Is het Bijbels om te zeggen dat de bevinding van Gods kinderen jaloersmakend is voor ongelovigen?


Is het Bijbels om te zeggen dat de bevinding van Gods kinderen jaloersmakend is voor ongelovigen?


In de Bijbel verwijst het woord “bevinding” naar beproeving of ondervinding. Ook wordt het soms vertaalt als bewijs, of de uitkomst van een proef. In Romeinen 5 wordt het gebruikt als het ondervinden van volharding in verdrukking.

Deze ondervinding van volharding in verdrukking geeft hoop, “een hoop die niet beschaamt omdat de liefde van God in ons hart is uitgestort door de Heilige Geest, Die ons gegeven is” (Romeinen 5:3-5).

We weten dat Gods kinderen beproefd worden. Petrus zegt dat we dat niet vreemd moeten vinden, ”Geliefden, laat de hitte van de verdrukking onder u, die tot uw beproeving dient, u niet bevreemden, alsof u iets vreemds overkwam” (1 Petrus 4:12).

Ook noemt Petrus de beproeving van grote waarde, iets waarin we ons moeten verheugen, “Daarin verheugt u zich, ook al wordt u nu voor een korte tijd – als het nodig is – bedroefd door allerlei verzoekingen, opdat de beproeving van uw geloof – die van groter waarde is dan die van goud, dat vergaat en door het vuur beproefd wordt – mag blijken te zijn tot lof en eer en heerlijkheid, bij de openbaring van Jezus Christus” (1 Petrus 1:6-7).

Het moet ons blij maken wanneer de Heere ons iets op onze weg geeft wat ons geloof beproeft, wat ons test om te zien of we zullen volharden, of we het geloof behouden, of we Jezus werkelijk willen volgen en heerlijker vinden dan deze wereld. Jakobus zegt, “Acht het enkel vreugde, mijn broeders, wanneer u in allerlei verzoekingen terechtkomt, want u weet dat de beproeving van uw geloof volharding teweegbrengt. Maar laat die volharding ook volledig mogen doorwerken, opdat u volmaakt bent en geheel oprecht, en in niets tekortschiet.” (Jakobus 1:2-4)

Wanneer ons leven maar doorgaat en alles rustig en kalm is, is het soms niet duidelijk of we wel geloven of niet. Pas wanneer het geloof onder druk komt te staan, door verleiding, verdrukking of lijden wordt het zichtbaar. Dan komt het erop aan of we Hem verloochenen of volharden. En wanneer we dan zien of ondervinden dat we volharden in verdrukking — hoe groot of klein die verdrukking ook is — geeft dat een onuitsprekelijk vreugde, dat geeft de hoop van Romeinen 5.


Bevinding en de redding van zielen
Nou, dat was een hele omweg, en misschien is dit niet het beeld wat je bij bevinding hebt, maar ik wilde toch eerst laten zien wat de Bijbel over bevinding zegt, ook om de vraag verder te kunnen beantwoorden.

Want als een ongelovige ziet hoe een gelovige onder druk volhardt in het geloven, wat zou dat dan met hem doen, zou hij jaloers kunnen worden?

Ik heb gezocht in de Bijbel naar voorbeelden, maar er wordt nergens specifiek gezegd, voor zo ver ik weet, dat het toonbeeld van volharding in verdrukking op zichzelf tot redding van verloren zielen zal leiden.

Wel lezen we deze bijzondere woorden van Paulus: “Nu verblijd ik mij in mijn lijden voor u en vervul in mijn vlees wat overblijft van de verdrukkingen van Christus, ten behoeve van Zijn lichaam, dat is de gemeente” (Kolossenzen 1:24). Was het lijden van Christus niet genoeg, moest Paulus daar nog wat aan toevoegen?

John Piper zegt hierover, “Nee, het lijden van Christus was genoeg, wat daar nu nog aan ontbreekt is een zichtbaar beeld van dit lijden.” In de verdrukkingen van Paulus om Christus’ wil zien we Christus verdrukking tot opbouw van Zijn gemeente. Wanneer we dus omwille van Christus lijden is dit een levend toonbeeld van het lijden van Christus waarin ongelovigen de liefde van de Heere Jezus kunnen proeven.

Maar dit is nooit genoeg. Zoals het lijden van Jezus vergezeld ging met de verkondiging van het Evangelie. Wanneer er in ons leven iets zichtbaar wordt van het lijden van Christus, van volharding in verdrukking. Dan zullen er zeker vragen komen en dan moeten we spreken. Zo werkt de verdrukking van Gods volk samen met de verkondiging van het Evangelie.


In de praktijk
Dit kan in het klein zichtbaar worden wanneer je er voor kiest om niet met de wereld mee te doen, als je “de smaad van Christus liever hebt dan de schatten in Egypte.” (Hebreeën 11:25-26) Dan kun je getuigen van dat loon wat je voor ogen hebt en dan zal die (lichte) verdrukking een middel zijn om het Evangelie te verkondigen.

Ook moet ik nog denken aan een film die ik een paar weken geleden zag over het leven Richard Wurmbrand. Hier zien we dit in het groot. Hij was vanwege het verkondigen van het Evangelie gevangen gezet en elke keer wanneer hij in zijn cel knielde om met Zijn Vader te spreken werd hij meegenomen om geslagen te worden.

Op een dag kwam de bewaker weer terwijl hij geknield op de grond van zijn cel zat. Geërgerd riep de bewaker, “Ben je nu nog niet uitgebeden? Wat heb je nog om voor te bidden?” “Ik bid voor u,” zij Richard. Dit brak het hart van de bewaker, zo’n volharding in (zware) verdrukking had hij nog nooit gezien.

Kijk, Jezus is wel het allergrootste voorbeeld van volharding in verdrukking. Kijk, hoe Hij volhield totdat Hij riep, “Het is volbracht!” Wat deed dat met zondaren? Wat doet dat met jou?

“Beproef mij, HEERE, ja, stel mij op de proef, toets mijn nieren en mijn hart” (Psalm 26:2).

In de Bijbel verwijst het woord “bevinding” naar beproeving of ondervinding. Ook wordt het soms vertaalt als bewijs, of de uitkomst van een proef. In Romeinen 5 wordt het gebruikt als het ondervinden van volharding in verdrukking.

Deze ondervinding van volharding in verdrukking geeft hoop, “een hoop die niet beschaamt omdat de liefde van God in ons hart is uitgestort door de Heilige Geest, Die ons gegeven is” (Romeinen 5:3-5).

We weten dat Gods kinderen beproefd worden. Petrus zegt dat we dat niet vreemd moeten vinden, ”Geliefden, laat de hitte van de verdrukking onder u, die tot uw beproeving dient, u niet bevreemden, alsof u iets vreemds overkwam” (1 Petrus 4:12).

Ook noemt Petrus de beproeving van grote waarde, iets waarin we ons moeten verheugen, “Daarin verheugt u zich, ook al wordt u nu voor een korte tijd – als het nodig is – bedroefd door allerlei verzoekingen, opdat de beproeving van uw geloof – die van groter waarde is dan die van goud, dat vergaat en door het vuur beproefd wordt – mag blijken te zijn tot lof en eer en heerlijkheid, bij de openbaring van Jezus Christus” (1 Petrus 1:6-7).

Het moet ons blij maken wanneer de Heere ons iets op onze weg geeft wat ons geloof beproeft, wat ons test om te zien of we zullen volharden, of we het geloof behouden, of we Jezus werkelijk willen volgen en heerlijker vinden dan deze wereld. Jakobus zegt, “Acht het enkel vreugde, mijn broeders, wanneer u in allerlei verzoekingen terechtkomt, want u weet dat de beproeving van uw geloof volharding teweegbrengt. Maar laat die volharding ook volledig mogen doorwerken, opdat u volmaakt bent en geheel oprecht, en in niets tekortschiet.” (Jakobus 1:2-4)

Wanneer ons leven maar doorgaat en alles rustig en kalm is, is het soms niet duidelijk of we wel geloven of niet. Pas wanneer het geloof onder druk komt te staan, door verleiding, verdrukking of lijden wordt het zichtbaar. Dan komt het erop aan of we Hem verloochenen of volharden. En wanneer we dan zien of ondervinden dat we volharden in verdrukking — hoe groot of klein die verdrukking ook is — geeft dat een onuitsprekelijk vreugde, dat geeft de hoop van Romeinen 5.


Bevinding en de redding van zielen
Nou, dat was een hele omweg, en misschien is dit niet het beeld wat je bij bevinding hebt, maar ik wilde toch eerst laten zien wat de Bijbel over bevinding zegt, ook om de vraag verder te kunnen beantwoorden.

Want als een ongelovige ziet hoe een gelovige onder druk volhardt in het geloven, wat zou dat dan met hem doen, zou hij jaloers kunnen worden?

Ik heb gezocht in de Bijbel naar voorbeelden, maar er wordt nergens specifiek gezegd, voor zo ver ik weet, dat het toonbeeld van volharding in verdrukking op zichzelf tot redding van verloren zielen zal leiden.

Wel lezen we deze bijzondere woorden van Paulus: “Nu verblijd ik mij in mijn lijden voor u en vervul in mijn vlees wat overblijft van de verdrukkingen van Christus, ten behoeve van Zijn lichaam, dat is de gemeente” (Kolossenzen 1:24). Was het lijden van Christus niet genoeg, moest Paulus daar nog wat aan toevoegen?

John Piper zegt hierover, “Nee, het lijden van Christus was genoeg, wat daar nu nog aan ontbreekt is een zichtbaar beeld van dit lijden.” In de verdrukkingen van Paulus om Christus’ wil zien we Christus verdrukking tot opbouw van Zijn gemeente. Wanneer we dus omwille van Christus lijden is dit een levend toonbeeld van het lijden van Christus waarin ongelovigen de liefde van de Heere Jezus kunnen proeven.

Maar dit is nooit genoeg. Zoals het lijden van Jezus vergezeld ging met de verkondiging van het Evangelie. Wanneer er in ons leven iets zichtbaar wordt van het lijden van Christus, van volharding in verdrukking. Dan zullen er zeker vragen komen en dan moeten we spreken. Zo werkt de verdrukking van Gods volk samen met de verkondiging van het Evangelie.


In de praktijk
Dit kan in het klein zichtbaar worden wanneer je er voor kiest om niet met de wereld mee te doen, als je “de smaad van Christus liever hebt dan de schatten in Egypte.” (Hebreeën 11:25-26) Dan kun je getuigen van dat loon wat je voor ogen hebt en dan zal die (lichte) verdrukking een middel zijn om het Evangelie te verkondigen.

Ook moet ik nog denken aan een film die ik een paar weken geleden zag over het leven Richard Wurmbrand. Hier zien we dit in het groot. Hij was vanwege het verkondigen van het Evangelie gevangen gezet en elke keer wanneer hij in zijn cel knielde om met Zijn Vader te spreken werd hij meegenomen om geslagen te worden.

Op een dag kwam de bewaker weer terwijl hij geknield op de grond van zijn cel zat. Geërgerd riep de bewaker, “Ben je nu nog niet uitgebeden? Wat heb je nog om voor te bidden?” “Ik bid voor u,” zij Richard. Dit brak het hart van de bewaker, zo’n volharding in (zware) verdrukking had hij nog nooit gezien.

Kijk, Jezus is wel het allergrootste voorbeeld van volharding in verdrukking. Kijk, hoe Hij volhield totdat Hij riep, “Het is volbracht!” Wat deed dat met zondaren? Wat doet dat met jou?

“Beproef mij, HEERE, ja, stel mij op de proef, toets mijn nieren en mijn hart” (Psalm 26:2).

Dit artikel is voortgekomen uit gesprekken in de MijnGeloofsvraag Whatsapp-groep waar we iedere werkdag samen een ingezonden vraag van deelnemers behandelen. Klik hier om deel te nemen →


Dit artikel is voortgekomen uit gesprekken in de MijnGeloofsvraag Whatsapp-groep waar we iedere werkdag samen een ingezonden vraag van deelnemers behandelen. Klik hier om deel te nemen →