Dit is een opmerkelijk voorbeeld van een dubbele profetie. Ze bevat verschillende afzonderlijke voorzeggingen, die twee keer of vaker vervuld worden: eerst heel gedeeltelijk, daarna volledig; eerst bijna schijnbaar een mislukking, ten slotte een volmaakte vervulling. Het middelpunt van deze profetieën is de Messias Zelf: de Messias in verbinding met Israël; de Messias in Zijn eerste én in Zijn tweede komst. Wat voorzegd is, kreeg bij Zijn eerste komst een gedeeltelijke, schaduwachtige vervulling, en wacht bij Zijn tweede komst op de volledige. Door ze zowel apart als samen te nemen, krijgen we helder zicht op de betekenis van deze moeilijke profetie.
In het vorige hoofdstuk werd al gesproken over een "dag": een tijd van toorn en genade vermengd. En van die "dag" is dit hoofdstuk vol. Hij wordt twee keer "die dag" genoemd (vers 1), "die dag die Ik bereiden zal" (vers 3), en "de dag van de HEERE... die grote en ontzagwekkende dag" (vers 5). Het is de dag van Christus: de dag van de Messias zoals de profeten die zagen, die Zijn eerste en Zijn tweede komst allebei omvat en de gebeurtenissen van beide in één tijdperk samenbrengt.
"Want zie!" God roept de achteloze ogen van mensen naar de gebeurtenissen van de toekomst. "Want zie, die dag komt" — ja, de dag "brandend als een oven", de "dag van de wraak" (Jesaja 61:2; 64:2; 66:15-16). Dan zullen alle "hoogmoedigen" (Psalm 94:2-3), en vooral de tegenstander "die zich ook verheft boven al wat God genoemd of als God vereerd wordt" (2 Thessalonicenzen 2:4), en "allen die goddeloosheid doen" — de boze met heel zijn leger — "stoppels worden", als "kaf" voor het onuitblusbare vuur (Mattheüs 3:12). Ja, "de dag die komt, zal ze in vlam zetten, zegt de HEERE van de legermachten, Die van hen wortel noch tak zal overlaten"; ze worden "ter plekke volledig met vuur verbrand" (2 Samuël 23:7). Dat is "de dag van de Heere" die zal komen "als een dief in de nacht" (2 Petrus 3:10). Op deze dag van vuur en verwoesting doelde Johannes de Doper toen hij begon te prediken dat de mensen zich moesten bekeren (Mattheüs 3:2-10) — alsof hij de Joden herinnerde aan Maleachi en zijn ontzagwekkende woorden.
Midden in die vurige verwoesting zal er een overblijfsel zijn dat gespaard wordt (Maleachi 3:17), aangeduid met de woorden "u die Mijn Naam vreest". Ja, wie de Naam van de HEERE vrezen, zullen (net als Noach) gespaard worden in de vloed van vuur die komt. Meer nog: over hen zal een heerlijke morgen aanbreken (2 Samuël 23:4). De Zon der gerechtigheid zal opgaan — niet met verwoesting, maar met "genezing" onder Zijn stralen, Zijn "vleugels". En in Zijn milde warmte en licht zullen zij die de HEERE vrezen naar buiten gaan en dartelen als kalveren uit de stal. Gezegende morgen voor wie de HEERE vrezen en Zijn Naam hoogachten (Maleachi 3:16): de "morgen zonder wolken" (2 Samuël 23:4), ingeluid door de "morgenster" (Openbaring 2:28). Dit werd voor een deel vervuld toen Jezus kwam als "het licht van de wereld"; maar de volle vervulling is bewaard voor Zijn tweede verschijning.
Dan zullen deze vrezers van de HEERE Hem vergezellen bij het voltrekken van Zijn wraak (vers 3): "Dát zal de glorie van al Zijn gunstelingen zijn" (Psalm 149:9). Want "zie, de Heere is gekomen met Zijn tienduizenden heiligen" om over allen het oordeel te voltrekken (Judas vers 14). Ze komen met hun Heere om "de goddelozen te vertrappen", om hen te vertreden in toorn en te vertrappen in grimmigheid (Jesaja 63:3; Openbaring 19:15). Ja, de antichrist en al zijn vijanden, met allen die God niet kennen en Zijn evangelie niet gehoorzamen, zullen op die dag van vuur als "stof" onder hun voetzolen zijn (vers 1 en 3). Zó zullen de heiligen zegevieren. De overwinning zal hun toevallen op dezelfde aarde waar zij overwonnen en vertrapt werden. Samen met de Koning der koningen zullen zij de ijzeren scepter hanteren (Psalm 2:9; Openbaring 2:27). Die dag zal een dag van verhoging en triomf zijn voor wie de HEERE vrezen: "De heiligen van de Allerhoogste zullen... het koningschap ontvangen" (Daniël 7:18). En dan gaat het lied van de verlosten in vervulling: "U hebt ons voor onze God gemaakt tot koningen en priesters, en wij zullen als koningen regeren over de aarde" (Openbaring 5:10).
In het vierde vers staat een uitspraak die allereerst op Israël slaat, maar ook op de wereld: "Denk aan de wet van Mozes..." Hierop doelde onze Heere waarschijnlijk toen Hij meer dan eens zei: "Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar te vervullen." Door heel de bedeling heen moest die wet getoond en groot gemaakt worden, als de wet der wetten: heilig, rechtvaardig en goed. Christus Zelf heeft dat gedaan, in Zijn leven en in Zijn sterven. En God kan, ook onder deze bedeling van genade, niet dulden dat er ook maar een jota of tittel van die rechtvaardige wet geschonden wordt. Ze blijft voor eeuwig staan.
Dan wordt de voorloper aangekondigd, vóór de grote en ontzagwekkende dag van de HEERE. Of dat werkelijk vóór die dag is of juist rond het begin ervan (want het is geen gewone dag van vierentwintig uur), weten we niet: "Zie, Ik zend tot u de profeet Elia." Zoals de profetie van Joël (Joël 2:31) met Pinksteren een zwakke en gedeeltelijke vervulling kreeg, terwijl er daarna nog een vollere wacht, zo is er ook een dubbele Elia: een Elia van de eerste en een Elia van de tweede komst. De opdracht van beiden is dezelfde: Israël oproepen tot bekering en heel het volk, vaders en kinderen, in gelukkige eenheid voor God brengen — met de waarschuwing erbij: "opdat Ik niet zal komen en de aarde met de ban zal slaan." Johannes de Doper was "de brandende en lichtgevende lamp", het sprekende evenbeeld van de Tisbiet. Maar zijn bediening bereikte het gestelde doel niet. Het hart van het volk werd niet teruggebracht. In plaats van eenheid kwam er verdeeldheid, kwam het zwaard (Lukas 12:51-52): zoon tegen vader, en vader tegen zoon.
Zij bekeerden zich niet, en daarom werden ze geslagen — en niet alleen zij, maar ook hun land, zodat het tot op deze dag een verwoesting en een vloek blijft. Maar wanneer de werkelijke Elia komt, bij de tweede komst van de Messias, dan komt de zegen en niet de vloek. Zíjn zending zal doel treffen. Het hart van het volk zal worden teruggebracht. God zal hun "één hart" geven (Ezechiël 11:19); "zij allen zullen rechtvaardigen zijn"; volk en land zullen samen door de HEERE gezegend worden. Verdeeldheid en tweedracht zullen ophouden; eenheid en liefde zullen overvloeien. Dan komt het rijk van vrede, onder de scepter van de Vredevorst. Zoals het Oude Testament eindigt met dat huiveringwekkende woord over de ban, zo begint en eindigt het Nieuwe Testament met zegen: "Zalig zijn de armen van geest, zalig zijn de zachtmoedigen, zalig zijn de reinen van hart" — en: "De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u allen"(Openbaring 22:21).
1. De grote waarschuwing (vers 1). Er komt een dag die alles zal beslissen. Alles wat God haat, zal volkomen worden weggevaagd. Zondaar, beef en bekeer je.
2. De vertroosting van de getrouwen (vers 2). Er is een overblijfsel, en het kenmerk daarvan is dat zij Gods Naam vrezen. Wat een nadruk legt God op deze "vreze"! Wat een eer geeft Hij aan hen bij wie ze gevonden wordt!
3. De machtige overwinning (vers 3). Deze "vrezers" zijn ook "strijders". Zij strijden, overwinnen en triomferen. De prijs van de overwinning is voor hen: de palmtak en de kroon.
4. De onveranderlijke maatstaf van heiligheid (vers 4). Gods wet is volmaakt. Ze blijft voor eeuwig staan. In de laatste tijden is ze, net als in de eerste, de grote regel. Ze vertelt wat God liefheeft en wat Hij haat.
5. De laatste preek voor de wereld. Die komt van eerbiedwaardige lippen — van iemand die dan al bijna drieduizend jaar in de hemel is. Elia komt om Gods grote boodschap aan Israël te brengen. Het volk luistert. De zegen komt.
Naar dit alles zien wij uit in deze laatste dagen. Wanneer de grote dag komt, weten we niet. Hij kan dichtbij zijn. Laten we letten op de tekenen. Laten we luisteren naar de geluiden die ons waarschuwen. De boodschap is uitgegaan: WAAK. Op een uur waarop je het niet zou denken, komt de Zoon des mensen! "Kinderen, het is het laatste uur" (1 Johannes 2:18).
De wereld is niet klaar voor haar Rechter. Op de dag dat Hij komt, zal ze met stomheid geslagen zijn. "Wat zult u zeggen wanneer Hij u zal straffen?" vraagt de profeet (Jeremia 13:21). Ja, de wereld is er niet klaar voor. Maar dat zal Zijn komst niet tegenhouden. "Hij Die komt, zal komen en niet uitblijven." Als een dief zal Hij komen. Als de bliksem zal Hij komen. Als een strik zal Hij komen. Als Rechter zal Hij komen. Als Wreker zal Hij komen. Als Drager van de ijzeren scepter zal Hij komen. Als Koning der koningen en Heere der heren zal Hij komen.
O mensenkinderen, laat je waarschuwen. Terwijl je zegt: "Er is vrede en veiligheid", zal een onverwacht verderf komen. Terwijl je geniet van je lusten en genoegens — in het theater, in de opera, in de balzaal, op de renbaan of aan de speeltafel — zal Hij komen, de Rechter van levenden en doden. O, kom tot Hem, voordat Hij zó tot je komt! "Kus de Zoon, opdat Hij niet toornig wordt en u onderweg omkomt."
Haast je, want het oordeel talmt niet en het verderf sluimert niet. De tijd is kort. Maar de poort staat open, en Hij Die haar opende, nodigt je uit om binnen te gaan. Hij heeft medelijden met je. Hij verlangt naar je, met de diepe oprechtheid van goddelijke bewogenheid. Hij "wil niet dat enigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen". Nu Hij nog wacht in Zijn liefde — o, haast je om behouden te worden. Hij kan spoedig hier zijn. De bazuin van de Rechter kan spoedig klinken. De dag die brandend is als een oven, kan spoedig aanbreken. "Bekeer u, bekeer u van uw slechte wegen, want waarom zou u sterven?"









