Geestelijke groei

Drie troostvolle werkelijkheden (2 Korinthe 1:3-11)

Andreas Murre·1 maart 2026·16 min leestijd

Vanmorgen verlang ik aan de hand van de manier waarop Paulus getroost werd in momenten van lijden en wanhoop te getuigen van de manier waarop de Heere ook mij daardoor troostte en bemoedigde.

We zullen zien wat voor een heerlijke en betrouwbare God we kennen die mij trooste zoals Hij Paulus trooste en zo ook ons allemaal hier vanmorgen kan troosten en bemoedigen.

De pschologie kent geen methode die deze troost overstijgt. Geen enkel AI model kan dit algoritmisch berekenen. Geen enkele andere religie zal je zo bemoedigen. Maar met deze troost, die Paulus trooste en waarmee Paulus door deze brief mij trooste, kunnen wij vanmorgen ook elkaar troosten.

Verlang je dat? Heb je dat ook nodig vanmorgen?

2 Korinthe 1:1-11

Paulus, apostel van Jezus Christus door de wil van God, en Timotheüs, de broeder, aan de gemeente van God die in Korinthe is, met al de heiligen die in heel Achaje zijn: 2 genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heere Jezus Christus.

3 Geprezen zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, de Vader van de barmhartigheden en de God van alle vertroosting, 4 Die ons troost in al onze verdrukking, zodat wij hen kunnen troosten die in allerlei verdrukking zijn, met de vertroosting waarmee wij zelf door God getroost worden.

5 Want zoals het lijden van Christus overvloedig over ons komt, zo is door Christus ook onze vertroosting overvloedig. 6 Of wij nu verdrukt worden, het is tot uw vertroosting en zaligheid, die tot stand gebracht wordt in de volharding in hetzelfde lijden dat ook wij lijden; of dat wij getroost worden, het is eveneens tot uw vertroosting en zaligheid. 7 En onze hoop voor u is vast, in de wetenschap dat u, zoals u deelhebt aan het lijden, zo ook deelhebt aan de vertroosting.

8 Want wij willen niet, broeders, dat u geen weet hebt van onze verdrukking, die ons in Asia overkomen is: dat wij het uitermate zwaar te verduren hebben gekregen, boven ons vermogen, zodat wij zelfs aan ons leven wanhoopten. 9 Ja, wij hadden voor ons eigen besef het doodvonnis zelf al ontvangen, opdat wij niet op onszelf zouden vertrouwen, maar op God, Die de doden opwekt. 10 Hij heeft ons uit zo'n groot doodsgevaar verlost, en Hij verlost ons nog. Op Hem hebben wij de hoop gevestigd dat Hij ons ook verder verlossen zal, 11 terwijl u ons ook mede te hulp komt door het gebed, opdat door velen dankzegging voor ons gedaan wordt voor de genadegave die door velen tot ons is gekomen. (2 Korintiers 1:1-11)

Jullie kennen het leven van Paulus. Hij was een vurige farizeeër en in de waan dat hij God een dienst bewees vervolgde en verdrukte hij de eerste volgelingen van de Heere Jezus. Blind van woede zocht hij ze op en sleurde hij hen uit hun huizen.

Tot Jezus hem op weg naar Damascus, letterlijk stilzette. De Messias, waarvan deze volgelingen zeiden dat Hij was opgestaan, leefde werkelijk. Kun je je de schok voorstellen als je denkt dat je grootste vijand verslagen is, maar nog blijkt te leven!

Deze levende Jezus, veranderde alles voor Paulus. Als het waar was dat Hij opgestaan was uit de dood, dan was alles wat Hij gezegd had waar en kon niets, zelfs de dood daar geen verandering meer in brengen.

En zo lezen we hier hoe deze Messias verwerpende farizeeer, de God en Vader van de Heere Jezus prijst! Hij is vol van deze God die hem troost.

Want het leven werd niet makkelijker toen hij van vervolger veranderde in een verkondiger van Jezus’ en Zijn opstanding. Hij schrijft in vers 5 dat het lijden van Christus overvloedig over hem kwam en dat hij verdrukt werd, het werd ondragelijk, boven zijn vermogen.

Hij schrijft dat later in deze brief: Vijf keer was hij gegeseld met een zweep door de Joden, drie keer met een stok, een keer gestenigd, drie keer schipbreuk geleden, 24 uur in volle zee doorgebracht. Zijn reizen waren gevaarlijk, hij werd bedreigt door zijn volksgenoten én door heidenen. Nergens was hij veilig. Het was niet ontspannen. Nachten zonder slaap, vaak zonder eten of drinken, in de kou en soms zonder kleren.

En Paulus wil dat je dit weet, en ik wil dat je dit weet, want alleen dit was al een beginnetje van de troost toen ik hierover een preek hoorde nadat ik na een half jaar paniekaanvallen, uiteindelijk zelfs niet meer uit bed durfde.

Wat daaraan vooraf ging waren veel momenten van angst en tweestrijd. Moeilijke gesprekken thuis over het onderwijs in de gemeente waar ik opgeroeide, over de doop en spannende momenten tijdens reizen naar vluchtelingenkampen bij de grens van Griekenland en Macedonie en Calais.

Mijn verlangen was zo groot om daar in die duisternis het Evangelie te verkondigen. Maar aan de andere kant gaf het strijd omdat ik “toch ook gewoon mijn werk moest doen.” En zo werd het uiteindelijk te veel dat ik ook wanhoopte aan mijn leven, al was de dreiging niet zo reëel als bij Paulus. Het was het beginnetje van de troost dat Paulus niet altijd goede moed had, maar vanbinnen ook vrees kende:

2 Korintiers 7:5

Want ook toen wij in Macedonië gekomen waren, heeft ons vlees geen rust gehad, maar waren wij in alles verdrukt: vanbuiten waren er conflicten, vanbinnen vrees.

Dit was al een beginnetje van de troost omdat de Heere me liet zien, en ook ons allemaal vanmorgen, dat het ondenkbaar is dat volgelingen van Jezus soms vrezen. Dat we soms het gevoel van wanhoop kennen, ook al zijn we vervuld met de Heilige Geest zoals Paulus.

Zeker, veel van mijn doodsangst, was een illusie, aangepraat door de tegenstander. Het voelde alsof ik zou sterven, maar ik was niet werkelijk in gevaar. Mijn lichaam was gezond, ik lag in een veilig bed en er waren geen ISIS strijders die mijn keel door wilden snijden (zoals in het vluchtelingenkamp aan de grens bij Macedonië door een paar jongens gesuggereerd werd). De angsten hadden ruimte gekregen en waren gegroeid omdat ik ze betrouwbaarder vond dan Gods beloften, zodat uiteindelijk zelfs de kleinste prikkel al grip kreeg en me verlamde.

Maar, en dit is waar onze barmhartige Vader, de bron van werkelijke troost, het beginnetje van de troost deed uitgroeien tot een steeds vaster fundament met drie heerlijke werkelijkheden in de volgende verzen. Met deze drie werkelijkheden trooste de Heere mij toen en vandaag en zo zal Hij ook blijven troosten: Zelfs als het gevaar wel reeël zou zijn of worden.

  1. God wekt doden op
  2. God is onveranderlijk
  3. God hoort gebeden

1. God wekt doden op

Dit is het eerste wat Paulus troostte en bemoedigde om te volharden.

Vers 9

Ja, wij hadden voor ons eigen besef het doodvonnis zelf al ontvangen, opdat wij niet op onszelf zouden vertrouwen, maar op God, Die de doden opwekt.

Broeders en zusters, voor je eigen besef kan het soms zo uitzichtloos lijken. Het kan te zwaar worden, boven je vermogen. Het kan lijken alsof er geen hoop meer is. Dat is wanhopen, voor zo ver jij het kunt zien is er geen oplossing. (En het probleem is precies dat we vaak niet ver genoeg kijken). De pijn zal blijven en eindigen in de dood. De ziekte zal doorzetten en het einde betekenen.

Of geestelijk, je zag een heel leven voor je, en al is je lichaam gezond, gebroken relaties, problemen op het werk, het lijkt allemaal het einde van je leven. Je overziet niet hoe het ooit nog goed moet komen.

En denk aan je zonden. Als je denkt aan je zonde en wat God daarover zegt, als je denkt wat God met zondaren doet, dan is het inderdaad terecht dat je voor je eigen besef al ten dode opgeschreven bent. We verdienen ook het doodsvonnis.

Romeinen 6:23

Want het loon van de zonde is de dood…

En misschien heb je op allerlei manieren geprobeert om onder dit vonnis vandaan te komen. Je hebt wat psychische truckjes geleerd, maar dat troost niet echt, het neemt het gevaar van de dood niet weg, het kan je op z’n hoogst helpen er niet aan te denken, maar niet aan een gebroken been denken geneest hem niet en neemt de pijn niet weg.

Artsen en medicijnen kunnen je leven verlengen, de pijn verzachten, maar toch zul je op een dag sterven. Alles is er hier op uit, om het leven te verlengen, maar het lijkt niet te slagen.

Wetenschap of psychologie, en zelfs de meest complexe wiskundige levensformules zoals AI modellen, hebben geen antwoord op de dood. Ze kunnen de dood uiteindelijk niet tegenhouden, want geen van deze gaat echt naar de wortel, de zonde.

Zo vreesde Paulus voor zijn leven en zo is ook over ons het doodsvonnis uitgesproken. Maar wat troost Paulus dan toch? En waarmee kan hij ons troosten?

Al deze dingen laten ons zien dat er onder de zon niets is waar we uiteindelijk op kunnen vertrouwen, uiteindelijk als de dood komt kunnen wetenschap of psychologie en zelfs de krachtigste algoritmes ons niet meer helpen. Je kunt er niets tegen doen. Het ligt boven ons vermogen om daar iets aan te doen.

Daarom dringt deze werkelijkheid ons om niet op onszelf, of wat ook onder de zon, te vertrouwen maar op God!

Broeders en zusters, er is een God die doden opwekt en dat heeft bewezen door Jezus op te doen staan die Paulus op de weg naar Damascus zag.

Paulus werd in zijn doodsgevaar gedrongen om te vertrouwen op de God van Abraham: Die de doden levend maakt, en de dingen die niet zijn, roept alsof zij er waren. (Romeinen 4:17)

Dit is het vaste fundament van ons geloof, het geloof van Abraham werd hem gerekend tot gerechtigheid en dit is met jou in gedachten opgeschreven, zegt Paulus verderop in Romeinen 4:

23 Nu is het niet alleen ter wille van hem geschreven dat het hem toegerekend is, 24 maar ook ter wille van ons, aan wie het zal worden toegerekend, aan ons namelijk die geloven in Hem Die Jezus, onze Heere, uit de doden opgewekt heeft, 25 Die om onze overtredingen is overgeleverd, en opgewekt om onze rechtvaardiging. (Romeinen 4:23-25)

Het doodsvonnis wat over ons leven was uitgesproken vanwege onze overtredingen, onderging Hij. Zonder eigen zonde, maar bedrukt onder jou en mijn zonden ging Hij gewillig om die straf te dragen. En toen Hij dacht aan wat er kwam kende Hij ook doodsangst die we ons niet kunnen voorstellen:

Lucas 22:44

En Hij kwam in zware zielenstrijd (doodsangst) en bad des te vuriger. En Zijn zweet werd als grote druppels bloed, die op de aarde neervielen.

Dit was geen illusie, de dreiging was reeël, Hij wist precies wat er kwam en het was onvermijdelijk. Hij zou niet alleen lichamelijk sterven, maar Hij zou alleen de volle toorn van God verdragen die wij verdienen.

Maar Hij deed het! Denk daar straks aan als je de wijn drinkt. Hij dronk die bittere beker vol toorn! Zodat jij nu de zoete verlossingswijn mag drinken. Hij droeg de straf die ons de vrede aanbrengt.

En Hij bleef niet in het graf. Hij is opgewekt zodat wij gerechtvaardigd kunnen worden. Hij stond op uit de dood. En die werkelijkheid verkondigde dat de straf naar tevredenheid van God gedragen was. Hij had betaald voor de zonde. Hij had afgerekend met ons grootste probleem, de zonde. Zo hoeven wij, als we geloven in Hem die Jezus, onze Heere uit de doden heeft opgewekt, dat vonnis niet nog eens te dragen. Er hoeft maar 1 keer betaald te worden en dat heeft Jezus gedaan, en daarom hoeven we niet bang te zijn voor de dood.

Een paar weken geleden sprak ik iemand die vaker in de Levensboom komt. Hij gelooft dat hij dezelfde genezende krachten heeft als Jezus en met tranen in zijn ogen liet hij een spraakberichtje luisteren van een vrouw op wie hij de handen had gelegd waardoor ze “genezen” zou zijn van hele erge hoofdpijnen. Maar toen ik over Jezus’ opstanding begon, werd duidelijk door welke geest hij dat deed. Hij zuchte diep alsof hij zich moest beheersen en uiteindelijk zei hij met gesloten ogen: De opstanding is symobolisch.

Maar, broeders en zusters, als Jezus niet echt uit de dood is opgestaan zijn we, zoals Paulus zelf ook zegt, de meest beklagenswaardige mensen:

1 Korintiers 15:17-19

En als Christus niet is opgewekt, is uw geloof zinloos; u bent dan nog in uw zonden. 18 Dan zijn ook zij die in Christus ontslapen zijn, verloren. 19 Als wij alleen voor dit leven op Christus onze hoop gevestigd hebben, zijn wij de meest beklagenswaardige van alle mensen.

Maar we zijn de meest gelukkig mensen! Jezus heeft de straf gedragen en Hij is werkelijk opgestaan! En daarom hoeven we niet te wanhopen! Het sterven van ons lichaam zal niets meer zijn dan slapen. Dit is daarom onze eerste heerlijke en fundamentele troost: God wekt doden op. Vertrouw net als Abraham en Paulus, op Hem die doden levend maakt en dingen die niet zijn roept alsof ze zijn.

2. God is onveranderlijk

Nu de tweede werkelijkheid waardoor Paulus, en ook ik getroost werd.

Vers 10

Hij heeft ons uit zo'n groot doodsgevaar verlost, en Hij verlost ons nog. Op Hem hebben wij de hoop gevestigd dat Hij ons ook verder verlossen zal.

Broeders en zusters, wat als God, zoals wetenschap, psychologie of AI modellen veranderlijk zou zijn. Dagelijks komen ze met nieuwe inzichten en moeten ze eerdere overtuigingen corigeren. Wat als we gisteren op Hem konden vertrouwen en vandaag niet? Dan zijn we alsnog de meest beklagenswaardige mensen.

Maar kijk nog eens naar Jezus. Door de eeuwen heen had God steeds belooft dat de Messias zou komen die af zou rekenen met de zonde en haar gevolgen. En dat grootste heeft Hij gedaan zoals we net gezien hebben. Van het grootste doodsgevaar heeft Hij ons verlost. Jezus is als het ware Gods handtekening onder al die beloften. Hij heeft het waargemaakt. En als zelfs de dood dit niet tegen kon houden, dan is er niets wat dit ooit nog kan veranderen. Niemand kan terug in de tijd om Jezus leven, sterven en opstanding ongedaan te maken, het is onomkeerbaar.

En dit is het volgende wat ook mij zo bemoedigde, mijn moeder zei het eens in die periode van paniekaanvallen: Gods behaalde resulaten uit het verleden zijn de garantie voor de toekomst!

Hoe heerlijk is dit: Je hoop voor de onzichtbare toekomst ligt in het onveranderlijke verleden.

Oftewel: Hoe zal Hij, Die zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard maar voor ons allen overgegeven heeft, ons ook met Hem niet alle dingen schenken? (Romeinen 8:32)

Of zoals David het zegt in 1 Samuel 17:37:

De HEERE, Die mij uit de klauwen van de leeuw gered heeft en uit de klauwen van de beer, Die zal mij redden uit de hand van deze Filistijn.

De trouwe Verbondsgod, de Alpha en de Omega, Hij die was, die is en die komt, doet wat Hij gedaan heeft en zal dat blijven doen.

Want Ík, de HEERE, ben niet veranderd, ú, kinderen van Jakob, bent daarom niet omgekomen. (Maleachi 3:6)

Wat een troost is Gods onveranderlijkheid, Zijn trouw. Je bent niet omgekomen en Hij zal je niet laten omkomen. De genade die Hij gister voor je had, heeft Hij voor je vandaag.

En hiermee trooste Hij niet alleen mijn ziel, maar deze werkelijkheid hield de Heere me steeds voor, ook toen ik afkickte van, wat in feite, een drugsverslaving was. Hoewel de verdovende en ontspannende middelen door een huisarts voorgeschreven waren, leefde ik bijna een jaar dag in dag uit onder die invloed, ik kon en durfde niet zonder.

Maar deze werkelijkheid moedigde me aan, het was als een anker, als Gods stevige vasthoudende hand, toen ik minderde met die kalmeringsmiddelen, en mijn brein en gemoedstoestand veranderden in een een wilde donkere onoverzichtelijke zee. Steeds meer en dieper leerde de Heere me te vertrouwen op Hem die dingen die niet zijn roept alsof ze zijn. De stofjes die ik te kort kwam vulde Hij aan. Zoals Hij rust had gegeven, zo leerde ik vertrouwen dat Hij ook weer rust zou geven.

Echt, broeders en zusters, het lijkt soms te diep en te zwaar, het lijkt boven je vermogen. En dat is het ook. “Opdat wij niet op onszelf zouden vertrouwen, maar op God!” Hij is daar en Hij verlost nog! Vestig je hoop dat Hij je ook verder verlossen zal.

3. God hoort gebeden

Als laatste nog één troostvolle werkelijkheid.

Vers 11

Terwijl u ons ook mede te hulp komt door het gebed, opdat door velen dankzegging voor ons gedaan wordt voor de genadegave die door velen tot ons is gekomen.

In alle conflicten, nood en gevaren was er nog iets wat Paulus troostte. Biddende broeders en zusters en een vrijgevige horende God.

De komende verlossingen in ons leven, in onze gezinnen, in de gemeente, zullen komen “terwijl u ons mede te hulp komt door het gebed.”

De gebedssamenkomsten zijn tot troost, tot bemoediging, en als we hier na de dienst met elkaar bidden is tot troost, ter bemoediging. Niet alleen omdat het heerlijk is om te beseffen dat er broeders en zuster meeleven, en je begrijpen, maar omdat we verlossingen zullen ontvangen en zullen danken.

Dat is het doel van bidden. Dat is het doel van samen bidden, dat we samen God zullen danken. Dat we ons met elkaar verwonderen over de verlossingen die de Heere geeft. De vreugde van bidden is het vooruitzicht op het danken.

Als we bidden zullen we danken! Als velen bidden, zullen velen danken!

En die verlossingen zullen komen! Omdat Jezus de strijd alleen doorworstelde en nu voor ons bid bij de Vader, kunnen wij samen vrijmoedig bidden en zullen we de verlossingen ontvangen die we nodig hebben.

Niet alleen in geestelijke noden, dat de Heere daarin voorziet is zeker het belangrijkste, het fysieke en tijdelijke zal uiteindelijk toch vergaan. Maar toch waren deze verhoringen ook wat Paulus trooste. Hij noemt het genadegaven, en in de rest van de brief laat Hij zien dat Gods troost ook lag in de manier waarop hij zag dat de gemeente Titus ontvingen, hoe ze in de gemeente afrekenden met zonden en vrijgevig leerden zijn om andere gemeenten te dienen.

Paulus werd bemoedigd in zijn lijden en getroost door de God die doden opwekt, onveranderlijk is en gebeden hoort, en voorziet in alles wat we voor het tijdelijke en vooral voor het eeuwige nodig hebben!

Geprezen zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, de Vader van de barmhartigheden en de God van alle vertroosting, 4 Die ons troost in al onze verdrukking, zodat wij hen kunnen troosten die in allerlei verdrukking zijn, met de vertroosting waarmee wij zelf door God getroost worden.