Dit nu is de wet voor het dankoffer dat men aan de HEERE moet aanbieden. Als iemand het als lofoffer aanbiedt, dan moet hij naast het lofoffer ongezuurde koeken aanbieden, met olie gemengd, ongezuurde platte koeken met olie bestreken en koeken van door elkaar gemengd meelbloem met olie gemengd. (Leviticus 7: 11-12)
Als we aan het boek Leviticus denken, denken we al snel aan alle offers die de zonden van Gods volk bedekken, en dit is zeker het belangrijkste onderwerp in dit boek. Maar we zien in dit gedeelte ook een dankoffer en een lofoffer die een heel ander doel hebben. Dit zijn offers van mensen die God gewoon dankbaar zijn voor Zijn genade en zorg op verschillende manieren. Ze zijn zo overweldigd door Gods genade en zegen voor hen dat ze Hem graag een dankoffer willen aanbieden.
Als ik naar het Nieuwe Testament kijk, zie ik hoe belangrijk dit ook is voor ons christelijke leven. Ja, als we tegen God gezondigd hebben, moeten we dat belijden voor Hem en herinnerd worden aan de genade in Christus, aan het bloed van Christus dat onze zonden bedekt. Zonder twijfel is dat een belangrijk onderdeel van onze gemeenschap met God, van onze relatie met Hem. Maar dat geldt ook voor dankbaarheid en dankzegging. We moeten dit dagelijks en de hele dag door doen. We moeten een dankbaar hart hebben waardoor we voortdurend omhoog kijken naar de hemel en zeggen: “God, dank U wel voor dit. God, dank U voor dat.”
Als we niet oppassen, kunnen we snel en makkelijk ondankbare mensen worden die zo gewend zijn geraakt aan Gods zegeningen dat we ze vanzelfsprekend vinden. We gaan ervan uit dat God op een bepaalde manier zal voorzien. Ik denk aan het eenvoudige gebed voor de maaltijd waarin we God danken voor het voedsel. Als we niet oppassen, kan dat al snel routine worden, zelfs gedachteloos, en dat is erg gevaarlijk. Toch is het goed om dat wel te doen, om elke keer als we een bord eten voor ons hebben even stil te staan en te beseffen dat het van God komt, om dankbaar te zijn, ongelooflijk dankbaar. Dit moet geen routine zijn, dit moet niet gedachteloos gebeuren. We moeten dit bewust doen en onthouden dat het eten dat we eten niet vanzelfsprekend is. Het is niet vanzelfsprekend; we hebben het ontvangen uit Gods hand voor ons welzijn, daarom zijn we er dankbaar voor.
Dit kunnen we toepassen op zoveel andere gaven en manieren waarop God voor ons zorgt. Neem daarom elke dag regelmatig, de hele dag door en aan het einde van de dag, tijd om stil te staan en terug te kijken om God te danken voor alles dat Hij gaf. Dank God ook als je ’s morgens wakker wordt, voor Gods genade in de nacht en dank Hem alvast voor de zorg die Hij je die dag zal bieden. We zijn geroepen om een dankbaar volk te zijn. Als we niet voortdurend onze dankbaarheid aan God tonen, is dat waarschijnlijk een duidelijk teken dat er iets mis is met onze gemeenschap met God.