17 december
De grootst denkbare verlossing

Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal sluiten… (Jeremia 31:31)


Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal sluiten… (Jeremia 31:31)


God is rechtvaardig en heilig en gescheiden van zondaren zoals wij. Dat is het grootste probleem met Kerst, en in elk ander seizoen. Hoe maken we het goed met een rechtvaardige en heilige God?

Toch is God barmhartig en heeft Hij in Jeremia 31 (500 jaar voor Christus) belooft dat Hij op een dag iets nieuws zou doen. Hij zou de schaduwen vervangen voor de Realiteit van de Messias. Hij zou krachtig in ons leven werken en Zijn wet op onze harten schrijven, zodat we niet meer van buitenaf beperkt worden, maar gewillig gemaakt worden, vanbinnen om Hem lief te hebben, te vertrouwen en te volgen.

Dat zou de grootste verlossing zijn die we maar kunnen bedenken — dat God ons de grootste Realiteit van het universum zou geven om daarvan te genieten en dan verder in ons werkt dat we er van kunnen genieten met de grootst mogelijke vrijheid en vreugde. Dat zou een Kerstcadeau zijn om van te zingen.

En dat is nu net wat Hij beloofd. Maar er was een grote hindernis. Onze zonden. Onze scheiding van God vanwege onze ongerechtigheid.

Hoe kan een rechtvaardige en heilige God ons zondaren met zoveel vriendelijkheid behandelen, dat Hij ons de grootste Realiteit in het universum (Zijn Zoon) geeft om van Hem te genieten met de grootst mogelijke vreugde?

Het antwoord is dat God onze zonden op Zijn Zoon legt en ze daar veroordeeld, zodat Hij ze uit Zijn gedachten kon doen en genadig met ons om kan gaan terwijl Hij toch heilig blijft. Hebreeën 9:28 zegt: “Christus is eenmaal geofferd om de zonden van velen weg te dragen.”

Christus droeg onze zonden in Zijn eigen lichaam toen Hij stierf. Hij onderging ons oordeel. Hij betaalde onze schuld. En dat betekent dat de zonden weg zijn. Ze blijven niet in Gods gedachten als een basis voor veroordeling. Op die manier “vergeet” Hij ze. Ze zijn verteerd in de dood van Christus.

Dat betekent dat God nu vrij is, in Zijn rechtvaardigheid, om ons te overspoelen met het nieuwe verbond. Hij geeft ons Christus, de grootste Realiteit van het universum, voor onze vreugde. Hij schrijft Zijn eigen wil — Zijn eigen hart — op onze harten zodat we Christus lief kunnen hebben, Hem kunnen vertrouwen en Hem kunnen volgen, van binnenuit met vrijheid en vreugde.

God is rechtvaardig en heilig en gescheiden van zondaren zoals wij. Dat is het grootste probleem met Kerst, en in elk ander seizoen. Hoe maken we het goed met een rechtvaardige en heilige God?

Toch is God barmhartig en heeft Hij in Jeremia 31 (500 jaar voor Christus) belooft dat Hij op een dag iets nieuws zou doen. Hij zou de schaduwen vervangen voor de Realiteit van de Messias. Hij zou krachtig in ons leven werken en Zijn wet op onze harten schrijven, zodat we niet meer van buitenaf beperkt worden, maar gewillig gemaakt worden, vanbinnen om Hem lief te hebben, te vertrouwen en te volgen.

Dat zou de grootste verlossing zijn die we maar kunnen bedenken — dat God ons de grootste Realiteit van het universum zou geven om daarvan te genieten en dan verder in ons werkt dat we er van kunnen genieten met de grootst mogelijke vrijheid en vreugde. Dat zou een Kerstcadeau zijn om van te zingen.

En dat is nu net wat Hij beloofd. Maar er was een grote hindernis. Onze zonden. Onze scheiding van God vanwege onze ongerechtigheid.

Hoe kan een rechtvaardige en heilige God ons zondaren met zoveel vriendelijkheid behandelen, dat Hij ons de grootste Realiteit in het universum (Zijn Zoon) geeft om van Hem te genieten met de grootst mogelijke vreugde?

Het antwoord is dat God onze zonden op Zijn Zoon legt en ze daar veroordeeld, zodat Hij ze uit Zijn gedachten kon doen en genadig met ons om kan gaan terwijl Hij toch heilig blijft. Hebreeën 9:28 zegt: “Christus is eenmaal geofferd om de zonden van velen weg te dragen.”

Christus droeg onze zonden in Zijn eigen lichaam toen Hij stierf. Hij onderging ons oordeel. Hij betaalde onze schuld. En dat betekent dat de zonden weg zijn. Ze blijven niet in Gods gedachten als een basis voor veroordeling. Op die manier “vergeet” Hij ze. Ze zijn verteerd in de dood van Christus.

Dat betekent dat God nu vrij is, in Zijn rechtvaardigheid, om ons te overspoelen met het nieuwe verbond. Hij geeft ons Christus, de grootste Realiteit van het universum, voor onze vreugde. Hij schrijft Zijn eigen wil — Zijn eigen hart — op onze harten zodat we Christus lief kunnen hebben, Hem kunnen vertrouwen en Hem kunnen volgen, van binnenuit met vrijheid en vreugde.

Beschikbaar gesteld door DesiringGod.org


Beschikbaar gesteld door DesiringGod.org