365x Spurgeon

Uitverkiezing is geen ontmoediging

Dag 38 van 365 · 6 februari 2026
10%

Ik zal genadig zijn voor wie Ik genadig zal zijn, en Ik zal Mij ontfermen over wie Ik Mij ontfermen zal. (Exodus 33:19)


Lees verder Romeinen 9:14—26.
https://www.bible.com/bible/1990/rom.9.14-26.HSV

Onze tegenstanders stellen het als volgt voor: Stel dat een vader naar eigen willekeur sommige kinderen zou veroordelen tot extreme ellende en anderen uitermate gelukkig zou maken. Zou dat juist en rechtvaardig zijn? Zou dat niet wreed en afschuwelijk zijn? Natuurlijk! Het zou het meest gruwelijke zijn. En wij moeten er ver bij vandaan blijven om zo'n gang van zaken aan de Rechter van de aarde toe te schrijven.


Maar dit is helemaal niet wat er aan de hand is, dit is het tegenovergestelde van het licht tegenover het duister. De zondige mens heeft nu niet de positie van een onschuldig kind dat iets verdient. Evenmin neemt God de plaats in van een verwaande ouder. Ik wil iets veronderstellen wat veel dichter in de buurt komt, en eigenlijk is het geen veronderstelling maar een exacte beschrijving van de hele zaak.


Een aantal misdadigers, schuldig aan de meest zware en afschuwelijke misdaden, zijn rechtvaardig veroordeeld om te sterven. En ze moeten sterven, tenzij de koning hen vrij zal vergeven door de macht die hij heeft te gebruiken. Als hij ervoor kiest om een aantal misdadigers te vergeven en de anderen veroordeeld te laten, voor goede en voldoende redenen die hij zelf kent, is er toch niets onrechtvaardigs of wreeds hier?


Als het doel van rechtvaardigheid om wijze redenen beter beantwoord kan worden door sommigen die vergeven zijn te sparen, terwijl tegelijkertijd het straffen van sommigen de rechtvaardigheid van de wetgever hoog houdt, wie durft daar dan iets tegenin te brengen? Niemand, durf ik te zeggen, behalve zij die vijanden zijn van het koninkrijk en de koning. En daarom vragen we: "Is er onrechtvaardigheid bij God? Volstrekt niet!" (Romeinen 9:14).

Onze beschuldigingen van onrecht tegen God zijn het gevolg van verkeerde veronderstellingen. De Joden zeiden tegen Jezus dat ze allemaal vrij waren en kinderen van God waren (Johannes 8:33,41); terwijl ze in werkelijkheid en oorspronkelijk net als wij allemaal slaven waren van de zonde en kinderen van de duivel (Johannes 8:33,41). Wat ons moet verbazen is niet dat God ons zal straffen voor de zonde, maar dat Hij ervoor kiest om ons allemaal nog genadig te zijn!

Gerelateerde artikelen

Alle