Advent met John Piper

Genadig en teder teleurgesteld

Dag 352 van 48 · 17 december 2026
733%

Door John Piper

Hem heeft God openlijk aangewezen (...) om Zijn rechtvaardigheid te bewijzen nu in deze tijd, zodat Hijzelf rechtvaardig is én rechtvaardigt degene die uit het geloof in Jezus is. (Romeinen 3:25-26)

Deze tekst wil ik verduidelijken met verhaal van Maarten Luthers bekering. Toen hij bijna door de bliksem werd getroffen, deed hij een gelofte aan God om monnik te worden. Maar als monnik lukte het hem absoluut niet om vrede met God te vinden. Hij zocht God op alle manieren die de kerk van zijn tijd hem leerde: in goede werken, in de verdiensten van de heiligen, in het proces van biecht en absolutie, en in de mystiek. Daarbij kreeg hij ook nog eens een benoeming aan de universiteit om de Bijbel te bestuderen en les te geven in de uitleg ervan.

Later beschreef Luther de manier waarop hij tot een doorbraak kwam. Hoe was hij erop voorbereid om Christus te zien en te ontvangen zoals Hij werkelijk is?

Ik had een brandend verlangen om de brief van Paulus aan de Romeinen te begrijpen. Niets stond dat in de weg dan die ene uit- drukking, ‘de gerechtigheid van God’ (1:17). Ik vatte die namelijk op als de gerechtigheid waardoor God rechtvaardig is en rechtvaardig handelt in het straffen van de onrechtvaardigen. Hoewel ik als monnik onberispelijk was, stond ik als zondaar met een verontrust geweten voor God en ik had er geen vertrouwen in dat mijn ver- dienste Hem tevreden zou stellen. Daarom had ik de rechtvaardige en toornige God niet lief, maar ik haatte Hem eerder en mopperde op Hem. Toch hield ik hardnekkig aan die lieve Paulus vast, met een groot verlangen om erachter te komen wat hij bedoelde.


Dag en nacht dacht ik daarover na, totdat ik het verband zag tussen de gerechtigheid van God en de woorden ‘de rechtvaardige zal uit het geloof leven’. Toen begreep ik dat de gerechtigheid van God de gerechtigheid is waardoor God ons uit louter genade en barmhartigheid door het geloof rechtvaardigt. Toen voelde ik me als opnieuw geboren en was het alsof ik door open deuren het paradijs was binnengegaan.

In het klooster was Luther aan het eind gekomen met zichzelf. Hij wanhoopte aan een zaligheid die hij zelf moest verdienen. Maar door de genade van God gaf hij zijn verlangen en zijn hoop niet op. Hij richtte zijn aandacht op de enige plaats waar hij hulp hoopte te vinden: de Bijbel. Hij zei: ‘Ik had een brandend verlangen om (...) te begrijpen.’ Hij zei: ik had ‘een groot verlangen om te weten te komen wat Paulus bedoelde’. Hij zei ook: ’Dag en nacht dacht ik daarover na.’

Anders gezegd, door in Luthers hart een diep en krachtig verlangen op te wekken naar troost en verlossing die alleen van Christus kon komen, bereidde God hem voor om de werkelijke betekenis van Christus te zien en te aanvaarden.

Dat doet God telkens weer. Misschien doet Hij dat bij jou wel in deze adventstijd, door je op genadige en tedere wijze teleurgesteld te laten raken in een leven dat niet op Christus is gericht en je te vullen met verlangens die deze wereld niet kan bevredigen, maar alleen de Godmens.

Wat een kerstgeschenk zou dat zijn! Laat al je teleurstellingen over deze wereld je op het Woord van God werpen. Dat zal zo heerlijk worden als binnenwandelen in het paradijs.

Gerelateerde artikelen

Alle