Door John Piper
En u, Bethlehem-Efratha, al bent u klein om te zijn onder de duizenden van Juda, uit u zal Mij voortkomen Die een Heerser zal zijn in Israël. Zijn oorsprongen zijn van oudsher, van eeuwige dagen af. Daarom zal Hij hen overgeven tot de tijd dat zij die baren zal, gebaard heeft. Dan zal de rest van Zijn broeders zich bekeren, met de Israëlieten. Hij zal staan en hen weiden in de kracht van de HEERE, in de majesteit van de naam van de HEERE, Zijn God. (Micha 5:1-3)
Christus is het ‘ja’ van al Gods beloften. Als je Hem dus vertrouwt, behoren die allemaal tot jouw erfenis. Micha maakte het al duidelijk dat Christus voor ons de waarborg van de beloften van God is. Hoe liet Micha ons dat zien?
Iedere Jood die in die dagen Micha hoorde voorzeggen dat er een Heerser uit Bethlehem zal komen, Die Zijn volk zal weiden in de kracht van de Heere, dacht direct aan twee mensen: David, de koning, en de komende Zoon van David, de Messias.
De tekst legt ten minste drie verbanden met David: (1) David kwam uit Bethlehem – daarom werd het ‘de stad van David’ genoemd; (2) David was een heerser in Israël – hij was de grootste heerser, een man naar Gods hart; (3) David was in zijn jeugd een herder en werd later de herder van Israël genoemd (Psalm 78:71).
Bij deze drie verbanden met David gaat het hierom: Micha bevestigt opnieuw de zekerheid van Gods belofte aan David. Denk maar aan 2 Samuel 7:12-16, waar God tegen David had gezegd:
Wanneer uw dagen voorbij zijn (...), zal Ik uw nakomeling na u, die uit uw lichaam voortkomt, doen opstaan en Ik zal zijn koningschap bevestigen. Die zal voor Mijn naam een huis bouwen, en Ik zal de troon van zijn koningschap voor eeuwig bevestigen. (...) Uw huis en uw koningschap zullen voor uw ogen voor eeuwig vaststaan, uw troon zal voor eeuwig zeker zijn.
Het verbazingwekkende aan Micha is dat hij de zekerheid van deze belofte niet bevestigt in een tijd waarin Israëls macht toeneemt, maar in een tijd waarin Israël steeds minder voorstelt. Het noordelijke koninkrijk is vernietigd en het zuidelijke koninkrijk zal door het oordeel van God worden getroffen. De vervulling van Gods beloften leek onmogelijk.
Het ging Micha hierom: de komst van Christus was de bevestiging van de beloften van God. In Romeinen 15:8 zegt Paulus het zo: ’En ik zeg dat Jezus Christus een Dienaar van de besnijdenis is geworden ter wille van de waarheid van God om de beloften aan de vaderen te bevestigen.’ Of zoals hij het in 2 Korinthe 1:20 uitdrukte: ’Zovele beloften van God als er zijn, die zijn in Hem ja en in Hem amen.’
Als je door het geloof ‘in Hem’ bent, zul je alle beloften van God erven. In Jezus werd Micha’s voorzegging vervuld. Zo werden alle beloften bevestigd. God heeft de waarheid gesproken. Kerstfeest is Gods grote bevestiging van al Zijn beloften. Als Christus is gekomen, dan is
God betrouwbaar. Als God betrouwbaar is, dan zijn al Zijn beloften betrouwbaar voor wie op Hem vertrouwen. Ontvang dit onuitsprekelijke geschenk.