Aanwijzingen voor de vorming van kinderen

De kracht van moederliefde

Hoofdstuk 26 van 30·13 min leestijd·H. Clay trumbull
87%

Onder alle krachten die samenwerken in het vormen van een kind door de opvoeding, kan de kracht van moederliefde niet overschat worden. Er is geen menselijke liefde als de liefde van een moeder. Er is geen menselijke tederheid als de tederheid van een moeder. En er is geen tijd waarin een moeder haar liefde en tederheid zó diep in haar kind prent als in de eerste levensjaren. Wordt die tijd verwaarloosd, dan kan geen toekomst het verlies goedmaken — niet voor de moeder en niet voor het kind. Wordt die tijd goed besteed, dan zullen alle jaren die volgen daar telkens opnieuw de vrucht van laten zien.

Zelfs als een man dood lijkt voor elke andere goede invloed, blijft één ding hem vaak vasthouden: de herinnering aan de gebeden en de tranen van zijn moeder. Uit die greep kan hij zich niet losmaken — en hij wíl het ook niet. En een moeder betekent zoveel voor een man wanneer hij man is, juist omdat ze alles voor hem was toen hij kind was.

God noemt Zichzelf onze Vader. Maar als Hij ons de diepte van Zijn tederheid en Zijn weergaloze trouw wil laten zien, vergelijkt Hij Zijn liefde met die van een moeder. "Zoals iemands moeder hem troost, zo zal Ík u troosten," zegt Hij. Het is alsof Hij de zondaar uitnodigt om te komen als een verdrietig, vermoeid kind. Zo'n kind legt zijn moede hoofd neer op de schouder van zijn moeder. Daar is het zeker van rust en meeleven, en van woorden van troost en bemoediging. "Kan een vrouw haar zuigeling vergeten, zich niet ontfermen over het kind van haar schoot?" vraagt God, alsof Hij wil wijzen op het trouwste en hechtste dat wij van menselijke liefde kennen. En om te laten zien dat Hij een nóg vastere steun is dan zelfs moeders voor hun geliefde kinderen zijn, voegt Hij eraan toe: "Zelfs al zouden die het vergeten, Ík zal u niet vergeten."

David, de man naar Gods hart, kon geen woorden vinden die zijn vaste vertrouwen op God beter uitdrukten dan deze: "Want mijn vader en mijn moeder hebben mij verlaten, maar de HEERE zal mij aannemen." En voor de diepste menselijke droefheid vond hij geen sterker beeld dan toen hij over zichzelf zei: "ik ging gebukt, in het zwart gehuld, als iemand die om zijn moeder treurt." En toen Davids grote Zoon in doodsangst aan het kruis hing, met het gewicht van een verloren wereld op Zich, kon Hij al Zijn eigen lijden vergeten. Hij keerde Zich, om zo te zeggen, een ogenblik af van het werk van de eeuwige verlossing. Hij eerde de tederheid en trouw van Zijn diepbedroefde moeder aan Zijn voeten. En met Zijn stervende adem vertrouwde Hij haar toe aan de trouwe zorg van de discipel die Hij liefhad.

De Bijbel staat vol beelden van liefhebbende moeders en van moederliefde. Hagar, die in de woestijn huilt om haar jongen die dreigt om te komen van dorst. Rachel, die treurt om haar kinderen en niet getroost wil worden, omdat ze er niet meer zijn. Jochebed, die zich als dienstmeisje laat inhuren om haar eigen kindje te mogen voeden voor de dochter van de farao. Hanna, die zich voor God verblijdt over de schat van een langverwachte zoon. De echte moeder voor het aangezicht van Salomo, bereid haar kind af te staan als het maar gespaard blijft. Rizpa, die op de heuveltop maandenlang waakt bij de lichamen van haar omgebrachte zonen, vanaf het begin van de oogst tot de herfstregens. Overdag liet zij de vogels in de lucht niet op hen neerstrijken, en 's nachts de dieren van het veld niet. De vrouw van Jerobeam, die verlangt om bij het bed van haar doodzieke zoon te zijn, terwijl het haar hart verscheurt dat hij sterven moet zodra zij bij hem aankomt. De weduwe van Zarfath en de vrouw uit Sunem, die de voorbede van de profeet zoeken om hun gestorven lievelingen weer levend te krijgen. De moeder van Jakobus en Johannes, die bij Jezus pleit om gunsten voor haar zonen. De Syro-Fenicische vrouw, die alles waagt en zich niet laat wegsturen, om een zegen te winnen van Hem Die alléén haar zwaargekwelde dochter gezond en vrij kon maken. De moeder van Timotheüs, die haar zoon lessen leert waar de wereld nog altijd van leeft. En zo gaat de rij verder — moeders die model staan, door God uitgekozen voor een plaats in de heilige geschiedenis. En zulke moeders leven nog altijd om ons heen, aan alle kanten.

En de geboden van de Bijbel over moeders zijn even stellig als de voorbeelden van hun liefdevolle zorg talrijk zijn. "Eer uw vader en uw moeder" is een gebod met een ereplaats, vanwege de belofte die eraan verbonden is. "Veronachtzaam het onderricht van je moeder niet," zei Salomo, en: "veracht je moeder niet wanneer zij oud is." Het is inderdaad een "dwaas mens" — en een onnatuurlijk mens — die "zijn moeder veracht", of die haar geen dankbaarheid en liefde geeft zolang ze hem gespaard blijft. In alle eeuwen en overal "staan de kinderen op" van een echte moeder "en prijzen haar gelukkig". Want vroeg of laat beseffen ze: God geeft een mens geen rijkere zegen dan moederliefde. Zelfs in de dagen waarin een koningin-echtgenote een slavin was, werd naar een koningin-moeder met eerbied opgezien. Niet omdat ze koningin was geweest, maar omdat ze nog altijd de moeder van de koning wás. "Een moeder gestorven!" schreef de norse maar teerhartige Carlyle. "Het is een keerpunt voor ons allemaal; en het treft ieder van ons met een eigen scherpte, alsof het iets volstrekt eigens en eenmaligs is." En over deze moeder, wier dood hem deze verzuchting ontlokte, had Carlyle bij haar leven geschreven: "Ik bedacht: als ik uit alle moeders die ik ooit gezien heb er één mocht kiezen, dan had ik mijn eigen moeder gekozen."

Een moeder is nooit te vervangen. Ze zal gemist en betreurd worden als ze er niet meer is — hoezeer de "dwaze zoon"haar ook onderschatte, terwijl zij hem de rijkdom bleef geven van haar miskende liefde. Ja, een echte man ontgroeit, zolang zijn moeder leeft, nooit helemaal het gevoel dat hij leunt op het meeleven en de zorg van een liefhebbende moeder. Zijn haar mag wit geworden zijn van de jaren. Hij mag kinderen hebben, en zelfs kleinkinderen die met eerbied en liefde naar hem opzien. Maar zolang zijn moeder leeft, is zíj zijn moeder en is híj haar jongen. Pas als ze sterft, voelt hij voor het eerst de verlatenheid van een zoon zonder moeder. Dan is er niemand meer op aarde naar wie hij kan opzien met het nooit twijfelende vertrouwen en de nooit ontbrekende rust van een moe kind bij een lieve moeder. Er is een beschutting boven zijn hoofd weggenomen. Hij staat, als nooit tevoren, onbeschermd in de felle zon en de striemende stormen van de levensreis. Nooit meer klinkt het "mijn lieve jongen" op die toon die geen muziek op aarde evenaart. Voor hem geldt altijd:

"Een moeder blijft een moeder — het heiligste wat leeft."

De levensbeschrijvingen staan vol voorbeelden van deze waarheid — al hoeft een man wiens moeder nog leeft alleen maar bij zijn eigen hart te rade te gaan om de kracht ervan te kennen. Neem de knorrige oude dr. Johnson, in veel opzichten nors en lomp. Als hij vijftig is en zijn moeder negentig, schrijft hij haar vol tederheid: "U bent de beste moeder geweest, en, geloof ik, de beste vrouw van de wereld. Ik dank u voor uw geduld met mij, en vraag vergeving voor alles wat ik verkeerd heb gedaan, en voor al het goede dat ik heb nagelaten." Hoeveel mannen, van wie de wereld niet zou denken dat er iets kinderlijks in hen school, zouden deze woorden tot de hunne kunnen maken — en er met Johnsons slotwoorden hun handtekening onder zetten: "Ik ben, lieve, lieve moeder, uw toegewijde zoon." En Luther met zijn leeuwenhart, die beter lijkt te passen bij het donderen tegen geestelijke onderdrukkers dan bij tedere woorden voor een goedhartige vrouw, keert zich af van zijn geestelijke strijd om aan zijn oude, stervende moeder te schrijven: "Het doet mij diep verdriet dat ik niet lijfelijk bij u kan zijn, zoals ik zo graag zou willen." En: "Al uw kinderen bidden voor u."

Augustinus is wel de belangrijkste bekeerling tot de waarheid genoemd tussen Paulus en Luther. Tegen het einde van zijn bewogen leven zei hij: "Aan mijn moeder dank ik alles. Als ik Uw kind ben, o mijn God, dan is dat omdat U mij zo'n moeder gaf. Als ik de waarheid boven alles stel, dan is dat de vrucht van het onderwijs van mijn moeder. Als ik niet allang ben omgekomen in zonde en ellende, dan is dat vanwege de lange, trouwe jaren waarin zij voor mij pleitte." En bij haar dood zei hij over haar toewijding: "O mijn God, hoe valt de eer die ik haar bewees te vergelijken met haar slavenwerk voor mij?"

De moeder van John Quincy Adams werd vierenzeventig. Maar toen ze weggenomen werd, was hij het gevoel nog niet ontgroeid dat hij op haar leunde. "Mijn moeder was een engel op aarde," schreef hij. "Ze was de belichaming van vrouwelijke deugd, van vroomheid, van naastenliefde, van goedheid die altijd werkzaam was en nooit ophield. O God, was ze nog maar een korte tijd gespaard gebleven!" En: "Ik heb maar korte tijden, met lange tussenpozen, het geluk van haar gezelschap genoten. Toch is ze meer voor mij geweest dan een moeder. Ze was een geest van boven die over mij waakte ten goede. Alleen al het besef dat ze er wás, droeg bij aan de troost van mijn leven. Dat besef is nu weg, en zonder haar voelt de wereld voor mij als een eenzame leegte." En president Nott van Union College — ruim negentig jaar oud, een halve eeuw lang rector — vond in zijn stervensuren, toen kracht en besef hem begaven, nog altijd de herinnering aan zijn moeders liefde fris en sterk. Hij kon in de slaap gesust worden die hij zo nodig had, door hem zacht op de schouder te kloppen en de vertrouwde wiegeliedjes van vroeger voor hem te zingen — zoals die moeder deed, van wie hij zich verbeeldde dat ze nog altijd bij hem was om voor hem te zorgen.

Lord Macaulay is een koud mens genoemd, maar de unieke kostbaarheid van moederliefde is hij nooit vergeten. Hij was het die zei: "In je latere leven krijg je misschien vrienden — hartelijke, dierbare, goede vrienden. Maar nooit meer krijg je de onuitsprekelijke liefde en zachtheid die een moeder over je uitstort. Vaak zucht ik, in mijn worsteling met de harde, onverschillige wereld, naar die zoete, diepe geborgenheid van vroeger. 's Avonds kroop ik tegen haar aan en luisterde naar een rustig verhaal, passend bij mijn leeftijd, voorgelezen door haar onvermoeibare stem. Nooit kan ik haar lieve blikken vergeten wanneer ik leek te slapen; nooit haar vredekus voor de nacht. Er zijn jaren voorbij sinds we haar naast mijn vader legden op het oude kerkhof. En nog altijd fluistert haar stem uit het graf en waakt haar oog over mij, wanneer ik de plekjes bezoek die allang geheiligd zijn aan de herinnering van mijn moeder."

Napoleon Bonaparte, met al zijn zelfvertrouwen en onafhankelijkheid van karakter, is nooit opgehouden met eerbiedige liefde naar zijn moeder op te zien. Hij zei geregeld dat hij alles wat hij was en alles wat hij had, te danken had aan haar karakter en haar liefdevolle zorg. "Ach, wat een vrouw! Waar vinden we haar gelijke?" zei hij over haar. "Ze waakte over ons met een zorg zonder weerga. Elk laag gevoel, elke onedele neiging werd ontmoedigd en weggedaan. Ze liet niets wortel schieten in ons jonge verstand dan wat groot en verheven was... Verliezen, ontberingen, vermoeidheid — het had geen vat op haar. Ze verdroeg alles, ze trotseerde alles. Ze had de wilskracht van een man, verbonden met de zachtheid en fijngevoeligheid van een vrouw."

Toen al het andere verloren leek, en hij als eenzame gevangene op Sint-Helena lag, was Napoleon van één ding zeker. "Mijn moeder houdt van me," zei hij — en de gedachte aan de liefde van zijn moeder was hem toen tot troost. De man die zich in staat had gevoeld om zonder hulp een wereld te regeren, was niet te groot voor dankbare afhankelijkheid van zúlke liefde. "Mijn overtuiging is," zei hij, "dat het toekomstige gedrag van een kind, goed of slecht, volledig afhangt van zijn moeder."

Aan het einde van onze Amerikaanse burgeroorlog lag een jonge legerofficier op sterven. Hij was al vóór de oorlog veel van huis geweest, en nu was hij vier jaar lang soldaat geweest in actieve dienst. Op menig slagveld had hij de dood zonder vrees in de ogen gezien, en in menig uur van gebrek en ontbering had hij het moeten redden met eigen kracht en vindingrijkheid. Wat zou een man méér kunnen losweken van het leunen op de nabijheid en de dragende zorg van een moeder? Nu ijlde de soldaat. Het was in de vroege morgen, na een slapeloze, onrustige nacht. Voor zijn geestesoog speelden zich duidelijk opwindende taferelen af. De vijand zat hem zwaar op de huid. Hij maakte zich zorgen over zijn stelling. Hij gaf bevelen, snel en heftig. Zijn ondergeschikten leken het te laten afweten. Alles ging blijkbaar mis. Juist toen kwam de moeder van de jonge officier — ze was uit het noorden gekomen om over hem te waken — de kamer binnen waar hij lag. Toen de deur voor haar openging, keerde hij zijn gekwelde gezicht ernaartoe, alsof hij een nieuwe vijand verwachtte. Maar zodra hij zag wie daar stond, veranderde zijn gezicht. De angst gleed weg, zijn oog werd zacht, de worsteling van twijfel en vrees was voorbij. En met een diepe zucht van verlichting zei hij, op een toon van rustig vertrouwen: "Ah, moeder is er! Nu is alles goed!" En de getekende oorlogsveteraan was weer een getroost kind.

Soldaat, staatsman, geleerde, voorganger: iedere man blijft voor zijn moeder een kind, tot het laatste toe. En het is het beste in een man dat hem altijd zo kinderlijk houdt tegenover zijn liefhebbende moeder. Zonder de kracht van moederliefde zou die beste, echtste kant van een man nooit tot bloei komen — tot zijn eigen welzijn en tot haar beloning. Het kost wat om een goede moeder te zijn. Maar er is geen beloning op aarde te vergelijken met de liefde die een trouwe moeder wint — en vasthoudt — van de zoon die ze liefheeft. O, als goede moeders eens wisten hoeveel ze voor hun kinderen doen met hun geduldige, verdraagzame, zachte omgang met hen. En hoe zeker het is dat die kinderen dat later gaan zien en voelen. Dan zouden de bedroefdsten onder hen minder bedroefd zijn en meer hoop houden, terwijl ze zo trouw zwoegen en volhouden — met misschien zo weinig zichtbaars terug.

Gerelateerde artikelen

Alle