Door John Piper
Mozes heeft tegen de vaderen gezegd: De Heere, uw God, zal voor u een Profeet laten opstaan uit uw broeders, zoals ik; naar Hem moet u luisteren in alles wat Hij tot u zal spreken. En het zal zo zijn dat al wie niet geluisterd zal hebben naar deze Profeet, uit het volk uitgeroeid zal worden. En ook al de profeten vanaf Samuel en zovelen als er daarna gesproken hebben, hebben deze dagen aangekondigd. U bent kinderen van de profeten en van het verbond dat God met onze vaderen sloot, toen Hij tegen Abraham zei: En in uw Nageslacht zullen alle geslachten van de aarde gezegend worden. God, Die Zijn Kind Jezus heeft doen opstaan, heeft Hem eerst naar u gezonden om u hierin te zegenen dat Hij ieder van u zou afbrengen van zijn slechte daden. (Handelingen 3:22-26)
Dit gedeelte leert ons dat God Jezus op het toneel van de geschiedenis plaatste om de mensen te zegenen. ’In uw Nageslacht zullen alle geslachten van de aarde gezegend worden.’
God zei tegen Zijn Zoon in de hemel: ’De tijd is vervuld. Ik heb zegen beloofd, nu is het tijd om mijn belofte waar te maken. Ik zend Jou met Mijn zegen, want Ik wil dat er zegen komt in de wereld, Ik heb zo veel te geven. Ga nu en zegen Mijn volk, zegen hen, ja, zegen alle families van de aarde via hen. Zegen hen, ja, zegen hen.’
Je kunt dit zien in vers 25 en 26, waarin Gods zegen twee keer wordt genoemd. Vers 26 zegt expliciet dat God Jezus heeft gezonden naar het volk Israël om hen te zegenen. Als er staat dat God Hem eerst naar Israël heeft gezonden, betekent dit dat Hij de zegen daarna naar anderen zal zenden. Vers 25 maakt duidelijk dat dit Gods bedoeling was in het verbond dat Hij met Abraham sloot: In jou ’zullen alle geslachten van de aarde gezegend worden.’ Zegen voor de Joden en daarna, via hen, via de Joodse Messias, zegen voor alle volken. Daar hoor jij ook bij.
Daarom zeg ik tegen jou dat God in deze adventstijd met Zijn zegen naar je toe komt. Je wordt genoemd in vers 25. Het maakt niet uit dat er al tweeduizend jaar zijn verstreken. Bij God zijn duizend jaar als één dag (2 Petrus 3:8). Voor Hem is het alsof Hij deze beloften nog maar twee dagen geleden heeft gedaan. Zo recent is deze zegen op dit moment voor jou. Als je in geloof naar Hem toe gaat, zul je die zegen ontvangen. Daar draait het kerstfeest om: de grootste zegen.