Wie u aanraakt, raakt Zijn oogappel aan. (Zacharia 2:8).

Wie u aanraakt, raakt Zijn oogappel aan. (Zacharia 2:8).


Niets is zo kostbaar, zo geliefd, zo beschermd en zo verdedigd als de pupil van je oog. Je beschermt het en je doet er alles aan dat er zelfs geen stofje in je ogen komt, laat staan dat iemand in je oog prikt.

De Bijbel spreekt hier ook over. Maar waarover gaat het als we in de Bijbel lezen over Gods oogappel? In ieder geval niet over een stukje land. Het gaat over een groep mensen, die zeker een stuk land zullen krijgen, en veel groter dan we vaak denken. Het is onvoorstelbaar, maar er is een groep mensen op deze aarde die zó kostbaar is voor God. Een groep mensen die Hij zo beschermt en zo verdedigt. 

Beschermd als Gods oogappel

We zien dat David dit bidt voor zichzelf: “Bewaar mij als Uw oogappel, verberg mij onder de schaduw van Uw vleugels.” Psalm 17:8). Hij verlangt Gods bescherming. Dit is wat iedereen kan bidden, het zegt nog niet specifiek dat David zelf Gods oogappel is. 

In Deuteronomium 32:8-10 lezen we de geschiedenis van Israel.

Toen de Allerhoogste aan de volken het erfelijk bezit uitdeelde, toen Hij Adams kinderen van elkaar scheidde, heeft Hij het grondgebied van de volken vastgesteld overeenkomstig het aantal Israëlieten. 9 Want het deel van de HEERE is Zijn volk, Jakob is het gebied dat Zijn eigendom is. 10 Hij vond hem in een woestijngebied, in een woeste, huilende wildernis. Hij omringde hem, Hij onderwees hem, Hij beschermde hem als Zijn oogappel.

De Allerhoogste, God Zelf, vond Israel in de wildernis, Hij omringde, onderwees en beschermde hem als Zijn oogappel. Zo zorgt de Heere inderdaad voor Zijn volk. Hier zien we Gods liefde voor een specifieke groep mensen op aarde die Hem er toe dringt om dit volk te beschermen en te verzorgen.

Dochters van Sion en heidenvolken

Verderop in de Bijbel, in Zacharia, zien we specifieker wie er Gods oogappel is. Het gaat hier in eerste instantie niet over David, ook niet over Israel. Het gaat over Sion.

O, Sion! Zie te ontkomen, u die woont bij de dochter van Babel! 8 Want zo zegt de HEERE van de legermachten: Nadat Hij heerlijkheid heeft beloofd, heeft Hij Mij gezonden tot die heidenvolken die u beroven, want wie u aanraakt, raakt Zijn oogappel aan. (Vers 7-8)

Sion is Gods oogappel, Jeruzalem (vers 7-8). Ook hier gaat het niet om een specifiek plek, deze stad wordt niet gedefinieerd door haar muren, want dit is de profetische belofte:

Jeruzalem zal niet ommuurd blijven, vanwege de veelheid aan mensen en dieren in haar midden. (vers 4)

De inwoners maken de stad. Sion bestaat uit mensen, een specifieke groep die weggevlucht zijn uit Babel. En wie deze groep aanraakt, raakt Gods oogappel aan, en meer nog, God Zelf wil onder hen wonen. Hij is dichtbij hen.

En vers 11 laat zien dat Gods oogappel niet alleen bestaat uit het natuurlijke nageslacht van Abraham of Israel. Gods oogappel, Sion, bestaat uit joden en heidenen.

Juich en verblijd u, dochter van Sion, want, zie, Ik kom, en zal in uw midden wonen, spreekt de HEERE. Veel heidenvolken zullen op die dag bij de HEERE gevoegd worden en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal in uw midden wonen. (vers 11)

Gods oogappel is een groep mensen die bestaat uit dochters van Sion en heidenvolken die daarbij zijn gevoegd. 

Raakt God Zijn eigen oogappel? 

Door de eeuwen heen hebben we gezien hoe God het fysieke nageslacht van Abraham en Jacob heeft beschermd. Fysiek Israel heeft veel geleden zonder dat God direct ingreep. Hoe kan dat? En hoe kan het dat Hij zelf ook oordeel uitgiet over hen die in eerste instantie onderdeel leken te zijn van het volk dat Zijn oogappel is?

Want, Israël, al is uw volk als het zand van de zee, toch zal maar een rest daarvan terugkeren; tot verdelging is vast besloten; het stroomt over van gerechtigheid. 23 Ja, een vernietigend einde – en dat is vast besloten – gaat de Heere, de HEERE van de legermachten, in het midden van heel het land ten uitvoer brengen. (Jesaja 10:22-23)

Een deel, een overblijfsel zal vanwege Gods rechtvaardige toorn omkomen. Hij zal hen niet beschermen als Zijn oogappel en Hij zal juist de onrechtvaardige volken die Hij ook niet zal beschermen, gebruiken om Zijn rechtvaardige oordeel uit te voeren. Dat staat vast. En het doet niets af van Gods eerder beloften van heerlijkheid en bescherming. Dat Woord is niet vervallen, zoals Paulus laat zien:

Ik zeg dit niet alsof het Woord van God vervallen is, want niet allen die uit Israël voortgekomen zijn, zijn Israël. 7 Ook niet omdat zij Abrahams nageslacht zijn, zijn zij allen kinderen. Maar: Alleen dat van Izak zal uw nageslacht genoemd worden. 8 Dat is: niet de kinderen van het vlees zijn kinderen van God, maar de kinderen van de belofte worden als nageslacht gerekend. (Romeinen 9:6-8)

Het overblijfsel, de kinderen van de belofte zijn de voorwerpen van Gods ontferming. Hen beschermt Hij als Zijn oogappel, geroepen nageslacht van Abraham, Izak en Jacob en gelovige heidenen: 

Hen heeft Hij ook geroepen, namelijk ons, niet alleen uit de Joden, maar ook uit de heidenen. 25 Zoals Hij ook in Hosea zegt:  Ik zal Niet-Mijn-volk noemen: Mijn volk, en de Niet-geliefde: Geliefde. 26 En het zal zijn dat op de plaats waar tegen hen gezegd was: U bent Niet-Mijn-volk, daar zullen zij kinderen van de levende God genoemd worden. (Romeinen 9:24-26)

Het huidige Jeruzalem

De huidige staat Israel en het huidige Jeruzalem is niet hetzelfde als het nageslacht van Abraham, Izak en Israel of als Sion waar de Bijbel over spreekt. De staat Israel bestaat voor 30% uit seculiere Joden, 20% uit Moslims. Maar 1.9% gelooft in de God die vleesgeworden is en erkent de Messias en zoekt de gerechtigheid uit het geloof.

Paulus laat zien dat het huidige Jeruzalem niets te maken heeft met Sion. Eerder met de berg Sinai, als kinderen van slavernij en niet van de belofte.

Want deze Hagar is de berg Sinaï in Arabië, en komt overeen met het huidige Jeruzalem, dat met haar kinderen in slavernij is. (Galaten 4:21-31).

Zowel fysieke nakomelingen van Jacob als Ezau zullen als ze Christus verwerpen in het huidige Jeruzalem het lot van Ismael ondergaan, weggestuurd worden en veroordeeld worden. Dit deel wordt niet door God beschermd, maar gehaat, door Hem zelf. Gehaat in de zin van minder geliefd? Nee, in de zin dat God eeuwig (rechtvaardig) toornig op hen zal zijn (Maleachi 1:4).

Dit laat Paulus ook zien in Romeinen 9:13 waar hij Ezau voorstelt als een voorbeeld van iedereen die door God verworpen wordt. En zo worden de kinderen van slavernij in het huidige Jeruzalem verworpen met Ismael, zoals Galaten verder vervolgt:

Wat zegt de Schrift echter? Jaag de slavin en haar zoon weg, want de zoon van de slavin zal beslist niet erven met de zoon van de vrije. (Galaten 4:30)

Nee, niet heel het huidige Israel en niet heel het huidige Jeruzalem is dus Gods oogappel, wat er ook in hun paspoort staat. De natuurlijke kinderen van Israel worden niet vanwege natuurlijke geboorte als nageslacht en dus als oogappel gerekend. Buitenom de Messias in wie al Gods beloften ja en amen zijn, zullen ze geen verbondszegeningen ontvangen. Enkel kinderen van de belofte ontvangen het beloofde.

Het nieuwe Jeruzalem

God is machtig om opnieuw in te enten en er zal zeker nog een grote opwekking komen onder de natuurlijke nakomelingen als het voorafbepaalde aantal heidenen zijn toegevoegd aan Gods volk (Romeinen 11:25-26). 

Laten we daarvoor bidden, niet allereerst om de juiste geografische populatie van een stukje land in het Midden-Oosten, al verlangen we dat alle fysieke nakomelingen van Abraham veilig en in vrede zullen leven. Maar als Abraham en zijn natuurlijke kinderen dat stukje land in gedachten hadden, had Abraham daar kunnen blijven en hadden ze vaak genoeg de gelegenheid gehad om terug te keren (Hebreeën 11:15) en waren ze op aarde niet langer bijwoners en vreemdelingen.

Maar nu verlangen zij naar een beter, dat is naar een hemels vaderland. Daarom schaamt God Zich niet voor hen om hun God genoemd te worden. Want Hij had voor hen een stad gereedgemaakt. (Hebreeën 11:16, overweeg ook Romeinen 4:13)

Laten we bidden, dat God herleving geeft en de natuurlijke takken opnieuw inent! Dat er veel Joden, andere verloren stammen, maar ook heidenvolken Babel verlaten en terugkeren naar de stad die niet door mensen maar door God gereedgemaakt is! 

En ik, Johannes, zag  de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, neerdalen van God uit de hemel, gereedgemaakt als een bruid die voor haar man sierlijk gemaakt is. 3 En ik hoorde een luide stem uit de hemel zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn. (Openbaring 21:2-3)

Dit is de stad die God beschermt, dit is Sion waar God woont, dit is Gods oogappel! Dit volk, deze bruid, is geliefd en kostbaar. Voor haar komt Hij op, voor haar gaf Hij Zijn Zoon over aan het kruis om hun zonde weg te wassen en ze te kunnen rechtvaardigen door het geloof. Wat een liefde, wat een zekerheid en bescherming.

Joodse of heidense broeder of zuster, als jij genaderd bent tot de berg Sion en tot de stad van de levende God, tot het hemelse Jeruzalem (Hebreeën 12:22), dan is God voor jou. Dan zal Hij jou beschermen en verdedigen met alles wat in Hem is, zoals jij de pupil van je oog beschermt.

Wat zullen wij dan over deze dingen zeggen? Als God voor ons is, wie zal tegen ons zijn? 32 Hoe zal Hij, Die zelfs  Zijn eigen Zoon niet gespaard maar voor ons allen overgegeven heeft, ons ook met Hem niet alle dingen schenken? 33 Wie zal beschuldigingen inbrengen tegen de uitverkorenen van God? God is het Die rechtvaardigt. 34 Wie is het die verdoemt? Christus is het Die gestorven is, ja wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook aan de rechterhand van God is, Die ook voor ons pleit. 35 Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, of benauwdheid, of vervolging, of honger, of naaktheid, of gevaar, of zwaard? 36 (Zoals geschreven staat:  Want omwille van U worden wij de hele dag gedood, wij worden beschouwd als slachtschapen.) 37 Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem Die ons heeft liefgehad. (Romeinen 8:31-37)

Niets is zo kostbaar, zo geliefd, zo beschermd en zo verdedigd als de pupil van je oog. Je beschermt het en je doet er alles aan dat er zelfs geen stofje in je ogen komt, laat staan dat iemand in je oog prikt.

De Bijbel spreekt hier ook over. Maar waarover gaat het als we in de Bijbel lezen over Gods oogappel? In ieder geval niet over een stukje land. Het gaat over een groep mensen, die zeker een stuk land zullen krijgen, en veel groter dan we vaak denken. Het is onvoorstelbaar, maar er is een groep mensen op deze aarde die zó kostbaar is voor God. Een groep mensen die Hij zo beschermt en zo verdedigt. 

Beschermd als Gods oogappel

We zien dat David dit bidt voor zichzelf: “Bewaar mij als Uw oogappel, verberg mij onder de schaduw van Uw vleugels.” Psalm 17:8). Hij verlangt Gods bescherming. Dit is wat iedereen kan bidden, het zegt nog niet specifiek dat David zelf Gods oogappel is. 

In Deuteronomium 32:8-10 lezen we de geschiedenis van Israel.

Toen de Allerhoogste aan de volken het erfelijk bezit uitdeelde, toen Hij Adams kinderen van elkaar scheidde, heeft Hij het grondgebied van de volken vastgesteld overeenkomstig het aantal Israëlieten. 9 Want het deel van de HEERE is Zijn volk, Jakob is het gebied dat Zijn eigendom is. 10 Hij vond hem in een woestijngebied, in een woeste, huilende wildernis. Hij omringde hem, Hij onderwees hem, Hij beschermde hem als Zijn oogappel.

De Allerhoogste, God Zelf, vond Israel in de wildernis, Hij omringde, onderwees en beschermde hem als Zijn oogappel. Zo zorgt de Heere inderdaad voor Zijn volk. Hier zien we Gods liefde voor een specifieke groep mensen op aarde die Hem er toe dringt om dit volk te beschermen en te verzorgen.

Dochters van Sion en heidenvolken

Verderop in de Bijbel, in Zacharia, zien we specifieker wie er Gods oogappel is. Het gaat hier in eerste instantie niet over David, ook niet over Israel. Het gaat over Sion.

O, Sion! Zie te ontkomen, u die woont bij de dochter van Babel! 8 Want zo zegt de HEERE van de legermachten: Nadat Hij heerlijkheid heeft beloofd, heeft Hij Mij gezonden tot die heidenvolken die u beroven, want wie u aanraakt, raakt Zijn oogappel aan. (Vers 7-8)

Sion is Gods oogappel, Jeruzalem (vers 7-8). Ook hier gaat het niet om een specifiek plek, deze stad wordt niet gedefinieerd door haar muren, want dit is de profetische belofte:

Jeruzalem zal niet ommuurd blijven, vanwege de veelheid aan mensen en dieren in haar midden. (vers 4)

De inwoners maken de stad. Sion bestaat uit mensen, een specifieke groep die weggevlucht zijn uit Babel. En wie deze groep aanraakt, raakt Gods oogappel aan, en meer nog, God Zelf wil onder hen wonen. Hij is dichtbij hen.

En vers 11 laat zien dat Gods oogappel niet alleen bestaat uit het natuurlijke nageslacht van Abraham of Israel. Gods oogappel, Sion, bestaat uit joden en heidenen.

Juich en verblijd u, dochter van Sion, want, zie, Ik kom, en zal in uw midden wonen, spreekt de HEERE. Veel heidenvolken zullen op die dag bij de HEERE gevoegd worden en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal in uw midden wonen. (vers 11)

Gods oogappel is een groep mensen die bestaat uit dochters van Sion en heidenvolken die daarbij zijn gevoegd. 

Raakt God Zijn eigen oogappel? 

Door de eeuwen heen hebben we gezien hoe God het fysieke nageslacht van Abraham en Jacob heeft beschermd. Fysiek Israel heeft veel geleden zonder dat God direct ingreep. Hoe kan dat? En hoe kan het dat Hij zelf ook oordeel uitgiet over hen die in eerste instantie onderdeel leken te zijn van het volk dat Zijn oogappel is?

Want, Israël, al is uw volk als het zand van de zee, toch zal maar een rest daarvan terugkeren; tot verdelging is vast besloten; het stroomt over van gerechtigheid. 23 Ja, een vernietigend einde – en dat is vast besloten – gaat de Heere, de HEERE van de legermachten, in het midden van heel het land ten uitvoer brengen. (Jesaja 10:22-23)

Een deel, een overblijfsel zal vanwege Gods rechtvaardige toorn omkomen. Hij zal hen niet beschermen als Zijn oogappel en Hij zal juist de onrechtvaardige volken die Hij ook niet zal beschermen, gebruiken om Zijn rechtvaardige oordeel uit te voeren. Dat staat vast. En het doet niets af van Gods eerder beloften van heerlijkheid en bescherming. Dat Woord is niet vervallen, zoals Paulus laat zien:

Ik zeg dit niet alsof het Woord van God vervallen is, want niet allen die uit Israël voortgekomen zijn, zijn Israël. 7 Ook niet omdat zij Abrahams nageslacht zijn, zijn zij allen kinderen. Maar: Alleen dat van Izak zal uw nageslacht genoemd worden. 8 Dat is: niet de kinderen van het vlees zijn kinderen van God, maar de kinderen van de belofte worden als nageslacht gerekend. (Romeinen 9:6-8)

Het overblijfsel, de kinderen van de belofte zijn de voorwerpen van Gods ontferming. Hen beschermt Hij als Zijn oogappel, geroepen nageslacht van Abraham, Izak en Jacob en gelovige heidenen: 

Hen heeft Hij ook geroepen, namelijk ons, niet alleen uit de Joden, maar ook uit de heidenen. 25 Zoals Hij ook in Hosea zegt:  Ik zal Niet-Mijn-volk noemen: Mijn volk, en de Niet-geliefde: Geliefde. 26 En het zal zijn dat op de plaats waar tegen hen gezegd was: U bent Niet-Mijn-volk, daar zullen zij kinderen van de levende God genoemd worden. (Romeinen 9:24-26)

Het huidige Jeruzalem

De huidige staat Israel en het huidige Jeruzalem is niet hetzelfde als het nageslacht van Abraham, Izak en Israel of als Sion waar de Bijbel over spreekt. De staat Israel bestaat voor 30% uit seculiere Joden, 20% uit Moslims. Maar 1.9% gelooft in de God die vleesgeworden is en erkent de Messias en zoekt de gerechtigheid uit het geloof.

Paulus laat zien dat het huidige Jeruzalem niets te maken heeft met Sion. Eerder met de berg Sinai, als kinderen van slavernij en niet van de belofte.

Want deze Hagar is de berg Sinaï in Arabië, en komt overeen met het huidige Jeruzalem, dat met haar kinderen in slavernij is. (Galaten 4:21-31).

Zowel fysieke nakomelingen van Jacob als Ezau zullen als ze Christus verwerpen in het huidige Jeruzalem het lot van Ismael ondergaan, weggestuurd worden en veroordeeld worden. Dit deel wordt niet door God beschermd, maar gehaat, door Hem zelf. Gehaat in de zin van minder geliefd? Nee, in de zin dat God eeuwig (rechtvaardig) toornig op hen zal zijn (Maleachi 1:4).

Dit laat Paulus ook zien in Romeinen 9:13 waar hij Ezau voorstelt als een voorbeeld van iedereen die door God verworpen wordt. En zo worden de kinderen van slavernij in het huidige Jeruzalem verworpen met Ismael, zoals Galaten verder vervolgt:

Wat zegt de Schrift echter? Jaag de slavin en haar zoon weg, want de zoon van de slavin zal beslist niet erven met de zoon van de vrije. (Galaten 4:30)

Nee, niet heel het huidige Israel en niet heel het huidige Jeruzalem is dus Gods oogappel, wat er ook in hun paspoort staat. De natuurlijke kinderen van Israel worden niet vanwege natuurlijke geboorte als nageslacht en dus als oogappel gerekend. Buitenom de Messias in wie al Gods beloften ja en amen zijn, zullen ze geen verbondszegeningen ontvangen. Enkel kinderen van de belofte ontvangen het beloofde.

Het nieuwe Jeruzalem

God is machtig om opnieuw in te enten en er zal zeker nog een grote opwekking komen onder de natuurlijke nakomelingen als het voorafbepaalde aantal heidenen zijn toegevoegd aan Gods volk (Romeinen 11:25-26). 

Laten we daarvoor bidden, niet allereerst om de juiste geografische populatie van een stukje land in het Midden-Oosten, al verlangen we dat alle fysieke nakomelingen van Abraham veilig en in vrede zullen leven. Maar als Abraham en zijn natuurlijke kinderen dat stukje land in gedachten hadden, had Abraham daar kunnen blijven en hadden ze vaak genoeg de gelegenheid gehad om terug te keren (Hebreeën 11:15) en waren ze op aarde niet langer bijwoners en vreemdelingen.

Maar nu verlangen zij naar een beter, dat is naar een hemels vaderland. Daarom schaamt God Zich niet voor hen om hun God genoemd te worden. Want Hij had voor hen een stad gereedgemaakt. (Hebreeën 11:16, overweeg ook Romeinen 4:13)

Laten we bidden, dat God herleving geeft en de natuurlijke takken opnieuw inent! Dat er veel Joden, andere verloren stammen, maar ook heidenvolken Babel verlaten en terugkeren naar de stad die niet door mensen maar door God gereedgemaakt is! 

En ik, Johannes, zag  de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, neerdalen van God uit de hemel, gereedgemaakt als een bruid die voor haar man sierlijk gemaakt is. 3 En ik hoorde een luide stem uit de hemel zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn. (Openbaring 21:2-3)

Dit is de stad die God beschermt, dit is Sion waar God woont, dit is Gods oogappel! Dit volk, deze bruid, is geliefd en kostbaar. Voor haar komt Hij op, voor haar gaf Hij Zijn Zoon over aan het kruis om hun zonde weg te wassen en ze te kunnen rechtvaardigen door het geloof. Wat een liefde, wat een zekerheid en bescherming.

Joodse of heidense broeder of zuster, als jij genaderd bent tot de berg Sion en tot de stad van de levende God, tot het hemelse Jeruzalem (Hebreeën 12:22), dan is God voor jou. Dan zal Hij jou beschermen en verdedigen met alles wat in Hem is, zoals jij de pupil van je oog beschermt.

Wat zullen wij dan over deze dingen zeggen? Als God voor ons is, wie zal tegen ons zijn? 32 Hoe zal Hij, Die zelfs  Zijn eigen Zoon niet gespaard maar voor ons allen overgegeven heeft, ons ook met Hem niet alle dingen schenken? 33 Wie zal beschuldigingen inbrengen tegen de uitverkorenen van God? God is het Die rechtvaardigt. 34 Wie is het die verdoemt? Christus is het Die gestorven is, ja wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook aan de rechterhand van God is, Die ook voor ons pleit. 35 Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, of benauwdheid, of vervolging, of honger, of naaktheid, of gevaar, of zwaard? 36 (Zoals geschreven staat:  Want omwille van U worden wij de hele dag gedood, wij worden beschouwd als slachtschapen.) 37 Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem Die ons heeft liefgehad. (Romeinen 8:31-37)