Introductie

Inhoudsopgave

Introductie

Inhoudsopgave

Er was een groep in de tijd van Jezus, die bereid was zee en land af te reizen om een mens te bekeren (Matt.23:15). Ze waren vol vuur in hun overtuigingen en ze wilden dat anderen zich bij hen voegden. Dat was toewijding aan de missie! Er was echter een groot probleem: ze hadden de verkeerde boodschap, de verkeerde motieven en de verkeerde methode.

Je kent deze groep als de farizeeën. Ze kregen een vernietigende berisping van Jezus. De farizeeën herinneren ons eraan dat het niet genoeg is ergens vurig voor te zijn. Al is vurigheid natuurlijk erg goed! Je hebt de juiste missie nodig en je moet weten hoe je de missie moet uitvoeren. Datzelfde geldt voor de missie van de gemeente. We moeten precies weten wat Jezus bedoelde, toen Hij zei: “Ga dan heen, onderwijs al de volken” (Matt.28:19).

We moeten onze missie nauwkeurig kennen. Helaas is daar nu onduidelijkheid over. Een deel van de verwarring wordt veroorzaakt door een verschil in interpretatie van bepaalde sleutelbegrippen.

In de volgende hoofdstukken zullen we zien hoe de Schrift de volgende termen definieert: Evangelie, bekering, evangelisatie, discipel, discipelen maken, gemeente, roeping, zendeling, zendingsteam en niet-bereikt.

Ongeacht hoe deze termen vandaag over het algemeen gedefinieerd worden of hoe we ze in het verleden gebruikt hebben, is de vraag: hoe definieert God deze termen?

Onze buren en de niet-bereikte bevolkingsgroepen over de hele wereld en de gezondheid van onze eigen gemeenten vragen nauwkeurigheid. We kunnen het ons niet veroorloven genoegen te nemen met minder dan Bijbelse nauwkeurigheid, als het gaat om de missie van de gemeente.

Er was een groep in de tijd van Jezus, die bereid was zee en land af te reizen om een mens te bekeren (Matt.23:15). Ze waren vol vuur in hun overtuigingen en ze wilden dat anderen zich bij hen voegden. Dat was toewijding aan de missie! Er was echter een groot probleem: ze hadden de verkeerde boodschap, de verkeerde motieven en de verkeerde methode.

Je kent deze groep als de farizeeën. Ze kregen een vernietigende berisping van Jezus. De farizeeën herinneren ons eraan dat het niet genoeg is ergens vurig voor te zijn. Al is vurigheid natuurlijk erg goed! Je hebt de juiste missie nodig en je moet weten hoe je de missie moet uitvoeren. Datzelfde geldt voor de missie van de gemeente. We moeten precies weten wat Jezus bedoelde, toen Hij zei: “Ga dan heen, onderwijs al de volken” (Matt.28:19).

We moeten onze missie nauwkeurig kennen. Helaas is daar nu onduidelijkheid over. Een deel van de verwarring wordt veroorzaakt door een verschil in interpretatie van bepaalde sleutelbegrippen.

In de volgende hoofdstukken zullen we zien hoe de Schrift de volgende termen definieert: Evangelie, bekering, evangelisatie, discipel, discipelen maken, gemeente, roeping, zendeling, zendingsteam en niet-bereikt.

Ongeacht hoe deze termen vandaag over het algemeen gedefinieerd worden of hoe we ze in het verleden gebruikt hebben, is de vraag: hoe definieert God deze termen?

Onze buren en de niet-bereikte bevolkingsgroepen over de hele wereld en de gezondheid van onze eigen gemeenten vragen nauwkeurigheid. We kunnen het ons niet veroorloven genoegen te nemen met minder dan Bijbelse nauwkeurigheid, als het gaat om de missie van de gemeente.