"Dien de HEERE met blijdschap." (Psalm 100:2) Iemand stelde mij eens de vraag: "Vindt u dat een zondaar het recht heeft om hier op aarde gelukkig te zijn?" Zonder in te gaan op wat er waar of onwaar was in die vraag, antwoordde ik simpelweg: "Zit er soms godsdienst in somber zijn?" En een andere keer voegde ik toe bij een soortgelijke vraag: "Ik denk niet dat somberheid ook maar iets beter of aangenamer is voor God dan de meest oppervlakkige lichtzinnigheid." "En wanneer u vast, toon dan geen droevig gezicht, zoals de huichelaars," zei de Heere (Mattheüs 6:16). Laten we nadenken over de zonde en dwaasheid van ongelukkig zijn, en dan vooral over het ongelukkig dienen van God. Want Zijn juk is zacht en Zijn last is licht (Mattheüs 11:30). 1. God is gelukkig. Hij is de gezegende God, in Wie de bronnen van alle blijdschap zijn. Daarom wijst die uitdrukking "de vreugde van de HEERE" vooral op de vreugde die in God is, meer nog dan op de vreugde die Hij geeft. Christus was een Man van smarten tijdens Zijn leven op aarde, omdat Hij onze zonden droeg. Maar Hij leed zodat wij niet zouden treuren, maar ons juist zouden verblijden. Hij diende de Vader in verdriet, zodat wij Hem met blijdschap mogen dienen. 2. De engelen zijn gelukkig. Zij zijn de gezegende engelen. Ze weten alleen wat verdriet is doordat ze het bij ons zien als ze komen om ons te dienen. Hun hemel is een gelukkige hemel. Alles om hen heen is vreugde. Hun bronnen drogen nooit op, hun lucht betrekt nooit, hun zon gaat nooit onder. Zij zuchten niet, huilen niet, wringen hun handen niet en strooien geen as op hun schitterende hoofden. Zij drinken altijd uit de rivieren van vreugde die aan Gods rechterhand zijn. Soms stijgt hun blijdschap nog hoger, zoals toen zij het uitjuichten van vreugde over de pasgeschapen wereld, of wanneer zij worden opgeroepen om te delen in de vreugde van God over één zondaar die zich bekeert (Lukas 15:7, 10). Zij dienen de HEERE met blijdschap. 3. Vergeven mensen zijn gelukkig. Dit is het getuigenis van David: "Welzalig is hij van wie de overtreding vergeven, van wie de zonde bedekt is" (Psalm 32:1). Het gaat hier om twee groepen: (1) zij die gestorven zijn en bij Christus zijn, en (2) zij die nog hier op aarde leven. Van die tweede groep verloste mensen zeggen we: zij zijn gelukkig, ook al zijn ze niet volmaakt, want zij zijn vergeven. Ze leven in een wereld vol kwaad en dragen veel kwaad in zichzelf mee — veel beproevingen, zware strijd, grote zwakheid — en toch zijn ze gelukkig. Waarom? Omdat ze vergeven zijn. Gods gunst rust op hen. Ze weten het, en ze ontdekken dat Zijn goedgunstigheid een leven lang duurt (Psalm 30:6). Omdat zij vergeven zijn en omdat ze dat weten, dienen zij de HEERE met blijdschap. Het blijkt dus dat er niet alleen geluk is in de hemel bij God en de heilige engelen, maar dat er ook geluk is hier op aarde — en dat wij er deel aan mogen hebben. De basis en het begin van dat geluk moet de vergeving van zonden zijn en de gunst van God. Die zijn bereikbaar. Ze worden ons aangeboden als vrije geschenken. We worden dringend gevraagd deze aan te nemen. We kunnen ze niet afwijzen zonder te zondigen. We zien dus dat het zowel zondig als dwaas is om ongelukkig te zijn. Dat wil zeggen: waar ongeluk is, moet het het gevolg zijn van onze eigen zonde en dwaasheid, doordat we weigeren gelukkig te zijn. Let daarom op het volgende: 1. We kunnen alleen ongelukkig zijn door vergeving te weigeren. De vergeving is klaargemaakt en wordt verkondigd aan de mensenkinderen. (1) Het is een vrije vergeving; (2) een rechtvaardige vergeving; (3) een vergeving die nu al beschikbaar is; (4) een allesomvattende vergeving, die elke zonde bedekt; (5) je ontvangt haar eenvoudig door te geloven wat God ons verteld heeft over het zoenoffer van Zijn Zoon. God weigert de vergeving dus niet. Hij onderhandelt er niet over. Hij stelt geen onredelijke voorwaarden, zelfs helemaal geen voorwaarden. Hij maakt er geen onzekerheid van en ook geen beloning voor een goed leven. Nee, integendeel: Hij maakt het in de helderste woorden bekend. Hij legt het aan onze voeten neer. Hij pakt het op en drukt het ons in de handen. Hij dringt er met oneindige en diepe ernst bij ons op aan om het nu te ontvangen — volkomen, onvoorwaardelijk en onveranderlijk — als Zijn vrije gave. Als dat zo is, moet het ontbreken van deze vergeving dan niet de vrucht zijn van ons eigen afwijzen, en niet van Gods soevereiniteit of onwil? We zijn niet ongelukkig simpelweg omdat we zondig en dwaas zijn, maar omdat we vastberaden doorgaan met de zonde en dwaasheid van het afwijzen van Gods gave — en zo weigeren gelukkig te zijn. Het ongeluk van een zondaar is het gevolg van zijn zonde en dwaasheid. O, wat zondig en dwaas om het geluk dat God aanbiedt te weigeren, en het "droevig gezicht" van de huichelaar te verkiezen boven een gezicht dat straalt van vergeving! 2. We kunnen alleen ongelukkig zijn door Christus te weigeren. Het is niet Christus Die ons weigert (dat heeft Hij nooit gedaan), maar het is ons weigeren van Christus dat ons ongelukkig houdt. Hij is de vrije gave van God aan ons: Hij, de levende, de gestorven, de begraven, de opgestane Christus. Hij, het Woord dat vlees geworden is. Hij, het grote vat van goddelijke volheid. Hij, de bewaarplaats van het eeuwige leven. Hij is Gods vrije gave aan ons — een gave die we niet alleen mogen aannemen, maar die we tot ons eigen gevaar afwijzen. We kunnen alleen ongelukkig zijn door Christus te weigeren! O, de dwaasheid en zonde van ongelukkig blijven! Volharden in het afwijzen van Christus is de ware oorzaak van al het ongeluk op aarde. Je sluit je ogen en oren voor Hem — hoe kun je dan gelukkig zijn? 3. We kunnen alleen ongelukkig zijn door te besluiten ons niet te bekeren. God zegt: "Bekeer u, bekeer u van uw slechte wegen, want waarom zou u sterven" (Ezechiel 33:11); bekeer u en leef! Het is zinloos om de schuld van onszelf af te schuiven en te zeggen: "Ik wil me bekeren, maar ik kan het niet, en God wil mij niet helpen." Dat is niet waar. "Ik ben helemaal bereid om bekeerd te worden, maar God wil mij niet bekeren" — dat is alsof een dronkaard zou zeggen: "Ik wil het drinken het liefst opgeven, maar God wil mij niet helpen nuchter te worden." Of alsof een vloeker zou zeggen: "Ik wil heel graag stoppen met vloeken, maar ik kan het niet, en God geeft mij de kracht niet." Wat de plechtige waarheid van Gods soevereiniteit ook mag zijn (en Hij zou geen God zijn als Hij niet soeverein was), het is niet die soevereiniteit die jou belet je te bekeren, maar je eigen besluit om het niet te doen. Dat je je niet bekeert, is de oorzaak van je ongeluk. Je kunt niet gelukkig zijn totdat je je bekeert. Dat je ongelukkig bent, is dus je eigen zonde en dwaasheid. O, dwaze zondaar, die weigert gelukkig te zijn! O, dwaasheid zonder naam of gelijke! Maar in die ongelukkige toestand kun je de Heere niet dienen. Zo is het ook met ons allemaal. We zouden altijd gelukkig kunnen zijn als we altijd de gaven zouden aannemen die Christus ons aanbiedt: als we het goddelijk getuigenis zouden geloven over de genoegzaamheid van het grote offer en de vrijheid van de grote liefde. Ongeluk is dus een eigen beslissing. "En toch wilt u niet tot Mij komen" (Johannes 5:40). Het levert niets op. Het bevrijdt niet, het versterkt niet, het heiligt niet, het troost niet. Ongelukkig zijn is onze dwaasheid en onze zonde. Als we gelukkig zijn, kunnen we zoveel krachtiger en succesvoller werken. Geen werk is dan vervelend, geen moeite of ergernis wordt dan gevoeld. Als we ongelukkig zijn, is alles omgekeerd. Wees dan gelukkig in God (dit is een belangrijk deel van ons getuigenis). Proef Zijn liefde, leef in Zijn glimlach. Dan zul je zien hoe wijs en heilig geluk is. En als Jezus voor de tweede keer komt, zul je ingaan in Zijn vreugde.
De zonde en dwaasheid van ongelukkig zijn
Hoofdstuk 51 van 45·7 min leestijd
113%
Gerelateerde artikelen
Alle
Theologie5 min
Welke Oud Testamentische beloften zijn op mij van toepassing?
John Piper · 19 okt 2025

Theologie7 min
Moeten we de kant van Israël of Palestina kiezen?
John Piper · 8 okt 2025

Theologie19 min
Een bloedige landbelofte
Andreas Murre · 22 aug 2025

Theologie37 min
Reactie op de Kinderdoop van Douglas Wilson
Andreas Murre · 17 mei 2025

Theologie2 min
Wat is de toekomst van Israel?
Andreas Murre · 25 okt 2023

Theologie14 min
Psalmen, lofzangen en geestelijke liederen (Kolossenzen 3:16b)
Andreas Murre · 30 jul 2023

Theologie11 min
Het Woord van Christus (Kolossenzen 3:16)
Andreas Murre · 16 jul 2023

Theologie14 min
Voor wie is de Bijbel geschreven?
Andreas Murre · 30 mei 2022

Theologie3 min
Wat wordt er bedoeld met Zacharia 14:16-19?
Andreas Murre · 5 jun 2021

Theologie6 min
Wat is het teken van het Beest?
Andreas Murre · 28 mei 2021