Door John Piper
Hij zal staan en hen weiden in de kracht van de HEERE, in de majesteit van de naam van de HEERE, Zijn God. Zij zullen veilig wonen, want nu zal Hij groot zijn tot aan de einden van de aarde. Hij zal Vrede zijn. (Micha 5:3-4)
Micha profeteerde dat Hij groot zal zijn ’tot aan de einden van de aarde’. Er zullen geen verzetshaarden meer zijn die niet zijn opgeruimd. Geen vreemde machten zullen onze veiligheid nog bedreigen. Elke knie zal zich buigen en elke tong zal Hem belijden. De hele aarde zal vervuld zijn met Zijn heerlijkheid.
Het evangelie van het kerstfeest is: aan het kruis heeft Christus deze vijand met Zijn voeten vertrapt. Van ieder die op Hem vertrouwt, zijn zijn zonden geworpen in de diepste diepten van de zee.
Hij zal onze Vrede zijn. Ja, in dit verband omvat dat ook de definitieve, aardse, politieke vrede. Micha 4:3 sprak daar al over:
Hij zal oordelen tussen vele volken en machtige heidenvolken vonnissen, tot ver weg. Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegscharen en hun speren tot snoeimessen.
Geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen. Oorlog voeren zullen zij niet meer leren.
Op een dag zal de Heerser, de Koning der koningen en de Heer der heren, terugkeren en dat werkelijkheid maken. Dan zal het kerstlied eindelijk zijn vervuld:
O Vredevorst, Gij kunt gebieden de vreed’ op aard’ en in mijn ziel! Doe alle volken tot U vlieden, dat al wat ademt voor U kniel’!
Daarmee komen we bij een andere, diepere vrede. Een vrede die tot stand moet komen voor er vrede kan zijn op aarde. Er moet vrede zijn tussen God en ons. Ons ongeloof en Zijn toorn moeten worden weggenomen. Dat is onze diepste vrede en onze diepste behoefte met Kerst.
Micha wist dat dit eraan kwam. Hij had het persoonlijk ervaren (7:8-9). Hij beschrijft dat prachtig aan het slot van zijn boek, in Micha 7:18-19:
Wie is een God als U,
Die de ongerechtigheid vergeeft,
Die voorbijgaat aan de overtreding
van het overblijfsel van Zijn eigendom?
Hij zal niet voor eeuwig vasthouden aan Zijn toorn, want Hij vindt vreugde in goedertierenheid.
Hij zal Zich weer over ons ontfermen,
Hij zal onze ongerechtigheden vertrappen,
ja, U zult al hun zonden werpen in de diepten van de zee.
Dat was het grote werk dat de Messias nog moest verrichten. Ja, om vrede te krijgen, moeten de vijanden op aarde worden verslagen. De grootste en heftigste vijand is de vijand die zonde en oordeel heet. Het evangelie van het kerstfeest is: aan het kruis heeft Christus deze vijand met Zijn voeten vertrapt. Van ieder die op Hem vertrouwt, zijn zijn zonden dus geworpen in de diepste diepten van de zee.
Daarom zeggen we niet: ‘Eer zij aan ons’, maar: ‘Eer zij aan God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in mensen een welbehagen’!