‘Geldzucht is de wortel van alle kwaad’ (1 Timotheüs 6:10).
Wat wilde Paulus hiermee zeggen? Hij kan niet bedoeld hebben dat geld altijd in onze gedachten is wanneer we zondigen. Veel zonden doen we zonder aan geld te denken.
Ik denk dat hij bedoelde te zeggen dat al het kwaad in de wereld voortkomt uit een bepaalde gezindheid: een gezindheid die gekenmerkt wordt door geldzucht, door liefde voor geld.
Wat betekent het eigenlijk om geld lief te hebben? Het betekent niet dat we de hele tijd met een verliefde blik naar bankbiljetten of muntgeld zitten te kijken. Om te weten wat liefde voor geld inhoudt, moet je eerst de vraag stellen wat geld eigenlijk is. Ik zou die vraag als volgt beantwoorden: geld staat symbool voor alles wat er bij mensen te krijgen is.
God handelt niet met geld, maar met genade: ‘O, alle dorstigen, kom tot de wateren, en u die geen geld hebt, kom, koop en eet, ja, kom, koop zonder geld, zonder prijs, wijn en melk’ (Jesaja 55:1). In ruil voor geld kun je bij mensen alles krijgen. Als je geld liefhebt, ben je dus gericht op wat mensen je te bieden hebben. Daarin zoek je je geluk, daarop stel je je vertrouwen.
Liefde voor geld staat dus ongeveer gelijk aan geloof in geld – het geloof (het vertrouwen en de zekerheid) dat geld alles is wat je nodig hebt en je gelukkig zal maken.
Liefde voor geld is het alternatief voor geloof in Gods toekomstige genade. Het is geloof in toekomstige hulp van mensen. Daarom is de liefde voor geld, of het vertrouwen op geld, de keerzijde van het ongeloof in de beloften van God. Jezus zegt in Mattheüs 6:24: ‘Niemand kan twee heren dienen … U kunt niet God dienen en de mammon.’
Je kunt niet tegelijkertijd op God én op geld je vertrouwen stellen. Het geloof in het ene is het ongeloof in het andere. Wie geld lief heeft – wie vertrouwt op geld in zijn zoektocht naar geluk – denkt dat hij de toekomstige genade van God niet nodig heeft om een vervuld leven te kunnen leiden.
Beschikbaar gesteld door DesiringGod.org