Een tijdje geleden ging het over het oude en nieuwe verbond. Dat het oude verbond voorbijgegaan is, en dat het nieuwe verbond gekomen is. Betekent dit dat Israël niet meer het volk van God is, maar dat alleen gelovigen dit zijn? En heeft Israël dan ook geen bijzondere positie meer?


Een tijdje geleden ging het over het oude en nieuwe verbond. Dat het oude verbond voorbijgegaan is, en dat het nieuwe verbond gekomen is. Betekent dit dat Israël niet meer het volk van God is, maar dat alleen gelovigen dit zijn? En heeft Israël dan ook geen bijzondere positie meer?


Hoewel er nog een rijke bloeiperiode zal komen voor degenen die biologisch nageslacht zijn van Abraham, delen zij die Jezus verwerpen op dit moment niet in de beloften van God die enkel in Christus ja en amen zijn (2 Korinthe 1:20).

Buitenom Christus is hun positie afgehouwen. (Romeinen 11:19-20). Een afgehouwen tak geniet niet van de zegeningen van de stam en brengt geen vruchten voort. Die zal verdorren. De schatten van het verbond die Christus opgegraven heeft, kunnen niet buiten Hem om verkregen worden.

Enkel door het geloof zijn we Abrahams nageslacht, kinderen van de belofte (zie Galaten 4:22-25). En door ongeloof wordt het biologische nageslacht van Abraham weggestuurd en zal het niet beërven wat in het verbond beloofd is, tenzij het tot persoonlijk geloof komt. “Als iemand niet opnieuw geboren wordt, kan hij het Koninkrijk van God niet zien.” (Johannes 3:3)

Evangelisatie

Wanneer we het biologische nageslacht van Abraham lief willen hebben, moeten we deze ernstige situatie onder ogen komen en ons daardoor laten dringen om ook voor hen — uit wie onze Verlosser is voortgekomen, door wiens val wij rijk geworden zijn — te bidden en het enige Evangelie wat allereerst voor hen is (Romeinen 1:16) te verkondigen zodat ook zij opnieuw ingeënt zullen worden en opnieuw onderdeel zullen zijn van het uitverkoren geslacht, het koninklijke priesterschap, het heilige volk, het volk dat God Zich tot Zijn eigendom maakte (2 Petrus 2:9-12).

Eén volk van God

Op dit moment verwerpen ze de Messias en daarom, zegt Hij, is het Koninkrijk van God van hen weggenomen en gegeven aan een volk dat de vruchten ervan voort brengt (Mattheüs 21:42-43).

Een biologische Jood die Jezus verwerpt hoort dus niet bij het volk van God. Er zijn geen twee volken van God, er is één heilig volk, één Koninkrijk van priesters, één nieuwe mens(heid), één olijfboom, één wijnstok, één kudde, één bruid, één tempel, één deeg, één gemeente (ecclesia, qahal), één eeuwig verbond, één geloof, één hoop, één weg, één waarheid, één Middelaar tussen God en de mensen, Zijn Zoon Jezus Christus.

En enkel in Hem, uit genade en door het geloof, kunnen we delen in de erfenis voor dit volk, voor Gods kinderen.

Buiten Jezus is geen leven, maar de verdorring van wilde olijfbomen én afgehouwen takken.

Maar Hij is bij machte opnieuw in te enten! Laten we het hen vertellen en ze smeken om zich met God te laten verzoenen. Hij zal het doen, opnieuw!

Ja, “het zal worden één kudde en één Herder.” (Johannes 10:16)

Lees hier een diepere studie over de eenheid tussen Jood en heiden in Christus als Gods Heilige volk.

Hoewel er nog een rijke bloeiperiode zal komen voor degenen die biologisch nageslacht zijn van Abraham, delen zij die Jezus verwerpen op dit moment niet in de beloften van God die enkel in Christus ja en amen zijn (2 Korinthe 1:20).

Buitenom Christus is hun positie afgehouwen. (Romeinen 11:19-20). Een afgehouwen tak geniet niet van de zegeningen van de stam en brengt geen vruchten voort. Die zal verdorren. De schatten van het verbond die Christus opgegraven heeft, kunnen niet buiten Hem om verkregen worden.

Enkel door het geloof zijn we Abrahams nageslacht, kinderen van de belofte (zie Galaten 4:22-25). En door ongeloof wordt het biologische nageslacht van Abraham weggestuurd en zal het niet beërven wat in het verbond beloofd is, tenzij het tot persoonlijk geloof komt. “Als iemand niet opnieuw geboren wordt, kan hij het Koninkrijk van God niet zien.” (Johannes 3:3)

Evangelisatie

Wanneer we het biologische nageslacht van Abraham lief willen hebben, moeten we deze ernstige situatie onder ogen komen en ons daardoor laten dringen om ook voor hen — uit wie onze Verlosser is voortgekomen, door wiens val wij rijk geworden zijn — te bidden en het enige Evangelie wat allereerst voor hen is (Romeinen 1:16) te verkondigen zodat ook zij opnieuw ingeënt zullen worden en opnieuw onderdeel zullen zijn van het uitverkoren geslacht, het koninklijke priesterschap, het heilige volk, het volk dat God Zich tot Zijn eigendom maakte (2 Petrus 2:9-12).

Eén volk van God

Op dit moment verwerpen ze de Messias en daarom, zegt Hij, is het Koninkrijk van God van hen weggenomen en gegeven aan een volk dat de vruchten ervan voort brengt (Mattheüs 21:42-43).

Een biologische Jood die Jezus verwerpt hoort dus niet bij het volk van God. Er zijn geen twee volken van God, er is één heilig volk, één Koninkrijk van priesters, één nieuwe mens(heid), één olijfboom, één wijnstok, één kudde, één bruid, één tempel, één deeg, één gemeente (ecclesia, qahal), één eeuwig verbond, één geloof, één hoop, één weg, één waarheid, één Middelaar tussen God en de mensen, Zijn Zoon Jezus Christus.

En enkel in Hem, uit genade en door het geloof, kunnen we delen in de erfenis voor dit volk, voor Gods kinderen.

Buiten Jezus is geen leven, maar de verdorring van wilde olijfbomen én afgehouwen takken.

Maar Hij is bij machte opnieuw in te enten! Laten we het hen vertellen en ze smeken om zich met God te laten verzoenen. Hij zal het doen, opnieuw!

Ja, “het zal worden één kudde en één Herder.” (Johannes 10:16)

Lees hier een diepere studie over de eenheid tussen Jood en heiden in Christus als Gods Heilige volk.

Dit artikel is voortgekomen uit gesprekken in de MijnGeloofsvraag Whatsapp-groep waar we iedere werkdag samen een ingezonden vraag van deelnemers behandelen. Klik hier om deel te nemen →


Dit artikel is voortgekomen uit gesprekken in de MijnGeloofsvraag Whatsapp-groep waar we iedere werkdag samen een ingezonden vraag van deelnemers behandelen. Klik hier om deel te nemen →