In de natuur hangt het leven af van de atmosfeer. Wat er verder ook aanwezig is: zonder atmosfeer is er geen leven mogelijk. Het is juist de atmosfeer die al die verschillende vormen van planten- en dierenleven mogelijk maakt, op de aarde, in de zee en in de lucht. En diezelfde atmosfeer brengt elk levend wezen de dood, zodra er stoffen in gaan overheersen die levensbedreigend zijn. Neem de vraag wanneer de mens voor het eerst op onze planeet verscheen. Een van de grote raadsels daarbij is: hoe was de atmosfeer van de aarde in dat verre verleden? Zonder een atmosfeer die het leven draagt, zou leven onmogelijk zijn. Zo draait ook de vraag of andere planeten bewoond zouden kunnen zijn, om ditzelfde punt. Leven en dood liggen in de atmosfeer.
Het zijn niet alleen de bestanddelen van de atmosfeer die leven of dood brengen aan alles wat erin leeft. Ook de temperatuur telt, en hoe hard de lucht beweegt. Samen bepalen die voor een groot deel hoeveel leven er kan opbloeien en standhouden. Zit er niet genoeg zuurstof in de lucht, dan brengt de atmosfeer de dood. Is de lucht niet warm genoeg, dan heeft al die zuurstof geen nut om het leven in stand te houden. En al is er zuurstof én warmte, dan nog kan een felle wind de dood meedragen op zijn sterke vleugels. Geen tuinman onderschat het belang van de juiste atmosfeer voor zijn kostbaarste planten. En geen verstandige arts denkt licht over de gezonde of ongezonde lucht rond zijn patiënten. En zoals het is in de natuur, zo is het ook in het morele leven: leven en dood liggen in de atmosfeer.
Bij elk gezin is dit een levensbelangrijke vraag: is de atmosfeer van dit huis geschikt voor het beste in de natuur van een kind? Kan dat er leven en groeien, in kracht en schoonheid? Die vraag kan niet altijd met ja beantwoord worden. En waar dat niet kan, heeft het weinig zin om te praten over de kleinere middelen die in dat gezin verder nog aan de opvoeding meewerken.
De atmosfeer van een huis is de geest van dat huis. Die geest blijkt uit het gedrag en de houding van de ouders — en van allen op wie de ouders invloed hebben. De atmosfeer zelf zie je niet — daar niet, en nergens in de natuur — maar je voelt haar. Haar uitwerking is duidelijk te zien. Maar de oorzaak zelf leid je daaruit af — aanwijzen kun je haar niet. Sterker nog: hoe beter de atmosfeer in een huis, hoe stiller en onopvallender haar invloed overal doordringt. Alleen wanneer de atmosfeer in huis schadelijk is voor wie eronder leven, laat ze zich als atmosfeer voelen. Anders merk je haar bestaan alleen aan uitwerkingen die je op geen enkele andere manier verklaren kunt.
Je stapt het ene huis binnen, mengt je onder het gezin, en je voelt de milde, zachte lucht van liefde en meeleven. Ouders en kinderen lijken voor elkaar te leven. Ze zijn helemaal één in alles waar ze van genieten en waar ze mee bezig zijn. En alles ademt de rust van de vrede die daar woont. Je weet zeker dat alles in de morele en huiselijke atmosfeer van dat gezin meewerkt om het beste in de kindernatuur te koesteren en te laten groeien. Het is duidelijk dat het voor een kind in zo'n huis gemakkelijker is om goed te zijn en goed te doen dan in menig ander huis.
Je stapt een ander huis binnen — en al bij de eerste begroeting treft je de kilte van de lucht in dat huis. Er is een kant van de kindernatuur waarvan je weet dat die meer warmte nodig heeft dan hier te vinden is, wil ze tot bloei komen. Een andere keer is het juist de verzengende hitte van een opgewonden, altijd maar jachtig gezinsleven. Je weet zeker: die hitte verschroeit de fijnste en gevoeligste ranken van de jonge harten die daar gevormd worden. Weer een andere keer scheuren er stormen van drift door de lucht. Die maken een huis, zolang ze duren, tot een gevaarlijke plek voor kinderen — hoe vredig het er ook uit mag zien in de stiltes tussen de buien. Maar in al die gevallen beslist de atmosfeer van het huis waar de opvoeding uiteindelijk op uitloopt.
Omdat de atmosfeer in huis zó belangrijk is, behoren ouders hun verantwoordelijkheid te erkennen voor de atmosfeer van het huis dat zíj maken en beheren. Het is niet genoeg dat ouders een hoog ideaal hebben voor hun kinderen, en dat ze hen onderwijzen en vormen in de richting van dat ideaal. Ze moeten er ook voor zorgen dat de atmosfeer van hun huis dat ideaal draagt. Een atmosfeer die de karaktertrekken koestert en ontwikkelt die in dat ideaal besloten liggen. Die atmosfeer moet vol zijn van de zuivere zuurstof van liefde tot God en liefde tot de mensen. Ze moet niet te heet zijn van drukte en bezigheden. En niet te koud in het uiten van de onderlinge liefde. Maar mild en verkwikkend, met de gelijkmatige temperatuur van het gewone leven met elkaar. Ze moet zacht en vredig zijn in de toon en de gang van een omgang vol meeleven. Dit alles kán ze zijn. Dit alles behóórt ze te zijn.
Elk huis heeft zijn eigen atmosfeer — goed of slecht, gezondmakend of ziekmakend. En ouders zijn altijd rechtstreeks verantwoordelijk voor de atmosfeer in hun huis. Of ze daar nu bewust mee bezig zijn geweest, of er nooit bij hebben stilgestaan. Om voor hun kinderen een goede atmosfeer in huis te krijgen, moeten ouders zelf goed zijn. Ze moeten ervoor waken de lucht in huis te vergiftigen met liefdeloze woorden of gedachten. Ervoor waken haar te verkillen met een houding zonder meeleven, of te verhitten met opgewonden drukte. En ervoor waken haar vredige stroom te verstoren met onrust, met vitten, of met uitbarstingen van drift.
Ouders moeten als het ware de barometer en de thermometer van het gezinsleven in het oog houden. Ze moeten erop toezien dat de temperatuur gematigd blijft, en dat het huis beschut is tegen plotselinge stormen. Alleen wanneer wijze ouders zó waken, kan de atmosfeer in hun huis zijn wat hun kinderen nodig hebben.



