Waarom zou ik, een kind van genade, aan wie al het goede gegeven is om daarvan te genieten, mijzelf blootstellen aan honger, hoofdpijn en duizeligheid door te vasten?

Ik geef vier heerlijke redenen:

Waarom zou ik, een kind van genade, aan wie al het goede gegeven is om daarvan te genieten, mijzelf blootstellen aan honger, hoofdpijn en duizeligheid door te vasten?

Ik geef vier heerlijke redenen:


Voor gebed

“En terwijl zij de Heere dienden en vastten, zei de Heilige Geest…” (Handelingen 13:2)

De kerkenraad van Antiochië (inclusief Paulus en Barnabas) vastte. Waarom? De aanwijzing die de tekst geeft, is dat ze een verlangen hadden wat vervuld zou worden. Ze hadden visie voor het zendingswerk. Maar wat moesten ze doen? Moesten ze iemand uit hun eigen gemeente sturen? Wie? Hoe konden ze weten wat de wil van Gods Geest was hierin? Het antwoord was: aanbidding* en vasten! Toen sprak God.

*dienen wordt in het Engels vertaalt als aanbidden

Wanneer je de stem van God duidelijker wilt horen: vast en aanbid. En wie wil dat niet? Duizenden stemmen strijden om onze aandacht. Veel stemmen zijn gericht op onze begeerten. Vasten zegt: Heere, ik heb mijn oren gestopt voor het geroep van mijn lichaam. Spreek, Heere, ik verlang dat U spreekt! Open de oren van mijn ziel naar de mate waarin ik de oren van mijn maag gestopt heb.

Voor verlangen

“En Jezus zei tegen hen: De bruiloftsgasten kunnen toch niet vasten terwijl de Bruidegom bij hen is? Zolang zij de Bruidegom bij zich hebben, kunnen zij niet vasten, maar de dagen zullen komen dat de Bruidegom van hen weggenomen zal zijn, en dan, in die dagen, zullen zij vasten.” (Markus 2:19-20)

De Bruidegom is op reis gegaan. Hij is voor ons een plek aan het voorbereiden. We mogen er zeker van zijn dat we Hem op een dag weer van aangezicht tot aangezicht zullen zien. Maar voorlopig zijn we nog niet “bij de Heere” (2 Korinthe 5:8). Ons leven word doordrenkt van verlangens. Vasten drukt onze overtuiging uit dat het zonde is om tevreden te zijn met onszelf zoals we nu zijn. Onze honger schreeuwt tot God: Zo ontevreden, Heere, zo ontevreden ben ik de mate van mijn heiligheid en de kracht van mijn getuigenis. Kom! Verander mij! Vul mij! Vergroot mijn vreugde in U en verklein mijn verlangen naar deze wereld.

Het Christelijke leven tussen de eerste en tweede komst van Christus is een wonderlijke vermenging van vreugde die we al genieten en volheid die we nog verwachten. Elke keer wanneer we Christus’ gemeenschap proeven worden nieuwe verlangens gewekt. Vasten zegt: Wat een vreugde dat Hij nu mijn Bruidegom is. Maar, o, wat verlang ik ernaar dat Hij terugkeert en dat Hij nu al (door zijn Bijbelse liefdesbrieven) meer en meer van zichzelf laat zien.

Voor vreugde

“En wanneer u vast, toon dan geen droevig gezicht… zodat het door de mensen niet gezien wordt als u vast, maar door uw Vader, Die in het verborgene is; en uw Vader, Die in het verborgene ziet, zal het u in het openbaar vergelden.” (Mattheüs 6:16-18)

Jezus gaat er vanuit dat we zúllen vasten en leert ons hoe we moeten vasten. Doe het voor God, niet voor mensen. Vasten is goed voor ons omdat het ons naakt voor God stelt. Geen goedkeuring van mensen. Geen extra strepen op je geestelijke mouw. Wat ontroerend om in het geheim, alleen voor God, vol te houden. O, hoe beproeft dit werkelijkheid van onze verborgen omgang met de Almachtige.

En de Vader zal je belonen! Wanneer je niet geeft om extra punten bij de mensen zal God je verlangen vervullen. Vergelding! Daarvoor vasten we! Beloning! Reken maar dat ik daarnaar verlang wanneer ik mij hongerig, verdrukt en bewogen voor Hem uitgestort heb. Ik wil alles van God wat een sterveling, naast de hemel, kan kennen en voelen! Jij niet?

Voor vrijheid

“Ik zal mij niet onder de macht van ook maar iets laten brengen.” (1 Korinthe 6:12)

Vasten laat zien hoe gebonden we zijn aan voedsel. Gulzige Christenen zijn een schande voor het Evangelie. Vasten is de thermometer onder de tong van onze begeerten om de koorts van onze gulzigheid te meten. “Zelfbeheersing” is een vrucht van de Geest. “Zelfbevrediging” is de vrucht van het westerse consumentisme. O, hoeveel geestelijke zwakheid is er vanwege onze slavernij op dit gebied!

Streef ernaar om met Paulus te zeggen: “Ik oefen mijn lichaam op harde wijze en maak het dienstbaar, opdat ik niet misschien, na anderen gepredikt te hebben, zelf verwerpelijk word.” (1 Korinthe 9:27)

Voor gebed

“En terwijl zij de Heere dienden en vastten, zei de Heilige Geest…” (Handelingen 13:2)

De kerkenraad van Antiochië (inclusief Paulus en Barnabas) vastte. Waarom? De aanwijzing die de tekst geeft, is dat ze een verlangen hadden wat vervuld zou worden. Ze hadden visie voor het zendingswerk. Maar wat moesten ze doen? Moesten ze iemand uit hun eigen gemeente sturen? Wie? Hoe konden ze weten wat de wil van Gods Geest was hierin? Het antwoord was: aanbidding* en vasten! Toen sprak God.

*dienen wordt in het Engels vertaalt als aanbidden

Wanneer je de stem van God duidelijker wilt horen: vast en aanbid. En wie wil dat niet? Duizenden stemmen strijden om onze aandacht. Veel stemmen zijn gericht op onze begeerten. Vasten zegt: Heere, ik heb mijn oren gestopt voor het geroep van mijn lichaam. Spreek, Heere, ik verlang dat U spreekt! Open de oren van mijn ziel naar de mate waarin ik de oren van mijn maag gestopt heb.

Voor verlangen

“En Jezus zei tegen hen: De bruiloftsgasten kunnen toch niet vasten terwijl de Bruidegom bij hen is? Zolang zij de Bruidegom bij zich hebben, kunnen zij niet vasten, maar de dagen zullen komen dat de Bruidegom van hen weggenomen zal zijn, en dan, in die dagen, zullen zij vasten.” (Markus 2:19-20)

De Bruidegom is op reis gegaan. Hij is voor ons een plek aan het voorbereiden. We mogen er zeker van zijn dat we Hem op een dag weer van aangezicht tot aangezicht zullen zien. Maar voorlopig zijn we nog niet “bij de Heere” (2 Korinthe 5:8). Ons leven word doordrenkt van verlangens. Vasten drukt onze overtuiging uit dat het zonde is om tevreden te zijn met onszelf zoals we nu zijn. Onze honger schreeuwt tot God: Zo ontevreden, Heere, zo ontevreden ben ik de mate van mijn heiligheid en de kracht van mijn getuigenis. Kom! Verander mij! Vul mij! Vergroot mijn vreugde in U en verklein mijn verlangen naar deze wereld.

Het Christelijke leven tussen de eerste en tweede komst van Christus is een wonderlijke vermenging van vreugde die we al genieten en volheid die we nog verwachten. Elke keer wanneer we Christus’ gemeenschap proeven worden nieuwe verlangens gewekt. Vasten zegt: Wat een vreugde dat Hij nu mijn Bruidegom is. Maar, o, wat verlang ik ernaar dat Hij terugkeert en dat Hij nu al (door zijn Bijbelse liefdesbrieven) meer en meer van zichzelf laat zien.

Voor vreugde

“En wanneer u vast, toon dan geen droevig gezicht… zodat het door de mensen niet gezien wordt als u vast, maar door uw Vader, Die in het verborgene is; en uw Vader, Die in het verborgene ziet, zal het u in het openbaar vergelden.” (Mattheüs 6:16-18)

Jezus gaat er vanuit dat we zúllen vasten en leert ons hoe we moeten vasten. Doe het voor God, niet voor mensen. Vasten is goed voor ons omdat het ons naakt voor God stelt. Geen goedkeuring van mensen. Geen extra strepen op je geestelijke mouw. Wat ontroerend om in het geheim, alleen voor God, vol te houden. O, hoe beproeft dit werkelijkheid van onze verborgen omgang met de Almachtige.

En de Vader zal je belonen! Wanneer je niet geeft om extra punten bij de mensen zal God je verlangen vervullen. Vergelding! Daarvoor vasten we! Beloning! Reken maar dat ik daarnaar verlang wanneer ik mij hongerig, verdrukt en bewogen voor Hem uitgestort heb. Ik wil alles van God wat een sterveling, naast de hemel, kan kennen en voelen! Jij niet?

Voor vrijheid

“Ik zal mij niet onder de macht van ook maar iets laten brengen.” (1 Korinthe 6:12)

Vasten laat zien hoe gebonden we zijn aan voedsel. Gulzige Christenen zijn een schande voor het Evangelie. Vasten is de thermometer onder de tong van onze begeerten om de koorts van onze gulzigheid te meten. “Zelfbeheersing” is een vrucht van de Geest. “Zelfbevrediging” is de vrucht van het westerse consumentisme. O, hoeveel geestelijke zwakheid is er vanwege onze slavernij op dit gebied!

Streef ernaar om met Paulus te zeggen: “Ik oefen mijn lichaam op harde wijze en maak het dienstbaar, opdat ik niet misschien, na anderen gepredikt te hebben, zelf verwerpelijk word.” (1 Korinthe 9:27)

Lees het originele artikel