365x Spurgeon

Jezus’ verschijning aan Maria

Dag 107 van 365 · 16 april 2026
29%

En toen Jezus opgestaan was, 's morgens vroeg op de eerste dag van de week, verscheen Hij eerst aan Maria Magdalena, uit wie Hij zeven demonen uitgedreaven had. (Markus 16:9)


Lees verder Johannes 20:11—18.
https://www.bible.com/bible/1990/jhn.20.11-18.hsv

“Ze ging heen en berichtte het aan hen die bij Hem geweest waren” (Markus 16:10). Zo vertelde Maria Magdalena anderen dat ze de Verlosser had gevonden. Als je het voorrecht hebt om de Heere Jezus te zien, houd Hem dan niet voor jezelf. Heb je honing gevonden? Proef ervan, maar ga en vertel het aan anderen. Je kunt de Verlosser niet hebben gezien zonder ernaar te verlangen Hem aan anderen te laten zien. Je vroomheid is schijnvroomheid wanneer het niet leidt tot praktisch dienen.


Zijn er hier geen mensen zoals Maria Magdalena, verlost van zeven duivelen? Je hebt de kracht van Gods genade in je hart gevoeld, je houdt van je Verlosser en je verlangt naar gemeenschap met Hem. Mijn lieve zuster, zodra je gemeenschap hebt, wees dan niet bang om anderen te vertellen wat de Heere persoonlijk tegen jou heeft gezegd. We willen niet dat vrouwen de preekstoel opgaan, dan schenden we zowel de genade als de natuur, dan beledigen we zowel de goede manieren als Gods eigen wet. Maar je hebt je eigen gebied. Je hebt je eigen werkplaats, verzamel de andere vrouwen om je heen en je kinderen. Je hebt veel mogelijkheden. Vertel anderen dat Jezus is opgestaan, dat er opstandingsleven is en dat jij dat weet. Vertel dat je ernaar verlangt dat ook anderen opstaan uit het graf van de zonde in een nieuw leven in Jezus.


Zo ook voor jullie, mannen en broeders, jullie moeten vooral leraren en herders zijn. Ik roep jullie op om, wat je ook hebt gevonden in de cirkel van vuur waar de grootste gemeenschap is, wat Christus je ook heeft laten zien toen je alleen met Hem was, dat te vertellen aan Zijn familie, voed Zijn kudde ermee.

Vrouwen moeten geen geestelijk gezag uitoefenen over mannen (1 Korinthe 14:33–35; 1 Timotheüs 2:11–14), maar mannen moeten hun talrijke door God gegeven bedieningen zowel thuis (Handelingen 16:15; 1 Korinthe 7:13,16; 1 Timotheüs 5:14; 2 Timotheüs 1:5; 3:15; Titus 2:4–5; 1 Petrus 3:1–2,5) als in de wijdere familie van Christus (Lukas 8:2; Handelingen 9:36,39; 18:26; Romeinen 16:1–6; Filippenzen 4:2–3; 1 Timotheüs 5:10; Titus 2:3–4) waarderen en aanmoedigen.

Gerelateerde artikelen

Alle