De beloning van degenen die vervolgd, beledigd en gesmaad worden is groot! Hoe moet dat dan met ons, wij zijn zo gezegend met de gaven van vrijheid en de voorrechten die we genieten!

In veel delen van de wereld komt de politie op zondag naar de kerk om de voorganger en misschien andere gemeenteleden te arresteren.

Hoewel er veel veranderd, zijn we in ons land bijzonder gezegend. De meeste gelovigen in de geschiedenis van de wereld konden alleen maar dromen van de vrijheid die wij kennen.

Dus wat moeten we doen als we niet vervolgd worden?


De beloning van degenen die vervolgd, beledigd en gesmaad worden is groot! Hoe moet dat dan met ons, wij zijn zo gezegend met de gaven van vrijheid en de voorrechten die we genieten!

In veel delen van de wereld komt de politie op zondag naar de kerk om de voorganger en misschien andere gemeenteleden te arresteren.

Hoewel er veel veranderd, zijn we in ons land bijzonder gezegend. De meeste gelovigen in de geschiedenis van de wereld konden alleen maar dromen van de vrijheid die wij kennen.

Dus wat moeten we doen als we niet vervolgd worden?


1. Wees dankbaar voor de zegeningen van vrede en vrijheid

We verlangen niet naar vervolging en we zoeken vervolging niet op. We moeten dankbaar zijn voor het geschenk van vrijheid en we moeten er alles in onze macht aan doen om deze vrijheid te behouden.

Paulus zegt, “Ik roep er dan vóór alles toe op dat smekingen, gebeden, voorbeden en dankzeggingen gedaan worden voor alle mensen, voor koningen en allen die hooggeplaatst zijn, opdat wij een rustig en stil leven zullen leiden, in alle godsvrucht en waardigheid.” (1 Timotheüs 2:1-2)

Een rustig en stil leven is iets waar we voor moeten bidden en voor moeten danken. We leren elkaar niet om vervolging uit te lokken. We maken onszelf niet onaangenaam om het zo aan te trekken.

 

2. Denk aan degenen die vervolgd worden

Denk aan de gevangenen alsof u zelf ook gevangen bent, en denk aan hen die slecht behandeld worden, alsof u ook zelf lichamelijk slecht behandeld wordt. (Hebreeën 13:3)

Het brief aan de Hebreeën geeft ons een erelijst — een lijst met lijdende helden uit het Oude Testament. De goederen van de Hebreewse Christenen die deze brief kregen waren in beslag genomen.

Wanneer Paulus zegt dat ze elkaar moeten blijven ontmoeten, heeft hij het niet tegen families met kinderen op zondagmorgen naar een sportclub moeten. Het is te begrijpen waarom ze geneigd zijn om de samenkomst op zondag over te slaan. Ze waren bang dat de politie op zou komen dagen, en als de politie kwam, waren ze daar liever niet bij.

Daarom zegt Paulus, “Laten wij de onderlinge bijeenkomst niet nalaten, zoals het bij sommigen de gewoonte is, maar elkaar aansporen, en dat zoveel te meer als u de grote dag ziet naderen.” (Hebreeën 10:25)

Sommige gemeenteleden zaten in de gevangenis. De voorganger een aantal ouderlingen waren vastgezet en de volgende zondag bid de gemeente vurig voor hen. Maar “uit het oog” kan zo makkelijk veranderen in “uit het hart,” zeker als de gemeenteleden al jaren vastzitten. Er wordt misschien nog wel kort voor hen gebeden maar voor je het weet zijn de lijdende gelovigen vergeten.

Paulus zegt, “Laat dat niet gebeuren. Denk aan de gevangenen en denk aan hen die slecht behandeld worden.” Jullie zijn leden van één lichaam. Denk aan hen omwille van hen, maar ook omwille van jezelf.

Op de campus van Arlington Heights hebben we een bediening die we de Christian Advocacy noemen. Deze groep komt elke maand samen om brieven te schrijven aan lijdende gelovigen en namens hen te bemiddelen. Deze dienst wil ik je graag aanbevelen!


3. Doe het goede

Zalig zijn zij die vervolgd worden om de gerechtigheid, want van hen is het Koninkrijk der hemelen. (Mattheüs 5:10)

Wanneer we erover nadenken wat we moeten doen wanneer we niet vervolgd worden is het belangrijk om onszelf te onderzoeken. Leef ik rechtvaardig? Dat er niet veel vervolging is kan komen doordat er niet veel rechtvaardigheid is.

Jezus spreekt over de lamp onder de korenmaat. Het licht van Christus is in je maar je verbergt onder een korenmaat zodat niemand het kan zien:

U bent het licht van de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen zijn. En ook steekt men geen lamp aan en zet die onder de korenmaat, maar op de standaard, en hij schijnt voor allen die in het huis zijn. Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken. (Mattheüs 5:14-16)

We kunnen de pijn altijd verminderen door ons terug te trekken uit de wereld. Misschien weet niemand dat je Christen bent op school. Je kunt veel problemen voorkomen, maar Jezus zegt dat je licht moet schijnen. Christus zegt dat we het zout van de aarde zijn, het zout moet op het vlees.

Rebecca Manley Pippert heeft een boek geschreven met de titel, “Uit het zoutvaatje” Dat is een prachtige titel. Haar punt was eenvoudig. Het heeft geen zin om het zout in het zoutvaatje te houden. Het moet eruit geschud worden, op het vlees.

Christenen kunnen veel problemen voorkomen maar de kans op invloed mislopen. We worden allemaal geroepen om een geloofwaardig Christelijk leven te leven in een ongelovige en soms vijandige wereld.

 

4. Hou vol in moeite en tegenstand

Eén van de makkelijkste manieren om pijn, vervolging, problemen en tegenstand te voorkomen is om toe te geven wanneer dit dreigt te verschijnen. Sommige Christenen blijven geestelijk kinderen omdat ze het gewoon geworden zijn om de weg van de minste weerstand te kiezen.

Wat onze cultuur meer biedt dan alle andere culturen is keuze. Kijk naar de keuze aan tandpasta in de supermarkt — ongelofelijk! Dit zien we terug op allerlei gebieden — we kunne dokters kiezen, kerken en scholen.

Dit zijn grote zegeningen, maar dit komt ook met problemen. Wanneer het ergens moeilijk wordt, gaan we al snel ergens anders heen. Als het op mijn werk te moeilijk wordt, zoek ik een andere baan. In een cultuur die gericht is op comfort en gemak, is het makkelijk om de gewoonte te vormen om de weg van de minste weerstand te kiezen.

“Ik moet doen wat het beste is voor mij en mijn gezin,” dit is een begrijpelijke uitspraak. Ik zeg dit zelf ook wel eens. Maar vaak betekent het, “Ik moet doen wat het makkelijkst is voor mij en mijn gezin.” Maar wat het makkelijkst is, is niet altijd het beste.

Wat het meest indruk op mij gemaakt heeft is wat mijn vader door moest maken toen ik klein was. Ik zag een geest van vastberadenheid in zijn werk als politieagent. Hij verdroeg ondraaglijke dingen.

Hetzelfde geldt in het leven van mijn zonen, ze waren het meest onder de indruk wanneer we door grote moeilijkheden gekomen waren. De meeste moeilijkheden hadden vermeden kunnen worden als we een makkelijkere weg gekozen hadden.

Ajith Fernando zegt over onze cultuur:

Op de een of andere manier lijkt het idee te bestaan dat je iets verkeerd doet wanneer er lijden is. Dit probleem wordt verergerd door de mobiliteit van welgestelde mensen vandaag. Mensen veranderen steeds weer van baan, van buurt, van gemeente en zo worden langdurige verbintenissen een cultureel zeldzaam fenomeen.

Wanneer je je aan je roeping houdt, hoe moeilijk dat ook is, zul je het soort lijden tegenkomen dat bijdraagt aan de grote missie.

Maar mensen zijn gewend om zich te verplaatsen vanwege gemak, de mogelijkheid om productiever te zijn, of om te ontsnappen aan lijden en ongemakkelijke relaties. Zo ontlopen ze lijden.

Volhouden in ongemak, worstelen om productief te zijn tegen alle verwachtingen in, het dragen van lijden, vasthouden aan onaangename relaties, dat draagt bij aan de grote missie.

Ons karakter wordt gevormd wanneer we blijven en volhouden.


Moeten we vluchten voor vervolging?

Is het soms goed om te vluchten voor vervolging? Zo ja, wanneer en hoe dan?

Dit zijn hele praktische vragen: Wat doe je als je kinderen op school tegenstand ondervinden omdat ze Christen zijn? Mijn zoon kreeg grote problemen op de middelbare school, moeten we hem van school halen? Je werkt op een plek waar het moeilijk is om Christen te zijn, moet je blijven of ander werk zoeken?

Er is altijd een makkelijkere weg en soms is het goed om die te nemen. Maar hoe weet je wanneer je moet blijven en wanneer je moet gaan? Hier zijn duizenden voorbeelden van.

John Bunyan spreekt hierover in zijn boek “Seasonable Counsels or Advice to Sufferers.” Hij werd gearresteerd omdat hij op straat preekte terwijl dat verboden was. Eigenlijk had hij daar een vergunning voor moeten hebben van de staatskerk.

Deze vervolging was het gevolg van de pogingen van koningin Elisabeth I om iedereen bij de staatskerk te krijgen. The Act of Uniformity (1662) maakte het illegaal voor de Baptist, Congregational, en de Free Church om in het openbaar te preken.

Bunyan had een keuze, hij hoefde niet in het openbaar te preken. Hij had iets anders kunnen doen waarmee hij Christus ook kon verheerlijken met een minder openbaar getuigenis. Maar hij stond erop om te preken en daarom werd hij gearresteerd. Aan het hof van Bedford wordt zijn aanklacht voorgelezen. Hij zegt:

Ik bood aan om onder bewaking naar huis te gaan om daar te wachten op de volgende zitting. Maar ze gooiden me in de gevangenis omdat ze er niet mee in wilden stemmen om mij gebonden tot meer mensen te laten preken.

Toen de tijd van het proces aanbrak vroeg de rechter aan Bunyan of hij bereid was de wet te gehoorzamen. Bunyan zei, “Als je me vandaag laat gaan, zal ik morgen weer preken.” Dat bracht hem de volgende 12 jaar in de gevangenis.

Je zou verwachten dat een man met zo’n moed vanuit zijn cel anderen op zou roepen om altijd de moeilijke weg te kiezen. Maar toen hij over dit onderwerp schreef was zijn raad wonderlijk zacht en wijs.

Bunyan wees er allereerst op dat Jezus zei, “Zie, Ik zend u als schapen te midden van de wolven; wees dus bedachtzaam als de slangen en oprecht als de duiven.” (Mattheüs 10:16)

Christus zegt niet, “De wereld zal je verscheuren, ga daarom naar hen toe en laat ze hun gang gaan.” Hij zegt, “De wolven willen je verscheuren, wees daarom bedachtzaam als de slangen.” Hieruit concludeert Bunyan:

We worden door de wet van Christus niet gebonden om onszelf in de mond van de vijand te leggen. Ook Christus trok zich terug, Paulus ontsnapte aan de stadhouder door in een mand over de muur te ontsnappen (2 Korinthe 11:32-33). En Christus zei, “Wanneer ze u in de ene stad vervolgen, vlucht dan naar de andere” (Mattheüs 10:23).  

Hier hebben we een Bijbels bevel om een makkelijke weg te kiezen. De vraag is, wanneer is het goed om te blijven en wanneer is het goed om te vluchten?

Je kunt doen wat in je hart is. Als je wilt vluchten, vlucht dan. Als je wilt blijven, blijf dan. Alles behalve het ontkennen van de waarheid.

Hij die vlucht heeft een bevel (Mattheüs 10:23), en hij die blijft heeft daartoe ook het recht. Ja, iemand kan soms vluchten en soms blijven als God hem daar toe roept en dat in het hart werkt.

Mozes vluchtte (Exodus 2:15); Mozes bleef (Hebreeën 11:27)

David vluchtte (1 Samuel 19:12); David bleef (1 Samuel 24:8)

Jeremia vluchtte (Jeremia 37:11-12); Jeremia bleef (Jeremia 38:17)

Christus trok zichzelf terug (Lukas 9:10); Christus bleef (Johannes 18:1-8)

Paulus vluchtte (2 Korinthe 11:33); Paul bleef (Handelingen 20:22-23)

Bunyan zegt:

Er zijn in dit geval maar weinig regels. We kunnen dat aan de hand van onze kracht het beste zelf beoordelen. Soms zullen we overtuigd zijn om te vluchten en soms komt blijven.

Dit is Christelijke vrijheid. Dan voegt Bunyan toe, “Maar als je er voor kiest om te vluchten, vlucht dan niet uit slaafse angst. Vlucht omdat God je daar de mogelijkheid toe geeft in Zijn voorzienigheid en ontsnap in overeenstemming met Gods Woord (Mattheüs 10:23).

 

5. Strek je uit in kostbare gehoorzaamheid aan Christus

We kunnen op meerdere manieren een kostbaar leven leiden. Vervolging kost ons veel van buiten af. Maar als God ons zegen met ongewone vrede en vrijheid, dan kunnen we deze vrijheid gebruiken om een kostbaar leven te leiden.

Dat is wat Jezus deed. Hij koos het pad van kostbare gehoorzaamheid. Hij zei over Zijn leven, “Niemand neemt het Mij af, maar Ik geef het uit Mijzelf” (Johannes 10:18).

Als niemand mijn leven neemt, wil ik in de aanwezigheid van Jezus in ieder geval kunnen zeggen dat ik mijn leven geef als een levend offer (Romeinen 12:1). Ik wil mijn Verlosser, die alles voor mij gegeven heeft, niet ontmoeten terwijl ik voor Hem geleefd hebt zonder dat het mij iets mocht kosten.

Ik wil op deze vrijheden en zegeningen reageren door mijzelf uit te strekken, zo veel dat mogelijk is, in kostbare gehoorzaamheid. En ik wil dat wij zo’n gemeente zijn. Wat een tragedie — degenen die het meest gezegend zijn willen het minst voor Christus doen!

Daarom is vasten, geven, dienen en riskeren zo belangrijk voor onze geestelijke gezondheid. Als de goederen en levensmiddelen met geweld van broeders en zusters in Christus ontnomen worden, dan wil ik graag een groot deel van wat ik heb opgeven en het aan de voeten van Jezus leggen.

Als mijn broeders en zusters in Christus gevangen zitten, terwijl ik vrij ben, kan ik elke dag van mijn vrijheid, met al mijn krachten opofferen aan God en mij zonder klagen geven voor het werk in Zijn Koninkrijk.

Als andere Christenen, die mijn broeders en zusters zijn, uitgeput zijn van de pijnen, afranselingen en martelingen, zal ik volhouden in de ontmoediging en vermoeidheid die ik vaak voel wanneer ik doe waartoe God mij roept. Dat moet jij ook doen.

Jaren geleden sprak een dominee erover hoe de ongelovige Thomas tot geloof kwam na de opstanding.

Thomas zei, “Tenzij ik de littekens van de spijkers in Zijn handen zie, zal ik niet geloven.” Wat Thomas over Christus zegt, zegt de ongelovige wereld over de gemeente vandaag, “Tenzij ik de littekens zie van de spijkers, zullen we niet geloven.”

1. Wees dankbaar voor de zegeningen van vrede en vrijheid

We verlangen niet naar vervolging en we zoeken vervolging niet op. We moeten dankbaar zijn voor het geschenk van vrijheid en we moeten er alles in onze macht aan doen om deze vrijheid te behouden.

Paulus zegt, “Ik roep er dan vóór alles toe op dat smekingen, gebeden, voorbeden en dankzeggingen gedaan worden voor alle mensen, voor koningen en allen die hooggeplaatst zijn, opdat wij een rustig en stil leven zullen leiden, in alle godsvrucht en waardigheid.” (1 Timotheüs 2:1-2)

Een rustig en stil leven is iets waar we voor moeten bidden en voor moeten danken. We leren elkaar niet om vervolging uit te lokken. We maken onszelf niet onaangenaam om het zo aan te trekken.

 

2. Denk aan degenen die vervolgd worden

Denk aan de gevangenen alsof u zelf ook gevangen bent, en denk aan hen die slecht behandeld worden, alsof u ook zelf lichamelijk slecht behandeld wordt. (Hebreeën 13:3)

Het brief aan de Hebreeën geeft ons een erelijst — een lijst met lijdende helden uit het Oude Testament. De goederen van de Hebreewse Christenen die deze brief kregen waren in beslag genomen.

Wanneer Paulus zegt dat ze elkaar moeten blijven ontmoeten, heeft hij het niet tegen families met kinderen op zondagmorgen naar een sportclub moeten. Het is te begrijpen waarom ze geneigd zijn om de samenkomst op zondag over te slaan. Ze waren bang dat de politie op zou komen dagen, en als de politie kwam, waren ze daar liever niet bij.

Daarom zegt Paulus, “Laten wij de onderlinge bijeenkomst niet nalaten, zoals het bij sommigen de gewoonte is, maar elkaar aansporen, en dat zoveel te meer als u de grote dag ziet naderen.” (Hebreeën 10:25)

Sommige gemeenteleden zaten in de gevangenis. De voorganger een aantal ouderlingen waren vastgezet en de volgende zondag bid de gemeente vurig voor hen. Maar “uit het oog” kan zo makkelijk veranderen in “uit het hart,” zeker als de gemeenteleden al jaren vastzitten. Er wordt misschien nog wel kort voor hen gebeden maar voor je het weet zijn de lijdende gelovigen vergeten.

Paulus zegt, “Laat dat niet gebeuren. Denk aan de gevangenen en denk aan hen die slecht behandeld worden.” Jullie zijn leden van één lichaam. Denk aan hen omwille van hen, maar ook omwille van jezelf.

Op de campus van Arlington Heights hebben we een bediening die we de Christian Advocacy noemen. Deze groep komt elke maand samen om brieven te schrijven aan lijdende gelovigen en namens hen te bemiddelen. Deze dienst wil ik je graag aanbevelen!


3. Doe het goede

Zalig zijn zij die vervolgd worden om de gerechtigheid, want van hen is het Koninkrijk der hemelen. (Mattheüs 5:10)

Wanneer we erover nadenken wat we moeten doen wanneer we niet vervolgd worden is het belangrijk om onszelf te onderzoeken. Leef ik rechtvaardig? Dat er niet veel vervolging is kan komen doordat er niet veel rechtvaardigheid is.

Jezus spreekt over de lamp onder de korenmaat. Het licht van Christus is in je maar je verbergt onder een korenmaat zodat niemand het kan zien:

U bent het licht van de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen zijn. En ook steekt men geen lamp aan en zet die onder de korenmaat, maar op de standaard, en hij schijnt voor allen die in het huis zijn. Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken. (Mattheüs 5:14-16)

We kunnen de pijn altijd verminderen door ons terug te trekken uit de wereld. Misschien weet niemand dat je Christen bent op school. Je kunt veel problemen voorkomen, maar Jezus zegt dat je licht moet schijnen. Christus zegt dat we het zout van de aarde zijn, het zout moet op het vlees.

Rebecca Manley Pippert heeft een boek geschreven met de titel, “Uit het zoutvaatje” Dat is een prachtige titel. Haar punt was eenvoudig. Het heeft geen zin om het zout in het zoutvaatje te houden. Het moet eruit geschud worden, op het vlees.

Christenen kunnen veel problemen voorkomen maar de kans op invloed mislopen. We worden allemaal geroepen om een geloofwaardig Christelijk leven te leven in een ongelovige en soms vijandige wereld.

 

4. Hou vol in moeite en tegenstand

Eén van de makkelijkste manieren om pijn, vervolging, problemen en tegenstand te voorkomen is om toe te geven wanneer dit dreigt te verschijnen. Sommige Christenen blijven geestelijk kinderen omdat ze het gewoon geworden zijn om de weg van de minste weerstand te kiezen.

Wat onze cultuur meer biedt dan alle andere culturen is keuze. Kijk naar de keuze aan tandpasta in de supermarkt — ongelofelijk! Dit zien we terug op allerlei gebieden — we kunne dokters kiezen, kerken en scholen.

Dit zijn grote zegeningen, maar dit komt ook met problemen. Wanneer het ergens moeilijk wordt, gaan we al snel ergens anders heen. Als het op mijn werk te moeilijk wordt, zoek ik een andere baan. In een cultuur die gericht is op comfort en gemak, is het makkelijk om de gewoonte te vormen om de weg van de minste weerstand te kiezen.

“Ik moet doen wat het beste is voor mij en mijn gezin,” dit is een begrijpelijke uitspraak. Ik zeg dit zelf ook wel eens. Maar vaak betekent het, “Ik moet doen wat het makkelijkst is voor mij en mijn gezin.” Maar wat het makkelijkst is, is niet altijd het beste.

Wat het meest indruk op mij gemaakt heeft is wat mijn vader door moest maken toen ik klein was. Ik zag een geest van vastberadenheid in zijn werk als politieagent. Hij verdroeg ondraaglijke dingen.

Hetzelfde geldt in het leven van mijn zonen, ze waren het meest onder de indruk wanneer we door grote moeilijkheden gekomen waren. De meeste moeilijkheden hadden vermeden kunnen worden als we een makkelijkere weg gekozen hadden.

Ajith Fernando zegt over onze cultuur:

Op de een of andere manier lijkt het idee te bestaan dat je iets verkeerd doet wanneer er lijden is. Dit probleem wordt verergerd door de mobiliteit van welgestelde mensen vandaag. Mensen veranderen steeds weer van baan, van buurt, van gemeente en zo worden langdurige verbintenissen een cultureel zeldzaam fenomeen.

Wanneer je je aan je roeping houdt, hoe moeilijk dat ook is, zul je het soort lijden tegenkomen dat bijdraagt aan de grote missie.

Maar mensen zijn gewend om zich te verplaatsen vanwege gemak, de mogelijkheid om productiever te zijn, of om te ontsnappen aan lijden en ongemakkelijke relaties. Zo ontlopen ze lijden.

Volhouden in ongemak, worstelen om productief te zijn tegen alle verwachtingen in, het dragen van lijden, vasthouden aan onaangename relaties, dat draagt bij aan de grote missie.

Ons karakter wordt gevormd wanneer we blijven en volhouden.


Moeten we vluchten voor vervolging?

Is het soms goed om te vluchten voor vervolging? Zo ja, wanneer en hoe dan?

Dit zijn hele praktische vragen: Wat doe je als je kinderen op school tegenstand ondervinden omdat ze Christen zijn? Mijn zoon kreeg grote problemen op de middelbare school, moeten we hem van school halen? Je werkt op een plek waar het moeilijk is om Christen te zijn, moet je blijven of ander werk zoeken?

Er is altijd een makkelijkere weg en soms is het goed om die te nemen. Maar hoe weet je wanneer je moet blijven en wanneer je moet gaan? Hier zijn duizenden voorbeelden van.

John Bunyan spreekt hierover in zijn boek “Seasonable Counsels or Advice to Sufferers.” Hij werd gearresteerd omdat hij op straat preekte terwijl dat verboden was. Eigenlijk had hij daar een vergunning voor moeten hebben van de staatskerk.

Deze vervolging was het gevolg van de pogingen van koningin Elisabeth I om iedereen bij de staatskerk te krijgen. The Act of Uniformity (1662) maakte het illegaal voor de Baptist, Congregational, en de Free Church om in het openbaar te preken.

Bunyan had een keuze, hij hoefde niet in het openbaar te preken. Hij had iets anders kunnen doen waarmee hij Christus ook kon verheerlijken met een minder openbaar getuigenis. Maar hij stond erop om te preken en daarom werd hij gearresteerd. Aan het hof van Bedford wordt zijn aanklacht voorgelezen. Hij zegt:

Ik bood aan om onder bewaking naar huis te gaan om daar te wachten op de volgende zitting. Maar ze gooiden me in de gevangenis omdat ze er niet mee in wilden stemmen om mij gebonden tot meer mensen te laten preken.

Toen de tijd van het proces aanbrak vroeg de rechter aan Bunyan of hij bereid was de wet te gehoorzamen. Bunyan zei, “Als je me vandaag laat gaan, zal ik morgen weer preken.” Dat bracht hem de volgende 12 jaar in de gevangenis.

Je zou verwachten dat een man met zo’n moed vanuit zijn cel anderen op zou roepen om altijd de moeilijke weg te kiezen. Maar toen hij over dit onderwerp schreef was zijn raad wonderlijk zacht en wijs.

Bunyan wees er allereerst op dat Jezus zei, “Zie, Ik zend u als schapen te midden van de wolven; wees dus bedachtzaam als de slangen en oprecht als de duiven.” (Mattheüs 10:16)

Christus zegt niet, “De wereld zal je verscheuren, ga daarom naar hen toe en laat ze hun gang gaan.” Hij zegt, “De wolven willen je verscheuren, wees daarom bedachtzaam als de slangen.” Hieruit concludeert Bunyan:

We worden door de wet van Christus niet gebonden om onszelf in de mond van de vijand te leggen. Ook Christus trok zich terug, Paulus ontsnapte aan de stadhouder door in een mand over de muur te ontsnappen (2 Korinthe 11:32-33). En Christus zei, “Wanneer ze u in de ene stad vervolgen, vlucht dan naar de andere” (Mattheüs 10:23).  

Hier hebben we een Bijbels bevel om een makkelijke weg te kiezen. De vraag is, wanneer is het goed om te blijven en wanneer is het goed om te vluchten?

Je kunt doen wat in je hart is. Als je wilt vluchten, vlucht dan. Als je wilt blijven, blijf dan. Alles behalve het ontkennen van de waarheid.

Hij die vlucht heeft een bevel (Mattheüs 10:23), en hij die blijft heeft daartoe ook het recht. Ja, iemand kan soms vluchten en soms blijven als God hem daar toe roept en dat in het hart werkt.

Mozes vluchtte (Exodus 2:15); Mozes bleef (Hebreeën 11:27)

David vluchtte (1 Samuel 19:12); David bleef (1 Samuel 24:8)

Jeremia vluchtte (Jeremia 37:11-12); Jeremia bleef (Jeremia 38:17)

Christus trok zichzelf terug (Lukas 9:10); Christus bleef (Johannes 18:1-8)

Paulus vluchtte (2 Korinthe 11:33); Paul bleef (Handelingen 20:22-23)

Bunyan zegt:

Er zijn in dit geval maar weinig regels. We kunnen dat aan de hand van onze kracht het beste zelf beoordelen. Soms zullen we overtuigd zijn om te vluchten en soms komt blijven.

Dit is Christelijke vrijheid. Dan voegt Bunyan toe, “Maar als je er voor kiest om te vluchten, vlucht dan niet uit slaafse angst. Vlucht omdat God je daar de mogelijkheid toe geeft in Zijn voorzienigheid en ontsnap in overeenstemming met Gods Woord (Mattheüs 10:23).

 

5. Strek je uit in kostbare gehoorzaamheid aan Christus

We kunnen op meerdere manieren een kostbaar leven leiden. Vervolging kost ons veel van buiten af. Maar als God ons zegen met ongewone vrede en vrijheid, dan kunnen we deze vrijheid gebruiken om een kostbaar leven te leiden.

Dat is wat Jezus deed. Hij koos het pad van kostbare gehoorzaamheid. Hij zei over Zijn leven, “Niemand neemt het Mij af, maar Ik geef het uit Mijzelf” (Johannes 10:18).

Als niemand mijn leven neemt, wil ik in de aanwezigheid van Jezus in ieder geval kunnen zeggen dat ik mijn leven geef als een levend offer (Romeinen 12:1). Ik wil mijn Verlosser, die alles voor mij gegeven heeft, niet ontmoeten terwijl ik voor Hem geleefd hebt zonder dat het mij iets mocht kosten.

Ik wil op deze vrijheden en zegeningen reageren door mijzelf uit te strekken, zo veel dat mogelijk is, in kostbare gehoorzaamheid. En ik wil dat wij zo’n gemeente zijn. Wat een tragedie — degenen die het meest gezegend zijn willen het minst voor Christus doen!

Daarom is vasten, geven, dienen en riskeren zo belangrijk voor onze geestelijke gezondheid. Als de goederen en levensmiddelen met geweld van broeders en zusters in Christus ontnomen worden, dan wil ik graag een groot deel van wat ik heb opgeven en het aan de voeten van Jezus leggen.

Als mijn broeders en zusters in Christus gevangen zitten, terwijl ik vrij ben, kan ik elke dag van mijn vrijheid, met al mijn krachten opofferen aan God en mij zonder klagen geven voor het werk in Zijn Koninkrijk.

Als andere Christenen, die mijn broeders en zusters zijn, uitgeput zijn van de pijnen, afranselingen en martelingen, zal ik volhouden in de ontmoediging en vermoeidheid die ik vaak voel wanneer ik doe waartoe God mij roept. Dat moet jij ook doen.

Jaren geleden sprak een dominee erover hoe de ongelovige Thomas tot geloof kwam na de opstanding.

Thomas zei, “Tenzij ik de littekens van de spijkers in Zijn handen zie, zal ik niet geloven.” Wat Thomas over Christus zegt, zegt de ongelovige wereld over de gemeente vandaag, “Tenzij ik de littekens zie van de spijkers, zullen we niet geloven.”