Licht en waarheid

Zien op de Doorstokene (Zacharia 12:10)

Hoofdstuk 81 van 45·6 min leestijd
180%

Zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben. Zij zullen over Hem rouw bedrijven, als met de rouwklacht over een enig kind; en zij zullen over Hem bitter klagen, zoals men bitter klaagt over een eerstgeborene. (Zacharia 12:10)

Laten we dit gedeelte behandelen aan de hand van de volgende hoofdpunten, die alle onderdelen ervan naar voren brengen: (1.) de Doorstokene; (2.) de doorstekers; (3.) zij die zien; (4.) zij die treuren.

1. De Doorstokene

De Messias, het Zaad van de vrouw, de Man met de vermorzelde hiel: Hij is de Doorstokene. Hij is het Die hier Zelf spreekt. Hij werd doorstoken door de spijkers en door de speer. De spijkers moesten Zijn dood bewerken, de speer moest die bewijzen — allebei uitingen van de haat van de mens, vóór en na Zijn sterven. Als de Doorstokene zien we Hem in Psalm 22 en in Jesaja 53. Zo hing Hij aan het kruis; zo is Hij in de hemel: het Lam Dat geslacht is. Goddelijk en toch menselijk, menselijk en toch goddelijk, en beide volmaakt. Menselijk, zodat Hij doorstoken kon worden; goddelijk, zodat dat doorsteken kracht zou hebben. Door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen.

2. De doorstekers

Dat zijn in de eerste plaats de Joden en de Romeinen, bij het kruis. Jood en heiden werkten samen in deze daad: de Jood als bedenker en raadsman, de heiden als uitvoerder. Het was de verenigde haat van Jood en heiden die de daad volbracht. Ook de menigte rondom het kruis stemt ermee in en neemt eraan deel. En dat geldt voor iedereen tot wie de boodschap van dit doorsteken komt, en die niet uit de menigte naar voren stapt om tegen de daad te protesteren door in de Doorstokene te geloven. Zo is heel de wereld schuldig aan deze daad.

3. Zij die zien

In zekere zin waren de eerste doorstekers ook kijkers. Ze keken en doorstaken; ze doorstaken en keken. Maar dat kijken bracht geen verandering. Ze keken, en haatten alleen maar meer. Jood en heiden keken toen toe, maar ze bleven dezelfden. Zij die zien in onze tekst zijn niet de mensen die rondom het kruis stonden, maar zij die later kwamen — die niet het kruis zelf zagen, maar luisterden naar het verhaal van de Doorstokene. Wat praten ze onnadenkend, de mensen die zeggen: hadden wíj het kruis gezien, dan waren we gesmolten! Op de Pinksterdag vinden we deze zienden. Op veel plaatsen, in veel tijden en eeuwen vinden we hen — we vinden hen nog altijd. In de laatste dagen zal onze tekst nog vollediger vervuld worden aan Jood en heiden: "Zie, Hij komt met de wolken, en elk oog zal Hem zien" — dat wil zeggen: op Hem zien. Heel de wereld zal dan zien, "elk oog". In onze dagen mogen we zeggen dat we met het oor kijken. Het is het getuigenis dat het kruis ons voor ogen brengt en ons de Doorstokene voorhoudt. Wij prediken het verhaal van het kruis en zeggen: Zie!

4. Zij die treuren

De werkelijke doorstekers bij het kruis treurden niet: ze scholden en schudden hun hoofd. De aanblik van de Doorstokene bracht toen alleen haat en spot voort. Een mens kan het kruis zien en hard blijven. Het kruis en het kruisbeeld kunnen op zichzelf niets doen voor een ziel. Toch is de Doorstokene het voorwerp waar God ons oog op richt. Hem gebruikt de Heilige Geest om het harde hart te breken en het gebroken hart te verbinden. De Geest werkt niet buiten het kruis van Christus om. Hij gebruikt het kruis om droefheid naar Gods wil te werken. Let op:

(a.) De droefheid waar het hier om gaat, is heel diep. Het is als de rouw over een enig kind, als de bitterheid van een ziel over een eerstgeborene. Het is geen droefheid van een ogenblik of een uur, maar verdriet dat aanhoudt. Geen oppervlakkig verdriet, maar diep. Geen sentimentaliteit, maar echte smart: de smart van de hele mens.

(b.) Het is droefheid die de Heilige Geest werkt. Zijn hand is erin; anders konden we wel duizend keer naar het kruis kijken en onbewogen blijven. Het is niet de droefheid die gewekt wordt door schilderijen of beelden, door de aanblik van de Sinaï of van Jeruzalem, door aangrijpende beschrijvingen, treurige poëzie of klagende muziek zoals het "Miserere" van Rome, of door het duister van een sombere kamer. Dat zijn kunstmatige, mechanische manieren om schijnbaar godsdienstig gevoel op te wekken. Zulke droefheid is hooguit de droefheid van de wereld, die de dood teweegbrengt — niet de droefheid naar Gods wil, die bekering tot het leven werkt. Ze is zelfs niet zo diep als die van Judas, toen hij zei: "Ik heb gezondigd." Het is door mensen gemaakte overtuiging, als het al overtuiging is — niet de droefheid van de Heilige Geest.

(c.) Het is droefheid die voortvloeit uit het zien op de Doorstokene. We treuren niet eerst om daarna te zien; we zien, en dan treuren we. Niet het één zonder het ander — en niet het treuren vóór het zien. Velen willen in hun eigengerechtigheid eerst treuren, om hun treuren dan als aanbeveling mee te nemen naar God. Maar er is geen echte droefheid dan die rechtstreeks voortvloeit uit het zien op de Doorstokene. Wat zien we dan in deze Doorstokene, dat het zo'n uitwerking heeft?

(1.) We zien oneindige liefde. Die smelt het hart en lokt tranen uit de ogen. Het is de liefde die daar bloedt aan het kruis.

(2.) We zien onze eigen verwerping van die liefde. Lang zijn we verwerpers geweest, verachters van die liefde. Onze jaren van afwijzen komen ons voor de geest en vervullen ons met bitterheid. Wat! Zó lang zulke liefde veracht!

(3.) We zien lijden. Het is lijden dat al het lijden van mensen te boven gaat. Het is het lijden van de liefde. Wie daar lijdt, is de liefde zelf. Hij lijdt omdat Hij liefheeft. Hij heeft lief en lijdt!

(4.) We zien dat wijzelf dat lijden hebben veroorzaakt. We hebben die liefde niet alleen verworpen: we hebben de liefhebbende Lijder aan het hout genageld. Dit is zonde — dit is ónze zonde. Wij zijn de moordenaars. Wij haatten, bespotten, nagelden en doodden Hem. O, wat een zonde is de onze — en wat moet zonde dan wel zijn! Toch, hoor Zijn stem: "Wend u tot Mij, word behouden!"

Gerelateerde artikelen

Alle