid die niet leidt tot bekering, maar tot een ergere verwoesting (Romeinen 2:4)


2. Het vrezen van de Heere
Het vrezen van de Heere is de vrees om bij Hem weg te dwalen. Daarom uit deze vrees zich in het toevlucht nemen tot God. Daarom zijn er twee voorwaarden genoemd in Psalm 31:20 – het vrezen van de Heere en het toevlucht nemen tot Hem.


Dit lijken tegenpolen. Angst lijkt weg te jagen, toevlucht nemen lijkt dichterbij te trekken. Maar als we deze angst zien als de angst om niet dichterbij getrokken te worden, dan werken ze samen.


Er is een werkelijk beven voor de heiligen. ‘Werk aan uw eigen zaligheid met vrees en beven’ (Filippenzen 2:12). Maar het is het beven wat iemand voelt in de armen van een Vader Die zojuist Zijn kind uit de onderstroom van de oceaan heeft gerukt.

Beschikbaar gesteld door DesiringGod.org

Gerelateerde artikelen

Alle