365x Spurgeon

Groten dienen de kleinen

Dag 103 van 365 · 12 april 2026
28%

En wie onder u de eerste wil zijn, die moet uw slaaf zijn. (Mattheüs 20:27)


Lees verder Ezechiël 34:1—24.
https://www.bible.com/nl/bible/1990/ezk.34.1-24.hsv

Er zijn veel jonge christenen die jaren geleden door de ruwheid van oudere gelovigen zijn gekwetst. Christen, als je sterk bent, wees dan erg zacht voor de zwakken, want er kan een dag komen dat jij zwakker bent dan zij. Nooit stoten de ossen de magere koeien aan de kant als ze komen drinken. De Heer nam de heerlijkheid van de vette stieren van Basan weg, zodat ze deelden met de minsten van de kudde.


Je kunt niet ruw zijn tegen een kind van God zonder zijn Vader kwaad te maken, ook al ben je zelf een kind van God. Als je hard omgaat met een van je broeders, zal dat je pijn doen, want de herdersstaf van de Meester staat altijd klaar, zelfs voor Zijn geliefde kinderen als ze niet zacht omgaan met de zonen en dochters van Sion. Zij worden bewaard als de appel van Gods oog. Onthoud, broeders, dat er dagen kunnen komen dat je troost zult zoeken bij de mensen die je eerst zo ruw behandeld hebt. Ik ken grote mensen die uiteindelijk aan de voeten van de gelovigen terechtkwamen die ze eerst zo ruw behandeld hadden.


God heeft Zijn manieren om de wind uit de zeilen van gelovigen te nemen. Toen de zeilen bol stonden en de wind waaide, zeiden ze: “Nee, we geven niet om dat kleine haventje daar, daar willen we niet komen, het is maar een klein en ellendig vissersdorpje.” Maar toen begon de wind te huilen, de golven rolden zwaar, en het leek alsof al Gods vreselijke artillerie zich verzamelde voor de strijd. Ja, met een gescheurd zeil hebben ze geprobeerd het kleine haventje te bereiken! Spreek niet slecht over het kleine haventje. Schaam je niet voor kleine christenen. Sta op voor de zwakken in de kudde.

Een volwassen geloof wordt zichtbaar in een nederige en zachte houding tegenover gelovigen die nog veel moeten groeien (Galaten 6:1; 1 Thessalonicenzen 2:6–7; 1 Petrus 5:2–3). In het Koninkrijk van God dienen de groten de kleinen, niet andersom (Mattheüs 20:25–28). Daarom wordt een predikant ook wel dienaar genoemd en diaken betekent ook dienaar.

Gerelateerde artikelen

Alle