Met wie zou u Mij willen vergelijken, of aan wie ben Ik gelijk? zegt de Heilige. 26 Sla uw ogen op naar omhoog, en zie Wie deze dingen geschapen heeft; Hij is het Die hun leger voltallig tevoorschijn brengt, ze alle bij name roept door Zijn grote vermogen en Zijn sterke kracht; er ontbreekt er niet één. (Jesaja 46:25-26)

Met wie zou u Mij willen vergelijken, of aan wie ben Ik gelijk? zegt de Heilige. 26 Sla uw ogen op naar omhoog, en zie Wie deze dingen geschapen heeft; Hij is het Die hun leger voltallig tevoorschijn brengt, ze alle bij name roept door Zijn grote vermogen en Zijn sterke kracht; er ontbreekt er niet één. (Jesaja 46:25-26)


Ik heb een voorlopige theorie over de relatie tussen de twintigste en de eenentwintigste eeuw. Ik denk er nog over na en ik beweer niet dat ik hierin iets met zekerheid kan zeggen. Maar dit is het idee. Ik zie de  twintigste eeuw — in ieder geval in het Westen en in ieder geval in het tweede deel — als de eeuw van het ik, of de eeuw van de therapie, of de eeuw van de psychologie, of hoe je het ook wilt verwoorden. 

In 1966 schreef Philip Reef het boek “The Triumph of the Therapeutic.” En als het dertig jaar geleden zo was, dan zeker vandaag. En mijn theorie is dat die triomf in de eenentwintigste eeuw plaats zal maken voor de triomf van astronomie of natuurkunde. Is dat niet bijzonder? 

Maar wat hier achter zit, of het nu waar is of niet, is dat de wereld van de therapie — de wereld van de seculiere psychologie, de wereld van het ik — klein is.  Tragisch klein. De menselijke ziel, is niet gemaakt om zich met het eigen ik bezig te houden, in zijn verschillende toestanden en waarden. De ziel is niet gemaakt om aan zichzelf te denken, en hoe die zichzelf op moet knappen, aanpassen en liefhebben. Daar is het ik niet voor gemaakt. Het ik is gemaakt om stil te staan bij God, bij Zijn majesteit en Zijn glorie. 

Daarom wordt de wereld van het ik oneindig kleiner gemaakt wanneer het zich bezig moet houden met zichzelf. En dat is wat we de afgelopen zes of zeven decennia hebben gedaan. Het heeft de wereld tragisch kleiner gemaakt. Het heeft geleid tot veel meer kwalen in de wereld. 

Dit stond in een tijdschrift deze maand, onder de titel “Geloof en therapie.” De laatste paragraven grepen me aan.

De twintigste eeuw kende veel aanvallen op het Christelijk geloof. Maar de frontale aanvallen van militante atheïsten, marxisten en nazi’s hebben niet geleid tot zoveel grond verlies voor Christenen als de meer verraderlijke aanvallen van de therapeutische cultuur. Het gevoel van schuld, het gevoel van zonde, het gevoel van het heilige, het gevoel dat er een andere orde van gezag is, waardoor wij geoordeeld worden — deze zijn niet helemaal verdwenen uit de Christelijke cultuur, maar ze zijn aangetast. Als dit moeilijk te zien is, komt dit door de mist die de therapiecultuur afgeeft. De empathische mist die ons omgeeft en verward. Het zorgt ervoor dat we het leven niet helder meer zien. We dwalen rond in deze mist, denkend dat onze vijanden de vrienden zijn, juist omdat ze zo begaan zijn met onze gezondheid. Het enige wat sterk genoeg is om dit te doordringen, is het licht van openbaring. Openbaring herinnert ons eraan dat fysieke en emotionele gezondheid, niet de alpha en omega zijn van ons bestaan. De Evangelieën vertellen ons dat, wanneer onze hand ons doet struikelen, we deze moeten afhouwen. Het is beter om het leven in te gaan met een stompje, dan in de hel te komen met twee handen. Zo kan het beter zijn om het Koninkrijk van de hemel binnen te gaan met een bedrukte psyche, dan de andere plek binnen te gaan, boordevol zelfvertrouwen. En, dit bracht me bijna in tranen, er is uiteindelijk geen troost te vinden in de theorieën die voorgesteld worden door psychologen. Psychologie heeft maar weinig te zeggen tegen de overgrote meerderheid van lijdende mensen in de wereld. En het heeft totaal niets te zeggen over het feit dat een ieder van ons moet sterven op een dag. De goed aangepaste persoon van de therapeutische cultuur, met al zijn onbezorgde gevoel van eigenwaarde, heeft één overweldigend probleem: Hij is verblind voor visie van de zaligsprekingen.

Als je in deze wereld van het ik leeft, de therapeutische wereld, een wereld waarin je er altijd aan denkt hoe je de de toestanden van het ik kunt verhelpen, dan mis je waar je voor gemaakt bent: God. Het zien van God in Zijn heerlijkheid. 

Wat bedoelde ik dus, toen ik zei dat dit zal leiden tot een doorbraak in astronomie, of natuurkunde? Dit is wat ik bedoel; ik weet niet of er in het westen nog een grote opwekking komt. Ik ben geen profeet en ik heb niet dezelfde vrijmoedigheid als anderen die deze grote opwekking zien waarin Gods glorie en de werkelijkheid van Zijn majesteit in Zijn Zoon, en de weg van Zijn verlossing, weer ontdekt wordt. Ik weet niet of dat gebeurt, maar ik weet, uit de Bijbel, dat dit niet voor iedereen gebeurt. En ik weet, dat wanneer de ongehoorzaamheid zal toenemen, de liefde zal verkillen en er velen overgegeven worden aan verwoesting en vervolging, en ze gehaat worden omwille van Mijn naam. Ik weet dat dat zal gebeuren.

Maar gezien het feit dat het menselijk hart, ontworpen is voor God. En gegeven de waarschijnlijkheid dat het grootste deel van de mensheid, nog niet naar God zal luisteren. Toch zal het menselijke hart nooit tevreden zijn met de kleine wereld van het ik. Er moet een betere vervanging zijn dan therapie. Er moet een betere vervanging zijn, en die vervanging zal waarschijnlijk gevonden worden in artikelen als deze in Newsweek Magazine. Daarin lezen we hoe de Hubble telescoop terugstuurt naar de aarde. Het is gewoon adembenemend, als je leest dat ze dachten dat er misschien een paar miljoen andere sterrenstelsels zijn. Sterrenstelsels, niet sterren. En nu komen er radiogolven terug van sterrenstelsels die misschien wel twaalf miljard lichtjaar van ons verwijderd zijn. Er word nu verwacht dat er zo’n vijftig miljard sterrenstelsels zijn. 

Daar zijn we voor gemaakt. Wat denk jij? Wat verkondigd dit volgens Psalm 19:1? De glorie en eer van God. Het moet je niet verontrusten dat er maar één minuscuul klein stipje is in dit universum wat we aarde noemen. Er is een ieniemini klein stipje waar mensen wonen die gemaakt zijn om te leven met de Schepper. Al het andere is achtergrondmateriaal, om kinderlijke mensen te leren: “Dit is hoe Hij is!” Het is geen overdreven werk van God. 

Er zijn mensen die hierover struikelen en denken dat het allemaal verspild is aan de paar mensen hier die Zijn werk minachten. Maar het gaat niet om ons. Het gaat om de Maker. Hij heeft dit gemaakt zodat de mensen die naar Zijn beeld gemaakt zijn, op dat kleine stipje wakker worden uit de therapeutische wereld, in de schitterende werkelijkheid van wie God is. Dat is het doel van de Hubble telescoop. 

Maar misschien open je de krant — ik hou van die rubrieken in de krant, want er is geen rubriek over God in de krant, de eerste beste rubriek is dan wetenschap, niet psychologie maar natuurkunde — je leest over een ster Eta Carinae. Eta Carinae is het grootste en helderste object in het universum wat niet zichtbaar is voor ons blote oog. Het is een ster in ons sterrenstelsel, en waarschijnlijk de grootste ster in ons sterrenstelsels. Hij schijnt 400 keer feller dan de zon. Als hij zo dichtbij zou staan als dichtstbijzijnde ster naast de zon, zouden we er een boek bij kunnen lezen. Maar hij staat ver bij ons vandaan. 

Als je dit leest, zul je begrijpen waarom sommigen de zon aanbidden. Als ik geen Bijbel zou hebben, zou ik Eta Carinae aanbidden. Echt! 

Wat heeft dit te maken met prediking? Denk aan Albert Einstein. Albert Einstein stierf halverwege de twintigste eeuw, 1955. Hij had wat te zeggen over de kerk en de prediking. Wist je dat? Lees eens wat een specialist in de relativiteitstheorie over hem schreef:

Ik zie het ontwerp van het universum als een vraagstuk wat ten diepste religieus is. Iemand moet op een bepaalde manier ontzag en eerbied hebben voor deze zaken. Het is groots en moet niet als vanzelfsprekend gezien worden. Ik geloof dat Einstein daarom zo weinig met georganiseerde godsdienst kon. Al komt hij wel godsdienstig op mij over. Einstein moet gehoord hebben wat de predikers verkondigden over God en gedacht hebben dat ze Hem lasterden. Hij had veel meer majesteit gezien dan zij zich ooit konden voorstellen. Ze hadden het niet over de werkelijkheid.

Toen ik dat las, verdubbelde mijn verlangen om te leven waarvoor ik gemaakt was. O God, als U mij leven geeft, als U mij adem geeft,  als U mijn hersenen nog even laat werken, dan zal ik er alles aan doen om het verlangen naar U, in al Uw grootheid, aan te wakkeren in het verkondigen van U. De vreugde van alle volken, waar U mij ook leidt. 

Want ik wil niet dat wetenschappers de verkondiging in jouw gemeente aanhoren en zeggen dat je Hem lastert. Ik heb glorie gezien, ik heb een telescoop. Ze hebben geen idee, met hun dagelijkse pep-talks die hun kleine psyche moeten fixen, die hun kleine huwelijken moeten laten werken, die hen moet helpen om met hun kinderen om te gaan, die hen helpen op het werk. Hoe ze dit moeten doen en hoe ze dat moeten doen. Je luistert ernaar en vraagt je af, gaat dit hier om God?

Er zijn genoeg boeken om huwelijken, kinderen en je psyche te laten werken, hoe je jezelf goed kunt voelen over jezelf. Maar er zijn maar weinig predikers die de mensen vertellen over een grote, heerlijke, majestueuze God, die nog groter is dan Eta Carinae. 

Er zijn er niet veel, maar ik verlang dat jullie het verlangen krijgen om je daaraan toe te wijden. Wetenschappers weten iets, ze kennen deze feiten. Ze weten hoeveel sterren er zijn duizenden lichtjaren verderop in ons universum. Ze weten van de miljoenen sterren, en onze ster, de zon, die zo’n zesduizend graden warm is op het koelste gedeelte, en deze zon vliegt door het universum met een snelheid van zo’n 270 meter per seconde. In een paar miljoen jaar, als God het geeft, zal hij de hele Melkweg hebben gezien. Wetenschappers weten dit. En dan komen ze naar de kerk. En misschien horen ze deze tekst. Jesaja begreep het. 

Met wie zou u Mij willen vergelijken, of aan wie ben Ik gelijk? zegt de Heilige. 26 Sla uw ogen op naar omhoog, en zie Wie deze dingen geschapen heeft; Hij is het Die hun leger voltallig tevoorschijn brengt, ze alle bij name roept door Zijn grote vermogen en Zijn sterke kracht; er ontbreekt er niet één. (Jesaja 46:25-26)

Ik ben zo blij dat Hij dit zegt, “Sla je ogen op…” Je mag de sterren bestuderen! “Hij roept ze bij name.” Tim, Martha, Eta Carinae… elke ster, miljarden sterren. Ze doen allemaal wat Hij wil en Hij heeft ze allemaal een naam gegeven. Ik geloof niet dat Hij nummers gebruikt. 

Door Zijn grote vermogen en Zijn sterke kracht ontbreekt er niet één. Waarom mist er niet één, omdat God zei dat ze daar moesten blijven. Blijf daar tot ik klaar ben. Einstein wist hier iets van. En Jesaja wist dit. Wij hebben een Bijbel en wij hebben telescopen, ook wij moeten dit weten. 

Het is vreselijk als er iemand naar onze kerk komt, weldenkende mensen, die zeggen, “Als dat, wat ik vannacht met mijn telescoop gezien heb in de lucht waar is, en als het gevoel wat dat mij gaf van ontzag en eerbied voor deze werkelijkheid, echt is wat het is, dan lasteren jullie God.” 

Ik heb een voorlopige theorie over de relatie tussen de twintigste en de eenentwintigste eeuw. Ik denk er nog over na en ik beweer niet dat ik hierin iets met zekerheid kan zeggen. Maar dit is het idee. Ik zie de  twintigste eeuw — in ieder geval in het Westen en in ieder geval in het tweede deel — als de eeuw van het ik, of de eeuw van de therapie, of de eeuw van de psychologie, of hoe je het ook wilt verwoorden. 

In 1966 schreef Philip Reef het boek “The Triumph of the Therapeutic.” En als het dertig jaar geleden zo was, dan zeker vandaag. En mijn theorie is dat die triomf in de eenentwintigste eeuw plaats zal maken voor de triomf van astronomie of natuurkunde. Is dat niet bijzonder? 

Maar wat hier achter zit, of het nu waar is of niet, is dat de wereld van de therapie — de wereld van de seculiere psychologie, de wereld van het ik — klein is.  Tragisch klein. De menselijke ziel, is niet gemaakt om zich met het eigen ik bezig te houden, in zijn verschillende toestanden en waarden. De ziel is niet gemaakt om aan zichzelf te denken, en hoe die zichzelf op moet knappen, aanpassen en liefhebben. Daar is het ik niet voor gemaakt. Het ik is gemaakt om stil te staan bij God, bij Zijn majesteit en Zijn glorie. 

Daarom wordt de wereld van het ik oneindig kleiner gemaakt wanneer het zich bezig moet houden met zichzelf. En dat is wat we de afgelopen zes of zeven decennia hebben gedaan. Het heeft de wereld tragisch kleiner gemaakt. Het heeft geleid tot veel meer kwalen in de wereld. 

Dit stond in een tijdschrift deze maand, onder de titel “Geloof en therapie.” De laatste paragraven grepen me aan.

De twintigste eeuw kende veel aanvallen op het Christelijk geloof. Maar de frontale aanvallen van militante atheïsten, marxisten en nazi’s hebben niet geleid tot zoveel grond verlies voor Christenen als de meer verraderlijke aanvallen van de therapeutische cultuur. Het gevoel van schuld, het gevoel van zonde, het gevoel van het heilige, het gevoel dat er een andere orde van gezag is, waardoor wij geoordeeld worden — deze zijn niet helemaal verdwenen uit de Christelijke cultuur, maar ze zijn aangetast. Als dit moeilijk te zien is, komt dit door de mist die de therapiecultuur afgeeft. De empathische mist die ons omgeeft en verward. Het zorgt ervoor dat we het leven niet helder meer zien. We dwalen rond in deze mist, denkend dat onze vijanden de vrienden zijn, juist omdat ze zo begaan zijn met onze gezondheid. Het enige wat sterk genoeg is om dit te doordringen, is het licht van openbaring. Openbaring herinnert ons eraan dat fysieke en emotionele gezondheid, niet de alpha en omega zijn van ons bestaan. De Evangelieën vertellen ons dat, wanneer onze hand ons doet struikelen, we deze moeten afhouwen. Het is beter om het leven in te gaan met een stompje, dan in de hel te komen met twee handen. Zo kan het beter zijn om het Koninkrijk van de hemel binnen te gaan met een bedrukte psyche, dan de andere plek binnen te gaan, boordevol zelfvertrouwen. En, dit bracht me bijna in tranen, er is uiteindelijk geen troost te vinden in de theorieën die voorgesteld worden door psychologen. Psychologie heeft maar weinig te zeggen tegen de overgrote meerderheid van lijdende mensen in de wereld. En het heeft totaal niets te zeggen over het feit dat een ieder van ons moet sterven op een dag. De goed aangepaste persoon van de therapeutische cultuur, met al zijn onbezorgde gevoel van eigenwaarde, heeft één overweldigend probleem: Hij is verblind voor visie van de zaligsprekingen.

Als je in deze wereld van het ik leeft, de therapeutische wereld, een wereld waarin je er altijd aan denkt hoe je de de toestanden van het ik kunt verhelpen, dan mis je waar je voor gemaakt bent: God. Het zien van God in Zijn heerlijkheid. 

Wat bedoelde ik dus, toen ik zei dat dit zal leiden tot een doorbraak in astronomie, of natuurkunde? Dit is wat ik bedoel; ik weet niet of er in het westen nog een grote opwekking komt. Ik ben geen profeet en ik heb niet dezelfde vrijmoedigheid als anderen die deze grote opwekking zien waarin Gods glorie en de werkelijkheid van Zijn majesteit in Zijn Zoon, en de weg van Zijn verlossing, weer ontdekt wordt. Ik weet niet of dat gebeurt, maar ik weet, uit de Bijbel, dat dit niet voor iedereen gebeurt. En ik weet, dat wanneer de ongehoorzaamheid zal toenemen, de liefde zal verkillen en er velen overgegeven worden aan verwoesting en vervolging, en ze gehaat worden omwille van Mijn naam. Ik weet dat dat zal gebeuren.

Maar gezien het feit dat het menselijk hart, ontworpen is voor God. En gegeven de waarschijnlijkheid dat het grootste deel van de mensheid, nog niet naar God zal luisteren. Toch zal het menselijke hart nooit tevreden zijn met de kleine wereld van het ik. Er moet een betere vervanging zijn dan therapie. Er moet een betere vervanging zijn, en die vervanging zal waarschijnlijk gevonden worden in artikelen als deze in Newsweek Magazine. Daarin lezen we hoe de Hubble telescoop terugstuurt naar de aarde. Het is gewoon adembenemend, als je leest dat ze dachten dat er misschien een paar miljoen andere sterrenstelsels zijn. Sterrenstelsels, niet sterren. En nu komen er radiogolven terug van sterrenstelsels die misschien wel twaalf miljard lichtjaar van ons verwijderd zijn. Er word nu verwacht dat er zo’n vijftig miljard sterrenstelsels zijn. 

Daar zijn we voor gemaakt. Wat denk jij? Wat verkondigd dit volgens Psalm 19:1? De glorie en eer van God. Het moet je niet verontrusten dat er maar één minuscuul klein stipje is in dit universum wat we aarde noemen. Er is een ieniemini klein stipje waar mensen wonen die gemaakt zijn om te leven met de Schepper. Al het andere is achtergrondmateriaal, om kinderlijke mensen te leren: “Dit is hoe Hij is!” Het is geen overdreven werk van God. 

Er zijn mensen die hierover struikelen en denken dat het allemaal verspild is aan de paar mensen hier die Zijn werk minachten. Maar het gaat niet om ons. Het gaat om de Maker. Hij heeft dit gemaakt zodat de mensen die naar Zijn beeld gemaakt zijn, op dat kleine stipje wakker worden uit de therapeutische wereld, in de schitterende werkelijkheid van wie God is. Dat is het doel van de Hubble telescoop. 

Maar misschien open je de krant — ik hou van die rubrieken in de krant, want er is geen rubriek over God in de krant, de eerste beste rubriek is dan wetenschap, niet psychologie maar natuurkunde — je leest over een ster Eta Carinae. Eta Carinae is het grootste en helderste object in het universum wat niet zichtbaar is voor ons blote oog. Het is een ster in ons sterrenstelsel, en waarschijnlijk de grootste ster in ons sterrenstelsels. Hij schijnt 400 keer feller dan de zon. Als hij zo dichtbij zou staan als dichtstbijzijnde ster naast de zon, zouden we er een boek bij kunnen lezen. Maar hij staat ver bij ons vandaan. 

Als je dit leest, zul je begrijpen waarom sommigen de zon aanbidden. Als ik geen Bijbel zou hebben, zou ik Eta Carinae aanbidden. Echt! 

Wat heeft dit te maken met prediking? Denk aan Albert Einstein. Albert Einstein stierf halverwege de twintigste eeuw, 1955. Hij had wat te zeggen over de kerk en de prediking. Wist je dat? Lees eens wat een specialist in de relativiteitstheorie over hem schreef:

Ik zie het ontwerp van het universum als een vraagstuk wat ten diepste religieus is. Iemand moet op een bepaalde manier ontzag en eerbied hebben voor deze zaken. Het is groots en moet niet als vanzelfsprekend gezien worden. Ik geloof dat Einstein daarom zo weinig met georganiseerde godsdienst kon. Al komt hij wel godsdienstig op mij over. Einstein moet gehoord hebben wat de predikers verkondigden over God en gedacht hebben dat ze Hem lasterden. Hij had veel meer majesteit gezien dan zij zich ooit konden voorstellen. Ze hadden het niet over de werkelijkheid.

Toen ik dat las, verdubbelde mijn verlangen om te leven waarvoor ik gemaakt was. O God, als U mij leven geeft, als U mij adem geeft,  als U mijn hersenen nog even laat werken, dan zal ik er alles aan doen om het verlangen naar U, in al Uw grootheid, aan te wakkeren in het verkondigen van U. De vreugde van alle volken, waar U mij ook leidt. 

Want ik wil niet dat wetenschappers de verkondiging in jouw gemeente aanhoren en zeggen dat je Hem lastert. Ik heb glorie gezien, ik heb een telescoop. Ze hebben geen idee, met hun dagelijkse pep-talks die hun kleine psyche moeten fixen, die hun kleine huwelijken moeten laten werken, die hen moet helpen om met hun kinderen om te gaan, die hen helpen op het werk. Hoe ze dit moeten doen en hoe ze dat moeten doen. Je luistert ernaar en vraagt je af, gaat dit hier om God?

Er zijn genoeg boeken om huwelijken, kinderen en je psyche te laten werken, hoe je jezelf goed kunt voelen over jezelf. Maar er zijn maar weinig predikers die de mensen vertellen over een grote, heerlijke, majestueuze God, die nog groter is dan Eta Carinae. 

Er zijn er niet veel, maar ik verlang dat jullie het verlangen krijgen om je daaraan toe te wijden. Wetenschappers weten iets, ze kennen deze feiten. Ze weten hoeveel sterren er zijn duizenden lichtjaren verderop in ons universum. Ze weten van de miljoenen sterren, en onze ster, de zon, die zo’n zesduizend graden warm is op het koelste gedeelte, en deze zon vliegt door het universum met een snelheid van zo’n 270 meter per seconde. In een paar miljoen jaar, als God het geeft, zal hij de hele Melkweg hebben gezien. Wetenschappers weten dit. En dan komen ze naar de kerk. En misschien horen ze deze tekst. Jesaja begreep het. 

Met wie zou u Mij willen vergelijken, of aan wie ben Ik gelijk? zegt de Heilige. 26 Sla uw ogen op naar omhoog, en zie Wie deze dingen geschapen heeft; Hij is het Die hun leger voltallig tevoorschijn brengt, ze alle bij name roept door Zijn grote vermogen en Zijn sterke kracht; er ontbreekt er niet één. (Jesaja 46:25-26)

Ik ben zo blij dat Hij dit zegt, “Sla je ogen op…” Je mag de sterren bestuderen! “Hij roept ze bij name.” Tim, Martha, Eta Carinae… elke ster, miljarden sterren. Ze doen allemaal wat Hij wil en Hij heeft ze allemaal een naam gegeven. Ik geloof niet dat Hij nummers gebruikt. 

Door Zijn grote vermogen en Zijn sterke kracht ontbreekt er niet één. Waarom mist er niet één, omdat God zei dat ze daar moesten blijven. Blijf daar tot ik klaar ben. Einstein wist hier iets van. En Jesaja wist dit. Wij hebben een Bijbel en wij hebben telescopen, ook wij moeten dit weten. 

Het is vreselijk als er iemand naar onze kerk komt, weldenkende mensen, die zeggen, “Als dat, wat ik vannacht met mijn telescoop gezien heb in de lucht waar is, en als het gevoel wat dat mij gaf van ontzag en eerbied voor deze werkelijkheid, echt is wat het is, dan lasteren jullie God.” 

Beluister hier het origineel