Advent met John Piper

Onze werkelijke schat

Dag 350 van 48 · 15 december 2026
729%

Door John Piper

Toen zij de ster zagen, verheugden zij zich met zeer grote vreugde. (Mattheüs 2:10)


Jezus aanbidden betekent dat we door middel van onze offergaven vol vreugde gezag en waardigheid toekennen aan Christus. We schrijven Hem iets toe. We schenken Hem niets. God wordt niet door mensen- handen gediend alsof Hij iets nodig heeft (Handelingen 17:25).


De wijzen geven hun geschenken niet om Jezus te helpen of om in Zijn behoeften te voorzien. Het zou tot oneer van een koning zijn als buitenlandse bezoekers koninklijke hulppakketten kwamen brengen. Deze geschenken zijn ook niet bedoeld als steekpenningen. God
zegt ons in Deuteronomium 10:17 dat Hij zulke geschenken niet aanvaardt.


Maar wat betekenen die geschenken dan? Hoe zijn ze dan een teken van aanbidding? De geschenken versterken ons verlangen naar Christus Zelf, net zoals vasten dat doet. Als je Christus zo’n geschenk geeft, is dat een manier om te zeggen:


De vreugde waar ik naar streef is niet de hoop om rijk te worden door dingen die U schenkt. Ik ben niet tot U gekomen om Uw gaven, maar om Uzelf. Dit verlangen probeer ik nu te versterken en te laten zien door dingen op te geven in de hoop dat ik daardoor meer van U ga genieten dan van Uw gaven. Door U te geven wat U niet nodig hebt en waarvan ik zou kunnen genieten, zeg ik des te ernstiger en oprechter: ‘U bent mijn schat, niet deze dingen.’ Ik denk dat dit de betekenis is van het God aanbidden met geschenken van goud en wierook en mirre.


Door U te geven wat U niet nodig hebt en waarvan ik zou kunnen genieten, zeg ik des te ernstiger en oprechter: ‘U bent mijn schat, niet deze dingen.’


Ik hoop dat God met de waarheid van deze tekst in ons het verlangen naar Christus Zelf wekt. Ik hoop dat we met ons hele hart zeggen:


Heere Jezus, U bent de Messias, de Koning van Israël. Alle volken zullen komen en zich voor U neerbuigen. God gebruikt de wereld om ervoor te zorgen dat U wordt aanbeden. Daarom, welke tegenstand ik ook mag ondervinden, ik zal met vreugde U het gezag en de waardigheid toeschrijven en mijn gaven meebrengen om te zeggen dat alleen U mijn hart kunt vervullen, niet die gaven.

Gerelateerde artikelen

Alle