Evangelisatie

Hoe Christus vreugde geeft in evangeliseren

Greg Morse·25 september 2026·8 min leestijd

Deel het Evangelie met mensen die verloren zijn, en je ziet hoe gemakkelijk ongelovigen in alles geloven, behalve in Christus. Ik heb gesproken met mensen die tot in detail geloofden in buitenaardse wezens op andere planeten. Ik heb volwassen mannen gesproken die op deze planeet naar Bigfoot hebben gezocht. Ik heb gesproken met mensen die bereid waren vrijwel alles te geloven, maar die tegelijk spotten met het historische Evangelie van Jezus Christus. Vorige week nog sprak ik een man die me uitgebreid wilde vertellen hoeveel vertrouwen hij had in de oude Griekse goden, Zeus en dergelijke, maar die niets wilde horen over Christus, de Gekruisigde.

Deel het Evangelie met mensen die verloren zijn, en je ziet hoe graag ongelovigen, wat ze zelf ook geloven, de spot drijven met jouw geloof. Rollende ogen, zelfvoldaan gelach, geschreeuw, beschaming, berichten op sociale media en het doorsturen daarvan. In het Westen zullen ze je waarschijnlijk niet doden of gevangenzetten, maar ze zullen proberen je te vernederen. In ons christelijke leven proeven we weinig van vernedering, en de meesten van ons willen dat graag zo houden. Christen zijn wordt nog steeds grotendeels getolereerd, zolang je je geloof maar niet 'aan anderen opdringt'. Een privé-christendom, dat niet gezien, niet gehoord en niet gedeeld wordt, wordt getolereerd. Maar val de nietsvermoedende seculiere mens op zijn werkplek, bij de bushalte of in het park niet lastig met iets waar hij nooit om gevraagd heeft.

Is dat de reden waarom we zo geneigd zijn het Evangelie alleen te delen als we al een relatie hebben opgebouwd en alle omstandigheden precies goed zijn? Onaangekondigde evangelisatie en straatprediking, hoewel we die overal in het Nieuwe Testament tegenkomen, worden als ongeschikt beschouwd voor onze tijd. Onze tijd zou de ruwheid van een Johannes de Doper, een Paulus of een Whitefield niet kunnen verdragen, ondanks alle heerlijke vrucht die God door hun bediening heeft voortgebracht.

Schaamte en schouwspel

Misschien geven we de voorkeur aan evangelisatie die alleen via relaties verloopt, omdat we ons niet willen schamen voor ons geloof. Voor mij was dat in elk geval een van de redenen. We willen eerst voelen of het water niet te koud is, het terrein verkennen, de tegenstander leren kennen. En als we er ooit aan toekomen om 'erover te beginnen', geven we voorrang aan wederzijds respect en genegenheid boven ongemakkelijke gesprekken over bekering en geloof. Natuurlijk is er niets mis mee om relaties met ongelovigen op te bouwen om Christus met hen te delen. Maar als dit ons excuus is geworden om te zwijgen, is er dan niet iets mis? Relationele evangelisatie kan erop neerkomen dat we tegenover elkaar gaan staan op 'neutraal terrein', onze afgevaardigden sturen en over vrede onderhandelen. De opstandeling verrassen met het nieuws van zijn misdaden tegen zijn Koning, terwijl hij je er nooit naar gevraagd heeft (zelfs als je hem een zekere en eeuwige vergeving aanbiedt), geldt dan als brutaal, onbeleefd en opdringerig: een verrassingsaanval midden in de nacht op een nietsvermoedende vijand.

Dus zetten we kilometers voor de oprit van de snelweg al onze richtingaanwijzer aan, zodat niemand overvallen wordt. We gaan ervan uit dat het onze eigen schuld is als iemand boos op ons wordt wanneer we over Christus spreken. Als we goed waren in evangeliseren, zou de wereld ons liefhebben zoals haar eigen mensen. Ze begrijpt immers wel dat we er andere overtuigingen op nahouden.

Kijk hoe de ervaring van de apostelen afsteekt tegen de gewone christelijke ervaring:

Want ik denk dat God ons, de laatste apostelen, heeft tentoongesteld als mensen die ter dood veroordeeld zijn. Wij zijn immers een schouwspel geworden voor de wereld en voor engelen en voor mensen. 10 Wij zijn dwaas om Christus' wil, maar u bent wijs in Christus, wij zwak, maar u sterk, u geëerd, maar wij veracht. 11 Tot op dit moment lijden wij én honger én dorst, én zijn wij naakt, én worden wij met vuisten geslagen, én hebben wij geen vaste woonplaats, 12 én spannen wij ons in door met onze eigen handen te werken. Worden wij uitgescholden, dan zegenen wij. Worden wij vervolgd, dan verdragen wij. 13 Worden wij belasterd, dan bidden wij. Wij zijn geworden als het uitvaagsel van de wereld en het afschraapsel van allen tot nu toe. (1 Korinthe 4:9-13)

Als Paulus vandaag naar Amerika zou komen, zou hij nog steeds een schouwspel zijn. Dezelfde mensen die geen moeite hebben met ons, zouden wel moeite hebben met hem. Waarom? Omdat hij Christus bracht waar Zijn heerschappij niet gewenst was: in synagogen bij de Joden en op marktpleinen bij de heidenen. De besnijdenispartij zat achter hem aan, net als de heidense afgodenmakers. Hij koos ervoor te lijden en hij koos ervoor zich bloot te stellen aan schande in zijn dienst aan Jezus. Hij reed mee naar de frontlinie van elke strijd en verzekerde ons: "Maar ik maak mij nergens zorgen over, en ook acht ik mijn leven niet kostbaar voor mijzelf, opdat ik mijn loop met blijdschap mag volbrengen, evenals de bediening die ik van de Heere Jezus ontvangen heb om te getuigen van het Evangelie van Gods genade." (Handelingen 20:24).

Schande. Niet alleen een verschrikkelijke dood sterven in de klauwen van leeuwen, maar dat doen ten overstaan van een jouwende menigte die toekijkt hoe je in het Colosseum verscheurd wordt. Niet alleen in het donker in je cel sterven, maar aan een kruis tentoongesteld worden aan de roddelende tongen en afgunstige ogen van je vijanden. Schande is niet naakt zijn, maar naakt door de straten gevoerd worden. Te kijk gezet, aan de schandpaal genageld, rondgeparadeerd, tot een schouwspel van spot gemaakt.

We willen geen schande proeven. Niemand wil dat. Dus blijven we stiller dan we zouden moeten, en getuigen we van Christus alsof we in een openbare bibliotheek zijn, en dan alleen nog bij mensen die we al jaren kennen. We zijn steeds één evangeliegesprek verwijderd van genegeerd worden, overschreeuwd worden of simpelweg zo meewarig aangekeken worden dat we het nooit meer proberen.

Vreugde die de schande overschaduwt

Maar Jezus heeft schande geleden. Hij heeft ervoor gekozen. Zijn vijanden omringden Hem en bespotten Zijn lijden. Hij stierf in het openbaar, als een schouwspel, zodat alle Joden die naar Jeruzalem kwamen het konden zien. Hij werd niet alleen geslagen; Hij werd in het gezicht geslagen en bespuwd, en in een purperen mantel gehuld om Hem belachelijk te maken. Hij werd niet alleen gemarteld; Hij werd opgehangen als een reclamebord langs de snelweg, naakt, en stierf pas na urenlang als kwaadaardig vermaak te hebben gediend voor mensen en duivels. Jezus heeft de schande verdragen, de schande overwonnen, de schande veracht.

Hoe?

Vanwege de vreugde die vóór Hem lag. Jezus "is de Leidsman en Voleinder van het geloof. Hij heeft om de vreugde die Hem in het vooruitzicht was gesteld, het kruis verdragen en de schande veracht en zit nu aan de rechter hand van de troon van God." (Hebreeën 12:2). Het was Zijn vreugde om Zijn Vader te eren. Om naar Zijn Vader te gaan. Om de heerlijkheid die Hij vanaf het begin had terug te nemen. En tot de vreugde die Hem dreef, behoorde ook het nageslacht dat Hij voortbracht door zulke dodelijke barensweeën. In Zijn verzoenende dood volgen we Hem niet na, maar wel in ons verlangen naar vreugde over de redding van anderen, door te getuigen van Zijn dood en opstanding.

Door Zijn dood en opstanding heeft Hij een plaats voor ons bereid. Zoals in de gelijkenis is de bruiloftsmaaltijd bereid en staan de stoelen klaar. Hij zendt ons, Zijn dienaren, uit naar de wegen en heggen om de onwaardigen uit te nodigen om met God aan te zitten in Zijn Koninkrijk, tot eer van Zijn heerlijke Zoon. Dat is ons voorrecht. Wij hebben goed nieuws. We worden er niet op uitgezonden om zondaars te vertellen dat er geen hoop is. We houden het niet bij het rammelen met ketenen bij de oren van mensen en het aankondigen dat nog maar een paar momenten hen scheiden van hun eeuwige nachtmerrie. Vanwege de vreugde die vóór ons ligt, ondanks de onvermijdelijke minachting van ongelovigen (en sommige gelovigen), gaan we op weg en vertellen we het goede nieuws van grote blijdschap, zo licht en stralend als dat van de engelen bij de geboorte van Christus.

Wat als evangelisatie niet alleen een plicht was die we uit schaamte verwaarlozen, maar een gelegenheid tot vreugde in God? Wat als dit een onmisbaar deel is van het leven in Christus, en Hij luie of mensenvrezende dienaren niet van deze zoetste wijn laat drinken? Wat als de helft van ons geplaagd blijft door onrust, gekweld door ongelukkigheid, gehinderd door het gevoel dat er iets ontbreekt, en dat allemaal omdat we niet uitgaan in de zending van Christus om Hem bij de verlorenen te brengen? Lezen we meer boeken, bezoeken we meer conferenties, luisteren we naar meer podcasts en kijken we naar meer preken, maar geven we nooit door wat we weten? We deinzen terug voor afwijzing en schande, en zien niet dat die slechts een kleine prijs zijn voor de sensatie om soldaten van Christus te zijn en te zien hoe doden tot leven worden gewekt.

Vreugde dreef Jezus ertoe hiervoor te sterven. Vreugde dreef Paulus ertoe in dat lijden te delen en het als niets te beschouwen in vergelijking daarmee. Zal die vreugde ons dan niet bewegen om blijmoediger te spreken in de dienst van de Koning?

Vertaling van: Christ Satisfies Those Who Evangelize

Gerelateerde artikelen

Alle