De ontwikkelingen rond AI houden me nog steeds veel bezig. En jullie misschien ook na het incident bij de Albert Heijn en de commotie die het teweegbracht toen er nogal wat belangrijke sites uit voorzorg offline moesten. En de zorgen over bepaalde kwaadaardige toepassingen van deze algoritmische inspiratiebron, worden met elk model (dat weer krachtiger, creatiever en invloedrijker wordt) alleen maar groter.
Daarom wilde ik de preek van vorige keer graag opvolgen door erover na te denken wat het betekent om mens te zijn als de machines op steeds meer gebieden de mensen overstijgen, en wat het zal doen met mensen als we op al die gebieden niet meer “de beste” zijn. Wat onderscheidt ons van zulke machines en hoe moeten we ons als volgelingen van Jezus verhouden tot zo’n overstijgende en invloedrijke entiteit.
Ik probeer mijn preek altijd een week van tevoren voor te bereiden, maar vorige week vrijdag waren we bij de Heartcry Conferentie en de week daarvoor was mijn hart zo vol van andere onderwerpen dat er niets uit kwam voor een preek.
Ik heb nog overwogen om een oudere preek af te stoffen, maar ik kreeg niets op mijn hart. Maar tijdens de conferentie, tijdens een preek van Chris Verhage gaf de Heere me een prachtige tekst waarover ik vanmorgen met jullie wil nadenken, je kunt hem alvast opzoeken in Filippenzen 2:12-13.
Het thema van de conferentie was volharding, hoe volhard je in geloof, tot het einde toe. Ik heb niet alle lezingen gevolgd, maar het was zeker de moeite waard, zeker ook omdat Sarah kinderwerk mocht doen. En met name door de preek van Leander zijn we denk ik allemaal aangespoord om te blijven strijden in het gebed, om te volharden in gebed, zoals de eerste Christenen die de Geest verwachtten, de kracht van God voor Jezus’ missie.
En Arjan Baan benadrukte de noodzaak om waakzaam te zijn in deze tijd, als volharden in de eindtijd zwaarder wordt en de weerstand groter. Hij liet zien hoe we kunnen volhouden als we onze ogen opheffen en zien wat er in de hemel gebeurt op dit moment. Onze hogepriester bidt volhardend, voortdurend, zonder ophouden voor ons, Hij bidt en pleit dat God ons vasthoudt, dat God de zijnen bewaart.
Dat was ook het thema van de preek van Chris Verhage: God bewaart de zijnen. Hij ging vooral in op de vraag hoe God soeverein is in wie Hij aan Jezus geeft en er ook voor zorgt dat niemand hen uit Zijn hand kan rukken, zoals de Heere Jezus zei in Johannes 10, maar ook hoe dat dan zit met onze verantwoordelijkheid. En hoewel de preek vooral ging over Gods grotere algemene werk van verlossing, bleven mijn gedachten hangen bij een vers dat hij kort noemde in Filippenzen 2:12-13. En ik verlang vanmorgen dat de bewondering en aanbidding die er in mij opkwam, in ons allemaal zal opkomen als we nadenken over Gods onzichtbare wonderen. Zijn vaak vergeten wonderen. Want de Heere doet veel meer wonderen dan we vaak denken.
Filippenzen 2:3-16
3 Doe niets uit eigenbelang of eigendunk, maar laat in nederigheid de een de ander voortreffelijker achten dan zichzelf. 4 Laat eenieder niet alleen oog hebben voor wat van hemzelf is, maar laat eenieder ook oog hebben voor wat van anderen is. 5 Laat daarom die gezindheid in u zijn die ook in Christus Jezus was, 6 Die, terwijl Hij in de gestalte van God was, het niet als roof beschouwd heeft aan God gelijk te zijn, 7 maar Zichzelf ontledigd heeft door de gestalte van een slaaf aan te nemen en aan de mensen gelijk te worden. 8 En in gedaante als een mens bevonden, heeft Hij Zichzelf vernederd en is gehoorzaam geworden, tot de dood, ja, tot de kruisdood. 9 Daarom heeft God Hem ook bovenmate verhoogd en heeft Hem een Naam geschonken boven alle naam, 10 opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen elke knie van hen die in de hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn, 11 en elke tong zou belijden dat Jezus Christus de Heere is, tot heerlijkheid van God de Vader. 12 Daarom, mijn geliefden, zoals u altijd gehoorzaam geweest bent, niet alleen zoals in mijn aanwezigheid, maar nu veelmeer in mijn afwezigheid, werk aan (teweeg brengen) uw eigen zaligheid (verlossing) met vrees en beven, 13 want het is God, Die in u werkt (energon) zowel het willen als het werken (energein), naar Zijn welbehagen. 14 Doe alle dingen zonder morren en meningsverschillen, 15 opdat u onberispelijk en oprecht zult zijn, kinderen van God, smetteloos te midden van een verkeerd en ontaard geslacht, waaronder u schijnt als lichten in de wereld, 16 door vast te houden aan het Woord van het leven, mij tot roem met het oog op de dag van Christus, dat ik niet tevergeefs heb hardgelopen en mij ook niet tevergeefs heb ingespannen.
Aan de hand van Paulus’ onderwijs hier in dit gedeelte wil ik nadenken over de volgende werkelijkheden:
- Hoe onbekwaam we zijn om iets goeds te doen
- Wat onze krachtbron is om goed te doen
- En hoe wij zelf daadwerkelijk goed doen
Ik was echt onder de indruk van deze tekst, werk aan je zaligheid, of zoals de Griekse woorden in andere gedeelten vertaald worden, breng je verlossing teweeg. Dat zegt Paulus. Er is verlossing, redding voor zondaren, maar hoe werkt dit volgens Paulus hier? Hoe worden de Christenen in Filippi gered? En als zij zo gered worden, geldt dat ook voor ons. Zoals zij verlost worden, zo zullen wij verlost moeten worden.
Maar Paulus zegt hier niet zozeer dat ze verlost worden door hun vertrouwen te stellen op Christus, hij zegt niet, geloof alleen, werken doen er niet toe. Nee, hij roept deze volgelingen van Jezus concreet op: Werk aan je redding, breng het teweeg, doe het (zoals het woord weer ergens anders wordt vertaald), doe je redding.
Maar hoe brengen zondaren hun redding teweeg? Wat is er in ons dat daartoe in staat is? En voor we daarom onder de indruk kunnen zijn van Gods onzichtbare wonderen, moeten we weten hoe onmogelijk dit is.
1. Hoe onbekwaam we zijn om iets goeds te doen
Als wij vanmorgen denken dat we zelf in staat zijn iets goeds te doen of iets goeds te kiezen, dan zullen we vanmorgen niet zo onder de indruk zijn van onze redding. Maar God wil dat we weten hoe onze gevallen natuur er zoals we geboren worden werkelijk bij ligt.
Wij hebben immers zojuist én Joden én Grieken beschuldigd dat zij allen onder de zonde zijn, 10 zoals geschreven staat: Er is niemand rechtvaardig, ook niet één, 11 er is niemand die verstandig is, er is niemand die God zoekt. 12 Allen zijn zij afgedwaald, samen zijn zij nutteloos geworden. Er is niemand die goeddoet, er is er zelfs niet één. (Romeinen 3:9-12)
Niet één, niemand, zowel Joden als heidenen doen niet goed, hoe strikt de Joden ook de wet proberen te houden. Verder zegt Paulus over onze zondige natuur:
Immers, het denken van het vlees is vijandschap tegen God. Het onderwerpt zich namelijk niet aan de wet van God, want het kan dat ook niet. 8 En zij die in het vlees zijn, kunnen God niet behagen. (Romeinen 8:7-8)
Onze zondige natuur kan zich niet onderwerpen, het is tegen onze natuur. En Jeremia zegt het zo:
Kan ook een Cusjiet zijn huid veranderen, of een luipaard zijn vlekken? Zou ook u dan goed kunnen gaan doen, gewend als u bent om kwaad te doen? (Jeremia 13:23)
Broeders en zusters, dit is de realiteit. Dat jij en ik, zoals we geboren zijn, iets goeds doen, ons onderwerpen aan de wet en God behagen is net zo onmogelijk als iemand met een donkere huidskleur een lichte geven. Een luipaard kan zebrastrepen willen, maar het is onmogelijk, het past niet bij zijn natuur, zijn aard, zijn DNA schrijft anders voor. En hoewel we met bizarre technieken vandaag iemands huidskleur zouden kunnen aanpassen, en hoewel we iemands geslacht voor het zicht een beetje aan kunnen passen, oftewel misvormen en beschadigen, zullen we nooit de aard, het oorspronkelijke plan zoals dat vastgelegd is in het DNA kunnen veranderen. Het DNA zal altijd verraden of iemand een man is of een vrouw. Je kunt het niet aanpassen. Ook al kunnen we nu DNA aanpassen, we kunnen nooit met terugwerkende kracht het DNA in al onze dertigduizend miljard cellen aanpassen waarin God de omschrijving van ons fysieke wezen heeft vastgelegd.
En zo onmogelijk is ook een geestelijke aanpassing waardoor wij niet langer geneigd zijn om het kwade te doen, waardoor we ons met vreugde onderwerpen aan de wet en waardoor we niet langer onszelf behagen (wat voor het zicht soms voor goeddoen kan doorgaan), maar God.
Want dit is wat God van ons vraagt, zoals we lazen in Filippenzen 2:14-15:
Doe alle dingen zonder morren en meningsverschillen, 15 opdat u onberispelijk en oprecht zult zijn, kinderen van God, smetteloos te midden van een verkeerd en ontaard geslacht, waaronder u schijnt als lichten in de wereld.
Dat eerste lijkt al onmogelijk, zonder morren en meningsverschillen leven, laat staan onberispelijk en oprecht zijn, als kinderen van God, smetteloos ons licht laten schijnen in deze donkere wereld.
Ik ben benieuwd, broeders en zusters, kijk eens eerlijk naar je leven? Denk je echt dat je dit zelf kunt? Ik kan dit echt niet, vroeger niet, maar nog steeds niet. En toch zie ik deze dingen in jullie, ik zie liefde en oprechtheid, ik zie dat we verlangen om smetteloos te zijn in deze vuile wereld. Ik zie dat we ons willen onderwerpen aan de wet van God. En ik zie dat we echt God willen behagen. Ik zie dat er offers van liefde gebracht worden, dat er met vreugde gediend wordt.
Maar hoe kan dat? Hoe hebben we dat voor elkaar gekregen? Was het puur omdat wij op een dag gewoon onszelf hebben opgeknapt? Was het omdat wij zelf het licht aangedaan hebben en het vuurtje van liefde hebben aangestoken in ons hart?
Dan kunnen we beter onszelf aanbidden en bedanken vanmorgen. Of dan was het in ieder geval niet zo’n groot wonder wat God gedaan heeft, en ik denk ook dat we dit vaak vergeten in het alledaagse volgen van Jezus, in het alledaagse dienen:
Het is God die in u werkt.
2. Wat onze krachtbron is om goed te doen
Broeders en zusters, laat dit tot je doordringen: God is in je aan het werk.
Werk aan (teweeg brengen) uw eigen zaligheid (verlossing) met vrees en beven, 13 want het is God, Die in u werkt (energon) zowel het willen als het werken (energein), naar Zijn welbehagen.
Paulus zegt niet voor niets met vrees en beven. Beseffen jullie dit broeders en zusters, dit is de God der goden, de grote God die wonderen doet! “Die de hemel met inzicht maakte, die de aarde boven het water uitspande, de Schepper die de grote lichten maakte, de zon die heerst over de dag en de maan en de sterren die heersen over de nacht, de rechtvaardige God die de Egyptenaren trof in hun eerstgeborenen, de Verlosser die Israël uit Egypte wegleidde met een sterke en uitgestrekte arm, de machtige God die de Schelfzee doormidden deelde zodat Zijn volk er dwars doorheen kon gaan maar Farao met zijn leger onder die muren van water bedolf, de Koning der koningen die grote koningen versloeg en machtige koningen doodde en het volk veilig in het beloofde land bracht,” Zo bezingt Psalm 136 Zijn wonderen. En die God, broeders en zusters, die werkt in jou en mij.
Het Griekse woord voor werken is hier het woord energon, waar we later het woord energie van hebben afgeleid.
Dit is wat God doet, Hij stroomt door ons heen, Hij wekt de liefde die er niet was, Hij dringt, Hij trekt, Hij haalt je over, de kleinste beweging in onze ziel komt door Hem. De energie waarmee die zee doormidden spleet, is de energie die door jouw hart stroomt en je handen en voeten in beweging zet om te dienen. Dit is de kracht waarmee Christus Satan en de dood overwon, waardoor Hij opstond uit het graf, en die kracht is werkzaam in ons!
Begrijp je waarom we zouden moeten beven?
Hoe ontzagwekkend is dit dat de God van het universum zo Zijn machtige hand op ons leven legt en zo dichtbij, ja zelfs in ons bezig is om ons te bewegen te doen wat eigenlijk onmogelijk zou zijn.
Zo onmogelijk als het was voor de Cusjiet om zijn huid te veranderen, zo onmogelijk als het is voor ons om ons geslacht te veranderen of ons DNA, zo onmogelijk als het was voor zee om zo te splitsen voor het volk Israël, zo onmogelijk als het was voor de lamme man om te wandelen, zo onmogelijk als het was voor Lazarus om uit het graf komen nadat hij daar levenloos in was gelegd, zo onmogelijk is jouw dagelijkse dienende liefde, het is onnatuurlijk, niet volgens de aard waarmee je geboren bent, zo onmogelijk is elke beweging en daad waarin je op Christus lijkt en daarom zijn dit grote wonderen. Wonderen die alleen God kan bewerken.
En die wonderen doet Hij, en voor die wonderen moeten we God danken. Broeders en zusters, prijs God als je ook maar het minste goed ziet in een broeder of zuster. Verheug je als een broeder of zuster dient en God behaagt, je ziet God aan het werk, je ziet Gods kracht die nog steeds werkt en onmogelijke dingen doet.
O broeders en zusters, dit geeft toch moed?! Misschien heeft Satan je ontmoedigd om te denken dat er geen verandering in je eigen leven kan komen, dat je die zonde niet kunt overwinnen, dat je man of vrouw niet kan veranderen, dat je
kinderen verloren dreigen te gaan, dat ons karakter nu eenmaal vastligt, zoals ons uiterlijk vastligt in ons DNA.
Ja, Satan heeft gelijk. Het is onmogelijk, zoals het onmogelijk is voor een verlamde man om te lopen en voor een dode om uit een graf te komen.
Maar Satan liegt als hij je voorhoudt dat God geen wonderen zou kunnen en willen doen, dat God niets kan met je oude natuur, je oude aard, je oude karakter. God werkt. God doet wonderen, onmogelijke dingen. Zijn machtige energie dringt dode zondaren om het goede te gaan willen en te gaan doen.
Want het is God, Die in u werkt (energon) zowel het willen als het werken (energein).
Hij zorgt ervoor dat iemand die niet wil, gaat willen en iemand die het niet doet, het gaat doen!
En dit zijn grotere wonderen dan de fysieke wonderen die we zo vaak verlangen.
God kan je lichaam genezen, je hand genezen maar als je hem vervolgens gebruikt om iemand mee te slaan is het wonder voor niets. Een groter wonder is het als je die hand gebruikt om iemand te helpen, om je broeders en zusters en zelfs je vijanden te dienen.
Hij kan je stembanden genezen, maar als je ze vervolgens gebruikt om kwaad te spreken en God te vervloeken, dan was het wonder voor niets. Het is een groter wonder als je stem die eerst enkel voor jezelf sprak, nu voor God spreekt.
Vergeet deze wonderen niet! Ja, elke dag is het goed om je zonden te belijden, maar het is ook echt goed om te bedenken wat je allemaal goed hebt gedaan. Niet om vervolgens blij te zijn met jezelf en je over jezelf te verwonderen, dan ken je jezelf nog niet. Maar het is goed om je goede werken te herinneren om vervolgens te beven, en vol ontzag voor de almachtige goede God neer te knielen en Hem te danken, dat Hij dat wilde werken, dat Hij zo genadig met jou bezig wilde zijn om je te dringen tot die liefde en goede werken.
Maar misschien verlamt dit je juist, hoe kan ik nu goed doen als God het moet doen? Moet ik dan wachten tot God iets in mij doet? En hoe weet ik dan of het God is die me aanzet of gewoon mijn oude natuur? Misschien heb je je net aan lijdelijke prediking ontworsteld die ertoe leidde dat je altijd maar wachtte op een teken dat God inderdaad in je aan het werk was voor je zelf durfde te bewegen.
Nergens in de Bijbel lezen we deze passiviteit, en daarom kan en mag het onderwijs dat God het onmogelijke in ons bewerkt daar ook nooit toe leiden.
3. Hoe wij zelf daadwerkelijk goed doen
Ja, God doet onmogelijke dingen in ons, Hij zet ons aan, Hij trekt ons, Hij beïnvloedt ons. Maar wij willen en werken daadwerkelijk zelf. Hoewel het niet onze eigen kracht is, beweegt onze ziel en ons lichaam daadwerkelijk zelf. Als je het goede verlangt ben jij het die dit verlangt, als je goed doet, ben jij het die dat doet, als je God behaagt, ben jij het die God behaagt. Jij werkt aan je zaligheid, jij brengt je redding teweeg.
Hoe zit dat dan? Denk eens aan die verlamde man, die Jezus genas, Hij legde uit:
Wat is gemakkelijker, tegen de verlamde te zeggen: De zonden zijn u vergeven, of te zeggen: Sta op, neem uw ligmat op en ga lopen? 10 Maar opdat u zult weten dat de Zoon des mensen macht heeft op de aarde zonden te vergeven (zei Hij tegen de verlamde): 11 Ik zeg u: Sta op, neem uw ligmat op en ga naar uw huis. 12 En hij stond meteen op, en nadat hij de ligmat opgenomen had, ging hij voor het oog van allen naar buiten, zodat zij allen buiten zichzelf waren en God verheerlijkten en zeiden: Wij hebben nog nooit zoiets gezien! (Marcus 2:9-12)
Dit is hoe God wonderen doet. Hij spreekt met kracht en beveelt het onmogelijke. Sta op! Die man kon niet opstaan en lopen en toch was dit de opdracht. Er zou een wonder moeten gebeuren voor hij op kon staan, maar toch werpt hij niet tegen: Ja, als de Heere een wonder doet zal ik opstaan. Hij keek niet naar zijn voeten en enkels om te zien of God al begonnen was. Meteen stond hij op.
Als jij zo wacht op een werk van de Heere en ondertussen niet doet wat Jezus zegt, dan kun je lang wachten. Zou deze verlamde man genezen zijn als hij zou zijn blijven zitten, wachtend tot hij misschien iets van Gods werk in zijn voeten begon te voelen? Nee!
En zo ook voor ons, broeders en zusters, als wij de Heere Jezus verlangen te volgen, als je wil groeien in goed doen, als je je wilt onderwerpen aan de wet van God en Hem wil behagen, zal God inderdaad een wonder moeten doen, maar dat doet Hij ook! Verwacht Zijn kracht, kijk verwachtingsvol naar de Heere Jezus zoals ook die andere verlamde man naar Petrus en Johannes keek, meteen opstond en God loofde.
Hij stond daadwerkelijk zelf op, en besefte dat dit alleen mogelijk was als God een wonder had gedaan, Hij gaf God de eer.
Kijk nog eens naar de tekst:
Want het is God, Die in u werkt (energon) zowel het willen als het werken (energein).
Wil je het? Doe het dan! Werk zelf, bekeer zelf, en dank God die je hiertoe overhaalde en de kracht gaf, geef Hem de eer. Traceer wat je doet terug naar Gods machtige hand en kniel bevend, vol ontzag en aanbidding neer voor deze wonderdoende Verlosser.
Het zou terecht zijn als Hij ons verlamd in onze zonde zou laten liggen. Maar wat een genade, wat een barmhartigheid dat Hij al Zijn kracht en macht wil inzetten om ons te redden en ons wil verlossen van onze zondige natuur! Hij wil als het ware ons hele DNA herschrijven, en Hij kan dat ook want hij is er de auteur van. Hij wil met Zijn kracht, door de Heilige Geest bovennatuurlijke liefde in ons bewerken zodat we het goede willen wat we eerst niet wilden en ook daadwerkelijk gedrongen worden om het goede te doen!
En Hij werkt Zijn kracht vooral door Jezus voor te stellen, kijk maar wat Paulus zegt, eerst roept hij op om op een bepaalde manier te leven en dan richt hij je ogen niet op jezelf voor zelfonderzoek, maar op Jezus:
Laat daarom die gezindheid in u zijn die ook in Christus Jezus was, 6 Die, terwijl Hij in de gestalte van God was, het niet als roof beschouwd heeft aan God gelijk te zijn, 7 maar Zichzelf ontledigd heeft door de gestalte van een slaaf aan te nemen en aan de mensen gelijk te worden. 8 En in gedaante als een mens bevonden, heeft Hij Zichzelf vernederd en is gehoorzaam geworden, tot de dood, ja, tot de kruisdood.
En dan verderop:
Daarom, mijn geliefden, zoals u altijd gehoorzaam geweest bent, niet alleen zoals in mijn aanwezigheid, maar nu veelmeer in mijn afwezigheid, werk aan (teweeg brengen) uw eigen zaligheid (verlossing) met vrees en beven, 13 want het is God, Die in u werkt (energon) zowel het willen als het werken (energein), naar Zijn welbehagen.
Zo werkt God in je, gebroken door Jezus liefde, gedrongen door Zijn liefde om jezelf te geven zoals Hij zich voor jou gaf!
Bestudeer daarom Jezus leven, kijk hoe liefdevol Hij zich voor jou overgaf! Wil je Hem niet volgen? Wil je het, doe het dan en eer God die jou hiertoe overhaalde!
Ik Weet In Wie Ik Geloofd Heb

