’Simeon heeft verteld hoe God voorheen naar de heidenen omgezien heeft om voor Zijn Naam uit hen een volk aan te nemen’ (Handelingen 15:14).
We kunnen niet genoeg benadrukken welke centrale plaats de eer van God inneemt in onze motivatie om te evangeliseren en zendingswerk te doen.
God zette de wereld van Petrus op zijn kop door het visioen van de onreine dieren waarover we lezen in Handelingen 10, en door de opdracht om zowel naar de heidenen als naar de Joden te gaan om het Evangelie te verkondigen. Toen hij terugkwam in Jeruzalem, vertelde hij aan de apostelen dat het allemaal te maken had met Gods ijver voor Zijn naam. Dat weten we omdat Jakobus de toespraak van Paulus als volgt samenvatte: ‘Simeon heeft verteld hoe God voorheen naar de heidenen omgezien heeft om voor Zijn Naam uit hen een volk aan te nemen’ (Handelingen 15:14).
Het is niet verwonderlijk dat Petrus zegt dat het Gods bedoeling is om voor Zijn Naam een volk te vergaderen. De Heere Jezus had hem een paar jaar daarvoor al iets geleerd wat hij nooit meer zou vergeten.
Weet je nog wat Petrus tegen Jezus zei nadat de rijke jongeling zich van Jezus afkeerde en Hem weigerde te volgen? ‘Zie, wij hebben alles verlaten en zijn U gevolgd [in tegenstelling tot die rijke jongeling]; wat zal dan ons deel zijn?’ Jezus’ antwoord was een milde berisping, die erop neer kwam dat geen offer te groot is als je leeft voor de eer van Zijn naam. ‘En al wie huizen of broers of zusters of vader of moeder of vrouw of kinderen of akkers zal verlaten hebben omwille van Mijn Naam, die zal honderdvoudig ontvangen en het eeuwige leven beërven’ (Mattheüs 19:29).
Het is duidelijk: God werkt met grote vreugde toe naar het grote doel: om voor Zijn Naam een volk te verzamelen uit elke stam, taal en natie (Openbaring 5:9; 7:9). Hij zet zich met een onuitputtelijke ijver in voor de verheerlijking van Zijn Naam onder alle volken.
Wanneer we onze verlangens dus in lijn brengen met die van Hem, en, omwille van Zijn Naam, afstand doen van ons verlangen naar aardse gemak en met Hem hetzelfde grote doel nastreven, dan gaat de almachtige ijver van God voor Zijn Naam ook ons leven aan. Dan kunnen we, ondanks alle verdrukkingen en tegenslagen, nooit verliezen (Handelingen 9:16; Romeinen 8:35-39).
Beschikbaar gesteld door DesiringGod.org