Verheug u zeer, dochter van Sion! Juich, dochter van Jeruzalem! Zie, uw Koning zal tot u komen, rechtvaardig, en Hij is een Heiland, arm, en rijdend op een ezel, op een ezelsveulen, het jong van een ezelin. Ik zal de strijdwagens uit Efraïm wegnemen, en de paarden uit Jeruzalem. De strijdboog zal weggenomen worden. Hij zal vrede verkondigen aan de heidenvolken. Zijn heerschappij zal zijn van zee tot zee, van de rivier de Eufraat tot aan de einden der aarde. (Zacharia 9:9-10)
Over een wijde spanne van tijd en geschiedenis strekken deze twee verzen zich uit. Ze voorzeggen de taferelen van de eerste én de tweede komst van de Messias. Tussen de gebeurtenissen van het negende vers en die van het tiende ligt een lange, lange tussentijd. Het eerste is al vervuld — en hoe letterlijk! — achttien eeuwen geleden; het tweede wacht nog op vervulling. Het eerste geeft een glimp van de vernedering van de Messias, het tweede van Zijn verhoging, Zijn macht en Zijn heerlijkheid. Hij kwam de eerste keer om veracht en verworpen te worden door de mensen; Hij komt de tweede keer om te overwinnen en te regeren. Jeruzalem heeft Zijn nederigheid gezien; het zal nog Zijn majesteit zien. Het is getuige geweest van Zijn kruis; het zal nog Zijn troon aanschouwen.
Laten we hier letten op: (1.) de vreugde van Jeruzalem; (2.) de Koning van Jeruzalem; (3.) de heerlijkheid van Jeruzalem.
1. De vreugde van Jeruzalem
Sion en Jeruzalem zijn de twee delen van die ene stad — de stad van de grote Koning. Het zijn de inwoners, de dochters van deze tweevoudige stad, die hier worden opgeroepen tot "verheugen" en "juichen": tot zéér verheugen, en tot het luid uitroepen ervan. Tot blijdschap en gejuich wordt de stad door God geroepen. Ze is "de vrolijke stad". Babel mag treuren, maar Sion moet zich verheugen. Egypte mag jammeren, Jeruzalem moet juichen.
Wie de Messias hebben aangenomen, zijn burgers van geen onaanzienlijke stad. Hun behoort het hemelse Jeruzalem toe, het eeuwige Sion. Hun burgerschap is in de hemelen. Ze zijn nog niet in de stad, maar ze zien ernaar uit. En alleen al het vooruitzicht is genoeg om hen te doen juichen van vreugde. Christen, wees blij! Loop niet met een bezwaard hart. Wie gelooft dat Jezus de Christus is, is uit God geboren — en burger van de vrolijke stad.
2. De Koning van Jeruzalem
Op een andere plaats staat geschreven: "laten de kinderen van Sion zich verheugen over hun Koning" (Psalm 149:2). Zo ook hier. Laten we de woorden die over de Koning gaan één voor één bekijken.
(1.) Zie. Het is de profeet die tot zijn stadgenoten spreekt; het is de Heilige Geest Die onze ogen op Jezus richt. "Zie!" Aanschouw dit grote schouwspel. Wat is er op aarde dat ermee te vergelijken valt?
(2.) Uw Koning. Jeruzalem heeft een Koning. Hij is "de grote Koning", "de Koning der koningen", "de Koning van Israël", "de Koning van de volken", "de Vorst van de koningen van de aarde". Zijn naam is Jezus van Nazareth. Hij is het Woord dat vlees geworden is, God en mens, "Immanuel, God met ons". Nu is Jeruzalem koningloos. Het heeft geen David, geen Salomo, geen Hizkia. En toch behoort het werkelijk een Koning toe — groter dan alle koningen van de aarde: "ÚW Koning".
(3.) Zal komen. Lang was Hij "de Komende"; nu is Hij gekomen. Vierduizend jaar lang sprak de belofte van Zijn komst. Nu komt Hij eindelijk! Hij wacht niet langer. Zijn voeten betreden onze aarde. Zijn ogen zien onze heuvels en luchten. Bethlehem ontvangt Hem. Nazareth geeft Hem een thuis. Bethanië heet Hem welkom. Jeruzalem roept hosanna als Hij nadert. Maar Hij is heengegaan! Nu is Hij hier niet meer. Nu is Hij opnieuw "de Komende". En Hij kan spoedig hier zijn. Zie, Hij komt!
(4.) Tot u. Ja, juist tot u. Jeruzalem zal Hem verwerpen, zal Hem kruisigen. Hij weet het — en tóch komt Hij tot haar. Zondaar, Hij komt tot jou, en Hij nodigt je uit om tot Hem te komen. Hij blijft niet op een afstand staan; Hij komt dichtbij.
(5.) Rechtvaardig, en Hij is een Heiland. Een rechtvaardig God en een Zaligmaker. Rechtvaardig, en de Rechtvaardiger. De Redder en de Rechtvaardiger, omdat Hij de Rechtvaardige is. Hij kwam met een rechtvaardige verlossing voor onrechtvaardige mensen. Die rechtvaardige verlossing biedt Hij nog altijd aan. Het is een verlossing tot het uiterste. Hij is machtig om te verlossen, Hij is rechtvaardig om te verlossen! Hij kwam om te zoeken en te redden wat verloren was. Wat een goed nieuws! De Rechtvaardige heeft de onrechtvaardigen lief. Jezus Christus, de Rechtvaardige, is in de wereld gekomen om zondaars te verlossen.
(6.) Arm, en rijdend op een ezel, op een ezelsveulen, het jong van een ezelin. Hij is zachtmoedig en nederig. Zelfs wanneer Hij in triomf Jeruzalem binnenkomt, toont Hij Zijn zachtmoedigheid in de manier waaróp Hij komt. Geen troepen soldaten, geen lijfwacht, geen stoet, geen wapperende vaandels! Geen strijdwagen, geen oorlogspaard! Hij rijdt op een ezel, met het veulen ernaast — zoals ze gevonden werden, onvoorbereid en onversierd. Hij is tegelijk de hoogste en de nederigste van de mensenkinderen. Niemand kwam ooit van zó hoog, of daalde af tot zó diep. In geboorte, leven en dood was Hij telkens de Nederige. Mag Hij dan niet zeggen: "Kom naar Mij toe" en "leer van Mij"? Voor niemand is Hij afstandelijk. Niemand stoot Hij af. Zelfs van de kleinen zegt Hij: "Laat de kinderen bij Mij komen." In woord, in blik en in daad is Hij oneindig aantrekkelijk voor allen. Niemand hoeft bang voor Hem te zijn, of op een afstand te blijven staan in achterdocht of wantrouwen. Zondaar, kom en leer van deze Nederige. Hij zal je rust geven. Christen, vertrouw Hem meer. Doe Hem geen onrecht door Hem verkeerd te verstaan. Geef Hem je vólle vertrouwen, ondanks al het kwaad en de duisternis en de dwaasheid die in je zijn. Blijf altijd dicht aan Zijn zijde. Kijk naar Hem, heb Hem lief, spreek met Hem, vertrouw op Hem. Fronst Hij? Keert Hij Zich af? Nee — Hij heet je welkom. En hoe meer je met Hem omgaat, hoe meer welkom je bent. Zo krijgt Hij gelegenheid om Zijn schatten tevoorschijn te halen.
3. De heerlijkheid van Jeruzalem
De eerste trek van die heerlijkheid is het ophouden van de oorlog en de vernietiging van al het oorlogstuig: strijdwagen, paard en strijdboog. Daarmee is het gedaan. Jeruzalem is nu de stad van de vrede, het ware Salem. Maar er is ook vrede voor de heidenvolken: Hij verkondigt hun vrede — vrede voor wie veraf zijn. De klank van de vrede gaat van Salem uit naar heel de wereld. Jeruzalem is nu een rustige woonplaats; er is vrede binnen al haar grenzen; de heidenvolken delen erin; en de heerschappij over alles behoort nu aan Sions Koning. De aarde is van Hem, evengoed als Jeruzalem. Hij is Koning der koningen. Tot nu toe is dit niet vervuld. Satan zwerft en regeert nog. De koninkrijken van deze wereld zijn nog altijd onchristelijk of antichristelijk.
Maar het visioen zal niet liegen. Jezus komt voor de tweede keer om deze woorden te vervullen. Het negende vers vervulde Hij bij Zijn eerste komst; het tiende zal Hij vervullen bij Zijn tweede. Hij komt als Koning én als Verlosser. Hij komt niet alleen om te oordelen, maar ook om te regeren. Hij komt om alle oorlog te beëindigen, om Satan te binden, om de antichrist te verslaan, om de schepping te vernieuwen, om Jeruzalem te herbouwen, om Israël te herstellen, om de volken te bekeren — om in vrede te regeren als de rechtvaardige Koning van de aarde. Zijn heerschappij zal even wereldwijd zijn als ze eeuwig is. Zijn koninkrijk is het koninkrijk dat niet wankelen kan. Dan breekt de lang verwachte heerschappij van gerechtigheid en vrede aan.









