2 december
De wortel van bitterheid

Laat onder u geen wortel zijn die gal en alsem voortbrengt. (Deuteronomium 29:19)

Lees verder 2 Petrus 2:4-9.


Laat onder u geen wortel zijn die gal en alsem voortbrengt. (Deuteronomium 29:19)

Lees verder 2 Petrus 2:4-9.


Vraag het maar aan Noach nu hij vanuit de ark naar buiten kijkt: Zorgt de zonde voor bitterheid? Als antwoord wijst hij naar de drijvende karkassen van ontelbare duizenden die stierven door de zonde. Vraag het maar aan Abraham: Zorgt de zonde voor bitterheid? Hij wijst naar de rook van Sodom en Gomorra, de steden die God verwoest heeft vanwege hun slechtheid. Vraag het aan Mozes, en hij zal je herinneren aan Korach, Dathan en Abiram die levend in de grond opgeslokt werden. Ga naar Paulus, en hij zal niet met zoete woordjes over de moderne misleiders praten die mensen laten geloven dat de zonde niet gestraft zal worden.

“Als iemand de wet van Mozes tenietgedaan heeft, moet hij sterven zonder barmhartigheid, op het woord van twee of drie getuigen. Hoeveel te zwaarder straf, denkt u, zal hij waard geacht worden die de Zoon van God vertrapt heeft en het bloed van het verbond, waardoor hij geheiligd was, onrein geacht heeft en de Geest van de genade gesmaad heeft?” (Hebreeën 10:28-29)

Luister naar Jakobus, Judas of Petrus, en je zult ze horen spreken over ketens van duisternis en vlammend vuur. Hoor Johannes als hij schrijft over de toorn van God als een wijnpersbak waaruit het bloed stroomt tot het de tomen van de paarden raakt. Laat de Redder zelf tot je spreken. Hij roept het uit: “Deze zullen gaan in de eeuwige straf.” Hij is de auteur van de woorden: “Waar de worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust zal worden.” Hij is het die spreekt over de buitenste duisternis, waar er gejammer is en tandengeknars.

De Bijbel vertelt je niet — en O, dat je het mag horen als Gods eigen stem tot jou! — dat de zonde zal eindigen in genoegen en blijdschap, maar dat de toorn van God op je zal blijven als je je niet bekeerd van je zonde. Dat de ziel die gezondigd heeft zal sterven. Dat Gods vloek op de slechten is, en dat een eeuwigdurende straf het deel is voor degene die geen verdriet heeft over zijn zonde en verhard is.

Vraag het maar aan Noach nu hij vanuit de ark naar buiten kijkt: Zorgt de zonde voor bitterheid? Als antwoord wijst hij naar de drijvende karkassen van ontelbare duizenden die stierven door de zonde. Vraag het maar aan Abraham: Zorgt de zonde voor bitterheid? Hij wijst naar de rook van Sodom en Gomorra, de steden die God verwoest heeft vanwege hun slechtheid. Vraag het aan Mozes, en hij zal je herinneren aan Korach, Dathan en Abiram die levend in de grond opgeslokt werden. Ga naar Paulus, en hij zal niet met zoete woordjes over de moderne misleiders praten die mensen laten geloven dat de zonde niet gestraft zal worden.

“Als iemand de wet van Mozes tenietgedaan heeft, moet hij sterven zonder barmhartigheid, op het woord van twee of drie getuigen. Hoeveel te zwaarder straf, denkt u, zal hij waard geacht worden die de Zoon van God vertrapt heeft en het bloed van het verbond, waardoor hij geheiligd was, onrein geacht heeft en de Geest van de genade gesmaad heeft?” (Hebreeën 10:28-29)

Luister naar Jakobus, Judas of Petrus, en je zult ze horen spreken over ketens van duisternis en vlammend vuur. Hoor Johannes als hij schrijft over de toorn van God als een wijnpersbak waaruit het bloed stroomt tot het de tomen van de paarden raakt. Laat de Redder zelf tot je spreken. Hij roept het uit: “Deze zullen gaan in de eeuwige straf.” Hij is de auteur van de woorden: “Waar de worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust zal worden.” Hij is het die spreekt over de buitenste duisternis, waar er gejammer is en tandengeknars.

De Bijbel vertelt je niet — en O, dat je het mag horen als Gods eigen stem tot jou! — dat de zonde zal eindigen in genoegen en blijdschap, maar dat de toorn van God op je zal blijven als je je niet bekeerd van je zonde. Dat de ziel die gezondigd heeft zal sterven. Dat Gods vloek op de slechten is, en dat een eeuwigdurende straf het deel is voor degene die geen verdriet heeft over zijn zonde en verhard is.

Ter overdenking

Een leven van vermaak en zonde, wat geen ruimte overlaat voor de Heere Jezus Christus, kan leuk lijken voor een tijdje, maar het zal allemaal eindigen in eeuwigdurende tranen (Prediker 11:8-9; Lukas 12:19-21; 16:19,25). De wijze houdt rekening met de eeuwigheid (Prediker 12:1; Hebreeën 11:24-26).

Preek 723, 2 december 1866

Beschikbaar gesteld door Day One


Ter overdenking

Een leven van vermaak en zonde, wat geen ruimte overlaat voor de Heere Jezus Christus, kan leuk lijken voor een tijdje, maar het zal allemaal eindigen in eeuwigdurende tranen (Prediker 11:8-9; Lukas 12:19-21; 16:19,25). De wijze houdt rekening met de eeuwigheid (Prediker 12:1; Hebreeën 11:24-26).

Preek 723, 2 december 1866

Beschikbaar gesteld door Day One