Waterdoop

De lijn van de geslachten (Galaten 4:20-31)

Andreas Murre·29 november 2025·18 min leestijd

We beginnen deze middag met het lezen van Genesis 21:1-12.

Vóór dit gedeelte had God in Genesis 15 aan Abraham belooft dat er iemand uit hem voort zou komen die zijn erfgenaam zou zijn in wie alle volken gezegend zouden worden. Abraham had heel zijn leven nog geen kinderen gekregen, maar God beloofde dat hij nageslacht zou krijgen, zo talrijk als de sterren aan de hemel. En Abraham geloofde Gods belofte en dit werd hem tot gerechtigheid gerekend.

Maar vervolgens zien we in het volgende hoofdstuk dat Abraham gaat twijfelen omdat zijn vrouw al oud is en ze geen kinderen meer kon krijgen. En zo geeft hij toe aan de verleiding om op zijn eigen manier voor nageslacht te zorgen. Hij verwekt een kind bij zijn slavin.

Maar wat een genade, de Heere laat Abraham niet los. Hij is trouw aan wat Hij belooft heeft ondanks de zonde van Abraham. Ja, opnieuw bevestigd Hij Zijn belofte in Genesis 17 en geeft Abraham een zichtbaar teken voor hem en al zijn kinderen. De besnijdenis, een herinnering om het niet zelf te proberen zoals Abraham en het beloofde Nageslacht te verwachten.

En zo, doet de Heere wat Hij belooft heeft, we lezen dat in Genesis 21:1-12.

Genesis 21:1-12

De HEERE nu zag om naar Sara zoals Hij gezegd had; de HEERE deed bij Sara zoals Hij gesproken had. 2 Sara werd zwanger en baarde Abraham een zoon in zijn ouderdom, op de vastgestelde tijd die God hem genoemd had. 3 Abraham gaf zijn zoon die hem geboren was, die Sara hem gebaard had, de naam Izak. 4 En Abraham besneed zijn zoon Izak, toen die acht dagen oud was, zoals God hem geboden had. 5 Abraham was honderd jaar oud, toen zijn zoon Izak hem geboren werd. 6 Sara zei: God heeft mij doen lachen; ieder die het hoort, zal met mij meelachen. 7 Verder zei zij: Wie zou Abraham hebben durven zeggen: Sara heeft zonen de borst gegeven? Voorzeker, ik heb een zoon gebaard in zijn ouderdom. 8 Het kind werd groot en werd van de borst genomen. Op de dag dat Izak van de borst af was, richtte Abraham een grote maaltijd aan. 9 En Sara zag dat de zoon die Hagar, de Egyptische, Abraham gebaard had, aan het spotlachen was. 10 Toen zei zij tegen Abraham: Jaag deze slavin en haar zoon weg, want de zoon van deze slavin zal niet met mijn zoon, met Izak, erven. 11 Deze woorden waren volstrekt kwalijk in de ogen van Abraham, vanwege zijn zoon. 12 Maar God zei tegen Abraham: Laat deze zaak met betrekking tot de jongen en uw slavin niet kwalijk zijn in uw ogen. Bij alles wat Sara u zegt, luister naar haar stem, want alleen het nageslacht van Izak zal uw nageslacht genoemd worden.

Wat betekent dit? Wat hebben wij vandaag aan dit verhaal van zo’n 4000 jaar geleden? Is het gewoon een historisch feit van een wonder in een Hebreeuwse familie. Of ligt hier meer in deze tekst dan geschiedenis?

Ik ga het vanmiddag niet vergeestelijken, nee, Paulus vergeestelijkt dit gedeelte en aan de hand van de manier waarop hij deze tekst uitlegt kunnen ook wij leren hoe we het Oude Testament lezen in het licht van het Nieuwe Testament.

Galatians 4:21–31

Zeg mij, u die onder de wet wilt zijn, luistert u niet naar de wet? 22 Want er staat geschreven dat Abraham twee zonen had, een van de slavin, en een van de vrije. 23 Maar hij die van de slavin was, is naar het vlees geboren, hij echter die van de vrije was, door de belofte. 24 Deze dingen hebben een zinnebeeldige betekenis; want deze vrouwen zijn de twee verbonden: het ene, dat van de berg Sinaï, dat kinderen voortbrengt voor de slavernij, dat is Hagar. 25 Want deze Hagar is de berg Sinaï in Arabië, en komt overeen met het huidige Jeruzalem, dat met haar kinderen in slavernij is. 26 Maar het Jeruzalem dat boven is, is vrij, en dat is de moeder van ons allen. 27 Want er staat geschreven: Wees vrolijk, onvruchtbare, die niet baart, breek uit in gejuich en roep, u die geen barensnood kent, want de kinderen van de eenzame zijn veel talrijker dan die van haar die de man heeft. 28 Wij nu, broeders, zijn kinderen van de belofte, net zoals Izak. 29 Maar zoals destijds hij die naar het vlees geboren was, hem vervolgde die naar de Geest geboren was, zo is het ook nu. 30 Wat zegt de Schrift echter? Jaag de slavin en haar zoon weg, want de zoon van de slavin zal beslist niet erven met de zoon van de vrije. 31 Daarom, broeders, wij zijn geen kinderen van de slavin, maar van de vrije.

Paulus schrijft deze brief aan de gelovige heidenen in Galaten over de verleiding die hen bedreigt om zich te laten besnijden en daarbij ook de Joodse wetten te houden. En hier in dit gedeelte reageert Paulus op deze gedachte door ze mee te nemen naar de wet, oftewel de Thora waar ook deze geschiedenis over Hagar en Sara is vermeld.

Hij ziet in dat verhaal meer dan geschiedenis, hij ziet een geestelijke werkelijkheid, geestelijke principes achter wat je op het eerste gezicht zou zien. Hij ziet in het Nieuw Testamentische licht wat over deze Oud Testamentische schaduwen schijnt meer dan een twee zonen, meer dan twee moeders en meer dan twee manieren waarop ze kinderen kregen.

Hij zegt in vers 24:

“Deze dingen hebben een zinnebeeldige betekenis.”

Oftewel, deze vrouwen en hun kinderen en de manier waarop ze geboren werden zijn een beeld, een voorbeeld met een diepere betekenis. Het is een allegorie, zoals het Grieks letterlijk zegt.

Zoals een metafoor een enkele vergelijking is zoals “het leven is een damp” waarin het beeld van damp laat zien hoe snel het leven vervliegt, zo is een allegorie een groter verhaal met meerdere lagen die een symbolische betekenis hebben.

Paulus ziet in die werkelijke historische gebeurtenissen Gods hand die daarin als een wijze kunstenaar symbolen oftewel typen heeft gelegd die iets laten zien van de geestelijke werkelijkheid.

Zo zien we in de manier waarop God werkt met Abraham en Zijn volk hoe God werkt in het geestelijke door de eeuwen heen.

Dus wat kunnen we volgens Paulus leren van de geschiedenis van Abraham en deze twee moeders?

1. Twee soorten verbondskinderen

2. Welke kinderen de gemeente vormen

3. Hoe de verleiding vandaag hetzelfde is

1. Twee soorten kinderen

Vers 24

Deze dingen hebben een zinnebeeldige betekenis; want deze vrouwen zijn de twee verbonden.

Paulus ziet in deze twee vrouwen, in Hagar, de slavin van Abraham en in Sara, zijn vrouw symbolen, typen van de twee verbonden.

Welke verbonden zijn dit?

Vers 24-25

Het ene, dat van de berg Sinaï, dat kinderen voortbrengt voor de slavernij, dat is Hagar. 25 Want deze Hagar is de berg Sinaï in Arabië, en komt overeen met het huidige Jeruzalem, dat met haar kinderen in slavernij is.

Op de berg Sinaï werd de wet gegeven. Die wet zei: Doe dit en je zult leven. Het was een zwaar juk. Zelf werken om gerechtigheid te bemachtigen. Goed je best doen om gered te worden. Het leidde tot slavernij. Er was geen vrijheid enkel een opgelegd gebod.

Hoe ziet Paulus dit in Hagar? Hagar was een slavin, ze was niet vrij en naar haar ging Abraham toen hij zelf in ongeloof wilde krijgen wat God had belooft.

Het geestelijke principe van ongeloof en zelf proberen ligt verborgen in de manier waarop Abraham met Hagar omging en zo staat het symbool voor het slavenleven van alle mensen die met hun eigen werken goed genoeg proberen te zijn voor God of welke hogere macht ze ook in gedachten hebben.

En zo ziet Paulus ook het huidige Jeruzalem, wat ook vandaag de dag hetzelfde is als in zijn tijd. Een symbool van slavernij. De strijd rond die aardse stad komt voort uit de vleselijke slavernij waarin de twee volken die die stad bewonen leven. Beide zijn in die zin kinderen van Hagar, naar het vlees en geestelijk. Beide beroepen zich erop dat ze Abraham of Ibrahim als vader hebben, maar beide kunnen daar volgens Galaten 3 geen aanspraak op maken. Zouden aardse oplossingen hun problemen dan oplossen zolang ze in slavernij leven en vandaar uit handelen?

Ben jij ook zo’n kind van Hagar? Voortgebracht voor slavernij? Je ziet het niet aan je huidskleur en zelfs niet in je DNA. Maar je hart en het gedrag wat daar uit stroomt laat zien of je een kind bent van Hagar, als slaaf verkocht onder de zonde.

Je probeert zelf goed genoeg te zijn, en door ongeloof probeer je dat juist door de zonde, zoals Abraham met Hagar.

Vers 26-27

Maar het Jeruzalem dat boven is, is vrij, en dat is de moeder van ons allen. 27 Want er staat geschreven: Wees vrolijk, onvruchtbare, die niet baart, breek uit in gejuich en roep, u die geen barensnood kent, want de kinderen van de eenzame zijn veel talrijker dan die van haar die de man heeft.

Dit is het andere verbond. Dit gaat over kinderen die niet voortgebracht zijn onder de wet, die in eigen kracht en in ongeloof leven. Dit gaat over vrije kinderen.

Wat bedoelt Paulus daarmee? Het Jeruzalem dat boven is? Hij ziet een geestelijk, hemels Jeruzalem. Verbondskinderen die niet voortgebracht zijn onder de wet, om in eigen kracht en in ongeloof leven. Hij ziet kinderen die uit God geboren zijn!

We lezen daar ook over in Hebreeën 12:22:

Maar u bent genaderd tot de berg Sion en tot de stad van de levende God, tot het hemelse Jeruzalem en tot tienduizendtallen van engelen, 23 tot een feestelijke vergadering en de gemeente van de eerstgeborenen, die in de hemelen opgeschreven zijn, en tot God, de Rechter over allen, en tot de geesten van de rechtvaardigen, die tot volmaaktheid zijn gekomen, 24 en tot de Middelaar van het nieuwe verbond, Jezus, en tot het bloed van de besprenging, dat van betere dingen spreekt dan dat van Abel.

En ook in Openbaring 21:2 lezen we daarover:

En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, neerdalen van God uit de hemel, gereedgemaakt als een bruid die voor haar man sierlijk gemaakt is.

Er is dus een aards, oud Jeruzalem in slavernij en een hemels, nieuw Jeruzalem dat vrij is. De stad van de levende God. Deze stad bestaat uit verbondskinderen die besprenkeld zijn met het bloed van de Middelaar het Nieuwe Verbond. Het is een feestelijke vergadering, schitterend als een bruid, het is de gemeente van eerstgeborenen die in de hemel zijn opgeschreven zijn!

Dat legt Paulus in die geschiedenis van Sara en Hagar. Maar begrijp je nu ook beter waarom hij dat doet? Niet om zomaar alles luk raak te vergeestelijken. Maar hij ziet de geestelijke principes die daar tot uitdrukking komen en laat zien dat het zo vandaag nog is. Hij had het Evangelie van genade leren kennen, rechtvaardiging door het geloof en nu ziet hij dat terug in die geschiedenis.

Zonder het zelf te proberen op zondige manieren, door te vertrouwen op Gods belofte, zo bracht Sara kinderen voort.

Ze was onvruchtbaar, het was onmogelijk in eigen kracht. Maar God deed wat Hij beloofde. Zo is zij een symbool, een type van de vrijheid in Christus. Vrijheid van zelf proberen, vrijheid van slavernij.

Christus, het beloofde Nageslacht wilde voor ons tot zonde gemaakt worden, zodat wij Zijn gerechtigheid kunnen ontvangen! Door hard ons best te doen? Nee, door te vertrouwen op Gods belofte van genade door deze Middelaar. Zijn bloed spreekt van betere dingen, van een Nieuw Verbond, van beloofde vergeving van zonde en van de beloofde kracht van de Heilige Geest.

Galaten 5:5 zegt het:

Want wij verwachten door de Geest, uit het geloof, de gerechtigheid waarop wij hopen.

Evenals Abraham. Hij geloofde God en dat werd hem tot gerechtigheid gerekend.

Paulus ziet dus in de twee vrouwen, met hun kinderen en de manier waarop ze voortgebracht werden, twee groepen mensen.

Zij die door en onder de wet gered willen worden, degenen die de gelovigen uit Galaten wilde verleiden om de vrijheid in Christus los te laten.

En zij die vertrouwen op Gods belofte en geloven dat Hij het onmogelijke kan doen. Zij zijn vrij en moeten niet opnieuw belast worden met de besnijdenis en allerlei vanbuiten af opgelegde wetten die hen nooit rechtvaardig kunnen maken, hoe goed de wet van zichzelf ook is.

Het Oude Verbondsvolk bestond uit deze twee soorten kinderen, ze werden natuurlijk geboren en het zou blijken of ze door het geloof beloofde zegen verwachtten, of door het houden van de wet.

Is dat vandaag nog zo? Bestaat ook het Nieuwe Verbondsvolk, de gemeente vandaag uit kinderen van Hagar en kinderen van Sarah?

2. Waar de gemeente uit bestaat

Paulus schrijft deze brief aan de gemeenten van Galatië. Zij waren van nature geen Joden, geen kinderen van Abraham, maar heidenen. Maar zij zijn net als Paulus in Christus Jezus gaan geloven, “opdat wij gerechtvaardigd zouden worden uit het geloof van Christus en niet uit werken van de wet. Immers, uit werken van de wet wordt geen vlees gerechtvaardigd.” (Galaten 2:16)

Voor hen was Jezus Christus eerder voor ogen geschilderd alsof Hij onder hen gekruisigd was (3:1) en ze hadden de beloofde Heilige Geest ontvangen door het geloof, niet uit de werken (3:2).

Ze waren kinderen van God geworden door het geloof in Jezus Christus want ze waren in Hem gedoopt en met Hem bekleed (3:26-27).

En zo was Paulus, samen met de gelovige heidenen in Galaten één in Christus en gerekend onder het nageslacht van Abraham (3:28-29).

En die groep, die gedoopte gelovigen die in Christus genadige bevrijding hebben ontvangen en door de Geest beloofde gerechtigheid verwachten, zij zijn kinderen van de belofte.

Vers 28

Wij nu, broeders, zijn kinderen van de belofte, net zoals Izak.

Zoals Ismael symbool staat voor de ongelovigen die zondig zelf proberen, zo staat Izak symbool voor hen die vertrouwend hopen op Gods belofte.

De gemeente wordt gevormd uit Joden die op God vertrouwen en heidenen die op God vertrouwen.

De gemeente van vandaag is niet het gemengde volk wat zich Gods volk noemde. De gemeente is geen vervanging van het Oude Verbondsvolk. Onder dat volk waren inderdaad tweeërlei, oftewel twee soorten kinderen van het verbond.

Het natuurlijke nageslacht van Abraham bestaat uit twee soorten kinderen, kinderen naar het vlees, die op de natuurlijke manier zijn voortgebracht en kinderen van de belofte. Zij niet alleen vleselijk geboren zijn, maar ook geestelijk. Wedergeboren, uit God geboren.

Het Nieuwe Verbondsvolk wordt gevormd uit het overblijfsel, wat al onder het Oude Verbondsvolk leefde.

Zo zien we deze vaste lijn van Gods trouw door het hele Oude Testament naar het Nieuwe.

De Heere beloofde zegen aan Abraham en aan zijn nageslacht, maar niet alle kinderen, want Ismael werd weggestuurd, “want alleen het nageslacht van Izak zal uw nageslacht genoemd worden.” (Genesis 21:12)

De beloofde lijn van zegen gaat verder door Izak, het kind van de belofte, en door hem gaat de verbondslijn verder, en niet in Ezau, maar door Jacob en na tientallen generaties wordt het beloofde Nageslacht geboren, Jezus Christus, de verwachte Messias en in Hem zullen alle volken gezegend worden in Hem als volmaakt en zondeloos verbondshoofd, in Hem als Middelaar gaat de verbondslijn verder.

Het Nieuwe Verbondsvolk wat uit Hem voortkomt, de gemeente, zijn de kinderen van de belofte.

We zien in deze allegorie dat God werkt met een specifieke groep, een overblijfsel en niet met alle ongelovige nakomelingen van Abraham of ze nu Moslim zijn of Joods. Alleen de gelovige kinderen van Abraham worden als nageslacht gerekend omdat ze in Christus zijn in wie de verbondslijn verder gaat.

En daarom waarschuwt Paulus zo krachtig tegen de verleiding om zich te laten besnijden en de wet te houden.

De besnijdenis waarschuwde ervoor om ongelovig op eigen werken te steunen en verwees naar de komst van het beloofde Nageslacht, de Messias en de besnijdenis van het hart.

En daarom worden op de Pinksterdag alle Joden gedoopt, omdat ze van nature bij het verbondsvolk zouden horen? Nee, het overblijfsel, vierduizend die het Woord met vreugde aannemen.

De Heere werkt in de lijn van de geslachten, maar de Nieuwe Verbondslijn gaat niet van kind op kind, zoals dat ook voor Christus komst al bedekt zichtbaar was, maar van wedergeboren kind op wedergeboren kind. Zij die niet naar het vlees geboren zijn maar naar de Geest. Het gelovige deel wordt afzondert en gedoopt en zo samengevoegd als het Nieuwe Verbondsvolk.

Als wij onze kinderen zouden laten dopen op grond van de oude werkwijze, net zoals de besnijdenis, dan zou Paulus ons net zo ernstig moeten waarschuwen:

Galaten 5:2-4

“Zie, ik, Paulus, zeg u dat, als u uw kinderen laat dopen, Christus hen van geen nut zal zijn 3 En nogmaals betuig ik aan ieder mens die zijn kinderen laat dopen, dat hij verplicht is de hele wet te onderhouden. 4 U bent van Christus losgeraakt, u die door de wet gerechtvaardigd wilt worden; en daarmee bent u uit de genade gevallen.”

Maar wij dopen, net zoals de eerste discipelen, niet alle uiterlijke verbondskinderen, maar zij die getuigen van innerlijke wedergeboorte. Deze kinderen van de belofte, die uit de Geest geboren zijn, willen niet langer door de wet gerechtvaardigd worden, niet langer zelf proberen op zondige manieren, maar ze geven zich in vertrouwen over aan Gods beloften.

Broeders en zusters, als laatste dit zal weerstand oproepen van hen die door het vlees gered willen worden.

Vers 29-31

Maar zoals destijds hij die naar het vlees geboren was, hem vervolgde die naar de Geest geboren was, zo is het ook nu. 30 Wat zegt de Schrift echter? Jaag de slavin en haar zoon weg, want de zoon van de slavin zal beslist niet erven met de zoon van de vrije. 31 Daarom, broeders, wij zijn geen kinderen van de slavin, maar van de vrije.

Natuurlijke kinderen van Abraham, ongelovige Joden, ongelovige Moslims maar ook ongelovige heidenen die buitenom Christus op hun eigen manier gered of gelukkig willen worden, verzetten zich, soms ook met geweld tegen deze vrijheid en genade.

Maar die weg leidt tot de dood, voor hen is er geen erfenis, geen zegen. Zo werkt God ook de vloek in de lijn van de geslachten. De kinderen van Hagar worden weggestuurd. Dit is echt een ernstige realiteit.

Maar wij broeders en zusters (want in Christus is het niet van belang of we man zijn of vrouw), wij zijn geen kinderen van de slavin maar van de vrije.

Galaten 5:1

Sta dan vast in de vrijheid waarmee Christus ons vrijgemaakt heeft, en laat u niet weer met een juk van slavernij belasten.

Leef deze week, als een kind van Sara! Vertrouw op Gods betrouwbare beloften. Hij zal het doen, op Zijn manier, op Zijn tijd, omwille van Christus in wie alle beloften, zoveel als er zijn, ja en amen zijn!

Ik blijf den HEER verwachten;

Mijn ziel wacht ongestoord;

Ik hoop, in al mijn klachten,

Op Zijn onfeilbaar woord;

Samenvattend

De broeders en zusters in Galatië werden bedreigd door Joodse verleidingen om zich te laten besnijden en de wet te houden, oftewel om zelf weer te gaan werken om rechtvaardig te worden.

Maar Paulus neemt ze mee naar de geschiedenis van Hagar en Sara en ziet in hun leven, in hun zonen en in de manier waarop ze voortgebracht werden, de geestelijke principes die in deze wereld werken.

Het aardse Jeruzalem, waar nu zoveel strijd om is, dat komt voort uit slavernij en staat symbool voor de wet en het vlees waardoor zowel Joden als Moslims gered willen worden. Beide zijn kinderen van Hagar.

Maar er is een hemels Jeruzalem, een geestelijk volk, wat bestaat uit gelovige Joden en gelovige heidenen, kinderen van Sara, een overblijfsel wat vanaf de Pinksterdag apart is gezet en gedoopt tot één lichaam, vervuld met één Geest en zij is de moeder van alle gelovigen.

Zij, deze moederkerk brengt, door de verkondiging van het Evangelie geestelijke kinderen voort, beloftekinderen die vrij zijn en een heerlijke erfenis zullen ontvangen.

Wie is jouw moeder? Hagar of Sara? Wil je door de wet gered worden, dan zul je heel je leven in slavernij leven en straks weggestuurd worden. Of geef je je over aan Gods beloften, geloof je Zijn Woord en het Evangelie van Zijn Zoon, het beloofde Nageslacht in wie de beloofde zegen ontvangen kan worden. Dan ben je vrij en is die heerlijke erfenis ook voor jou.

Leef deze week als kinderen van Sara. Vertrouw op Gods betrouwbare beloften. Hij zal het doen, op Zijn manier, op Zijn tijd.