365x Spurgeon

Troost uit dat wat God niet gezegd heeft

Dag 131 van 365 · 10 mei 2026
36%

Ik heb niet in het verborgene gesproken, in een duistere plaats op aarde. Ik heb tegen het nageslacht van Jakob niet gezegd: Zoek Mij tevergeefs. (Jesaja 45:19)


Lees verder Psalm 65:1—5.
https://bible.com/bible/1990/psa.65.1-5.HSV

Het is in overeenstemming met Gods natuur om gebeden te horen. We geloven dat alles wat in overeenstemming is met Gods natuur waar is. We kunnen geen eigenschap van God ontdekken die verhoring in de weg zou kunnen staan. Je zou kunnen denken dat Zijn rechtvaardigheid in de weg zou kunnen staan, maar het recht is zo tevredengesteld door de verzoening van Christus dat het recht eerder voor verhoring pleit.


Omdat Christus de zonde heeft weggedaan, omdat Hij zegen heeft gekocht, lijkt het rechtvaardig dat God de gebeden aanvaardt van hen voor wie Jezus stierf. Het is rechtvaardig dat Hij ze de zegen geeft die Christus voor hen kocht (1 Johannes 1:9).


Alle eigenschappen van God zeggen tegen de zondaar: 'Kom, kom, kom naar de genadetroon en je zult krijgen wat je wilt.' Kracht strekt zijn sterke arm uit en roept: 'Ik zal je helpen, wees niet bang.' De heldere ogen van liefde glimlachen en ze roepen: 'Met eeuwige liefde heb Ik u liefgehad, daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid' (Jeremia 31:3). De waarheid spreekt in haar heldere en duidelijke taal: 'Wie zoekt, die vindt; en voor wie klopt zal opengedaan worden' (Mattheüs 7:8). Onveranderlijkheid zegt: 'Want ík, de HEERE, ben niet veranderd, ú, kinderen van Jakob, bent daarom niet omgekomen' (Maleachi 3:6).


Elke eigenschap van Gods karakter pleit voor degene die bidt; je kunt ze zelf ook bedenken. Ik kan geen eigenschap van God bedenken die een bezwaar zou kunnen aandragen tegen je gebed. Daarom denk ik dat God je zeker zal horen als dat Hem werkelijk zal verheerlijken en Hem niet zal onteren. 'Maar,' zeg je, 'ik ben zo’n grote zondaar!' Dat geeft me nog een argument: zou het Gods liefde en genade niet verheerlijken als Hij Zijn genade geeft aan degenen die dat het minst verdienen?

De God die wij allemaal hebben beledigd is niet meer beledigd maar blij als we toegeven dat we straf verdienen voor onze zonde, Hij is blij als we Hem vragen om ons om Jezus’ wil te redden (Lukas 18:13–14; 2 Petrus 3:9). De mensen die Hem blijven beledigen zijn de mensen die Hem weigeren te zoeken, ze zeggen: 'Betaal mij wat u schuldig bent' (Mattheüs 18:28). Dat is uiterst onverstandig: 'Want het loon van de zonde is de dood' (Romeinen 6:23).

Gerelateerde artikelen

Alle