‘Doe mij vreugde en blijdschap horen; laat de beenderen zich verheugen die U verbrijzeld hebt. … Geef mij de vreugde over Uw heil terug, ondersteun mij met een geest van vrijmoedigheid’ (Psalm 51:10,14).
Waarom vraagt David niet om zelfbeheersing? Waarom bidt hij niet om mensen die hem kunnen bijstaan in zijn strijd tegen seksuele zonde? Waarom bidt hij niet om bescherming van zijn ogen, of dat zijn gedachten minder gericht zullen zijn op seks? In deze psalm van belijdenis en berouw nadat hij in feite Bathseba heeft verkracht, zou je zoiets misschien verwachten.
Toch vraagt hij niet om dit soort dingen, want hij weet dat seksuele zonden alleen maar een symptoom zijn, niet de ziekte zelf.
Mensen geven toe aan seksuele begeerten omdat ze de vervulling met de vreugde en blijdschap in Christus missen. Ze staan niet stevig in hun schoenen en hun geest is niet standvastig. Ze worden gemakkelijk aan het wankelen gebracht. Ze laten zich verleiden en geven toe aan de zonde omdat God in hun gevoelens en gedachten niet de plaats inneemt die Hij zou moeten hebben.
David wist dat dit bij hem zo was. Maar het geldt even goed voor ons. Door de manier waarop hij bidt, laat David ons zien wat mensen die in seksuele zonden leven werkelijk nodig hebben: vreugde in God.
Dat is een wijze les voor ons.
Beschikbaar gesteld door DesiringGod.org