De eeuwige God is voor u een woning, en onder u zijn eeuwige armen. Hij verdrijft de vijand voor u uit, en zegt: Vaag hem weg! (Deuteronomium 33:27)
Lees verder Hebreeën 13:8,20—21.
https://www.bible.com/bible/1990/heb.13.8.HSV
Ik wil dat je op deze woorden let, want zij vormen de kern van de tekst. "De eeuwige God" en "eeuwige armen." Dat is oudheid. De God die er was voor alle werelden, is eeuwig mijn God. O, ik hou van het woord eeuwig. Maar broeders en zusters, er zijn mensen die niet geloven in een eeuwige God, althans, ze geloven niet dat Hij eeuwig hun God is.
Ze geloven niet dat ze al bij Christus hoorden voordat ze geboren waren; ze denken dat ze pas van God waren toen ze voor het eerst in Hem geloofden. Ze geloven niet in verbondsovereenkomsten, eeuwige besluiten en het aloude voornemen van de Allerhoogste. Maar laat me je troosten, er is geen gedachte voller van zoetheid dan de gedachte dat de eeuwige God zich door Christus Jezus bezighoudt met Zijn volk om hen lief te hebben, te zegenen en hen allemaal te verlossen. Degene die hen van eeuwigheid de onderscheiden objecten heeft gemaakt van Zijn onderscheiden zorg, is de eeuwige God.
En dan zijn daar de "eeuwige armen," armen die nooit verslappen, armen die nooit moe worden, armen die nooit hun kracht zullen verliezen. Het woord eeuwig herinnert ons aan een ander zoet woord, onveranderlijkheid. Een eeuwige God die niet verzwakt of moe wordt, die niet verandert en Zijn beloften vervult, is de God die wij met vreugde aanbidden. Naar Hem vluchten we als onze eeuwige schuilplaats, woonplaats en ondersteuning.
Elke persoon van de Drie-eenheid is eeuwig. Het zou geen verrassing moeten zijn dat de eeuwige God het eeuwige geluk van hen die geloven eeuwig heeft beveiligd (1 Timotheüs 1:16–17; Hebreeën 9:12,14–15; 13:8,20). Het kennen van de eeuwige God is het eeuwige leven (Johannes 17:3). Welk recht hebben wij om hieraan te twijfelen?