Door verschrikkelijke gebeurtenissen van de afgelopen weken, en alle strijd die Abrahams familie door de eeuwen heen heeft moeten verduren, kan het lijken alsof de Heere het volk losgelaten heeft. En hoewel fysieke tegenspoed niets zegt, omdat de Heere juist in dit leven verrukking beloofd, zien we een grotere geestelijke nood, een afkeer van de Heere Jezus, de enige Weg tot God. Wat zal daarom de toekomst zijn van dit volk? Wat is Gods plan met de familie van Abraham? Is er hoop voor al diegenen die de Messias verwerpen en verloren dreigen te gaan? Het lijkt alsof de Heere meer werkt onder de heidenen, hoe komt dat en zal dat ooit veranderen?

Door verschrikkelijke gebeurtenissen van de afgelopen weken, en alle strijd die Abrahams familie door de eeuwen heen heeft moeten verduren, kan het lijken alsof de Heere het volk losgelaten heeft. En hoewel fysieke tegenspoed niets zegt, omdat de Heere juist in dit leven verrukking beloofd, zien we een grotere geestelijke nood, een afkeer van de Heere Jezus, de enige Weg tot God. Wat zal daarom de toekomst zijn van dit volk? Wat is Gods plan met de familie van Abraham? Is er hoop voor al diegenen die de Messias verwerpen en verloren dreigen te gaan? Het lijkt alsof de Heere meer werkt onder de heidenen, hoe komt dat en zal dat ooit veranderen?


In Romeinen 8 lezen we hoe de gelovigen in Rome, in Christus verlost van de verdoemenis, kinderen van God zijn geworden, de Heilige Geest getuigt daarvan en leidt hen. En als kinderen wacht hen een heerlijke erfenis, ze zijn erfgenamen van God zelf en mede-erfgenamen van Christus. Samen met Christus zijn de gelovigen erfgenamen van God, die het Koninkrijk als erfenis beloofd heeft, Hij als hun God, zij als Zijn volk. Nu al veilig in Zijn liefde en straks verheerlijkt met Hem op een vernieuwde aarde die bevrijd is van de vloek.

Romeinen 8:14-17
Immers, zovelen als er door de Geest van God geleid worden, die zijn kinderen van God. 15  Want u hebt niet de Geest van slavernij ontvangen, die opnieuw tot angst leidt,  maar u hebt de Geest van aanneming tot kinderen ontvangen, door Wie wij roepen: Abba, Vader! 16  De Geest Zelf getuigt met onze geest  dat wij kinderen van God zijn. 17 En als wij kinderen zijn, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus; wanneer wij althans met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden.

Maar in Romeinen 9 denkt Paulus aan zijn natuurlijke familieleden. Zijn hart huilt en hij zou liever zelf verloren gaan, als hij zo zijn familie kon redden. Want het natuurlijke nageslacht van Abraham, de Israëlieten, leken in eerste instantie recht te hebben op al deze heerlijke zegeningen. Nu lijkt het alsof de Heere hen overslaat en kinderen aanneemt uit de heidenen, terwijl de Heere aan Abraham, Izak en Jacob, zulke heerlijke beloften had gedaan. En, uit hun nageslacht was de beloofde Messias geboren.

Romeinen 9:4-5
Zij zijn immers Israëlieten; voor hen geldt de aanneming tot kinderen en de heerlijkheid  en de verbonden en de wetgeving en de eredienst en de beloften. 5 Tot hen behoren de vaderen, en uit hen is, wat het vlees betreft, de Christus voortgekomen, Die God is, boven alles, te prijzen tot in eeuwigheid. Amen!

Omdat er nu zoveel heidenen als kinderen worden aangenomen, lijkt het alsof de Heere Zijn Woord niet gehouden heeft. Maar Paulus maakt in het vervolg duidelijk dat de aanneming tot kinderen niet vanzelfsprekend is voor het natuurlijke nageslacht van Abraham, Izak en Jacob. Paulus laat zien dat de Heere ook in hun stamboom al beslissingen neemt om Zijn plan te kunnen voltrekken: alleen Izak werd gekozen als werkelijk nageslacht van Abraham. 

Romeinen 9:6-7
Ik zeg dit niet  alsof het Woord van God vervallen is, want niet allen die uit Israël voortgekomen zijn, zijn Israël. 7 Ook niet omdat zij Abrahams nageslacht zijn, zijn zij allen kinderen. Maar: Alleen dat van Izak zal uw nageslacht genoemd worden.

En Paulus benadrukt dat natuurlijke geboorte hen geen recht gaf om een kind van God te worden, de Heere nam alleen Izak aan. Met Izak groeit de stamboom van Abraham verder.

Romeinen 9:8
Dat is: niet de kinderen van het vlees zijn kinderen van God, maar de kinderen van de belofte worden als nageslacht gerekend.

De Heere Jezus bevestigt dat ook in een gesprek met Joden die Hem willen volgen: Niet iedereen die Abraham als vader had, was ook echt een kind van Abraham.

Johannes 8:39
Zij antwoordden en zeiden tegen Hem: Abraham is onze vader. Jezus zei tegen hen: Als u Abrahams kinderen was, zou u de werken van Abraham doen.

En Paulus laat verder zien dat dit ook het geval was bij de kinderen van Izak en Rebekka. Jacob werd gekozen, en Ezau werd verworpen, en dat zelfs al voordat ze daar ook maar iets aan konden doen. De Heere neemt, als een wijze Landman, de beslissing over de verdere groei van de stamboom door sommige takken af te knippen. Niet zomaar door Ezau minder lief te hebben, maar door hem te haten, want de Heere haat de goddeloze (Psalm 11:5).

Romeinen 9:11-13
Want toen de kinderen nog niet geboren waren, en niets goeds of kwaads gedaan hadden – opdat het voornemen van God, dat overeenkomstig de verkiezing is, stand zou houden, niet uit de werken, maar uit Hem Die roept – 12 werd tot haar gezegd:  De meerdere zal de mindere dienen. 13 Zoals geschreven staat: Jakob heb Ik liefgehad en Ezau heb Ik gehaat.

De context van deze aanhaling laat zien dat deze haat niet zomaar een minder liefhebben is, maar het laat Gods rechtvaardige boosheid zien, het volk van Ezau wordt “Het volk waarop de HEERE tot in eeuwigheid toornig is.” genoemd (Maleachi 1:4). — 

En Paulus begrijpt hier je verontwaardiging. Het lijkt onrechtvaardig dat de Heere de ene uitkiest en de ander verwerpt, zelfs nog voor ze daar ook maar iets aan konden doen. Maar dit is waar wij moeten beseffen hoe weinig wij verdienen. Wij verdienen, zoals we geboren worden, werkelijk niets dan die rechtvaardige toorn die over Ezau komt. 

De wortel van Adams stamboom was in de hof van Eden vergiftigd en het gif van de zonde dringt door tot alle takken. Maar God ontfermt zich, over wie Hij Zichzelf wil ontfermen. Hij is barmhartig en in Zijn wijsheid weet Hij het beste wie Hij barmhartigheid moet bewijzen.

Romeinen 9:14-15
Wat zullen wij dan zeggen? Is er onrechtvaardigheid bij God? Volstrekt niet! 15 Want Hij zegt tegen Mozes: Ik zal Mij ontfermen over wie Ik Mij ontferm en zal barmhartig zijn voor wie Ik barmhartig ben. 16 Zo hangt het dan niet af van hem die wil, ook niet van hem die hardloopt, maar van God Die Zich ontfermt.

En niet alleen in de stamboom van Abraham werkt Hij zo, ook de heidense koning van Egypte lag zo in de handen van de Heere. Nu niet om Zijn barmhartigheid te bewijzen, maar om Zijn kracht te bewijzen, verhardt Hij de Farao. Dit is Zijn besluit en geen mens kan daar wat tegen inbrengen.

In Exodus lezen we dat de Heere het hart van de Farao niet verhardt in reactie op Farao’s besluit, maar al voor Mozes naar hem toegaat, maakt God Zijn plan aan Mozes bekend. Dit is wat Hij gaat doen: “Ikzelf echter zal zijn hart verharden, zodat hij het volk niet zal laten gaan.” (Exodus 4:21) 

Misschien is je verontwaardiging nu nog groter dan net, wat kunnen wij er dan aan doen dat we gered worden of verloren gaan? En Paulus begrijpt dat ook nu. Maar Hij wil je laten zien dat je slechts een mens bent, en dat God, God is! Hij mag met jou doen wat Hij wil, want Hij heeft jou gemaakt.

Romeinen 9:19-21
U zult dan tegen mij zeggen: Wat heeft Hij dan nog aan te merken? Want wie heeft Zijn wil weerstaan? 20 Maar, o mens, wie bent u toch dat u God tegenspreekt? Zal ook het maaksel tegen hem die het gemaakt heeft, zeggen: Waarom hebt u mij zó gemaakt? 21 Of heeft de pottenbakker geen macht over het leem, om uit dezelfde klomp klei het ene voorwerp tot een eervol, het andere tot een oneervol voorwerp te maken?

Dit is Zijn wijze en rechtvaardige plan. Hij doet dit voor Zijn eer, zodat heel Zijn karakter bekend wordt, zodat we zien en aanbidden dat Hij én rechtvaardig is, én genadig. Hoe zouden we Zijn gerechtigheid kunnen aanbidden als Hij iedereen genadig zou zijn? Daarom koos Hij Izak en werd Ismael weggestuurd, daarom koos Hij Jacob en verwierp Hij Ezau. Zo zal de stamboom bloeien, gesnoeid door een wijze Landman, zodat Hij verheerlijkt wordt:

Romeinen 9:22-23
En is het niet zo dat God, omdat Hij Zijn toorn wilde bewijzen en Zijn macht bekendmaken, met veel geduld de voorwerpen van Zijn toorn, voor het verderf gereedgemaakt, verdragen heeft? 23 En dat met het doel om de rijkdom van Zijn heerlijkheid bekend te maken over de voorwerpen van Zijn ontferming, die Hij van tevoren bereid heeft tot heerlijkheid?

Ja, zo is het! Zo zal Hij het meest verheerlijkt worden. En vervolgens laat Paulus zien, hoe de Heere trouw blijft aan Zijn beloften in Hosea, juist door zich ook over heidenen te ontfermen.

Romeinen 9:24-26
Hen heeft Hij ook geroepen, namelijk ons, niet alleen uit de Joden, maar ook uit de heidenen. 25 Zoals Hij ook in Hosea zegt:  Ik zal Niet-Mijn-volk noemen: Mijn volk, en de Niet-geliefde: Geliefde. 26 En het zal zijn dat op de plaats waar tegen hen gezegd was: U bent Niet-Mijn-volk, daar zullen zij kinderen van de levende God genoemd worden.

Heidenen, zoals de gelovigen in Rome, die niet Gods volk waren, zijn nu onderdeel geworden van Zijn volk, geliefd en kinderen van de levende God!

Paulus wil je met deze waarheden nog steeds uitleggen waarom de heidenen aangenomen worden als Gods kinderen, terwijl het lijkt alsof Hij Zijn beloften aan het volk Israel niet houdt. Een groot deel lijkt de Messias te verwerpen en zo verloren te gaan. 

Daarom laat hij, weer aan de hand van het Oude Testament waar alles al voorzegd was, aan de hand van het profetische Woord, zien dat niet alle Israëlieten gered zouden worden, maar slechts een overblijfsel, een deel zou behouden worden. En ook Jesaja benadrukt dat het volk volkomen afhankelijk is van Gods ontferming als er ook maar iemand het oordeel zou kunnen ontvluchten.

Romeinen 9:27-29
En Jesaja roept over Israël uit: Al zou het getal van de Israëlieten zijn als het zand van de zee, slechts het overblijfsel zal behouden worden. 28 Want Hij voltooit een zaak en handelt die af in gerechtigheid. De Heere immers zal metterdaad Zijn zaak snel afhandelen op de aarde. 29 En zoals Jesaja van tevoren gezegd heeft: Als de Heere van de hemelse legermachten ons geen nageslacht had overgelaten, zouden wij  als Sodom zijn geworden en aan Gomorra gelijkgemaakt zijn geweest.

En zo vat Paulus het samen: Er is natuurlijk nageslacht wat niet gerechtvaardigd is, ondanks hun ijver, en er zijn heidenen die in eerste instantie niet eens zaten te wachten op rechtvaardiging, die wel gerechtvaardigd zijn. En het verschil is niet hun afkomst en ook niet hun werken, maar hun geloof in Gods beloften.

Romeinen 9:30-33
Wat zullen wij dan zeggen? Dit: dat de heidenen, die geen gerechtigheid hebben nagejaagd, gerechtigheid verkregen hebben, gerechtigheid echter die uit het geloof is. 31 Maar Israël, dat de wet van de gerechtigheid najaagde, is aan de wet van de gerechtigheid niet toegekomen. 32 Waarom niet? Omdat zij die niet uit geloof zochten, maar als uit werken van de wet. Want zij hebben zich gestoten aan de steen des aanstoots, 33 zoals geschreven staat: Zie, Ik leg in Sion een steen des aanstoots en een struikelblok. En: Ieder die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden.

Daarom huilt het hart van Paulus. En Hij bidt vurig voor de redding van Israel, dat ze de gerechtigheid van God leren kennen, en zich daaraan onderwerpen, in plaats van zelf ijverig te proberen om goed genoeg te zijn.

Romeinen 10:1-3
Broeders, de oprechte wens van mijn hart en mijn gebed tot God voor Israël is gericht op hun zaligheid. 2 Want ik getuig van hen dat zij ijver voor God hebben, maar niet met het juiste inzicht. 3 Omdat zij immers de gerechtigheid van God niet kennen en een eigen gerechtigheid tot stand proberen te brengen, hebben zij zich niet aan de gerechtigheid van God onderworpen.

Redding, de aanneming tot kinderen en al die heerlijke zegeningen die daar bij horen, zijn niet erfelijk, niet voor het Joodse volk, en zeker niet voor de heidenen. Enkel door het geloof ontvangen zowel Joden als heidenen de zegeningen die al aan Abraham beloofd waren. 

In Galaten 3 maakt Paulus dit duidelijker, hij laat zien hoe het kan dat nu zowel Joden als heidenen deze zegeningen ontvangen. Ook hier zien we dat het niet beloofd was aan heel Israel, alle vleselijke nakomelingen van Abraham, Izak en Jacob. Het was beloofd aan Christus. Er leek uiteindelijk ook niets meer van de stamboom van Abraham over, alleen een afgehouwen boomstronk. Maar Jesaja profeteerde dat die stamboom opnieuw verder zou gaan bloeien (Jesaja 11:1). En Christus, aan Wie het beloofd was, kwam en groeide op. In Hem ontvangen zowel Joden als heidenen deze heerlijke zegeningen. 

Galaten 3:16
Welnu, zo zijn de beloften aan Abraham en aan zijn nageslacht gedaan. Hij zegt niet: En aan de nageslachten, alsof er sprake zou zijn van velen; maar van één: En aan uw Nageslacht; dat is Christus.

Galaten 3:7
Begrijp dan toch dat zij die uit het geloof zijn, Abrahams kinderen zijn.

Galaten 3:26-29
Want u bent allen kinderen van God door het geloof in Christus Jezus. 27  Want u allen die in Christus gedoopt bent, hebt zich met Christus bekleed. 28 Daarbij is het niet van belang dat men Jood is of Griek; daarbij is het niet van belang dat men slaaf is of vrije; daarbij is het niet van belang dat men man is of vrouw;  want allen bent u één in Christus Jezus. 29  En als u van Christus bent, dan bent u Abrahams nageslacht en overeenkomstig de belofte erfgenamen.

In het volgende hoofdstuk laat Paulus zien dat zowel Joodse gelovigen zoals Paulus, als heidense gelovigen zoals de Galaten, door het geloof gerekend worden als nageslacht van Izak; zij zijn de kinderen van de belofte: 

Galaten 4:28,31
Wij nu, broeders, zijn kinderen van de belofte, net zoals Izak… Daarom, broeders, wij zijn geen kinderen van de slavin, maar van de vrije.

Romeinen 10:12-13
Er is immers geen enkel onderscheid tussen Jood en Griek. Want Een en dezelfde is Heere van allen en Hij is rijk voor allen die Hem aanroepen.13 Want ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zal zalig worden.

Nadat Paulus uitgelegd heeft dat zegeningen niet ontvangen worden vanwege natuurlijke afstamming, maar vanwege geloof, gaat hij aan het einde van hoofdstuk 10 weer verder met uitleggen waarom zoveel van zijn natuurlijke familieleden niet geloven en verloren dreigen te gaan.

Heeft God hen helemaal losgelaten, verstoten, zoals Hij Ismael, Ezau en zoveel anderen verstoten had? Nee. Hij benadrukt dat dat zeker niet het geval is, en Paulus zelf is daar het voorbeeld van. Hij was een natuurlijk kind van Abraham, uit de stam van Benjamin en hij is gered.

Romeinen 11:1-2
Ik zeg dan: Heeft God Zijn volk verstoten? Volstrekt niet!  Ik ben immers ook een Israëliet, uit het nageslacht van Abraham, van de stam Benjamin. 2 God heeft Zijn volk, dat Hij van tevoren kende, niet verstoten.

Zo laat hij de gelovigen in Rome zien dat God ervoor gekozen heeft om zich ook nu nog over een deel te ontfermen, zoals Hij dat ook gedaan had in de tijd van Elia toen de rest zich boog voor de afgoden.

Romeinen 11:5
Zo is er dan ook in deze tegenwoordige tijd een overblijfsel ontstaan, overeenkomstig de verkiezing van de genade.

De wijze Landman ontfermt zich ook vandaag over een gedeelte, en ook vandaag verhardt Hij de anderen. God zelf bedekt hun ogen, zodat ze de heerlijkheid van Christus niet zien, zich aan Hem ergeren en niet gerechtvaardigd worden, hoe ijverig ze ook leven (Romeinen 9:31).

Romeinen 11:7-8
Wat dan? Wat Israël zoekt, dat heeft het niet verkregen, maar het uitverkoren deel heeft het verkregen en de anderen zijn verhard, 8 zoals geschreven staat: God heeft hun een geest van diepe slaap gegeven, ogen om niet te zien en oren om niet te horen, tot op de dag van heden.

Het is Gods verkiezing en genade dat er sommigen uit het nageslacht van Abraham gered worden en het is Gods rechtvaardigheid dat anderen verhard worden en verloren gaan. 

Waarom doet de Heere dit? Alleen om dit deel verloren te laten gaan? Nee, juist om zo de zegen naar de volken te laten stromen, om ook uit de heidenen een deel te redden. Zij verwierpen het en daardoor straalt het licht nu over de hele aarde:

Handelingen 13:46-48
Maar Paulus en Barnabas zeiden vrijmoedig: Het was nodig dat het Woord van God eerst tot u gesproken zou worden, maar aangezien u het verwerpt en uzelf het eeuwige leven niet waard oordeelt, zie, wij wenden ons tot de heidenen. 47 Zo immers heeft de Heere ons geboden: Ik heb u tot een licht voor de heidenen gesteld, opdat u tot zaligheid zou zijn tot aan het uiterste van de aarde. 48 Toen nu de heidenen dit hoorden, verblijdden zij zich en prezen het Woord van de Heere, en er geloofden er zovelen als er bestemd waren voor het eeuwige leven.

Als het afhouwen van een deel de stamboom van Abraham dan zo in bloei zet, hoeveel heerlijker zal hij dan bloeien als de natuurlijke takken hem weer compleet maken!

Romeinen 11:11-12
Door hun val echter is de zaligheid tot de heidenen gekomen om hen tot jaloersheid te verwekken. 12 Als dan hun val voor de wereld rijkdom betekent en het feit dat zij achteropkomen rijkdom voor de heidenen, hoeveel te meer hun volheid (vervollediging)!

Dit verlangt Paulus, dat er ook van zijn natuurlijke familieleden zijn die de stamboom van Abraham vol maken, compleet. Paulus verwacht niet dat heel zijn familie tot geloof komt, daarom heeft hij het steeds over een overblijfsel. En juist omdat er een overblijfsel is, wil Hij ze jaloers maken en laten zien hoe heerlijk de beloofde Messias is zodat dit overblijfsel gelooft, gerechtvaardigd wordt en zo ook deelt in al die beloofde zegeningen. 

Nu lijkt er geen hoop voor hen, ze struikelen ongelovig over hun Messias, verhard en verblind. Daarom, als ze tot geloof komen, net zoals Paulus, dan is dat niets anders dan leven uit de dood! Ze dreigden verloren te gaan, als ze geloven wacht ook hen de heerlijke erfenis.

Romeinen 11:15
Want als hun verwerping verzoening voor de wereld betekent, wat betekent dan hun aanneming anders dan leven uit de doden?

Nu komt Paulus bij zijn voorbeeld om alles wat hij al vanaf het begin van hoofdstuk 9 wilde uitleggen, nog duidelijker te maken. Hoe zit het nou, er is een bloeiende gemeente in Rome, terwijl het Joodse volk verhard lijkt. Heidenen worden kinderen van God en natuurlijke kinderen van Abraham worden verworpen. Is God dan ontrouw aan Zijn beloften?

Kijk naar een boom, als het goed gaat met de wortel, gaat het goed met de takken (Romeinen 11:17). Als de wortel vergiftigd is, sterven de takken. En zo bloeit de stamboom van Abraham, de vader van alle gelovigen (Romeinen 4:11). Maar niet alleen met natuurlijke takken, een deel van de takken is weggesnoeid. Een deel van het natuurlijke nageslacht is, zoals we in Romeinen 9 zagen, verworpen. 

De Heere kwam als een wijze Landman naar de boom en snoeide een deel weg om plek te maken voor heidenen. Afgesneden van de heidense stamboom en in de plaats van ongelovige joden geënt, bestaat de familie van Abraham uit Joden en heidenen. 

Romeinen 11:17
Als nu enige van die takken afgerukt zijn, en u, die een wilde olijfboom bent, in hun plaats bent geënt en mede deel hebt gekregen aan de wortel en de vettigheid van de olijfboom. 

Heidenen, zij die niet bij Gods volk hoorden, zijn verenigd met Gods volk en delen in de beloofde erfenis van heerlijkheid. Paulus legt dit ook uit in Efeze 2: Het is door de Heere Jezus en in de Heere Jezus dat het volk van God compleet gemaakt wordt, één. 

Efeze 2:12-19
U in die tijd zonder Christus was, vervreemd van het burgerschap van Israël en vreemdelingen wat betreft de verbonden van de belofte. U had geen hoop en was zonder God in de wereld. 13 Maar nu, in Christus Jezus, bent u, die voorheen veraf was, door het bloed van Christus dichtbij gekomen. 14 Want Hij is onze vrede, Die beiden één gemaakt heeft. En door de tussenmuur, die scheiding maakte, af te breken, 15 heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees tenietgedaan, namelijk de wet van de geboden, die uit bepalingen bestond, opdat Hij die twee in Zichzelf tot één nieuwe mens zou scheppen en zo vrede zou maken… 18 Want door Hem hebben wij beiden door één Geest de toegang tot de Vader. 19 Zo bent u dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God.

De gemeente, de vergadering die Christus uit alle volken verzamelt, is niet in de plaats gekomen van Israel, zij is Israël, met elkaar burgers van Gods rijk, bestaand uit gelovige Joden en gelovige heidenen die in de plaats geënt zijn van ongelovige Joden. 

Door de geschiedenis heen hebben we gezien hoe dit zelfs verloste takken hoogmoedig kan maken. Daarom benadrukt Paulus dat God hen niet in hun plaats geënt heeft om iets in hen. Zij worden slechts gedragen door de wortel.

Romeinen 11:18
Beroem u dan niet tegenover de takken. En als u zich beroemt: U draagt de wortel niet, maar de wortel u.

Nogmaals laat Paulus zien dat sommige Joden afgehouwen zijn en dat heidenen hun plaats hebben ingenomen. Door ongeloof zijn ze afgerukt, door te struikelen over Christus missen ze Zijn gerechtigheid en zegeningen. Maar dat zij afgehouwen zijn, moet ons als gelovigen uit de heidenen vernederen en een heilige vrees geven voor zo’n God! Als Hij natuurlijke takken niet spaart, dan is het net zo goed mogelijk dat ook geënte takken weer afgehouwen worden.

Romeinen 11:19-21
U zult dan zeggen: De takken zijn afgerukt, opdat ik zou worden geënt. 20 Dat is waar. Door ongeloof zijn zij afgerukt en u staat door het geloof. Heb geen hoge dunk van uzelf, maar vrees. 21 Want als God de natuurlijke takken niet gespaard heeft, dan is het ook mogelijk dat Hij u niet spaart.

Zo streng is God, Hij oordeelt rechtvaardig en het is terecht dat iedereen verloren gaat, zowel Jood als heiden. Maar Hij is ook goedertieren. Zijn liefde is zo groot! Daarom ontfermt Hij zich over een deel, een overblijfsel uit de Joden en een deel uit de heidenen dat blijft in Zijn goedertierenheid. 

Romeinen 11:22
Zie dan de goedertierenheid en de strengheid van God: strengheid over hen die gevallen zijn, over u echter goedertierenheid, als u in de goedertierenheid blijft. Anders zult ook u afgehouwen worden.

En als de Heere zich ontfermt over gelovigen uit de heidenen, hen verenigt met Christus en alle zegeningen die hun vader Abraham beloofd zijn, dan zal Hij ook zeker degenen die afgehouwen zijn en geen deel hebben aan de beloofde zegeningen opnieuw inenten als ze tot geloof komen. Dat kan Hij!

Romeinen 11:23-24
En ook zij zullen, als zij niet in het ongeloof blijven, geënt worden, want God is machtig hen opnieuw te enten. 24 Want als u afgehouwen bent uit de olijfboom die van nature wild was, en tegen de natuur in op de tamme olijfboom geënt bent, hoeveel te meer zullen zij die natuurlijke takken zijn, geënt worden op hun eigen olijfboom.

Een deel is verhard en daarom afgehouwen. Een deel is uit de stamboom, de familielijn van Abraham geschrapt door ongeloof, los gemaakt van beloofde zegeningen, onteigend. Maar om deze stamboom compleet te maken, zal de bedekking weggenomen worden, nadat het deel van de heidenen dat ingeënt zal worden, verenigd is met Gods volk. Dit is een heerlijk geheim, een heerlijke belofte voor het natuurlijke nageslacht van Abraham.

Romeinen 11:25
Want ik wil niet, broeders, dat u geen weet hebt van dit geheimenis (opdat u niet wijs zou zijn in eigen oog), dat er voor een deel verharding over Israël is gekomen, totdat de volheid van de heidenen is binnengegaan.

Dit is nogmaals de samenvatting van Paulus antwoord op de vraag hoe het nu zit met de Joden en Gods beloften, het was een geheim en nu heeft hij het uitgelegd. Heidenen worden aangenomen als kinderen, omdat een deel van het Joodse volk verhard is om zo plek te maken voor de heidenen. Zoals de volheid van de heidenen niet betekent dat alle heidenen gered worden, maar het deel dat God gekozen heeft, zo zullen ook niet alle natuurlijke nakomelingen van Abraham gered worden, maar een uitgekozen deel, een overblijfsel.

Maar ook, hoewel een deel is afgehouwen, is God machtig opnieuw te enten. Niet altijd zullen natuurlijke kinderen van Abraham blind blijven voor de heerlijkheid van Christus. Het staat er niet met veel woorden, maar hier lijkt Paulus te verwachten dat er, nadat de volheid van de heidenen is binnengegaan, nog een opwekking zal plaatsvinden en er nog meer Joden opnieuw ingeënt zullen worden.

Zo wordt heel Israel zalig, samen maken gelovige Joden en gelovige heidenen de stamboom van Abraham compleet. In volle bloei, samen genietend van beloofde zegeningen die Christus, de Wortel van Isaï (Romeinen 15:12), de Wortel van David (Openbaring 5:5), gekocht heeft met bloed van het Nieuwe Verbond.

Romeinen 11:26-27
En zo zal heel Israël zalig worden, zoals geschreven staat: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob. 27 En dit is het verbond van Mij met hen, wanneer Ik hun zonden zal wegnemen.

Zo, op de manier die Paulus in het voorgaande uitgelegd heeft. Hij geeft geen tijd aan (dan), maar een manier (zo) waarop de hele stamboom van Abraham, de hele lijn van Israel, die werkelijk als kinderen gerekend worden gered zullen worden. 

Het was voorzegd, zoals Paulus in al die andere woorden van profeten liet zien. En ook nu, haalt Paulus het voortdurende verlangen aan van het volk naar een komende Verlosser, in Psalm 14:7, Psalm 53:7 en Jesaja 59.

Jesaja 59:20-21
En naar Sion zal een Verlosser komen voor wie zich in Jakob van overtreding bekeren, spreekt de HEERE. 21 Wat Mij betreft, dit is Mijn verbond met hen, zegt de HEERE: Mijn Geest, Die op U is, en Mijn woorden die Ik U in de mond gelegd heb, zullen uit Uw mond niet wijken, ook niet uit de mond van Uw nakomelingen, evenmin uit de mond van de nakomelingen van Uw nakomelingen, zegt de HEERE, van nu aan tot in eeuwigheid.

Jesaja begon met de klacht dat het ongerechtigheid van het volk scheiding maakte tussen hun en God. En hier herinnert Paulus aan deze belofte dat Jezus de Verlosser is voor hen die zich bekeren (Handelingen 3:26). En aan het verbond, waar ook de heidenen door het geloof in delen, zoals blijkt als ze vervuld worden me de beloofde Heilige Geest die het onderpand is van alle verbondsbeloften (Jeremia 31:31, Ezechiël 11:19, Efeze 1:14).

Maar een deel stoot zich hier aan en blijft in ongehoorzaamheid. Ze staan vijandig tegenover het Evangelie, om plaats te maken voor de gelovigen uit de heidenen. Het andere deel, overeenkomstig de verkiezing (Romeinen 9:11), is geliefd, aangenomen als Zijn kinderen, trouw aan de beloften aan Abraham, Izak en Jacob.

Romeinen 2:28-29
Want niet híj is Jood die het in het openbaar is, en niet dát is besnijdenis die in het openbaar in het vlees plaatsvindt, maar híj is Jood die het in het verborgene is, en dát is besnijdenis, die van het hart is, naar de geest…

Filippenzen 3:3
Want wij zijn de besnijdenis, wij die God in de Geest dienen en in Christus Jezus roemen en niet op het vlees vertrouwen.

De Heere is betrouwbaar, ook al lijkt het alsof Hij Zijn Woord niet houdt, omdat er zoveel Joden door ongeloof verloren gaan. Maar Hij is trouw aan Zijn Woord, het Woord is niet vervallen. De hele familielijn, de hele stamboom van Abraham zal gered worden op de manier zoals Paulus van hoofdstuk 9 tot 11 heeft uitgelegd. Hij neemt Zijn Woorden niet terug!

Romeinen 11:28-29
Zij zijn weliswaar wat het Evangelie betreft vijanden vanwege u, maar wat de verkiezing betreft geliefden vanwege de vaderen. 29 Want de genadegaven en de roeping van God zijn onberouwelijk.

Nu komt de laatste samenvatting, nog een keer maakt Paulus het duidelijk hoe Abrahams familie gered wordt. Doordat de Heere zich ontfermt over ongehoorzamen, ongeacht hun afkomst of hun werken. Hij ontfermde zich over ongehoorzame heidenen door de ongehoorzaamheid van de Joden. En door de ontferming die aan de ongehoorzame heidenen is bewezen, ontfermt de Heere zich over ongehoorzame Joden die door hun redding jaloers gemaakt worden.

Romeinen 11:30-31
Zoals ook u immers voorheen God ongehoorzaam was, maar nu ontferming verkregen hebt door hun ongehoorzaamheid, 31 zo zijn ook zij nu ongehoorzaam geworden, opdat ook zij door de ontferming die u bewezen is, ontferming zouden verkrijgen.

Beide hebben geen enkel recht op genade. In Romeinen 3 liet Paulus zien dat zowel Jood als Heiden gezondigd hadden. Niemand in de familielijn van Abraham, natuurlijk of ingeënt, heeft recht op die plek.

Romeinen 3:9
Wat dan wel? Zijn wij voortreffelijker? Beslist niet! Wij hebben immers zojuist én Joden én Grieken beschuldigd dat zij allen onder de zonde zijn.

En de Heere ontfermt zich over allen. Niet alle Joden en alle heidenen ooit, dan zou hoofdstuk 10 en de noodzaak van geloof niet nodig zijn, dan zou Paulus niet benadrukt hebben dat het steeds om een overblijfsel gaat. Maar iedereen in de stamboom van Abraham, overeenkomstig de verkiezing, was geboren in de slavernij van Satan. Gebonden, opgesloten. En enkel door het geloof krijgen ze deel aan al die heerlijke zegeningen. Enkel Gods ontferming verenigde hen met Christus, Hij snoeit die stamboom en ent in zodat hij tot volle bloei komt, compleet.

Galaten 3:22
Maar de Schrift heeft alles onder de zonde opgesloten, opdat de belofte aan de gelovigen gegeven zou worden door het geloof in Jezus Christus.

Er is één stamboom, een familielijn die genadig eeuwig gezegend wordt door de Heere, gevormd uit gelovige Joden en gelovige heidenen. Eén kudde, met nog andere schapen die toegevoegd moeten worden, waardoor het één kudde zal worden en één Herder (Johannes 10:16). Er is een bruid, voor wie Christus Zijn leven gaf! En er zal straks één tafel staan (Mattheüs 8:11, Lukas 13:29), waar we met Abraham, Izak en Jacob zullen genieten van de beloofde zegeningen, de erfenis die op ons wacht.

Maar er is ook een familielijn die rechtvaardig eeuwig Zijn toorn zal moeten dragen, gevormd door iedereen die Christus ongelovig verwerpt, nakomelingen van Ismael, Ezau en de Farao, zij die de duivel als hun vader hebben en zijn begeerten willen doen, zowel uit de Joden als uit de heidenen (Johannes 8:44).

En daarom is er één Evangelie, of je nu natuurlijk nageslacht bent van Abraham of geboren bent onder de heidenen. Luister niet meer naar je vader, Satan, de vader van de leugen, en geloof het heerlijke betrouwbare Evangelie, de kracht van God tot redding. Ontvang dit heerlijke Woord, want allen, uit de Joden en uit de heidenen, “die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven” (Johannes 1:12).

Romeinen 1:16
Want ik schaam mij niet voor het Evangelie van Christus, want het is een kracht van God tot zaligheid voor ieder die gelooft, eerst voor de Jood, en ook voor de Griek.

O, diepte van rijkdom, zowel van wijsheid als van kennis van God, hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn oordelen en onnaspeurlijk Zijn wegen! 34  Want wie heeft de gedachten van de Heere gekend? Of wie is Zijn raadsman geweest? 35 Of wie heeft Hem eerst iets gegeven en het zal hem vergolden worden? 36 Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid, tot in eeuwigheid. Amen.

In Romeinen 8 lezen we hoe de gelovigen in Rome, in Christus verlost van de verdoemenis, kinderen van God zijn geworden, de Heilige Geest getuigt daarvan en leidt hen. En als kinderen wacht hen een heerlijke erfenis, ze zijn erfgenamen van God zelf en mede-erfgenamen van Christus. Samen met Christus zijn de gelovigen erfgenamen van God, die het Koninkrijk als erfenis beloofd heeft, Hij als hun God, zij als Zijn volk. Nu al veilig in Zijn liefde en straks verheerlijkt met Hem op een vernieuwde aarde die bevrijd is van de vloek.

Romeinen 8:14-17
Immers, zovelen als er door de Geest van God geleid worden, die zijn kinderen van God. 15  Want u hebt niet de Geest van slavernij ontvangen, die opnieuw tot angst leidt,  maar u hebt de Geest van aanneming tot kinderen ontvangen, door Wie wij roepen: Abba, Vader! 16  De Geest Zelf getuigt met onze geest  dat wij kinderen van God zijn. 17 En als wij kinderen zijn, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus; wanneer wij althans met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden.

Maar in Romeinen 9 denkt Paulus aan zijn natuurlijke familieleden. Zijn hart huilt en hij zou liever zelf verloren gaan, als hij zo zijn familie kon redden. Want het natuurlijke nageslacht van Abraham, de Israëlieten, leken in eerste instantie recht te hebben op al deze heerlijke zegeningen. Nu lijkt het alsof de Heere hen overslaat en kinderen aanneemt uit de heidenen, terwijl de Heere aan Abraham, Izak en Jacob, zulke heerlijke beloften had gedaan. En, uit hun nageslacht was de beloofde Messias geboren.

Romeinen 9:4-5
Zij zijn immers Israëlieten; voor hen geldt de aanneming tot kinderen en de heerlijkheid  en de verbonden en de wetgeving en de eredienst en de beloften. 5 Tot hen behoren de vaderen, en uit hen is, wat het vlees betreft, de Christus voortgekomen, Die God is, boven alles, te prijzen tot in eeuwigheid. Amen!

Omdat er nu zoveel heidenen als kinderen worden aangenomen, lijkt het alsof de Heere Zijn Woord niet gehouden heeft. Maar Paulus maakt in het vervolg duidelijk dat de aanneming tot kinderen niet vanzelfsprekend is voor het natuurlijke nageslacht van Abraham, Izak en Jacob. Paulus laat zien dat de Heere ook in hun stamboom al beslissingen neemt om Zijn plan te kunnen voltrekken: alleen Izak werd gekozen als werkelijk nageslacht van Abraham. 

Romeinen 9:6-7
Ik zeg dit niet  alsof het Woord van God vervallen is, want niet allen die uit Israël voortgekomen zijn, zijn Israël. 7 Ook niet omdat zij Abrahams nageslacht zijn, zijn zij allen kinderen. Maar: Alleen dat van Izak zal uw nageslacht genoemd worden.

En Paulus benadrukt dat natuurlijke geboorte hen geen recht gaf om een kind van God te worden, de Heere nam alleen Izak aan. Met Izak groeit de stamboom van Abraham verder.

Romeinen 9:8
Dat is: niet de kinderen van het vlees zijn kinderen van God, maar de kinderen van de belofte worden als nageslacht gerekend.

De Heere Jezus bevestigt dat ook in een gesprek met Joden die Hem willen volgen: Niet iedereen die Abraham als vader had, was ook echt een kind van Abraham.

Johannes 8:39
Zij antwoordden en zeiden tegen Hem: Abraham is onze vader. Jezus zei tegen hen: Als u Abrahams kinderen was, zou u de werken van Abraham doen.

En Paulus laat verder zien dat dit ook het geval was bij de kinderen van Izak en Rebekka. Jacob werd gekozen, en Ezau werd verworpen, en dat zelfs al voordat ze daar ook maar iets aan konden doen. De Heere neemt, als een wijze Landman, de beslissing over de verdere groei van de stamboom door sommige takken af te knippen. Niet zomaar door Ezau minder lief te hebben, maar door hem te haten, want de Heere haat de goddeloze (Psalm 11:5).

Romeinen 9:11-13
Want toen de kinderen nog niet geboren waren, en niets goeds of kwaads gedaan hadden – opdat het voornemen van God, dat overeenkomstig de verkiezing is, stand zou houden, niet uit de werken, maar uit Hem Die roept – 12 werd tot haar gezegd:  De meerdere zal de mindere dienen. 13 Zoals geschreven staat: Jakob heb Ik liefgehad en Ezau heb Ik gehaat.

De context van deze aanhaling laat zien dat deze haat niet zomaar een minder liefhebben is, maar het laat Gods rechtvaardige boosheid zien, het volk van Ezau wordt “Het volk waarop de HEERE tot in eeuwigheid toornig is.” genoemd (Maleachi 1:4). — 

En Paulus begrijpt hier je verontwaardiging. Het lijkt onrechtvaardig dat de Heere de ene uitkiest en de ander verwerpt, zelfs nog voor ze daar ook maar iets aan konden doen. Maar dit is waar wij moeten beseffen hoe weinig wij verdienen. Wij verdienen, zoals we geboren worden, werkelijk niets dan die rechtvaardige toorn die over Ezau komt. 

De wortel van Adams stamboom was in de hof van Eden vergiftigd en het gif van de zonde dringt door tot alle takken. Maar God ontfermt zich, over wie Hij Zichzelf wil ontfermen. Hij is barmhartig en in Zijn wijsheid weet Hij het beste wie Hij barmhartigheid moet bewijzen.

Romeinen 9:14-15
Wat zullen wij dan zeggen? Is er onrechtvaardigheid bij God? Volstrekt niet! 15 Want Hij zegt tegen Mozes: Ik zal Mij ontfermen over wie Ik Mij ontferm en zal barmhartig zijn voor wie Ik barmhartig ben. 16 Zo hangt het dan niet af van hem die wil, ook niet van hem die hardloopt, maar van God Die Zich ontfermt.

En niet alleen in de stamboom van Abraham werkt Hij zo, ook de heidense koning van Egypte lag zo in de handen van de Heere. Nu niet om Zijn barmhartigheid te bewijzen, maar om Zijn kracht te bewijzen, verhardt Hij de Farao. Dit is Zijn besluit en geen mens kan daar wat tegen inbrengen.

In Exodus lezen we dat de Heere het hart van de Farao niet verhardt in reactie op Farao’s besluit, maar al voor Mozes naar hem toegaat, maakt God Zijn plan aan Mozes bekend. Dit is wat Hij gaat doen: “Ikzelf echter zal zijn hart verharden, zodat hij het volk niet zal laten gaan.” (Exodus 4:21) 

Misschien is je verontwaardiging nu nog groter dan net, wat kunnen wij er dan aan doen dat we gered worden of verloren gaan? En Paulus begrijpt dat ook nu. Maar Hij wil je laten zien dat je slechts een mens bent, en dat God, God is! Hij mag met jou doen wat Hij wil, want Hij heeft jou gemaakt.

Romeinen 9:19-21
U zult dan tegen mij zeggen: Wat heeft Hij dan nog aan te merken? Want wie heeft Zijn wil weerstaan? 20 Maar, o mens, wie bent u toch dat u God tegenspreekt? Zal ook het maaksel tegen hem die het gemaakt heeft, zeggen: Waarom hebt u mij zó gemaakt? 21 Of heeft de pottenbakker geen macht over het leem, om uit dezelfde klomp klei het ene voorwerp tot een eervol, het andere tot een oneervol voorwerp te maken?

Dit is Zijn wijze en rechtvaardige plan. Hij doet dit voor Zijn eer, zodat heel Zijn karakter bekend wordt, zodat we zien en aanbidden dat Hij én rechtvaardig is, én genadig. Hoe zouden we Zijn gerechtigheid kunnen aanbidden als Hij iedereen genadig zou zijn? Daarom koos Hij Izak en werd Ismael weggestuurd, daarom koos Hij Jacob en verwierp Hij Ezau. Zo zal de stamboom bloeien, gesnoeid door een wijze Landman, zodat Hij verheerlijkt wordt:

Romeinen 9:22-23
En is het niet zo dat God, omdat Hij Zijn toorn wilde bewijzen en Zijn macht bekendmaken, met veel geduld de voorwerpen van Zijn toorn, voor het verderf gereedgemaakt, verdragen heeft? 23 En dat met het doel om de rijkdom van Zijn heerlijkheid bekend te maken over de voorwerpen van Zijn ontferming, die Hij van tevoren bereid heeft tot heerlijkheid?

Ja, zo is het! Zo zal Hij het meest verheerlijkt worden. En vervolgens laat Paulus zien, hoe de Heere trouw blijft aan Zijn beloften in Hosea, juist door zich ook over heidenen te ontfermen.

Romeinen 9:24-26
Hen heeft Hij ook geroepen, namelijk ons, niet alleen uit de Joden, maar ook uit de heidenen. 25 Zoals Hij ook in Hosea zegt:  Ik zal Niet-Mijn-volk noemen: Mijn volk, en de Niet-geliefde: Geliefde. 26 En het zal zijn dat op de plaats waar tegen hen gezegd was: U bent Niet-Mijn-volk, daar zullen zij kinderen van de levende God genoemd worden.

Heidenen, zoals de gelovigen in Rome, die niet Gods volk waren, zijn nu onderdeel geworden van Zijn volk, geliefd en kinderen van de levende God!

Paulus wil je met deze waarheden nog steeds uitleggen waarom de heidenen aangenomen worden als Gods kinderen, terwijl het lijkt alsof Hij Zijn beloften aan het volk Israel niet houdt. Een groot deel lijkt de Messias te verwerpen en zo verloren te gaan. 

Daarom laat hij, weer aan de hand van het Oude Testament waar alles al voorzegd was, aan de hand van het profetische Woord, zien dat niet alle Israëlieten gered zouden worden, maar slechts een overblijfsel, een deel zou behouden worden. En ook Jesaja benadrukt dat het volk volkomen afhankelijk is van Gods ontferming als er ook maar iemand het oordeel zou kunnen ontvluchten.

Romeinen 9:27-29
En Jesaja roept over Israël uit: Al zou het getal van de Israëlieten zijn als het zand van de zee, slechts het overblijfsel zal behouden worden. 28 Want Hij voltooit een zaak en handelt die af in gerechtigheid. De Heere immers zal metterdaad Zijn zaak snel afhandelen op de aarde. 29 En zoals Jesaja van tevoren gezegd heeft: Als de Heere van de hemelse legermachten ons geen nageslacht had overgelaten, zouden wij  als Sodom zijn geworden en aan Gomorra gelijkgemaakt zijn geweest.

En zo vat Paulus het samen: Er is natuurlijk nageslacht wat niet gerechtvaardigd is, ondanks hun ijver, en er zijn heidenen die in eerste instantie niet eens zaten te wachten op rechtvaardiging, die wel gerechtvaardigd zijn. En het verschil is niet hun afkomst en ook niet hun werken, maar hun geloof in Gods beloften.

Romeinen 9:30-33
Wat zullen wij dan zeggen? Dit: dat de heidenen, die geen gerechtigheid hebben nagejaagd, gerechtigheid verkregen hebben, gerechtigheid echter die uit het geloof is. 31 Maar Israël, dat de wet van de gerechtigheid najaagde, is aan de wet van de gerechtigheid niet toegekomen. 32 Waarom niet? Omdat zij die niet uit geloof zochten, maar als uit werken van de wet. Want zij hebben zich gestoten aan de steen des aanstoots, 33 zoals geschreven staat: Zie, Ik leg in Sion een steen des aanstoots en een struikelblok. En: Ieder die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden.

Daarom huilt het hart van Paulus. En Hij bidt vurig voor de redding van Israel, dat ze de gerechtigheid van God leren kennen, en zich daaraan onderwerpen, in plaats van zelf ijverig te proberen om goed genoeg te zijn.

Romeinen 10:1-3
Broeders, de oprechte wens van mijn hart en mijn gebed tot God voor Israël is gericht op hun zaligheid. 2 Want ik getuig van hen dat zij ijver voor God hebben, maar niet met het juiste inzicht. 3 Omdat zij immers de gerechtigheid van God niet kennen en een eigen gerechtigheid tot stand proberen te brengen, hebben zij zich niet aan de gerechtigheid van God onderworpen.

Redding, de aanneming tot kinderen en al die heerlijke zegeningen die daar bij horen, zijn niet erfelijk, niet voor het Joodse volk, en zeker niet voor de heidenen. Enkel door het geloof ontvangen zowel Joden als heidenen de zegeningen die al aan Abraham beloofd waren. 

In Galaten 3 maakt Paulus dit duidelijker, hij laat zien hoe het kan dat nu zowel Joden als heidenen deze zegeningen ontvangen. Ook hier zien we dat het niet beloofd was aan heel Israel, alle vleselijke nakomelingen van Abraham, Izak en Jacob. Het was beloofd aan Christus. Er leek uiteindelijk ook niets meer van de stamboom van Abraham over, alleen een afgehouwen boomstronk. Maar Jesaja profeteerde dat die stamboom opnieuw verder zou gaan bloeien (Jesaja 11:1). En Christus, aan Wie het beloofd was, kwam en groeide op. In Hem ontvangen zowel Joden als heidenen deze heerlijke zegeningen. 

Galaten 3:16
Welnu, zo zijn de beloften aan Abraham en aan zijn nageslacht gedaan. Hij zegt niet: En aan de nageslachten, alsof er sprake zou zijn van velen; maar van één: En aan uw Nageslacht; dat is Christus.

Galaten 3:7
Begrijp dan toch dat zij die uit het geloof zijn, Abrahams kinderen zijn.

Galaten 3:26-29
Want u bent allen kinderen van God door het geloof in Christus Jezus. 27  Want u allen die in Christus gedoopt bent, hebt zich met Christus bekleed. 28 Daarbij is het niet van belang dat men Jood is of Griek; daarbij is het niet van belang dat men slaaf is of vrije; daarbij is het niet van belang dat men man is of vrouw;  want allen bent u één in Christus Jezus. 29  En als u van Christus bent, dan bent u Abrahams nageslacht en overeenkomstig de belofte erfgenamen.

In het volgende hoofdstuk laat Paulus zien dat zowel Joodse gelovigen zoals Paulus, als heidense gelovigen zoals de Galaten, door het geloof gerekend worden als nageslacht van Izak; zij zijn de kinderen van de belofte: 

Galaten 4:28,31
Wij nu, broeders, zijn kinderen van de belofte, net zoals Izak… Daarom, broeders, wij zijn geen kinderen van de slavin, maar van de vrije.

Romeinen 10:12-13
Er is immers geen enkel onderscheid tussen Jood en Griek. Want Een en dezelfde is Heere van allen en Hij is rijk voor allen die Hem aanroepen.13 Want ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zal zalig worden.

Nadat Paulus uitgelegd heeft dat zegeningen niet ontvangen worden vanwege natuurlijke afstamming, maar vanwege geloof, gaat hij aan het einde van hoofdstuk 10 weer verder met uitleggen waarom zoveel van zijn natuurlijke familieleden niet geloven en verloren dreigen te gaan.

Heeft God hen helemaal losgelaten, verstoten, zoals Hij Ismael, Ezau en zoveel anderen verstoten had? Nee. Hij benadrukt dat dat zeker niet het geval is, en Paulus zelf is daar het voorbeeld van. Hij was een natuurlijk kind van Abraham, uit de stam van Benjamin en hij is gered.

Romeinen 11:1-2
Ik zeg dan: Heeft God Zijn volk verstoten? Volstrekt niet!  Ik ben immers ook een Israëliet, uit het nageslacht van Abraham, van de stam Benjamin. 2 God heeft Zijn volk, dat Hij van tevoren kende, niet verstoten.

Zo laat hij de gelovigen in Rome zien dat God ervoor gekozen heeft om zich ook nu nog over een deel te ontfermen, zoals Hij dat ook gedaan had in de tijd van Elia toen de rest zich boog voor de afgoden.

Romeinen 11:5
Zo is er dan ook in deze tegenwoordige tijd een overblijfsel ontstaan, overeenkomstig de verkiezing van de genade.

De wijze Landman ontfermt zich ook vandaag over een gedeelte, en ook vandaag verhardt Hij de anderen. God zelf bedekt hun ogen, zodat ze de heerlijkheid van Christus niet zien, zich aan Hem ergeren en niet gerechtvaardigd worden, hoe ijverig ze ook leven (Romeinen 9:31).

Romeinen 11:7-8
Wat dan? Wat Israël zoekt, dat heeft het niet verkregen, maar het uitverkoren deel heeft het verkregen en de anderen zijn verhard, 8 zoals geschreven staat: God heeft hun een geest van diepe slaap gegeven, ogen om niet te zien en oren om niet te horen, tot op de dag van heden.

Het is Gods verkiezing en genade dat er sommigen uit het nageslacht van Abraham gered worden en het is Gods rechtvaardigheid dat anderen verhard worden en verloren gaan. 

Waarom doet de Heere dit? Alleen om dit deel verloren te laten gaan? Nee, juist om zo de zegen naar de volken te laten stromen, om ook uit de heidenen een deel te redden. Zij verwierpen het en daardoor straalt het licht nu over de hele aarde:

Handelingen 13:46-48
Maar Paulus en Barnabas zeiden vrijmoedig: Het was nodig dat het Woord van God eerst tot u gesproken zou worden, maar aangezien u het verwerpt en uzelf het eeuwige leven niet waard oordeelt, zie, wij wenden ons tot de heidenen. 47 Zo immers heeft de Heere ons geboden: Ik heb u tot een licht voor de heidenen gesteld, opdat u tot zaligheid zou zijn tot aan het uiterste van de aarde. 48 Toen nu de heidenen dit hoorden, verblijdden zij zich en prezen het Woord van de Heere, en er geloofden er zovelen als er bestemd waren voor het eeuwige leven.

Als het afhouwen van een deel de stamboom van Abraham dan zo in bloei zet, hoeveel heerlijker zal hij dan bloeien als de natuurlijke takken hem weer compleet maken!

Romeinen 11:11-12
Door hun val echter is de zaligheid tot de heidenen gekomen om hen tot jaloersheid te verwekken. 12 Als dan hun val voor de wereld rijkdom betekent en het feit dat zij achteropkomen rijkdom voor de heidenen, hoeveel te meer hun volheid (vervollediging)!

Dit verlangt Paulus, dat er ook van zijn natuurlijke familieleden zijn die de stamboom van Abraham vol maken, compleet. Paulus verwacht niet dat heel zijn familie tot geloof komt, daarom heeft hij het steeds over een overblijfsel. En juist omdat er een overblijfsel is, wil Hij ze jaloers maken en laten zien hoe heerlijk de beloofde Messias is zodat dit overblijfsel gelooft, gerechtvaardigd wordt en zo ook deelt in al die beloofde zegeningen. 

Nu lijkt er geen hoop voor hen, ze struikelen ongelovig over hun Messias, verhard en verblind. Daarom, als ze tot geloof komen, net zoals Paulus, dan is dat niets anders dan leven uit de dood! Ze dreigden verloren te gaan, als ze geloven wacht ook hen de heerlijke erfenis.

Romeinen 11:15
Want als hun verwerping verzoening voor de wereld betekent, wat betekent dan hun aanneming anders dan leven uit de doden?

Nu komt Paulus bij zijn voorbeeld om alles wat hij al vanaf het begin van hoofdstuk 9 wilde uitleggen, nog duidelijker te maken. Hoe zit het nou, er is een bloeiende gemeente in Rome, terwijl het Joodse volk verhard lijkt. Heidenen worden kinderen van God en natuurlijke kinderen van Abraham worden verworpen. Is God dan ontrouw aan Zijn beloften?

Kijk naar een boom, als het goed gaat met de wortel, gaat het goed met de takken (Romeinen 11:17). Als de wortel vergiftigd is, sterven de takken. En zo bloeit de stamboom van Abraham, de vader van alle gelovigen (Romeinen 4:11). Maar niet alleen met natuurlijke takken, een deel van de takken is weggesnoeid. Een deel van het natuurlijke nageslacht is, zoals we in Romeinen 9 zagen, verworpen. 

De Heere kwam als een wijze Landman naar de boom en snoeide een deel weg om plek te maken voor heidenen. Afgesneden van de heidense stamboom en in de plaats van ongelovige joden geënt, bestaat de familie van Abraham uit Joden en heidenen. 

Romeinen 11:17
Als nu enige van die takken afgerukt zijn, en u, die een wilde olijfboom bent, in hun plaats bent geënt en mede deel hebt gekregen aan de wortel en de vettigheid van de olijfboom. 

Heidenen, zij die niet bij Gods volk hoorden, zijn verenigd met Gods volk en delen in de beloofde erfenis van heerlijkheid. Paulus legt dit ook uit in Efeze 2: Het is door de Heere Jezus en in de Heere Jezus dat het volk van God compleet gemaakt wordt, één. 

Efeze 2:12-19
U in die tijd zonder Christus was, vervreemd van het burgerschap van Israël en vreemdelingen wat betreft de verbonden van de belofte. U had geen hoop en was zonder God in de wereld. 13 Maar nu, in Christus Jezus, bent u, die voorheen veraf was, door het bloed van Christus dichtbij gekomen. 14 Want Hij is onze vrede, Die beiden één gemaakt heeft. En door de tussenmuur, die scheiding maakte, af te breken, 15 heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees tenietgedaan, namelijk de wet van de geboden, die uit bepalingen bestond, opdat Hij die twee in Zichzelf tot één nieuwe mens zou scheppen en zo vrede zou maken… 18 Want door Hem hebben wij beiden door één Geest de toegang tot de Vader. 19 Zo bent u dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God.

De gemeente, de vergadering die Christus uit alle volken verzamelt, is niet in de plaats gekomen van Israel, zij is Israël, met elkaar burgers van Gods rijk, bestaand uit gelovige Joden en gelovige heidenen die in de plaats geënt zijn van ongelovige Joden. 

Door de geschiedenis heen hebben we gezien hoe dit zelfs verloste takken hoogmoedig kan maken. Daarom benadrukt Paulus dat God hen niet in hun plaats geënt heeft om iets in hen. Zij worden slechts gedragen door de wortel.

Romeinen 11:18
Beroem u dan niet tegenover de takken. En als u zich beroemt: U draagt de wortel niet, maar de wortel u.

Nogmaals laat Paulus zien dat sommige Joden afgehouwen zijn en dat heidenen hun plaats hebben ingenomen. Door ongeloof zijn ze afgerukt, door te struikelen over Christus missen ze Zijn gerechtigheid en zegeningen. Maar dat zij afgehouwen zijn, moet ons als gelovigen uit de heidenen vernederen en een heilige vrees geven voor zo’n God! Als Hij natuurlijke takken niet spaart, dan is het net zo goed mogelijk dat ook geënte takken weer afgehouwen worden.

Romeinen 11:19-21
U zult dan zeggen: De takken zijn afgerukt, opdat ik zou worden geënt. 20 Dat is waar. Door ongeloof zijn zij afgerukt en u staat door het geloof. Heb geen hoge dunk van uzelf, maar vrees. 21 Want als God de natuurlijke takken niet gespaard heeft, dan is het ook mogelijk dat Hij u niet spaart.

Zo streng is God, Hij oordeelt rechtvaardig en het is terecht dat iedereen verloren gaat, zowel Jood als heiden. Maar Hij is ook goedertieren. Zijn liefde is zo groot! Daarom ontfermt Hij zich over een deel, een overblijfsel uit de Joden en een deel uit de heidenen dat blijft in Zijn goedertierenheid. 

Romeinen 11:22
Zie dan de goedertierenheid en de strengheid van God: strengheid over hen die gevallen zijn, over u echter goedertierenheid, als u in de goedertierenheid blijft. Anders zult ook u afgehouwen worden.

En als de Heere zich ontfermt over gelovigen uit de heidenen, hen verenigt met Christus en alle zegeningen die hun vader Abraham beloofd zijn, dan zal Hij ook zeker degenen die afgehouwen zijn en geen deel hebben aan de beloofde zegeningen opnieuw inenten als ze tot geloof komen. Dat kan Hij!

Romeinen 11:23-24
En ook zij zullen, als zij niet in het ongeloof blijven, geënt worden, want God is machtig hen opnieuw te enten. 24 Want als u afgehouwen bent uit de olijfboom die van nature wild was, en tegen de natuur in op de tamme olijfboom geënt bent, hoeveel te meer zullen zij die natuurlijke takken zijn, geënt worden op hun eigen olijfboom.

Een deel is verhard en daarom afgehouwen. Een deel is uit de stamboom, de familielijn van Abraham geschrapt door ongeloof, los gemaakt van beloofde zegeningen, onteigend. Maar om deze stamboom compleet te maken, zal de bedekking weggenomen worden, nadat het deel van de heidenen dat ingeënt zal worden, verenigd is met Gods volk. Dit is een heerlijk geheim, een heerlijke belofte voor het natuurlijke nageslacht van Abraham.

Romeinen 11:25
Want ik wil niet, broeders, dat u geen weet hebt van dit geheimenis (opdat u niet wijs zou zijn in eigen oog), dat er voor een deel verharding over Israël is gekomen, totdat de volheid van de heidenen is binnengegaan.

Dit is nogmaals de samenvatting van Paulus antwoord op de vraag hoe het nu zit met de Joden en Gods beloften, het was een geheim en nu heeft hij het uitgelegd. Heidenen worden aangenomen als kinderen, omdat een deel van het Joodse volk verhard is om zo plek te maken voor de heidenen. Zoals de volheid van de heidenen niet betekent dat alle heidenen gered worden, maar het deel dat God gekozen heeft, zo zullen ook niet alle natuurlijke nakomelingen van Abraham gered worden, maar een uitgekozen deel, een overblijfsel.

Maar ook, hoewel een deel is afgehouwen, is God machtig opnieuw te enten. Niet altijd zullen natuurlijke kinderen van Abraham blind blijven voor de heerlijkheid van Christus. Het staat er niet met veel woorden, maar hier lijkt Paulus te verwachten dat er, nadat de volheid van de heidenen is binnengegaan, nog een opwekking zal plaatsvinden en er nog meer Joden opnieuw ingeënt zullen worden.

Zo wordt heel Israel zalig, samen maken gelovige Joden en gelovige heidenen de stamboom van Abraham compleet. In volle bloei, samen genietend van beloofde zegeningen die Christus, de Wortel van Isaï (Romeinen 15:12), de Wortel van David (Openbaring 5:5), gekocht heeft met bloed van het Nieuwe Verbond.

Romeinen 11:26-27
En zo zal heel Israël zalig worden, zoals geschreven staat: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob. 27 En dit is het verbond van Mij met hen, wanneer Ik hun zonden zal wegnemen.

Zo, op de manier die Paulus in het voorgaande uitgelegd heeft. Hij geeft geen tijd aan (dan), maar een manier (zo) waarop de hele stamboom van Abraham, de hele lijn van Israel, die werkelijk als kinderen gerekend worden gered zullen worden. 

Het was voorzegd, zoals Paulus in al die andere woorden van profeten liet zien. En ook nu, haalt Paulus het voortdurende verlangen aan van het volk naar een komende Verlosser, in Psalm 14:7, Psalm 53:7 en Jesaja 59.

Jesaja 59:20-21
En naar Sion zal een Verlosser komen voor wie zich in Jakob van overtreding bekeren, spreekt de HEERE. 21 Wat Mij betreft, dit is Mijn verbond met hen, zegt de HEERE: Mijn Geest, Die op U is, en Mijn woorden die Ik U in de mond gelegd heb, zullen uit Uw mond niet wijken, ook niet uit de mond van Uw nakomelingen, evenmin uit de mond van de nakomelingen van Uw nakomelingen, zegt de HEERE, van nu aan tot in eeuwigheid.

Jesaja begon met de klacht dat het ongerechtigheid van het volk scheiding maakte tussen hun en God. En hier herinnert Paulus aan deze belofte dat Jezus de Verlosser is voor hen die zich bekeren (Handelingen 3:26). En aan het verbond, waar ook de heidenen door het geloof in delen, zoals blijkt als ze vervuld worden me de beloofde Heilige Geest die het onderpand is van alle verbondsbeloften (Jeremia 31:31, Ezechiël 11:19, Efeze 1:14).

Maar een deel stoot zich hier aan en blijft in ongehoorzaamheid. Ze staan vijandig tegenover het Evangelie, om plaats te maken voor de gelovigen uit de heidenen. Het andere deel, overeenkomstig de verkiezing (Romeinen 9:11), is geliefd, aangenomen als Zijn kinderen, trouw aan de beloften aan Abraham, Izak en Jacob.

Romeinen 2:28-29
Want niet híj is Jood die het in het openbaar is, en niet dát is besnijdenis die in het openbaar in het vlees plaatsvindt, maar híj is Jood die het in het verborgene is, en dát is besnijdenis, die van het hart is, naar de geest…

Filippenzen 3:3
Want wij zijn de besnijdenis, wij die God in de Geest dienen en in Christus Jezus roemen en niet op het vlees vertrouwen.

De Heere is betrouwbaar, ook al lijkt het alsof Hij Zijn Woord niet houdt, omdat er zoveel Joden door ongeloof verloren gaan. Maar Hij is trouw aan Zijn Woord, het Woord is niet vervallen. De hele familielijn, de hele stamboom van Abraham zal gered worden op de manier zoals Paulus van hoofdstuk 9 tot 11 heeft uitgelegd. Hij neemt Zijn Woorden niet terug!

Romeinen 11:28-29
Zij zijn weliswaar wat het Evangelie betreft vijanden vanwege u, maar wat de verkiezing betreft geliefden vanwege de vaderen. 29 Want de genadegaven en de roeping van God zijn onberouwelijk.

Nu komt de laatste samenvatting, nog een keer maakt Paulus het duidelijk hoe Abrahams familie gered wordt. Doordat de Heere zich ontfermt over ongehoorzamen, ongeacht hun afkomst of hun werken. Hij ontfermde zich over ongehoorzame heidenen door de ongehoorzaamheid van de Joden. En door de ontferming die aan de ongehoorzame heidenen is bewezen, ontfermt de Heere zich over ongehoorzame Joden die door hun redding jaloers gemaakt worden.

Romeinen 11:30-31
Zoals ook u immers voorheen God ongehoorzaam was, maar nu ontferming verkregen hebt door hun ongehoorzaamheid, 31 zo zijn ook zij nu ongehoorzaam geworden, opdat ook zij door de ontferming die u bewezen is, ontferming zouden verkrijgen.

Beide hebben geen enkel recht op genade. In Romeinen 3 liet Paulus zien dat zowel Jood als Heiden gezondigd hadden. Niemand in de familielijn van Abraham, natuurlijk of ingeënt, heeft recht op die plek.

Romeinen 3:9
Wat dan wel? Zijn wij voortreffelijker? Beslist niet! Wij hebben immers zojuist én Joden én Grieken beschuldigd dat zij allen onder de zonde zijn.

En de Heere ontfermt zich over allen. Niet alle Joden en alle heidenen ooit, dan zou hoofdstuk 10 en de noodzaak van geloof niet nodig zijn, dan zou Paulus niet benadrukt hebben dat het steeds om een overblijfsel gaat. Maar iedereen in de stamboom van Abraham, overeenkomstig de verkiezing, was geboren in de slavernij van Satan. Gebonden, opgesloten. En enkel door het geloof krijgen ze deel aan al die heerlijke zegeningen. Enkel Gods ontferming verenigde hen met Christus, Hij snoeit die stamboom en ent in zodat hij tot volle bloei komt, compleet.

Galaten 3:22
Maar de Schrift heeft alles onder de zonde opgesloten, opdat de belofte aan de gelovigen gegeven zou worden door het geloof in Jezus Christus.

Er is één stamboom, een familielijn die genadig eeuwig gezegend wordt door de Heere, gevormd uit gelovige Joden en gelovige heidenen. Eén kudde, met nog andere schapen die toegevoegd moeten worden, waardoor het één kudde zal worden en één Herder (Johannes 10:16). Er is een bruid, voor wie Christus Zijn leven gaf! En er zal straks één tafel staan (Mattheüs 8:11, Lukas 13:29), waar we met Abraham, Izak en Jacob zullen genieten van de beloofde zegeningen, de erfenis die op ons wacht.

Maar er is ook een familielijn die rechtvaardig eeuwig Zijn toorn zal moeten dragen, gevormd door iedereen die Christus ongelovig verwerpt, nakomelingen van Ismael, Ezau en de Farao, zij die de duivel als hun vader hebben en zijn begeerten willen doen, zowel uit de Joden als uit de heidenen (Johannes 8:44).

En daarom is er één Evangelie, of je nu natuurlijk nageslacht bent van Abraham of geboren bent onder de heidenen. Luister niet meer naar je vader, Satan, de vader van de leugen, en geloof het heerlijke betrouwbare Evangelie, de kracht van God tot redding. Ontvang dit heerlijke Woord, want allen, uit de Joden en uit de heidenen, “die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven” (Johannes 1:12).

Romeinen 1:16
Want ik schaam mij niet voor het Evangelie van Christus, want het is een kracht van God tot zaligheid voor ieder die gelooft, eerst voor de Jood, en ook voor de Griek.

O, diepte van rijkdom, zowel van wijsheid als van kennis van God, hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn oordelen en onnaspeurlijk Zijn wegen! 34  Want wie heeft de gedachten van de Heere gekend? Of wie is Zijn raadsman geweest? 35 Of wie heeft Hem eerst iets gegeven en het zal hem vergolden worden? 36 Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid, tot in eeuwigheid. Amen.

Dit artikel is voortgekomen uit gesprekken in de MijnGeloofsvraag Whatsapp-groep waar we iedere werkdag samen een ingezonden vraag van deelnemers behandelen. Klik hier om deel te nemen →