‘Die, als zij het Woord gehoord hebben, het meteen met vreugde ontvangen, en geen wortel in zichzelf hebben, maar zij zijn mensen van het ogenblik; als er later verdrukking of vervolging komt omwille van het Woord, struikelen zij meteen’ (Markus 4:16-17).
Soms brokkelt het geloof door lijden af in plaats dat het wordt opgebouwd. Jezus wist dat ook; Hij bracht het ter sprake in de gelijkenis van de zaaier. Sommige mensen die het Woord horen, nemen het eerst met vreugde aan, maar als het lijden komt, struikelen ze.
Verdrukking maakt geloof dus niet altijd sterker. Soms betekent het juist het einde voor het geloof. En dan worden de paradoxale woorden van Jezus waar: ‘En wie niet heeft, van hem zal afgenomen worden zelfs wat hij heeft’ (Markus 4:25).
Dit roept ons op om het lijden te doorstaan met een vast geloof in toekomstige genade, zodat ons geloof sterker wordt en niet tevergeefs zal blijken te zijn (1 Korinthe 15:2). ‘Wie heeft, aan hem zal gegeven worden’ (Markus 4:25). Weten wat Gods bedoeling is met het lijden is dé manier om te groeien door het lijden.
Als je denkt dat het lijden waar je doorheen moet zinloos is, dat God de situatie niet in de hand heeft of dat Hij wispelturig of wreed is, dan zal dat lijden je bij God vandaan drijven, in plaats dat het je juist naar Hem uitdrijft – zoals het zou moeten zijn. Als je in Gods genade gelooft, is het van cruciaal belang dat je ook gelooft dat God genade zal geven door het lijden heen.
Beschikbaar gesteld door DesiringGod.org