31 mei 2016

Hij is het waard

Door Levenslicht

God echter bevestigt Zijn liefde voor ons daarin dat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren. (Romeinen 5:8)

In de stoffige winkelstraat van het vluchtelingenkamp werd ik begroet door oosterse geuren, geluiden en gastvrijheid. Een groepje jongens waren aan het voetballen en verderop was de eigenaar van een houten restaurantje zijn dak met wat plastic aan het repareren.

Door een paar smalle steegjes kwamen we op de plek waar we moesten zijn. Elke dag werden daar de welkomstpakketten en tenten uitgedeeld aan de nieuwe vluchtelingen die in het kamp aankwamen.

We waren er nog maar net of er kwam een man met een brede glimlach op zijn gezicht naar ons toe met borden heerlijke spaghetti die hij voor ons had klaargemaakt. Tijdens het eten verraadden onze gezichten dat het werkelijk verrukkelijk was waardoor de glimlach van de uitstekende kok nog breder werd.

Die avond kwamen er heel wat nieuwe vluchtelingen om een welkomstpakket en een tent. Soms gingen we met hen mee en hielpen met het opzetten of repareren van de tenten. Dit was een gezellige bezigheid waardoor ik de vrijwilligers en vluchtelingen beter kon leren kennen. Hoewel ik die avond weinig openingen vond om van Christus te spreken mocht ik ze namens de Heere Jezus helpen en liefhebben.

De volgende dag zou ik weer, na een dag van kleding sorteren, tenten nakijken en opruimen, naar het kamp gaan om welkomstpakketten uit te delen, maar we kregen te horen dat situatie onveilig was. Er werd gevochten en er was een grote brand ontstaan. Geschrokken dacht ik aan alle gezichten en hutten die ik de vorige dag had gezien. Ik wilde ze graag weer ontmoeten en ik vroeg de Heere wat ik moest doen, hoe ik ze nu kon helpen. Ik stapte in de auto en de Heere gaf me het idee om daar voor hen te bidden.

Aangekomen bij het kamp hoorde ik het geschreeuw en boven de hutten en tenten zag ik schoenen en stenen vliegen. Op een dijkje waarop ik uitzicht had over het kamp gaf de Heere mij gebed. Ik bad voor de vrede die alleen God kon geven en het deed pijn te zien hoe ze woedend en wanhopig het kleine beetje bestaan wat ze hadden nog moeilijker maakten voor zichzelf.

Na een tijdje kwam het geschreeuw dichterbij en voor ik het door had begon iedereen om mij heen te rennen. Ik rende mee. Toen ik bij mijn auto aankwam zag ik voor mij wat worstelingen en er rende een jongen weg met een gezicht wat ik nooit zal vergeten. In zijn handen hield hij een bevlekt keukenmes. Het was een normale jongen, met ogen vol wanhoop en angst, die zojuist verblind naar zijn onbesneden hart had geluisterd.

Ik reed weg maar ik kon het niet loslaten en zette mijn auto weer in de berm. Vanaf een iets grotere afstand bad ik weer tot God om genade voor deze verloren vluchtelingen. Tranen sprongen in mijn ogen toen explosies de lucht vulden met vuur waardoor het geschreeuw aangewakkerd werd. Verslagen keken de andere vluchtelingen, vrijwilligers en de oproerpolitie toe. Het was zo tegenovergesteld van volmaaktheid, gerechtigheid, schoonheid en liefde!

Na een klein uurtje begon ik het koud te krijgen en wilde ik in de auto mijn vest halen. Bijna bij de auto riepen twee jongens of ik hen mee kon nemen naar Calais. Ik maakte duidelijk dat ik alleen mijn vest ging halen en opende de achterklep. Een van hen kwam naast me staan en probeerde de schoenen te pakken die daar lagen, toen ik hem daarvan wilde weerhouden bleek het een schijnbeweging om tegelijkertijd stiekem mijn portemonnee te pakken. Net op tijd kon ik zijn hand wegduwen. Hij gaf me wat ruimte zodat ik mijn vest kon pakken

Toen werd de nieuwsgierigheid van zijn vriend gewekt door de doos waarin ik de anderstalige Bijbels bewaarde. Door deze afleiding kreeg de ander weer de ruimte om deze keer wel mijn portemonnee te pakken. Ik probeerde hem weer terug te krijgen. Een moment aarzelde hij. Ook hij had de boeken gezien. Toen nam hij het briefgeld wat in de portemonnee zat, gaf deze terug en rende samen met zijn vriend weg. Nog eens keek hij aarzelend om en brak mijn hart.

Ik wist het. Dat was ik tegenover de Heere Jezus die Zijn leven voor mij gegeven had terwijl ik tegen hem zondigde en voor mijzelf hield wat van Hem was. Ik rende hen achterna en zocht twee Levenslichtkaartjes op om die aan hen te geven maar ze waren al in de groepen mensen of in het kamp verdwenen. Ik dank de Heere dat ze de Bijbels gezien hebben en bid de Heere dat Hij hen wil vergeven en bekeren!

Zo leerde de Heere hoe ik mijn Verlosser behandel als ik voor mijzelf leef en niet voor Hem, als ik Hem van Zijn eer beroof door mijzelf meer lief te hebben dan God en mijn naaste.

Nee, ik heb geen wedergeboren Christenen geholpen in Calais. Maar al deze dingen laten juist zien hoe dringend Gods levendmakende Woord ook daar nodig is. Ze hebben Gods liefde en het Licht van het leven in Jezus Christus nodig en daarvoor kunnen we nooit te veel opofferen, het is zelfs ons leven waard. Want ook Christus heeft Zich voor ons overgegeven, toen wij nog zondaren waren.

De volgende morgen begon de dag vroeg. Er waren meer dan tweehonderd hutten en tenten verbrand en meer dan vijfhonderd vluchtelingen hadden voor de zoveelste keer geen dak meer boven hun hoofd. Omdat Christus nooit tegen mij gezegd heeft, “eigen schuld,” ben ik naar de winkel gereden om mijn auto te vullen met tenten, slaapzakken en slaapmatten en ik heb de rest van jullie gaven, die voor de Heere een aangename geur zijn, achtergelaten bij de afdeling voedselpakketten.

Zo was de Heere vol genade en vol goedertierenheid de afgelopen dagen, ondanks dat ik zo vaak afdwaal, egotistisch ben en Hem zo vaak van Zijn eer beroof wilde Hij voorzien, me bewaren, beschermen, helpen, veilig leiden en onderwijzen! Hij was mijn kracht en mijn schild, Hij heeft mij geholpen.

“Daarom springt mijn hart op van vreugde en zal ik Hem met mijn lied loven!” (Psalm 28:7)

Ik bid dat de Heere die jongen met het mes, de dieven, de twee vrijwilligers waarmee God lange en goede gesprekken gaf en iedereen die een Levenslichtkaartje gekregen heeft, genadig wil zijn, Zijn Geest wil geven, hun zonden wil vergeven en ze eeuwig bij Hem laat leven!

Bid mee. Zend, ga of wees ongehoorzaam. De Heere laat ons niet in deze wereld om zomaar mee te draaien. Wij, als we Zijn discipelen willen zijn, moeten Zijn hoopvolle Evangelie verkondigen en zondaren bij Hem brengen. Niet alleen de vluchtelingen in Calais, niet alleen de vluchtelingen, niet alleen degenen die het willen horen maar alle volken. Is dat veilig? Nee. Is dat het waard? Ja! Dat is het waard want als vuile zielen gewassen worden in het bloed van Jezus Christus, het Lam dat geslacht is voor de grootste zondaren, dan wordt Hij verheerlijkt!

Genade en vrede.