“En de dochter van Tyrus zal komen met een geschenk; de rijken onder het volk zullen trachten uw gunst te winnen.” (Psalm 45:13)
Dit is een beeld van de laatste dagen. Want de hele psalm straalt van de heerlijkheid van die tijd: de heerlijkheid van Christus de Koning, de heerlijkheid van de gemeente als bruid, de heerlijkheid van het paleis, de troon, de hofhouding en het koninkrijk. Alles hier is heerlijkheid, blijdschap en gerechtigheid. Het is de tijd dat alle dingen worden hersteld.
We vragen ons af:
1. Wie is deze dochter van Tyrus?
Zij is de oude Fenicische stad, aan de zeekust bij de voet van de Libanon. Zij vertegenwoordigt de handel van de oude wereld.
a. Wat zij was. De grote handelsstad van de oude wereld. Zij stond voor handel, pracht en rijkdom. Prachtige villa’s strekten zich kilometers uit naar het noorden en zuiden — tot aan het water en de hellingen van de Libanon op.
b. Wat zij nu is. Verlaten. De oude stad is weggevaagd. De nieuwe stad is een klein havenplaatsje, nauwelijks meer dan een vissersdorp.
c. Wat zij zal worden. Meer dan één profetie vertelt dat Tyrus in de laatste dagen weer zal opbloeien (Jesaja 23:18). De oude stad zal niet meer gevonden worden, maar er zal een nieuwe stad komen die haar vertegenwoordigt — dezelfde grote handelsstad, maar dan “heilig.”
2. Naar wie zij komt
Zij komt naar Christus en Zijn gemeente. Zij zoekt hen op en buigt voor hen neer. Want op die dag is alles omgekeerd. De gemeente zit op de troon. De wereld zoekt haar op en brengt haar eer. Wat een verschil met hoe het al die eeuwen was! De gemeente wordt niet langer onteerd, vertrapt, vervolgd en veracht. Nee, zij wordt geëerd en hoog verheven. De hele aarde zoekt haar op, zelfs de grootsten: “En de koningen van de aarde zullen hun heerlijkheid en eer erin brengen” (Openbaring 21:24). De heiligen ontvangen samen met hun Heere de eer van de aarde. De bruid van Christus deelt in Zijn waardigheid en heerlijkheid.
3. Wat zij meebrengt
Het wordt hier eenvoudig “een geschenk” genoemd. Maar wat zit daar veel in! Zoals de wijze mannen uit het oosten hun bijzondere geschenken brachten, zo doet ook de dochter van Tyrus. Zij komt en legt haar koopwaar, haar rijkdom en haar pracht neer aan de voeten van Immanuel. In Ezechiël vinden we een lange lijst van al haar kostbare en mooie dingen. Alles wat luxe is, alles wat nodig is, alle edelmetalen, alle edelstenen, kleding — alles waar de wereld naar opkijkt, verzameld uit alle delen van de aarde. Wat een geschenk! De gemeente had er niet om gevraagd. Tyrus brengt haar geschenk. Ze haast zich om de heerlijke Koning te eren en Zijn bruid te sieren met alles wat mooi, kostbaar en volmaakt is.
4. Wat zij ons leert
Dat we alles wat we hebben aan de voeten van Christus mogen leggen — als land én persoonlijk. Dat zal de dag zijn van volledige toewijding aan God. Dan zal iedereen erkennen dat Christus recht heeft op alles. Nu begrijpen we nog niet echt wat toewijding is — de toewijding van onszelf en alles wat we hebben, gewoon of kostbaar, aan God en Zijn Christus. Maar dan zullen we het begrijpen. Dan zullen we het zien zoals het nog nooit gezien is. En wat een toewijding zal er zijn in die laatste dagen, al was het alleen van Tyrus! Hoeveel te meer als het gaat om steden en koninkrijken die veel groter zijn dan Tyrus. Denk aan ons eigen land, waar Tyrus maar een dorpje bij is, of een handelspost. Tyrus was de grote handelsstad van de oude wereld. Zo is Groot-Brittannië, met het machtige Londen, de grote handelsstad van de huidige wereld. Alles wat Tyrus groot en heerlijk maakte, vind je tienmaal zo groot en vermenigvuldigd terug in haar.
Alles wat God gemaakt heeft is kostbaar en bedoeld om Hem te verheerlijken. Elk schepsel van God is goed. We moeten niet denken dat goud, zilver en edelstenen veracht moeten worden door christenen, alleen omdat ze zijn misbruikt voor trots, luxe en ijdelheid. Ze kunnen allemaal aan God worden toegewijd. Ze zijn allemaal bedoeld om Hem te verheerlijken. Het is nu niet makkelijk om de prachtige en mooie dingen van de aarde tot Zijn eer te gebruiken. Er zijn zo veel slechte invloeden die ze bederven, verlagen en bevuilen. Ze zijn al zo lang dienaars van menselijke trots — afgoden, ijdelheden, dwaasheden. Maar toch zijn ze allemaal in staat tot goed en edel gebruik. En op een dag zullen ze hun juiste plek in de schepping innemen, net als de sterren boven en de bloemen beneden.
Laten we ondertussen alles wat we hebben voor God gebruiken. De gemeente, die nu als een weduwe is, heeft de edelstenen van de aarde niet nodig om haar te sieren. Nee, ze zouden niet passen bij haar rouwkleren. We kunnen zonder versiering. God heeft die dingen nu niet nodig, al zal Hij op een dag alle schatten tevoorschijn brengen die verborgen liggen in Zijn schatkamer van het mooie en heerlijke. Die schatten zullen het nieuwe Jeruzalem sieren, en de nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont. Maar ons bezit, ons geld — laten we dat aan God toewijden. Laten we onze winst voor Hem gebruiken. Hij roept ons als handelsnatie op om Hem zo te eren — om onze winst niet voor onszelf te gebruiken, maar voor Hem. Hij vraagt eer en dienst van onze handel. Zakenmensen, wijd jullie winst aan Hem toe. Jezus is het waard om alles te ontvangen wat jullie hebben. Geef het aan Hem. Wees niet zuinig. Hij zal het jullie duizendvoudig terugbetalen.
“En de dochter van Tyrus zal komen met een geschenk; de rijken onder het volk zullen trachten uw gunst te winnen.” (Psalm 45:13)
Dit is een beeld van de laatste dagen. Want de hele psalm straalt van de heerlijkheid van die tijd: de heerlijkheid van Christus de Koning, de heerlijkheid van de gemeente als bruid, de heerlijkheid van het paleis, de troon, de hofhouding en het koninkrijk. Alles hier is heerlijkheid, blijdschap en gerechtigheid. Het is de tijd dat alle dingen worden hersteld.
We vragen ons af:
1. Wie is deze dochter van Tyrus?
Zij is de oude Fenicische stad, aan de zeekust bij de voet van de Libanon. Zij vertegenwoordigt de handel van de oude wereld.
a. Wat zij was. De grote handelsstad van de oude wereld. Zij stond voor handel, pracht en rijkdom. Prachtige villa’s strekten zich kilometers uit naar het noorden en zuiden — tot aan het water en de hellingen van de Libanon op.
b. Wat zij nu is. Verlaten. De oude stad is weggevaagd. De nieuwe stad is een klein havenplaatsje, nauwelijks meer dan een vissersdorp.
c. Wat zij zal worden. Meer dan één profetie vertelt dat Tyrus in de laatste dagen weer zal opbloeien (Jesaja 23:18). De oude stad zal niet meer gevonden worden, maar er zal een nieuwe stad komen die haar vertegenwoordigt — dezelfde grote handelsstad, maar dan “heilig.”
2. Naar wie zij komt
Zij komt naar Christus en Zijn gemeente. Zij zoekt hen op en buigt voor hen neer. Want op die dag is alles omgekeerd. De gemeente zit op de troon. De wereld zoekt haar op en brengt haar eer. Wat een verschil met hoe het al die eeuwen was! De gemeente wordt niet langer onteerd, vertrapt, vervolgd en veracht. Nee, zij wordt geëerd en hoog verheven. De hele aarde zoekt haar op, zelfs de grootsten: “En de koningen van de aarde zullen hun heerlijkheid en eer erin brengen” (Openbaring 21:24). De heiligen ontvangen samen met hun Heere de eer van de aarde. De bruid van Christus deelt in Zijn waardigheid en heerlijkheid.
3. Wat zij meebrengt
Het wordt hier eenvoudig “een geschenk” genoemd. Maar wat zit daar veel in! Zoals de wijze mannen uit het oosten hun bijzondere geschenken brachten, zo doet ook de dochter van Tyrus. Zij komt en legt haar koopwaar, haar rijkdom en haar pracht neer aan de voeten van Immanuel. In Ezechiël vinden we een lange lijst van al haar kostbare en mooie dingen. Alles wat luxe is, alles wat nodig is, alle edelmetalen, alle edelstenen, kleding — alles waar de wereld naar opkijkt, verzameld uit alle delen van de aarde. Wat een geschenk! De gemeente had er niet om gevraagd. Tyrus brengt haar geschenk. Ze haast zich om de heerlijke Koning te eren en Zijn bruid te sieren met alles wat mooi, kostbaar en volmaakt is.
4. Wat zij ons leert
Dat we alles wat we hebben aan de voeten van Christus mogen leggen — als land én persoonlijk. Dat zal de dag zijn van volledige toewijding aan God. Dan zal iedereen erkennen dat Christus recht heeft op alles. Nu begrijpen we nog niet echt wat toewijding is — de toewijding van onszelf en alles wat we hebben, gewoon of kostbaar, aan God en Zijn Christus. Maar dan zullen we het begrijpen. Dan zullen we het zien zoals het nog nooit gezien is. En wat een toewijding zal er zijn in die laatste dagen, al was het alleen van Tyrus! Hoeveel te meer als het gaat om steden en koninkrijken die veel groter zijn dan Tyrus. Denk aan ons eigen land, waar Tyrus maar een dorpje bij is, of een handelspost. Tyrus was de grote handelsstad van de oude wereld. Zo is Groot-Brittannië, met het machtige Londen, de grote handelsstad van de huidige wereld. Alles wat Tyrus groot en heerlijk maakte, vind je tienmaal zo groot en vermenigvuldigd terug in haar.
Alles wat God gemaakt heeft is kostbaar en bedoeld om Hem te verheerlijken. Elk schepsel van God is goed. We moeten niet denken dat goud, zilver en edelstenen veracht moeten worden door christenen, alleen omdat ze zijn misbruikt voor trots, luxe en ijdelheid. Ze kunnen allemaal aan God worden toegewijd. Ze zijn allemaal bedoeld om Hem te verheerlijken. Het is nu niet makkelijk om de prachtige en mooie dingen van de aarde tot Zijn eer te gebruiken. Er zijn zo veel slechte invloeden die ze bederven, verlagen en bevuilen. Ze zijn al zo lang dienaars van menselijke trots — afgoden, ijdelheden, dwaasheden. Maar toch zijn ze allemaal in staat tot goed en edel gebruik. En op een dag zullen ze hun juiste plek in de schepping innemen, net als de sterren boven en de bloemen beneden.
Laten we ondertussen alles wat we hebben voor God gebruiken. De gemeente, die nu als een weduwe is, heeft de edelstenen van de aarde niet nodig om haar te sieren. Nee, ze zouden niet passen bij haar rouwkleren. We kunnen zonder versiering. God heeft die dingen nu niet nodig, al zal Hij op een dag alle schatten tevoorschijn brengen die verborgen liggen in Zijn schatkamer van het mooie en heerlijke. Die schatten zullen het nieuwe Jeruzalem sieren, en de nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont. Maar ons bezit, ons geld — laten we dat aan God toewijden. Laten we onze winst voor Hem gebruiken. Hij roept ons als handelsnatie op om Hem zo te eren — om onze winst niet voor onszelf te gebruiken, maar voor Hem. Hij vraagt eer en dienst van onze handel. Zakenmensen, wijd jullie winst aan Hem toe. Jezus is het waard om alles te ontvangen wat jullie hebben. Geef het aan Hem. Wees niet zuinig. Hij zal het jullie duizendvoudig terugbetalen.
Horatius Bonar (1808-1889) was een prediker en dichter die verschillende boeken heeft geschreven om twijfelende zielen te leiden tot geloofszekerheid en prachtige liederen zoals “Ik hoorde Jezus’ zachte stem.” Deze reflecties zijn onderdeel van de serie “Licht en waarheid.”







