Onwankelbare Vreugde

Hoe we rampen moeten zien

Dag 361 van 366 · 26 december 2026
99%

‘Want golven van de dood hadden mij omvangen, beken van verderf joegen mij angst aan. (…) Gods weg is volmaakt’ (2 Samuel 22:5 en 31).

Na het verlies van tien kinderen als gevolg van een natuurramp (Job 1:19), zegt Job: ‘De HEERE heeft gegeven en de HEERE heeft genomen; de Naam van de HEERE zij geloofd’ (Job 1:21). Aan het einde van het Bijbelboek bevestigt de schrijver, geïnspireerd door de Geest, dat Job het daarin bij het juiste eind had. Hij zegt dat Jobs broers en zussen ‘hem vertroostten over al het onheil dat de HEERE over hem gebracht had’ (Job 42:11).


Dit biedt een aantal belangrijke aanknopingspunten als we nadenken over de verschrikkelijke tsunami die op 26 december 2005 vele landen rond de Indische Oceaan trof — één van de dodelijkste natuurrampen die zijn beschreven.


1. Niet de satan, maar God heeft het laatste woord


Satan speelde een rol in de ellende van Job, maar niet de doorslaggevende rol. God gaf de satan toestemming om Job te kwellen (Job 1:12 en 2:10). Maar zowel Job als de Bijbelschrijver zien God als Degene die het uiteindelijk allemaal veroorzaakt heeft. Toen de satan Job met zweren kwelde, zei Job tegen zijn vrouw: ‘Zouden wij het goede wel van God ontvangen en zouden we het kwade niet ontvangen?’ (Job 2:10), en de auteur van het boek noemt deze satanische zweren ‘het onheil dat de HEERE over hem gebracht had’ (Job 42:11). Dus de satan is een realiteit. Hij brengt ellende. Maar de satan heeft niet het laatste woord en speelt geen doorslaggevende rol. Hij loopt aan een leiband. Hij gaat niet verder dan God toelaat.


2. Zelfs als de satan de aardbeving in de Indische Oceaan veroorzaakte die Tweede Kerstdag, was hij het uiteindelijk niet die bepaalde dat er meer dan 200.000 doden zijn gevallen. Dat was God.


God eist de macht op over tsunami’s in Job 38:8, waar Hij Job de retorische vraag stelt: ‘Wie heeft de zee met deuren afgesloten, toen zij losbarstte en uit de baarmoeder naar buiten kwam?’ Vers 11 vertelt dat Hij het is Die heeft gezegd: ‘Tot hiertoe mag u komen en niet verder, hier zal zich een grens stellen tegen de hoogmoed van uw golven.’ En in Psalm 89:10 staat: ‘U heerst over de overmoed van de zee; wanneer haar golven zich verheffen, stilt Ú ze.’ En Jezus heeft vandaag nog dezelfde macht als die keer dat Hij liet zien dat Hij boven de dodelijke dreiging van de golven staat: ‘Hij… bestrafte de wind en de golven. En ze gingen liggen en er kwam stilte’ (Lukas 8:24). Met andere woorden: al had de satan de aardbeving veroorzaakt, dan had God de golven kunnen stoppen.


3. In vernietigende rampen komen oordeel en genade samen.


Het doel van een ramp is niet altijd eenduidig. Job was een godvrezend man en de ellende waar hij in terecht kwam, was geen straf van God (Job 1:1 en 8). Het ging om een loutering, niet om straf (Job 42:6). Maar we weten niets over de geestelijke staat van zijn kinderen. Job was in ieder geval bezorgd om hen (Job 1:5). Dat God hun leven nam was voor hen misschien wel een oordeel. Als dat zo zou zijn, betekent dezelfde ramp genade voor Job en oordeel voor zijn kinderen. Dat geldt in wezen voor alle oordelen. Oordeel en genade komen erin samen. Ze betekenen straf én loutering. Lijden, en zelfs sterven, kan tegelijkertijd oordeel en genade zijn.


Het duidelijkste voorbeeld hiervan is het sterven van Jezus. Dat was zowel oordeel als genade. Het betekende het oordeel voor Jezus, omdat Hij onze zonden droeg (niet Zijn eigen zonden), en het betekende genade voor ons die op Hem vertrouwen, omdat Hij onze straf droeg (Galaten 3:13 en 1 Petrus 2:24) en onze gerechtigheid is (2 Korinthe 5:21).


Een ander voorbeeld is de vloek die op deze gevallen aarde ligt. Degenen die niet geloven in Christus ervaren het als een oordeel, maar gelovigen ervaren het als een pijnlijke, maar genadige voorbereiding op de heerlijkheid. ‘Want de schepping is aan de zinloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar door Hem die haar daaraan onderworpen heeft, in de hoop’ (Romeinen 8:20). Het gaat dus om onderwerping. Dat is de reden dat er tsunami’s zijn.


4. Christus geeft Zijn volgelingen een hart voor mensen die lijden, wat ze ook geloven.


Als de Bijbel zegt: ‘Huil met hen die huilen’ (Romeinen 12:15), staat er niet achteraan: ‘tenzij God het huilen Zelf veroorzaakt heeft.’ De vrienden van Job hadden er beter aan gedaan om niet zo veel te praten, maar met hem te huilen. Dat geldt ook als we ontdekken dat het lijden van Job uiteindelijk bij God vandaan kwam. Het is goed om samen met degenen die lijden te huilen. Lijden is lijden, wat de oorzaak ervan ook is. We zijn allemaal zondaren. Empathie vindt haar oorsprong niet in de oorzaak van het lijden, maar in het samen zijn in het lijden. We zitten uiteindelijk allemaal in hetzelfde schuitje.


5. Ten slotte: Christus roept ons op om met genade om te zien naar hen die lijden, ook als ze dat niet verdienen.


Dat is precies wat genade betekent — onverdiende goedheid. ‘Heb uw vijanden lief; doe goed aan hen die u haten’ (Lukas 6:27).

Beschikbaar gesteld door DesiringGod.org

Gerelateerde artikelen

Alle