’En in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden’ (Genesis 12:3).
Als jij je hoop op Jezus Christus stelt en Hem volgt in de gehoorzaamheid die bij het geloof hoort, ben je een kind van Abraham en een erfgenaam van zijn verbondsbeloften.
God zei in Genesis 17:4 tegen Abraham: ‘Zie, Mijn verbond is met u! U zult vader worden van een menigte volken.’ Maar in de rest van Genesis wordt duidelijk dat Abraham geen vader werd van een menigte van volken in fysieke of politieke zin. Daarom betekende deze belofte van God waarschijnlijk dat een menigte van volken op een of andere manier de zegeningen zouden krijgen die bij het zoonschap horen, ook al waren ze geen nakomeligen van Abraham in letterlijke zin.
Daar doelde God ongetwijfeld ook op in Genesis 12:3 toen Hij tegen Abraham zei: ‘In u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.’ Vanaf het begin wist God al dat Jezus uit Abrahams nageslacht geboren zou worden, en dat iedereen die op Hem vertrouwt een erfgenaam zou worden van de belofte die aan Abraham was gedaan.
Zo staat er in Galaten 3:29: ‘En als u van Christus bent, dan bent u Abrahams nageslacht en overeenkomstig de belofte erfgenamen.’
Vierduizend jaar geleden zei God: ‘Zie, Mijn verbond is met u! U zult vader worden van een menigte volken’, en daarmee opende Hij dus een weg voor ons allemaal, tot welk volk we ook behoren, om een kind van Abraham en een erfgenaam van Gods beloften te worden. Het enige wat we daarvoor moeten doen, is delen in het geloof van Abraham – dat wil zeggen: onze hoop helemaal stellen op Gods beloften, zodat we zelfs dat wat we het allermeest liefhebben opofferen als dat van ons gevraagd wordt, net zoals Abraham Izak offerde.
We worden geen erfgenamen van Abrahams beloften door voor God te werken, maar door erop te vertrouwen dat God voor ons werkt. ‘En hij (Abraham) heeft aan de belofte van God niet getwijfeld door ongeloof, maar werd gesterkt in het geloof, terwijl hij God de eer gaf’ (Romeinen 4:20). Zo kon Abraham God gehoorzaam zijn, zelfs toen gehoorzaamheid een doodlopende weg leek te zijn. Hij vertrouwde erop dat God het onmogelijke zou doen.
Geloof in Gods beloften – tegenwoordig zouden we zeggen: geloof in Jezus Christus, Die bevestigt dat Gods beloften waar zijn – is de manier waarop we een kind van Abraham worden. Gehoorzaamheid is het bewijs dat geloof echt is (Genesis 22:12-19). Daarom zegt Jezus in Johannes 8:39: ‘Als u Abrahams kinderen was, zou u de werken van Abraham doen.’
Kinderen van Abraham zijn mensen uit alle volken en natiën die hun hoop op Christus stellen en, zoals Abraham dat deed op de berg Moria. Mensen die niet laten gebeuren dat hun dierbaarste bezittingen op aarde hun gehoorzaamheid in de weg staan.
Als jij je hoop op Jezus Christus stelt en Hem volgt in de gehoorzaamheid die bij het geloof hoort, ben je een kind van Abraham en een erfgenaam van zijn verbondsbeloften.
Beschikbaar gesteld door DesiringGod.org