'Alle dingen zijn mij mogelijk door Christus, Die mij kracht geeft.' (Filippenzen 4:13)
Doordat God dagelijks voorziet in toekomstige genade, kan Paulus omgaan met een volle maag en met honger, met voorspoed en met lijden, met overvloed en gebrek.
‘Alle dingen zijn mij mogelijk.’ Dat gaat dus echt over álle dingen, niet alleen over gemakkelijke. Het betekent: ‘Door Christus kan ik hongerig zijn, lijden en gebrek hebben.’ Dit zet de prachtige belofte van vers 19 in het juiste perspectief. ‘Maar mijn God zal u, overeenkomstig Zijn rijkdom, voorzien van alles wat u nodig hebt, in heerlijkheid, door Christus Jezus.’
In dit vers staat ‘alles wat u nodig hebt’ voor ‘alles wat je nodig hebt om tevreden te zijn op een manier die God verheerlijkt.’ De liefde van Paulus voor de Filippenzen vloeide voort uit het feit dat hij tevreden was in God, en die tevredenheid kwam voort uit zijn geloof in de toekomstige genade van een God die het nooit laat afweten.
Het is dus wel duidelijk dat hebzucht precies het tegenovergestelde is van geloof. Het betekent dat we niet langer tevreden zijn in Christus, waardoor we andere dingen gaan begeren om ons hart te vervullen. En er is geen twijfel over mogelijk dat de strijd tegen hebzucht een gevecht is tégen ongeloof en vóór geloof in toekomstige genade.
Wanneer we ook maar de minste hebzucht in ons hart bespeuren, moeten we ons daartegen verzetten en de begeerte uit alle macht bestrijden met de wapens van het geloof.
Beschikbaar gesteld door DesiringGod.org