“Kan iemand ook begrijpen hoe de wolken zich uitbreiden, en het dreunen uit Zijn hut? Zie, Hij spreidt Zijn licht erover uit, en Hij bedekt de diepten van de zee. Want daardoor spreekt Hij recht over de volken; Hij geeft voedsel in overvloed. (Job 36:29-31)”
Dit vers doet ons denken aan Handelingen 14:17: “Hoewel Hij Zichzelf toch niet onbetuigd liet door goed te doen: Hij gaf ons vanuit de hemel regen en vruchtbare tijden en verzadigde ons hart met voedsel en vreugde.” Beide teksten vragen ons om te luisteren naar Gods stem die tot ons spreekt door wat we “natuurverschijnselen” noemen. Met “recht spreken” bedoelen we meer dan alleen straffen, meer dan als rechter zitten op de troon. Het betekent ook “regeren”, de scepter vasthouden en besturen. Met “volk” bedoelen we vooral de heidense volken van de aarde, of alle mensen op aarde. Hier worden twee dingen gezegd: eerst dat God recht spreekt over de volken, en ten tweede dat Hij dit doet door de veranderingen in de natuur.
1. Hij spreekt recht over de volken.
Dit rechtspreken is niet alleen iets uit het verleden of de toekomst, maar ook van nu. Hij heeft recht gesproken en Hij spreekt nog steeds recht. De schepping is verleden tijd, de nieuwe schepping is toekomstig, maar regeren gebeurt nu. Alles is even zeker en waar.
Mensen die ontkennen dat God nu regeert of dat Hij later zal ingrijpen op de grote dag, kunnen net zo goed de schepping ontkennen. Gods verbinding met de aarde is nu net zo dicht en direct als vroeger. Niet zo zichtbaar misschien, maar wel net zo echt. Iets hoeft niet zichtbaar, hoorbaar of voelbaar te zijn om direct en echt te zijn. Veel dingen zijn echt zonder dat we ze kunnen zien. De kracht die de stille, verre maan uitoefend over de zee; de kracht van de lucht over al het leven; de kracht van de ziel over het lichaam bij elke beweging: dit zijn voorbeelden. Maar Gods verbinding met de aarde is nog echter en directer dan deze dingen, want in Hem leven wij, bewegen wij en zijn wij (Handelingen 17:28).
Zijn plan raakt de aarde en haar bewoners, niet alleen in het algemeen door natuurwetten, maar direct en tot in de kleinste details. Zijn wil, Zijn stem, Zijn hand, Zijn arm raken allemaal deze wereld aan, net zoals alle andere werelden die Hij geschapen heeft. Hij heeft ze niet alleen gelaten. Hij houdt ze in stand en regeert net zo werkelijk als Hij schept. Geen moment laat Hij los. Hij is de heerser over de volken. Hij regeert voor altijd door Zijn kracht; Zijn ogen zien de volken. Hij doet wat Hij wil met de legers in de hemel en met de mensen op aarde.
We hebben niet te maken met een verre God die niet op ons let, maar met de God die bepaalt waar we wonen (Handelingen 17:26), die onze haren telt, die de raven voedt, die ziet wanneer een mus sterft, die de lelies kleedt. Hij is dichter bij ons dan wat ook op aarde het dichtst bij ons kan zijn. Hij is meer met ons verbonden dan wij met elkaar. Alle andere verbindingen zijn niets vergeleken met deze; zij zijn draden, dit is een ketting van diamant.
2. Hij spreekt recht over het volk door middel van veranderingen in de natuur.
We gebruiken het woord “natuur” omdat we geen beter woord hebben: we bedoelen aarde en lucht met al hun bewegingen, wisselingen en veranderingen, groot en klein, alle “natuurverschijnselen” zoals ze genoemd worden. Deze verschijnselen lijken voor ons gewoon; sommigen zeggen dat ze door toeval komen, anderen door “natuurwetten.” Maar hier worden ze direct aan God toegeschreven. Ze zijn Zijn stem waarmee Hij tot ons spreekt, Zijn vinger waarmee Hij ons aanraakt, Zijn stok waarmee Hij ons corrigeert, Zijn zwaard waarmee Hij ons slaat.
Veel mensen denken dat we in deze dingen Gods directe en speciale ingrijpen niet kunnen of mogen herkennen; dat het fanatiek is om ze te zien als speciale boodschappers van God voor ons. Maar de woorden voor ons zijn heel duidelijk: “Daardoor spreekt Hij recht over de volken.” De dingen waarmee Hij rechtspreekt over de volken, zijn de gewone dingen van elke dag en elk jaar – de regen, de wolken, de bliksem en dergelijke. Hij gebruikt deze als Zijn stem om te waarschuwen, te gebieden, te straffen of te troosten. Deze gewone dingen komen niet door toeval of willekeur of door dode wetten, maar komen van God als Zijn boodschappers.
Zo heeft alles een goddelijke betekenis en een hemelse stem. Laten we ernaar luisteren en het begrijpen. De zomer spreekt tot ons met groene velden en geurige tuinen; de winter spreekt tot ons met ijs en sneeuw en vorst. Door deze dingen spreekt God recht over de volken. De pest, de hongersnood, de aardbeving, de bliksem, de storm, de schipbreuk, het omverwerpen van koninkrijken en koningen. Elk van deze heeft een speciale boodschap voor de volken – en voor ieder van ons. Laten we God zien die dichtbij ons komt in deze dingen – die Zijn zorg en liefde toont – die laat zien dat Hij zich altijd om ons welzijn bekommert.
Wee ons als we ze verkeerd begrijpen, of weigeren ze te begrijpen. De gewone dagelijkse veranderingen in ons persoonlijke of gezinsleven spreken op dezelfde manier. Niet alleen de grote ramp die honderden wegneemt, maar ook de ziekte, de pijn of het lichte ongemak – deze hebben een stem tot ons. Wie oren heeft om te horen, laat hij horen!
We scheiden God van de schepping, en zien er daarom niets in van goddelijk leven en kracht. We scheiden God van de veranderingen in de schepping, en vinden er daarom geen betekenis in. We scheiden God van het mooie of het verschrikkelijke, en ervaren daarom niets wat ons ontzag inboezemt, aantrekt, zuivert of troost. We hebben zo geleerd om God en Gods werken van elkaar te scheiden, dat we denken dat ze elkaar tegenspreken. De mooie lucht, het heldere water en de groene heuvels spreken allemaal van goddelijke goedheid en brengen ons een evangelie dat moeilijk verkeerd te verstaan is. Maar we hebben geleerd om deze genadige betekenis te ontkennen en te zeggen dat al deze schoonheid niets betekent, geen boodschap van God bevat en geen blijde boodschap van grote vreugde in zich heeft.
Deze scheiding van God van Zijn werken is een verschrikkelijk kenmerk van menselijk ongeloof. Hoeveel meer zouden we van Hem weten als we Zijn werken goed zouden begrijpen en Zijn stem in elk ervan zouden horen, of het nu in liefde of discipline is. Deze luchten van Hem buigen zich niet voor niets in schoonheid over ons heen. Deze zeeën van Hem rollen niet voor niets. Deze bloemen van Hem zijn niet voor niets geurig en mooi. Ze zeggen niet tegen ons: God is je vijand, Hij haat je; maar: God is je vriend, Hij heeft medelijden met je, verlangt naar je, wil je gelukkig maken. Wat een volledig Evangelie predikt de schepping tot ons, naar haar soort en maat!
De scheiding van Gods werken van Zijn woord is een ander droevig kenmerk van menselijk ongeloof. Schepping en inspiratie zijn in harmonie. De Bijbel spreekt de werken van de Heere niet tegen. Het betekent wat zij betekenen; en zij betekenen wat het betekent. Elk klein deel van beide spreekt heel duidelijk. God wil in beide begrepen worden. Mensen proberen beide verkeerd te begrijpen; ze proberen zo weinig mogelijk van God in beide te ontdekken. Toch prediken beide hetzelfde Evangelie. In beide zien we de goedheid van God die tot bekering leidt; in beide zien we de liefdevolle goedertierenheid van de Heere. Het feit dat wij zondaars niet in de hel zijn, is één Evangelie; dat wij die in de hel hadden moeten zijn, bewoners zijn van een mooie en vruchtbare aarde, is een ander Evangelie. God laat op deze manieren zien dat Hij geen behagen heeft in onze dood of ellende, maar in ons leven en onze vreugde.
“Kan iemand ook begrijpen hoe de wolken zich uitbreiden, en het dreunen uit Zijn hut? Zie, Hij spreidt Zijn licht erover uit, en Hij bedekt de diepten van de zee. Want daardoor spreekt Hij recht over de volken; Hij geeft voedsel in overvloed. (Job 36:29-31)”
Dit vers doet ons denken aan Handelingen 14:17: “Hoewel Hij Zichzelf toch niet onbetuigd liet door goed te doen: Hij gaf ons vanuit de hemel regen en vruchtbare tijden en verzadigde ons hart met voedsel en vreugde.” Beide teksten vragen ons om te luisteren naar Gods stem die tot ons spreekt door wat we “natuurverschijnselen” noemen. Met “recht spreken” bedoelen we meer dan alleen straffen, meer dan als rechter zitten op de troon. Het betekent ook “regeren”, de scepter vasthouden en besturen. Met “volk” bedoelen we vooral de heidense volken van de aarde, of alle mensen op aarde. Hier worden twee dingen gezegd: eerst dat God recht spreekt over de volken, en ten tweede dat Hij dit doet door de veranderingen in de natuur.
1. Hij spreekt recht over de volken.
Dit rechtspreken is niet alleen iets uit het verleden of de toekomst, maar ook van nu. Hij heeft recht gesproken en Hij spreekt nog steeds recht. De schepping is verleden tijd, de nieuwe schepping is toekomstig, maar regeren gebeurt nu. Alles is even zeker en waar.
Mensen die ontkennen dat God nu regeert of dat Hij later zal ingrijpen op de grote dag, kunnen net zo goed de schepping ontkennen. Gods verbinding met de aarde is nu net zo dicht en direct als vroeger. Niet zo zichtbaar misschien, maar wel net zo echt. Iets hoeft niet zichtbaar, hoorbaar of voelbaar te zijn om direct en echt te zijn. Veel dingen zijn echt zonder dat we ze kunnen zien. De kracht die de stille, verre maan uitoefend over de zee; de kracht van de lucht over al het leven; de kracht van de ziel over het lichaam bij elke beweging: dit zijn voorbeelden. Maar Gods verbinding met de aarde is nog echter en directer dan deze dingen, want in Hem leven wij, bewegen wij en zijn wij (Handelingen 17:28).
Zijn plan raakt de aarde en haar bewoners, niet alleen in het algemeen door natuurwetten, maar direct en tot in de kleinste details. Zijn wil, Zijn stem, Zijn hand, Zijn arm raken allemaal deze wereld aan, net zoals alle andere werelden die Hij geschapen heeft. Hij heeft ze niet alleen gelaten. Hij houdt ze in stand en regeert net zo werkelijk als Hij schept. Geen moment laat Hij los. Hij is de heerser over de volken. Hij regeert voor altijd door Zijn kracht; Zijn ogen zien de volken. Hij doet wat Hij wil met de legers in de hemel en met de mensen op aarde.
We hebben niet te maken met een verre God die niet op ons let, maar met de God die bepaalt waar we wonen (Handelingen 17:26), die onze haren telt, die de raven voedt, die ziet wanneer een mus sterft, die de lelies kleedt. Hij is dichter bij ons dan wat ook op aarde het dichtst bij ons kan zijn. Hij is meer met ons verbonden dan wij met elkaar. Alle andere verbindingen zijn niets vergeleken met deze; zij zijn draden, dit is een ketting van diamant.
2. Hij spreekt recht over het volk door middel van veranderingen in de natuur.
We gebruiken het woord “natuur” omdat we geen beter woord hebben: we bedoelen aarde en lucht met al hun bewegingen, wisselingen en veranderingen, groot en klein, alle “natuurverschijnselen” zoals ze genoemd worden. Deze verschijnselen lijken voor ons gewoon; sommigen zeggen dat ze door toeval komen, anderen door “natuurwetten.” Maar hier worden ze direct aan God toegeschreven. Ze zijn Zijn stem waarmee Hij tot ons spreekt, Zijn vinger waarmee Hij ons aanraakt, Zijn stok waarmee Hij ons corrigeert, Zijn zwaard waarmee Hij ons slaat.
Veel mensen denken dat we in deze dingen Gods directe en speciale ingrijpen niet kunnen of mogen herkennen; dat het fanatiek is om ze te zien als speciale boodschappers van God voor ons. Maar de woorden voor ons zijn heel duidelijk: “Daardoor spreekt Hij recht over de volken.” De dingen waarmee Hij rechtspreekt over de volken, zijn de gewone dingen van elke dag en elk jaar – de regen, de wolken, de bliksem en dergelijke. Hij gebruikt deze als Zijn stem om te waarschuwen, te gebieden, te straffen of te troosten. Deze gewone dingen komen niet door toeval of willekeur of door dode wetten, maar komen van God als Zijn boodschappers.
Zo heeft alles een goddelijke betekenis en een hemelse stem. Laten we ernaar luisteren en het begrijpen. De zomer spreekt tot ons met groene velden en geurige tuinen; de winter spreekt tot ons met ijs en sneeuw en vorst. Door deze dingen spreekt God recht over de volken. De pest, de hongersnood, de aardbeving, de bliksem, de storm, de schipbreuk, het omverwerpen van koninkrijken en koningen. Elk van deze heeft een speciale boodschap voor de volken – en voor ieder van ons. Laten we God zien die dichtbij ons komt in deze dingen – die Zijn zorg en liefde toont – die laat zien dat Hij zich altijd om ons welzijn bekommert.
Wee ons als we ze verkeerd begrijpen, of weigeren ze te begrijpen. De gewone dagelijkse veranderingen in ons persoonlijke of gezinsleven spreken op dezelfde manier. Niet alleen de grote ramp die honderden wegneemt, maar ook de ziekte, de pijn of het lichte ongemak – deze hebben een stem tot ons. Wie oren heeft om te horen, laat hij horen!
We scheiden God van de schepping, en zien er daarom niets in van goddelijk leven en kracht. We scheiden God van de veranderingen in de schepping, en vinden er daarom geen betekenis in. We scheiden God van het mooie of het verschrikkelijke, en ervaren daarom niets wat ons ontzag inboezemt, aantrekt, zuivert of troost. We hebben zo geleerd om God en Gods werken van elkaar te scheiden, dat we denken dat ze elkaar tegenspreken. De mooie lucht, het heldere water en de groene heuvels spreken allemaal van goddelijke goedheid en brengen ons een evangelie dat moeilijk verkeerd te verstaan is. Maar we hebben geleerd om deze genadige betekenis te ontkennen en te zeggen dat al deze schoonheid niets betekent, geen boodschap van God bevat en geen blijde boodschap van grote vreugde in zich heeft.
Deze scheiding van God van Zijn werken is een verschrikkelijk kenmerk van menselijk ongeloof. Hoeveel meer zouden we van Hem weten als we Zijn werken goed zouden begrijpen en Zijn stem in elk ervan zouden horen, of het nu in liefde of discipline is. Deze luchten van Hem buigen zich niet voor niets in schoonheid over ons heen. Deze zeeën van Hem rollen niet voor niets. Deze bloemen van Hem zijn niet voor niets geurig en mooi. Ze zeggen niet tegen ons: God is je vijand, Hij haat je; maar: God is je vriend, Hij heeft medelijden met je, verlangt naar je, wil je gelukkig maken. Wat een volledig Evangelie predikt de schepping tot ons, naar haar soort en maat!
De scheiding van Gods werken van Zijn woord is een ander droevig kenmerk van menselijk ongeloof. Schepping en inspiratie zijn in harmonie. De Bijbel spreekt de werken van de Heere niet tegen. Het betekent wat zij betekenen; en zij betekenen wat het betekent. Elk klein deel van beide spreekt heel duidelijk. God wil in beide begrepen worden. Mensen proberen beide verkeerd te begrijpen; ze proberen zo weinig mogelijk van God in beide te ontdekken. Toch prediken beide hetzelfde Evangelie. In beide zien we de goedheid van God die tot bekering leidt; in beide zien we de liefdevolle goedertierenheid van de Heere. Het feit dat wij zondaars niet in de hel zijn, is één Evangelie; dat wij die in de hel hadden moeten zijn, bewoners zijn van een mooie en vruchtbare aarde, is een ander Evangelie. God laat op deze manieren zien dat Hij geen behagen heeft in onze dood of ellende, maar in ons leven en onze vreugde.
Horatius Bonar (1808-1889) was een prediker en dichter die verschillende boeken heeft geschreven om twijfelende zielen te leiden tot geloofszekerheid en prachtige liederen zoals “Ik hoorde Jezus’ zachte stem.” Deze reflecties zijn onderdeel van de serie “Licht en waarheid.”







